Foto bij 14 - Yur

Sorry voor het late hoofdstuk, ik had tentamens :p

      "Cadeyrn!"
      Een aantal soldaten van Vriad kwam mijn kant op, alsof ik nu hun leider was. Ik verbeterde even mijn postuur en blikte terug op mijn eigen tijd bij Yiris, waarna ik knikte, "Wat is de situatie op dit moment?"
      "De wezens proberen ons als factie uit elkaar te drijven. Hun targets zijn voornamelijk de elven binnen de factie, de mensen worden alleen aangevallen wanneer zij zelf een gevecht beginnen. Momenteel hebben we nog geen versterking van andere facties ontvangen. De rechterflank van ons gebied is vooral zwak op dit moment, de soldaten zijn verspreid en elven kunnen makkelijk gepakt worden."
      "Zorg ervoor dat de elven uit de factie niet alleen komen te staan. Het liefst twee menselijke soldaten per elf, stuur vooral mannen naar de rechterflank, maar niet voordat iedere elvensoldaat een groepje heeft. Momenteel moeten we troepen besparen, dus enkel aanvallen als het niet anders kan. Probeer het liefst een defensieve houding aan te nemen om andere groepen meer tijd te geven om elkaar te vinden. We weten niet wie deze vijand is, dus het is beter dat we niet alleen gaan vechten."
      "Roger!" De soldaten gaven me een saluut en begonnen mijn plan over de rest van de factie te verspreiden. Eryniis keek om haar heen, "Goed, wat gaan wij doen?"
      "Jij en Arvellon blijven bij mij. We moeten erachter komen wie de leider is van die aanvallers. Het is makkelijker om alleen die uit te schakelen, dan ieder wezen op zich. Een jonkie van hen heeft al net zoveel kracht als vijf mannen van ons. Ze lijken misschien klein, maar onderschat ze zeker niet."
      "Begrepen... we drijven ze tot een hoekje en forceren hun leider om tevoorschijn te komen."
      "Perfect, met twee schutters zorgen we ervoor dat we hoger grond behouden, als zij hoger dan jullie komen te staan, is het moeilijker om te schieten. Ik zal jullie beschermen, mocht er iets van dichtbij gebeuren. We moeten tijd rekken totdat Brithun met een beter plan komt."

      Zodra iedereen zijn positie had aangenomen en er geen elven meer alleen streden, zagen we de vijand al iets banger worden, maar het ging niet allemaal volgens ons plan. In tegenstelling tot wat we wilden, namelijk dat we ze naar de bergen dreven, vormden de wezens nu ook groepen en namen ze allemaal een Vriad-groepje ter rekening.
      "Ze bezitten ook werkelijk intelligentie?!" Ik beet op mijn lip en dacht na. Ander plan, ander plan... Als zij vechtkracht hadden én wisten hoe ze het beste moesten vechten, dan was het onmogelijk voor Vriad om alleen tegen ze te strijden. Wij hadden tactiek, maar geen getallen. Een van die wezens stond al gelijk aan een groepje van ons, ik kon me niet voorstellen dat wij hen zomaar uitgeschakeld kregen... niet zonder extra troepen.
      Slatir konden we niet vragen, niet als je je bedacht dat de sterkste krijgers uit die groep nog geen aanval durfden te openen. Dan bleef alleen Iverum nog over, maar de kans dat zij zouden helpen, was ook nihil.
      "Gevonden!" Een gemeen gegrinnik klonk achter ons en we draaiden ons meteen om, waarna we een van de wezens zagen. Deze leek nog iets meer menselijk dan de rest, maar ik zag dat hij over een oog een litteken had en de iris van dat ook verbleekt was tot een witte kleur. Over zijn andere oog liep een donkerrode tatoeage in dezelfde stijl als de tatoeage over zijn schouder. Hij liep met zijn bovenlichaam ontbloot, zodat je al zijn oorlogslittekens kon zien. Twee puntoren staken uit de zijkanten van zijn hoofd. Ze waren veel lager geplaatst dan bij de elven die ik gezien had en de punten liepen ook parallel aan zijn ogen, horizontaal dus, in tegenstelling tot elvenoren die meer naar boven stonden.
      Hij grinnikte, waardoor zijn amberkleurige oog glinsterde in het maanlicht, "Verrast? Geïntrigeerd? Bang?" Hij trok zijn speer en stak die richting ons, waarna hij ermee naar de zijkant wenkte, alsof hij wilde dat ik aan de kant ging, "Jullie mensen zijn de reden dat wij uit ons eigen land verdreven zijn, maar wij hebben geleerd. De weinigen die van ons, de Yur, zijn overgebleven, hebben ons ras getraind en geëvolueerd tot een geheel nieuwe generatie krijgers. Ik was er bij, de eerste strijd. Ik ben degene die de strijdbijl heb laten vallen en jullie mensen ons gebied heb laten binnendringen. Ik wist dat er een hele andere factor achter die bezetting zat... een heel ander ras." Hij wees naar Arvellon, "De Yir... de lichtdwalers."
      "Je snapt het niet!" Ik probeerde door zijn monoloog heen te praten, maar hij schudde alleen maar met zijn hoofd, "Jij snapt het niet, menselijke. Na al die jaren hebben wij verbeterde zintuigen ontwikkeld... ik ruik het, de lucht..." Hij gromde lichtjes naar Arvellon, maar toen sprong Eryniis voor haar en spande ze haar boog. Voordat ze echter iets kon doen, had de Yur al haar boog uit haar handen geslagen en lag ze op de grond, waardoor hij alleen maar lachte, "Aan de kant, boself. Ik volg alleen maar bevelen op, zij met het bloed van de lichtelven moesten dood. Of ze nou menselijk bloed droegen of niet."
      "Menselijk...!" Ik schrok een beetje. Wie ons aanviel, had het dus ook op Brithun gemunt. Hij had vast het bloed van een lichtelf... dat moest wel als hij familie was van Arvellon... Ik fronste lichtjes naar hem, "Waar is onze leider?!"
      "Wie...?" Met een grijns keek hij me uitlokkend aan, waarna hij eventjes diep snoof, "Hmm... trouwens..." Hij snoof nog dieper en liep naar mij, waarna hij over zijn lippen likte, "...ruik ik het bij jou ook!"
      Ik wist van te voren hoe hij zijn speer zou gaan steken, want ik had gezien hoe hij het eerder bij Eryniis deed. Direct nadat ik zijn wenkbrauw lichtjes zag samenknijpen, ontweek ik al naar de zijkant en pakte ik de stok van zijn speer beet, waarna ik er een extra stevige ruk aan gaf, waardoor hij van de bergrand aftuimelde. Alleen voordat ik kon loslaten, greep hij mij bij mijn pols beet en zette hij tegen de zijkant van de berg af, waardoor ik met hem meeviel en Arvellon gilde.
      Met een lichte grom keek ik met samengeknepen ogen naar de steeds dichterbij komende afgrond. De gozer onder me keek me nog steeds met een grijns aan, alsof hij wist dat hij de val zou overleven en ik niet. Ik gebruikte al mijn kracht om zijn lichaam onder me te krijgen, zodat ik last-minute bovenop hem crashte voordat ik de grond raakte.
      Zoals voorspeld, was hij ongedeerd, maar gelukkig had hij voor mij een groot deel van de klap opgevangen. Alsnog rolde ik door de enorme klap al hoestend van hem af, om vervolgens snel overeind te krabbelen en mijn zwaard weer te pakken. Nu stond ik middenin de vechtende bende van Vriad en Yur-leden, maar wat ik vervolgens zag, bracht me een opluchting.
      "Ten aanval! Drijf de vijand naar de bergen! Geef de leden van Vriad hun ruimte!"
      Jamil kwam op een paard de gevechtszone binnengereden en sloeg al lachend met een oorlogshamer in het rond, "Kom maar op, goblins, als ik jullie niet kan neersteken, dan mep ik jullie toch gewoon van het slagveld af?!" Met een grijns keek hij toe hoe de leden van Iverum zich over het veld verspreidden en de Yur met brute kracht naar achteren drongen.
      "Jamil!" Ik glimlachte en rende naar hem toe. Hij groette me met een gebaar, maar toen veranderde zijn gezichtsexpressie opeens, "Kijk uit!"
      Ik draaide om en kon nog net de speer van de jongen van toen net zien, maar toen hoorde ik opeens een hard galopperend geluid en zag ik een groot wit paard voor me steigeren. De ruiter zorgde ervoor dat het dier met beide hoeven mijn belager omver trapte, waarna hij mij aankeek. Ik zuchtte opgelucht, "Brithun!"
      "Hé." Hij schonk mij ook een glimlach, "Ik was even dingen goed aan het maken met Jamil. Het is jammer dat Slatir hier nu niet is, want volgens mij maakt de grote baas zo zijn openbaring."
      "Tch." De leider van Yur kwam overeind en gromde lichtjes naar Brithun, maar toen keek hij opeens richting de bergen, net zoals de rest van zijn soort. Nieuwsgierig keken wij allemaal ook naar de bron van hun interesse, waarna we een heel bekend gezicht zagen.
      "Baas!" De Yur van toen net rende al glimlachend half klauterend naar de zwart geklede man, maar Clowers sloeg hem alleen in zijn gezicht en liep verder door naar Jamil, waarna hij fronste, "Jamil Eyer, hoe durf je je tegen mij en mijn plan te keren?! We hadden het afgesproken. Ik zou een nieuwe groep krijgers aan jouw factie schenken en we zouden samen de elven gaan verslaan!"
      "De elven, ja, niet de leden van Vriad!"
      "Elven zijn elven, of ze nou een sticker van Vriad op hun hoofd hebben of niet! Ik kan die domme bergtrollen toch ook geen verschil aanleren, idioot dat je bent. Wees blij dat ik je steun heb geboden, je zou een onoverwinnelijke factie krijgen!"
      "Het enige wat hier onoverwinnelijk is, is het feit dat we hier ons eigen leger zitten te bevechten. Ik heb een lange tijd gedaan wat jij hebt gezegd, maar ik vind het nu eens tijd dat Iverum voor zichzelf moet opkomen en we ook echt kunnen doen waar wij zin in hebben!"
      "'Jij'?! Ik ben je koning, Jamil, toon eens wat respect!"
      "Dat ben jij al lang niet meer, en dat weet je zelf ook. Als we Yulor van de elven heroveren, zou jij ook niet meer gekroond worden! De enige reden dat jij de elven wilt verslaan, is omdat de mensen wisten dat jij Ehtmordon tegen een zakcentje ons rijk liet binnenvallen en jij je status als almachtige koning van Yulor terug wilt hebben! Het was geen wonder dat er geen versterking kwam toen onze vaders met hun organisatie streden. Dat zij verslagen werden, kwam niet door hun eigen kracht, maar gewoon dat hun thuisland hen in de steek liet! Vanwege een corrupte koning die enkel op extra geld aasde en voor wat stukken goud een deel van zijn land verkocht aan de vijand! Je gaf er niks om dat er mensen van jouw volk dood gingen! Dat Brithuns vader en zelfs Cadeyrns ouders voor hun eigen land stierven, terwijl ze niet wisten dat het tevergeefs was! Dat de elven het land toch wel zouden krijgen, of ze nou met hun kleine Rophrax streden of niet! Wij waren allemaal nog kinderen... Cadeyrn was nog jonger dan ons toen ze over de grens kwamen!"
      "Het was voor de economie van ons land! Gewoon een paar hectare van Yulor zou naar de elvenkoning gaan, zodat wij meer geld kregen om onszelf meer te moderniseren!"
      "Je stopte het geld in je eigen zak en deed er niks aan toen de elven verder binnendrongen in ons land. Je liet geen leger komen, Clowers, je vluchtte zelfs als eerste over de bergen, je vluchtte van je daden totdat er iets was waarmee je het kon 'rechtzetten' tegenover je volk, maar dit kan niet. Je bent corrupt, een man zoals jij zou geen kroon mogen dragen. Niet van ons niet, en ook niet van de Yur." Brithun kwam van zijn paard af en keek naar de jongen die door Clowers was neergeslagen, waarna hij glimlachend een hand naar hem uit stak. "Hoi, ik ben Brithun, wat is jouw naam?"
      "Bulgan..." De jongen keek een beetje met gemengde gevoelens naar mijn leider, maar Brithun knikte alleen maar en trok zijn hand weer terug, "Aangenaam kennis te maken, Bulgan. Ik hoop dat wij ook een helpende hand naar jullie zijn nu we samen strijden tegen de elven. Als we weer wat land terugwinnen, dan bouwen we wel een nieuw dorp voor jullie volk. Het is zonde om jullie in armoede te laten leven als we daar makkelijk zat verbetering in kunnen brengen, of niet soms?"
      "Dank... je wel." Bulgan keek vol verwondering naar hem op en keek toen naar Clowers, alsof hij verwachtte dat hij een beter voorstel dan Brithun had, maar Clowers fronste alleen maar naar hem, "Ik bood je toch al wraak?! Is dat niet het enige wat jullie trollen nodig hebben in jullie leventjes?!"
      "Wij zijn geen trollen...", gromde Bulgan zachtjes, waarna hij fronste naar Clowers, "Wij hebben besloten. Na het volledige gesprek gehoord te hebben, zullen wij ons aansluiten aan Brithuns kant. Wraak nemen we nog steeds, op de echte dader!" Hij stak zijn hand omhoog, waardoor zijn soortgenoten luid begonnen te brullen en ze op Clowers afstormden, maar Brithun deed snel een stap naar voren, "Wacht!"
      Direct stopten de Yur, waarna Brithun grijnsde, "We gaan hem niet ter plekke vermoorden, lever hem uit aan de elven! We dwingen hem over de grens! Laat hem het lot beleven dat zijn eigen volk overkwam!"
      "Ja!"
      Bijna direct rende Clowers bang weg, maar hij werd al veel te snel overmeesterd door alle troepen die op hem afkwamen. Er was bijna niks meer van hem te zien toen hij door de hele massa's van de berg werd afgedreven en ik zag Brithun en Jamil glimlachen. Eindelijk hadden zij de oorzaak van hun onenigheden gevonden én opgelost.
      "Dus... die aardmannetjes zijn van mij nu?" Jamil peuterde in zijn oor en keek Brithun nonchalant aan, waardoor mijn leider glimlachte en knikte, "Jep, zorg goed voor ze. Het is een eeuwenoud ras dat afstamt van de originele elven. Net als de licht- en boselven, heb je dus ook deze Yur, oftewel berg- of 'donkere' elven. Men dacht dat ze waren uitgestorven, maar ze leven nog steeds. Hun vechtstijl is net als die van jullie, ruig en gebaseerd op brute kracht in plaats van tactiek. Hun huid is als verschrikkelijk stevig leer en ze kunnen onder de extreemste omstandigheden in leven blijven."
      "Een perfecte aanwinst voor mijn team dus..." Jamil staarde naar de grond en grijnsde, "Mooi, nu kun je ook niet meer zeuren dat mijn team niet divers is. Nu heb ik elven zat!"
      "Zeker, ik ben ook heel trots op je daarvoor." Met dezelfde plagende grijns draaide Brithun naar hem toe, "Maar jullie hebben wel veel schade veroorzaakt. Vanavond bereidt jouw factie het avondeten."
      "Ah, kom op!" Jamil gromde en draaide om, maar we zagen dat hij het niet zo erg vond. De zomer zat eraan te komen en Iverum was vooral gespecialiseerd in zomerfeestjes.

      Die avond hadden we een ouderwets vreetfestijn met veel vlees en een enorme barbecue, allemaal geregeld door Iverum. Ergens vroegen we ons af waar ze dat ding hielden en of ze stiekem wel vaker in hun eentje barbecueden, maar dat was nu voor later.
      De bergelven die zich bij Iverum hadden aangesloten, deelden hun speciale gerechten ook met ons en sloten de avond af met veel zang en muziek, zoals ze dat bij hen vroeger deden. Brithun, Arvellon en eigenlijk de rest van de elven die nog nooit menselijke tradities hadden meegemaakt, vermaakten zich ook de hele tijd en deden enthousiast mee aan de cultuuruitwisseling. Zelfs Slatir schoof aan en hielp met het opzetten en opruimen van al het spul dat we tijdens de avond verbruikten, waardoor er weer nieuwe contacten gelegd werden.
      Ergens voelde het best wel slordig, een heel leger dat met z'n allen een barbecue wilde delen, maar tegelijkertijd gaf het me ook een warm gevoel van binnen. Rophrax werd langzaam één en binnen no time zouden we een waar leger hebben dat alles aan zou kunnen. We zouden ons aansluiten bij de familie van Brithun en Arvellon, en samen zouden we Ehtmordons tirannie overkomen.
      Ik glimlachte en keek naar het zicht voor me. Ja, samen zouden we er wel komen.

Reacties (3)

  • Helvar

    Yaay, het líjkt weer de goede kant op te gaan ^^

    6 jaar geleden
  • ProngsPotter

    leukleukleukleuk!!
    Gauw verder gaan!!!!
    Je schrijft echt supergoed(en leuk maar dat had je al door denk ikxD)

    6 jaar geleden
  • katl1

    VERDER!!!!!

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen