Foto bij 3 • De geboorte van een prins

'Elithien,' rakelde de koning paniekerig en legde zijn rillende hand op het gloeiende voorhoofd van zijn vrouw. Haar vermoeide ogen keken in die van hem, de sprankelende ogen die zijn hart altijd sneller deed kloppen. Thranduil keek haar met medelijden aan. 'Als ik alleen maar de pijn weg kon nemen,' fluisterde hij en zocht onder de spierwitte dekens naar haar hand, die hij vervolgens vastpakte en er een zachte kus tegenaan drukte. Ze glimlachte naar hem, een glimlach zo puur en oprecht dat het al zijn zorgen ontnam. Wanneer hij terug glimlachte, verdween haar pijn voor even. Toen de hevige weeën weer op begonnen te spelen, krijste ze gepijnigd. 'Doe iets!' snauwde Thranduil machteloos, terwijl hij paniekerig omkeek naar zijn onderdanen. Hij verstrakte zijn greep rond de hand van de koningin en richtte zijn aandacht weer tot haar.
'We doen alles wat we kunnen, hoogheid,' zei de jonge vroedvrouw en kon het niet helpen om te lachen. De arme koning had weinig ervaring met bevallingen, maar voor ieder was duidelijk dat hij niets anders wilde, dan de pijn van zijn vrouw te verlichtten. Met de tijd die verstreek, leek de pijn haar geen rust te gunnen. Thranduil kon niets anders doen dan afwachten en zich sterk houden voor zijn koningin. Al was het duidelijk dat de koningin zelf kalmer was dan hem. Dit was de eerste keer sinds zij samen waren dat zij hem in een panische staat van angst voor zich zag. Tijdens alle strijden die hij gestreden had, was zij het die vreesde voor zijn leven. Er waren tijden dat zij met hem mee ging, waarbij hun beide levens in gevaar waren, maar zelfs dan was hij niet zo bevreesd geweest als op dit moment. Thranduil week geen enkel moment van haar bed. Zijn ogen gleden over haar warme, rode huid en zag hoe de zweetdruppeltjes die liet glimmen. Kleine pareltjes gleden over haar voorhoofd en landden op haar kussen. Haar goudblonde haren, eens golvend, fris en glanzend, lagen verspreid over haar kussen, in de war en nat van het zweet. Haar sprankelende blauwe ogen stonden vol geluk en moed, met precies diezelfde blik die zij ook had, toen ze ooit naast zijn bed stond om zijn wonden te verzorgen. Wonden waar Thranduil geen aandacht aan schonk, omdat hij emotioneel meer geschaad was door het enorme verlies van zijn rijk. Honderden jaren geleden, nog in het begin van het tweede ara, was het Elithien die het bed van Thranduil niet verliet. Hij was teruggekeerd van de slag van Dagorlad, waar hij en zijn vader, Oropher, in gestreden hadden. Thranduil was alleen teruggekeerd met een gebroken hart en de verbrijzelde overblijfselen van het voormalige grote leger van zijn volk. Het lag Thranduil te zwaar om zich zelfs maar om te draaien en zijn blik op het zuiden te richten. Daar hij de herinneringen van de verschrikkingen van de Oorlog van het Laatste Alliance waarin zijn geliefde vader was gevallen, tezamen met velen van zijn mensen niet durfde aan te kijken. De dagen die naderhand verstreken, lagen hem zwaar. Het verdriet dat door het koninkrijk waande, raakte ieder diep in het hart. Het deed Elithien pijn om hem zo te zien. Ze besteedde haar dagen met het verzorgen van haar geliefde en sprak hem moed in om de dag door te komen. Overal ging ze met hem mee en week niet van zijn zijde. Thranduil kon de Adar niet dankbaar genoeg zijn voor de vrouw die zijn ziel kon helen, elke dag weer. En nu schonk ze hem een kind, een prins of een prinses. Een dochter of zoon van de lente. Een erfgename voor zijn troon. Het koninkrijk wachtte in spanning af op de komst van het koningskind. De onderdanen waren druk in de weer met vaten wijn in de kelder en versieringen in de grote zaal. Bloemenkransen sierden de wanden, tezamen met ranken begroeit van groene blaadjes. De tuinen stonden vol in bloei en er heerste vreugde. Er zou gefeest worden totdat de sterren aan de hemel weer verdwenen en het ochtendlicht de bossen zou verlichten. Toen het gejammer van de koningin wederom door de gangen klonk, zweeg ieder en wachtte geduldig af.
'Wat water, mijn liefste?' Thranduil bood zijn vrouw een kelk met water aan. Ze pakte de kelk glimlachend aan en dronk voorzichtig wat van het frisse water. De koning pakte de kelk weer van haar aan en zette het opzij. Hij nam haar hand liefdevol in de zijne en glimlachte geruststellend. Opnieuw moest hij toekijken hoe de weeën haar pijn deden en hij vroeg zich af hoelang het nog voort zou duren. Het antwoord kwam snel toen er een dienstdame met dekens de kamer in kwam lopen. 'Is het tijd?' vroeg Thranduil bezorgd en het meisje knikte. Hij knikte begrijpend en keek zijn vrouw bemoedigend aan. Er lag een zachte glimlach rond haar lippen. 'Maak je maar geen zorgen. Ik blijf aan je zijde,' sprak hij zacht en wreef met zijn duim over de rug van haar hand. Nog voor ze kon reageren op de sussende woorden van haar man, maakte opnieuw een wee haar aan het schreeuwen. De vroedvrouw was druk in de weer en Thranduil keek gespannen toe.
De opeenvolgende gebeurtenissen gingen snel aan zijn ogen voorbij. Hij kon zijn ogen niet van zijn vrouw afhouden. Hij hield haar hand in de zijne en voelde de kneepjes in zijn huid bij elke wee. Hij sprak haar bemoedigende woorden toe en vertelde haar hoe goed ze het deed. Toen er uiteindelijk het gehuil klonk waar hij op gewacht had, draaide hij zich om. Zijn adem stokte in zijn keel toen de vroedvrouw naar hem toe liep, met in haar armen een baby, ingewikkeld in de zachtste doeken uit het koninkrijk. Thranduils benen trilde toen hij ging staan en de hand van zijn vrouw losliet. Hij nam het bundeltje in handen en staarde met grote ogen naar het kind dat in zijn armen lag. ‘Mijn gelukwensen, het is een jongen,' sprak de vroedvrouw op een zachte toon. Thranduil keek op naar het jonge meisje en glimlachte dankbaar. Toen richtte hij zijn aandacht weer op zijn zoon. Hij was prachtig. Thranduil kon niet geloven wat hij in zijn armen hield. Zijn eigen zoon, zijn prachtige zoon.
'Thranduil,' klonk de zachte, vermoeide stem van zijn vrouw. 'Laat me hem zien.'
Thranduil knikte en liep met het kind naar het bed toe. Naast haar knielde hij neer en legde het in doeken gewikkelde kind in haar armen. Een trotse glimlach sierde haar gezicht, toen ze het elfenkindje over het hoofd streelde. Tranen van puur en oprecht geluk rolde over haar wangen toen ze haar zoon een kus op het voorhoofd drukte. Ze draaide haar hoofd om en keek Thranduil aan. Haar schitterende, zeeblauwe ogen waren nat van de tranen en haar glimlach was niet van haar gezicht verdwenen.
'Hoe wil je hem noemen?' vroeg Thranduil kalm, terwijl hij oogde op het kind. Elithien wende haar blik weer van hem af en keek naar haar zoon. Ze leek zielsgelukkig. Alsof niets in de wereld zo goed was geweest, tot het huidige moment. Het moment wanneer ze haar bloedeigen zoon in haar armen kon houden. Met grote ogen keek ze op, toen er uit de lucht een vijgenblad naar beneden dwarrelde en naast haar op het bed belandde. Verwonderd pakte Elithien het blad op en bekeek het met een glimlach. 'Blad,' sprak ze toen zachtjes en keek Thranduil aan. 'Groenblad,' vulde de koning erbij aan. 'Legolas,' vertaalde beide in het zoet gesproken elfentaaltje. De koningin knikte langzaam en keek om naar de baby die in haar armen lag. Ze streelde zijn wang en glimlachte. 'Onze zoon zal Legolas worden genoemd. Legolas Groenblad.'


Reacties (4)

  • Wyrden

    Wow! Ik ben er ook een beetje héél erg stil van. Dit raakte mij echt.

    5 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Wauw.
    Mooi!!
    Kudoo

    5 jaar geleden
  • SonOfGondor

    Aw, cute

    5 jaar geleden
  • EvilDaughter

    Awh wat mooi ik ben er helemaal stil van geworden:)
    Kudo:)

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here