Foto bij 13 - Shifts

Oeps :o

Ik ga de character bios en world of estorix maar eens bijwerken:P

      's Ochtends werd ik met een leeg gevoel wakker. De afgelopen dagen was alles misgegaan. Het bleek dat de soldaten van Slatir alleen de theorie nog maar beheersten en nog niet het praktijkgedeelte van het vechten. Daarbij ging Rhosgeth verloren, waarvan ik nu pas zag dat zij niet aan Ehtmordons zijde stonden. Thanthel was weggevlucht en had de edelsteen met haar meegenomen, terwijl ze Arvellon alleen achterliet. En dan nog niet te spreken over die rare entiteiten die onze soldaten overal naar ons zagen lurken.
      Vandaag staarde ik dus een beetje somber uit het raam van onze gang. Vanuit hier kon ik achter de bergen kijken, naar de nieuwe steden van de mensen. Vandaag was het de laatste zondag van de maand, de dag waarop we geen elven mochten aanvallen en zij ons ook niet. Ik kon niet wachten tot de volgende maand aanbrak, dan zou de zomer officieel gestart zijn en kon ik Arvellon laten zien hoe wij dat bij Rophrax vierden.
      Buiten was het echter nog een beetje mistig, de ochtenddauw was nog aanwezig op het gras en alleen uit de bakkerszaken kwam er nog rook uit de schoorsteen. Hoewel ik voor het eerst na twee dagen pas weer in bed kon slapen, was ik er extreem vroeg uit op onze vrije dag. Misschien zou ik even in Famrius gaan kijken, als een soort van dagje uit.
      Ik liep van het raam weg, richting de uitgang, maar toen hoorde ik een deur openen. Toen ik omkeek, zag ik Arvellon staan, gapend en wel. Ik glimlachte door haar warrige haar en slordige pyjama, "Jij bent er ook vroeg uit."
      "Ja... Ik kon niet echt slapen, wie weet wat er nu met Thanthel staat te gebeuren..."
      "Brithun zou dat niet toelaten, we vinden wel een manier om haar en die steen terug te halen."
      "Hmm, dat is ook zo..." Opnieuw gaapte ze, waarna ze me slaperig aanstaarde, "Wat ga jij doen vandaag?"
      "Ik ga denk ik eventjes naar Famrius, achter de bergen, gewoon wat lekkers halen en misschien naar mijn tantes." Nadat ik dat zei, ging ze terug haar kamer in en hoorde ik wat gerommel, waarna ze aangekleed en wel naar buiten kwam en haar haar weer in een staart deed, "Ik kom met je mee."

      De afdaling van Bal Kolduhr naar de provincie Famrius was nogal onhandig te begaan. Het was ook wel de bedoeling dat je niet zomaar door onze vesting kon walsen, maar ik was er nog steeds niet al te behendig in. Uiteindelijk kwamen we wel naar beneden en was het niet zo ver naar de eerstvolgende stad, maar naast me huiverde Arvellon een beetje. Het was natuurlijk voor haar de eerste keer achter de bergen, waarschijnlijk wist ze niet dat het hier een stuk kouder was dan in de elvenprovincies.
      "Hier, neem mijn jas. We halen straks wel wat warmere kleren voor je." Ik deed hem af en gaf hem aan haar, waardoor ze het al snel warmer had. Ze bedankte me en samen liepen we naar de stad voor ons.
      Veel was er nog niet open, behalve de bakker dan, dus ik leidde haar naar binnen en groette de bekende man achter de toonbank.       "Ha, die Cadeyrn!", groette hij terug, waarna hij grijnsde, "En een wijfke meegenomen, mooi hoor! Waar heb je zin in?"
      Ik keek eventjes ongemakkelijk naar Arvellon, waarna ik haar net zo terug zag kijken. Verlegen lachte ik zachtjes, waarna ik naar de bakker keek, "Doe maar gewoon zoals altijd."
      "Geen probleem! Hoe gaat het daarboven? Nog wat vooruitgang geboekt?" Hij sprak tegen me terwijl hij de plaat met broodjes uit de oven haalde en ze vervolgens vulde met jam. Ik glimlachte, "Ja, Yiris is ontbonden, maar ik zit nu bij Vriad. Ik help mijn leider met van alles en nog wat en ben tegelijkertijd zijn leerling."
      "Ach, net je vader, maar goed hoor. Leer zoveel je kan, zeker nu je nog een jonge gozer bent. Maar Vriad? Ik ga niet zeggen dat de factie slecht is, maar vind je niet dat ze een beetje afwezig zijn? Cwenburg heb ik nog nooit in Famrius gezien, soms denk ik dat ze teveel achter de bergen bezig zijn dan hier met ons. Die andere twee leiders zie ik op vredeszondag ook wel eens in ons dorp verschijnen, maar hij lijkt te surrealistisch... een formidabele leider op een troon, maar met zijn kasteel een duizend kilometer van zijn volk verwijderd. Dat gevoel heb ik erbij. Totaal anders dan zijn vader, een gezellige man die altijd wel klaar stond voor een drankje."
      "Zo heb ik er nog nooit over nagedacht... Hij is wel erg vooruitstrevend en vastberaden, maar ik zal hem de volgende keer eens meenemen naar de oogstfeesten. Dan kunnen jullie hem ook eens ontmoeten, dat zou ons ook goed doen, want Vriad staat een beetje onder druk."
      "Ze hebben ook wel controversiële idealen, het is dat ik er veel van mijn neefje over hoor, anders zou ik ook niet bepaald vrolijk opkijken als er een elf mijn bakkerij in kwam!" Hij grinnikte naar Arvellon, waarna hij mij weer aankeek, "Hoe gaat het trouwens met Aelwin? Ook goed bezig?"
      "Hij is nu generaal van Slatir. Tegenwoordig trainen wij ze, zodat ze nog sterker worden."
      "Mooi, mooi. Mijn zoon wilt ook naar Slatir, hij wilde vechten, maar werd niet toegelaten tot Iverum en Vriad. Ik ben blij dat ze bij Slatir ook beginnen om meer offensief te worden, die jongen heeft een strijdlust die jullie wel kunnen gebruiken." Hij lachte en pakte wat broodjes voor ons in, "Maar ik zit jullie denk ik alleen maar op te houden op jullie vrije dag. Alsjeblieft, ze zijn van het huis, bedankt dat je altijd op mijn neefje past en wellicht spoedig ook over mijn eigen zoon."
      "Geen probleem, Rorich!" Ik grijnsde naar de bakker en pakte de zak met warme broodjes aan, "Jij ook bedankt en nog een fijne dag vandaag!"
      "Insgelijks, mijn vriend!" Hij zwaaide me nog na toen we weer naar buiten liepen, waarna ik Arvellon een van de warme broodjes gaf. Aarzelend nam ze een hap, maar nadat ze die doorslikte, nam ze de volgende hap een stuk sneller.
      "Het zijn nisu, broodjes met een zoete vulling. Vroeger bakte ik ze altijd zelf met een stok boven het vuur en sneed ik ze open om ze met jam te vullen. Tegenwoordig is daar minder tijd voor, maar misschien doen we het weer tijdens de zomerfeesten."
      "Je spreekt wel vaak over die feesten, misschien moet je me er toch naar meenemen. Misschien als de oorlog voorbij is, dan kun je onze feesten ook meemaken." Ze glimlachte en begon al aan haar volgende broodje, waardoor ik toch even wakker schoot en snel ook een broodje voor mezelf pakte. Voor een meisjeself kon ze wel echt eten als een vent, maar niet dat ik dat erg vond.

      Later die dag, hadden we nog nieuwe kleren voor haar gehaald. We kochten dezelfde outfit die de meeste elven binnen Vriad hadden, zo had ze toch iets waarmee ze zich konden identificeren. De mensen binnen Rophrax droegen gele en bruine tinten, de elven gingen vaak voor groen. Brithun was een uitzondering, die beide kleuren droeg. Nadat Arvellon haar nieuwe kleren aantrok, had ze nog naar de portretten in de winkel gekeken. De mode in het mensengedeelte was vast anders dan bij de elven en omdat ze zich nu officieel bij ons had aangesloten, deed ze haar paardenstaart uit en liet ze haar haar los over haar schouders vallen. Vervolgens bond ze linten om de twee plukken die langs haar gezicht vielen, zoals de haarstijl van de meeste elvenmeisjes binnen Vriad. Ze keek aarzelend in de spiegel, maar toen lachte ik, "Het staat je geweldig."
      "Echt...?" Ze glimlachte lichtjes en draaide om naar mij, "Ik ben blij. Nu ik bij jullie ben, wil ik me meer zoals jullie voelen. Nu Rhosgeth gevallen is... ligt het leven in Menedhil voor een groot stuk achter mij... de enige manier om terug te keren naar mijn oude leven, is om daar niet meer over te piekeren en samen met jullie naar de toekomst te kijken. Mijn ouders, mijn broer en mijn zusjes hebben mij verlaten. Ik heb alleen mijn 'nieuwe' neef nog... en jou." Ze keek een beetje blozend naar me, waardoor ik ook verlegen weg moest kijken en lachte, "Ik zal ervoor zorgen dat jou niets overkomt."
      "Dat hoop ik inderdaad, meneer onhandigheid!" Plagend gaf ze me een halfhartige stomp, waardoor ik weer moest lachen, "Ik meen het! De vorige keer leidde jij me gewoon af met jouw zwoele blik!"
      "Zwoel?!" Ze werd nog roder dan dat ze al was en gaf me nog zo'n stompje, "Jij moet beter voor je kijken, idioot, als je oplette, zag je dat ik helemaal niet zwoel keek!"
      "Hahaha, ja ja, jij hebt gelijk." Ik glimlachte en aaide haar plagend over haar hoofd, waardoor ze alleen maar chagrijniger ging kijken. "Als je niet aan mijn zijde stond, dan had ik je allang neergeschoten!"
      "Zou je zo'n charmeur als ik echt zomaar neerschieten?" Ik gaf haar mijn eigen zwoele blik, maar ze gooide alleen haar oude shirt over mijn gezicht heen. Ik schrok eerlijk gezegd van die plotselinge actie en lachte een beetje ongemakkelijk, waardoor ze haar shirt terug pakte en ook om mijn reactie lachte. Ik krabde op mijn achterhoofd door mijn schaamtegevoel, maar toen ik zag hoeveel lol ze erom had, moest ik toch wel glimlachen.
      Uiteindelijk klonken de kerkklokken door de stad en zag ik de zon al best wel laag staan, dus besloten we maar terug richting Bal Kolduhr te trekken. Hoewel Famrius tegenwoordig veilig was gesteld, waren er nog vaak genoeg wolven in de onbewoonde gebieden van de noordelijke provincie, en wij hadden allebei geen wapens bij.

      Als eerste hielp ik Arvellon omhoog, zodat ze gemakkelijker kon klimmen en daarna kwam ik pas. We klauterden tot ongeveer halverwege de berg, maar toen hoorden we opeens een geritsel. Direct bleven we stokstijf staan, maar toen kwam het opeens dichterbij. Toen er opeens een gedaante voor ons verscheen, trok ik uit automatisme Arvellon achter me, wat goed was ook, want het wezen reek direct naar haar uit. Voordat ik rationeel kon nadenken, pakte ik hem in de houdgreep die Brithun me leerde en smeet ik hem van de berg af, waardoor het wezen krijsend richting de grond stortte. Arvellon slaakte een klein gilletje en hield me snel vast, alsof ze dacht dat ik erachteraan zou vallen. Eventjes greep ik zelf ook naar mijn borstkas, want mijn hart sloeg enorm snel. En dat was niet alleen omdat een mooi elvenmeisje me stevig vastpakte.
      Dat wezen had bijna oplichtende ogen. Hij leek menselijk, zijn bouw althans, maar er waren zoveel dingen die onnatuurlijk waren. Zijn grip was te sterk. Veel te sterk, zeker voor iets van zijn lichaamsbouw. Hij was iets kleiner dan mij, iets slanker ook, maar ergens leek hij elfachtige oren te hebben. Daarbij was de manier waarop hij naar Arvellon reek bijna monsterlijk, alsof hij meer beest dan mens was. En die ogen... het was alsof ik recht in de ogen van een wild beest keek... daarbij waren ze nog een onnatuurlijke kleur ook...
      "Cadeyrn..."
      "Ja, we gaan, snel!"
      We haastten ons snel naar boven, naar mijn kamer, waarna we daar nog een tikkeltje angstig gingen zitten. Snel bladerde ik door mijn vaders dagboek, maar de pagina's over Famrius leken er bruut uitgerukt te zijn. Arvellon keek ook geschrokken naar de halve bladzijdes, waarna ze mij bang aankeek, "Wat... was dat...?! Dat was bijna monsterlijk..."
      "Ik heb echt geen idee..." Ik moest zelf nog een beetje bekomen van de aanval en besloot toen maar naar Brithun te gaan. Enkel toen ik op zijn kamerdeur klopte, kraakte die zomaar open om een lege ruimte te laten zien. Op zijn bureau lag zijn vaders dagboek en bij nadere inspectie, zag ik dat ook bij hem er pagina's over Famrius uit waren gescheurd. Arvellon beet op haar lip en ik keek haar net zo vrezend aan, maar toen hoorden we opeens voetstappen op de gang.
      Opgelucht zuchtten we toen we zagen dat het Eryniis was, maar het ergste moest waarschijnlijk nog komen. Hijgend kwam ze op ons af, waarna ze me angstig aankeek, "Cadeyrn! Gelukkig, je bent er! Er zijn leden van Vriad aangevallen... elven vooral! Leider Cwenburg wilde er wat aan doen, maar sinds hij met leider Eyer is meegegaan, heeft niemand hem meer gezien... We hebben jullie vechtkracht echt nodig! Die dingen... ze zijn overal... ze lijken het specifiek op de elven van onze organisatie gemunt te hebben. Iverum is nergens te vinden voor hulp... we proberen nu ondersteuning van Slatir te krijgen, maar die dingen zijn onmenselijk, hun hulp zal wellicht tevergeefs zijn... Alsjeblieft, pak jullie wapens, ik ben bang dat we het alleen niet lang gaan uithouden, niet zonder leider Cwenburg...! Wees alsjeblieft zijn vervanger, Cadeyrn, in ieder geval totdat hij er weer is!"
      Ik keek geschrokken naar de smekende ogen van Brithuns boodschapper, waarna ik knikte en snel terug naar mijn kamer rende om mijn wapens en uitrusting te pakken. Vriad was nu mijn factie en als ik hen net genoeg hoop kon geven om dit gevecht te doorstaan, dan zou ik dat doen ook. Ik wist ook niet waar Brithun uithing op dit cruciale moment, maar ik wist dat zijn factie op dit moment in mijn handen lag.
      En ik zou het niet toelaten dat Vriad onder ook maar één aanval zou vallen, al moesten we tegen een onbekende vijand strijden. Een ding wist ik zeker, dit waren niet de elven die tegen ons streden... dit was een geheel nieuwe vijand... en een verschrikkelijke hardnekkige ook nog.

Reacties (3)

  • Helvar

    Orks......?

    6 jaar geleden
  • ProngsPotter

    wow
    Spannuunnd!!
    GAUW VERDER!!!!

    6 jaar geleden
  • katl1

    VERDER!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen