Foto bij 15 - Drops

Ben ik weer:D

Had tentamens en lange dagen, dus LordFantasy had ondertussen iets meer dan normaal geüpload:P

Nou, laat ik eerst eens één ding voor elkaar krijgen(nerd)

      "Je gaat enorm vooruit!" Brithun glimlachte en gaf me een schouderklopje, "Het zal niet lang duren voordat je eindelijk je vaders uitrusting aan kan trekken. Het lijkt allemaal zo snel te gaan... Wie weet hoe lang het duurt voordat ik in mijn vaders voetsporen treed... Spoedig heb ik jou niks nieuws meer te leren, Cadeyrn. Arvellon heeft jou ook al haar technieken verklapt en zelfs de alchemie van deze wereld beheers je al."
      "Wat heb ik dan nog nodig om Ehtmordon te verslaan?"
      "Ervaring." Hij keek van me weg en staarde naar het gebouw van Rophrax, "En een onverslaanbaar leger. Het hele oordeel met de Yur heeft Vriad en Iverum weer bij elkaar gebracht, precies hetgene wat Clowers wilde voorkomen. Dat is ook waarom hij mijn vader en Jamils vader apart liet vechten aan het front. Zonder elkaar waren ze maar halve krijgers, en zo kon Clowers zijn fouten op Rophrax afschrijven."
      "Om vervolgens Rophrax te aanbidden en te prijzen als de beste organisatie die ooit bestaan heeft, waarna hij ze weer manipuleert en ze in hun rug steekt. Achterbaks."
      "Wanhopige tijden vragen om wanhopige maatregelen, maar ik moet toegeven dat hij inderdaad achterbaks was. Voor een koning... om zijn eigen land zo te verraden voor wat goudstukken. De reden dat Yulor een economische crisis tegemoet ging, was ook gewoon omdat hij Ehtmordon ons liet uitbuiten. Ach ja, dat ligt nu achter ons. Wij hebben Rophrax weer in onze handen en wij komen onze beloftes wel na."
      "Ik zal alles doen om van Ehtmordon te winnen." Ik fronste lichtjes toen ik de belofte maakte, waarop Brithun knikte, "Dat weet ik, Cadeyrn, maar voor nu is er even rust. Daarbij is er denk ik iemand die je wilt zien." Hij keek even langs me, waardoor ik omdraaide en bijna recht in de ogen van Arvellon staarde. Ze zwaaide en kwam naar me toe, waardoor Brithun me een schouderklop gaf, "Nou, ik zie je vanavond wel weer. Tot dan."
      "Oh, ja, tot vanavond." Ik nam afscheid van Brithun en draaide weer terug naar Arvellon, waarna ze me iets gaf.
      "Het is een cakeje dat mijn moeder wel eens voor ons bakte. Ik dacht dat je het wel lekker zou vinden om te proeven." Ze leek een beetje verlegen toen ik er naar keek, maar toen ik een hap nam en glimlachte, werd ze zelf ook een heel stuk blijer.
      "Jam?"
      "Aardbeienjam, zoals jij op jouw broodjes nam. Normaal zou ik ze vullen met custard, maar ik dacht dat je dit lekkerder zou vinden."
      "Het is verrukkelijk, dankjewel!" Ik grijnsde en at de rest van het cakeje binnen no time op. Voor een tijdje bleef Arvellon stilletjes naar me staren, maar toen wiebelde ze eventjes op haar hielen en trok ze me plotseling met haar mee naar de rand van de berg, waar we op een rots gingen zitten.
      Ze leek nog steeds ongemakkelijk, maar voordat ik kon vragen wat er mis was, trok ze haar mond al open, "Weet je... sorry nog steeds."
      "Sorry voor wat?" Ik keek werkelijk verward op, ik had geen idee waar ze het over had, "Waar heb je het over?"
      "Oh... nou, gewoon, van Thanthel... Jullie hadden me nog gewaarschuwd hoe gevaarlijk de steen kon zijn, jij kreeg zelfs op je mieter dat je hem aan mij liet zien. En ik vertelde erover tegen Thanthel. Het zit me nog steeds dwars dat ze ermee vandoor is gegaan, echt waar, ik had achter haar aan moeten gaan. Als ik had verteld hoe gevaarlijk hij was, had ze hem misschien wel met rust gelaten."
      "Ach, kom. Dat is allemaal in het verleden nu. Thanthel is niet de krachtigste van jullie bloedlijn en zelfs al zou die steen in de verkeerde handen terechtkomen, wat gaat één krachtige elf tegen een groots leger doen?"
      "Je begrijpt het niet-!"
      "Shh..." Ik legde een tikkeltje speels mijn vinger op haar lippen, "Het is niet jouw schuld. We hebben er allemaal een beetje mee te maken gehad."
      "Maar waarom word je niet boos op me?! Door mij is ze er vandoor gegaan..."
      "Waarom wil je dat ik boos op je word?" Ik glimlachte lichtjes door haar eigenwijze gedrag, "De steen verliezen was misschien geen gouden zet, maar nu hebben we de Yur. Iverum heeft zichzelf bekeerd tot onze idealen, Slatir traint en wordt met de dag sterker. Er zijn genoeg positieve dingen om voor dat ene kleine foutje te compenseren. Aan die steen kunnen we niks meer doen, maar aan de toekomst valt nog steeds genoeg te veranderen. Alleen moet je daarvoor niet zoveel bokkenpruimen!" Ik porde met mijn vinger zachtjes tegen haar voorhoofd, "Je wilde toch een nieuw leven beginnen? Waarom blijf je zo vasthaken aan het verleden?"
      "...heeft Brithun je weer oud-elfse poëzie laten lezen?" Ze fronste lichtjes naar me, waardoor ik moest lachen, "Ja, oké, sorry. Misschien ben ik nu te chique bezig, haha, maar dat neemt niet weg dat het wel degelijk waar is. Op dit moment moet je gewoon vergeten wat er allemaal tot nu toe is gebeurd en je richten op wat er staat te komen. Net zoals de Yur, net zoals Iverum. Door teveel te denken, raak je al snel in een neerwaartse spiraal en begin je te vergeten om ook echt dingen te gaan doen..."
      Ik zuchtte en keek naar het uitzicht vanaf de bergtoppen, "Voordat ik Brithun echt kende, was ik ook zo. Ik bleef alleen maar denken, denken, denken. Denken over alle mogelijke wijzen waarop mijn volk vermoord had kunnen zijn, denken over de verschillende manieren waarop ik wraak kon uitoefenen, maar altijd bleef het bij zo'n beeld. Het idee was daar, de motivatie wellicht ook, maar ik had niks om daar te kunnen komen. Bij Vriad denken we weliswaar ook, maar dat is anders. Je denkt in het kader van nu. Wat gaan we nu doen, wat is het gevolg ervan, wat nou als de vijand daarna dit doet... maar we denken nooit te ver vooruit, we bereiden ons nu zo goed mogelijk voor, en daarna zien we wel wat er komen gaat. Het concept is om je plannen breed te houden, als je je voorbereid op een specifiek doemscenario, kom je in een doodlopende gang als de vijand met nieuwe ideeën komt."
      "Brithun heeft de juiste balans tussen mens en elf gevonden... Een lat tussen instinctief en tactisch gedrag..."
      "Maar dit is dus wat jij ook moet gaan leren, Arvellon." Ik liet mijn blik weer van de bergen naar haar dwalen, "Het is misschien onwaarschijnlijk, maar wat nou als het een goed iets was om de steen kwijt te raken?"
      "Maar dat is het niet..."
      "Dat weet je niet."
      "Het is... Ik... Cadeyrn, ik... wil gewoon terug naar huis." Plotseling klonk er een snikje en Arvellon haalde zachtjes haar neus op, waarna ze met haar mouw in haar oog wreef, "Ik wil terug naar mijn ouders, naar mijn broer... ik mis mijn zusjes... Ik wil helemaal geen oorlog tussen mijn eigen familie. Ik wil niet dat we straks winnen ten koste van het bloed van duizenden elven, ten koste van mijn eigen familie, zodat ik na de overwinning als enige naar een verwoest thuis terugkeer... Wat is de waarde van een overwonnen gevecht als ik daarna nergens meer terecht kan...? Rhosgeth is gevallen, mijn familie is uiteengevallen en verdwaald door heel Estorix, als ze überhaupt nog in leven zijn... De laatste rechtopstaande stad is Eryneth, maar zelfs die is al meerdere malen bedreigd door Ehtmordon. Ik zie gewoon niet hoe er ooit een goede uitkomst voor mij zal zijn."
      "Arvellon..." Ik beet op mijn lip en besloot toch maar mijn armen om haar heen te slaan, waarna ik haar tegen me aandrukte, zodat ze tegen mijn borst kon uithuilen, "Maak je maar geen zorgen. Ik weet zeker dat ze nog in leven zijn, jouw familieleden. We zullen ze vinden en beschermen, hen zal niks overkomen. Ik wed dat ze allemaal sterke elven zijn, waarschijnlijk bereiden ze zich net als ons voor op het grote gevecht dat staat te komen."
      Ik aaide haar lichtjes over haar hoofd en leunde met mijn wang tegen haar kruin, "En anders is er sowieso altijd plek bij Rophrax voor jou. Brithun, heel Vriad, zou jou maar al te graag als vast lid willen hebben. Ik dus ook..." Ik zuchtte lichtjes en beleefde nog eventjes hoe zacht haar haar was, "Eigenlijk zou ik het liefste willen dat je bij ons blijft... Ik zal je wel beschermen, zodat je je nooit voelt alsof je weg hoeft te gaan. Ik vond het wel leuk, de korte tijd die je bij ons hebt doorgebracht. Het mooie en sterke elvenmeisje dat mijn hele visie op elven heeft doen veranderen."
      "Je praat alsof ik jullie verlaat..." Ze wurmde zich een beetje los zodat ze mij kon aankijken, waarna ik een moeilijk gezicht trok, "Jij sprak alsof je weg wilde gaan. Ik wil alles behalve dat... tenzij je zelf echt graag weg wilt, dan hou ik je niet tegen, maar voor nu moet je echt bij ons blijven, hoor. Ik weet niet wat ik zou moeten als je in je eentje weg zou gaan."
      "Cadeyrn..." Ze keek me eventjes in de ogen, maar drukte toen bijna meteen alweer haar hoofd tegen mijn borstkas aan, "Ik blijf wel bij jullie, hoor. Het voelt gewoon niet goed om voor dat alles mijn familie achter te laten."
      "Nee, dat snap ik... Ik hoop alleen wel dat wij ook dan nog deel van jouw leven mogen uitmaken..."
      "Natuurlijk!" Ze kwam weer overeind en keek me weer recht aan, "Natuurlijk mogen jullie dat, of mag jij dat!" Ze plaatste haar handen op mijn schouders en beet zachtjes op haar lip terwijl ze naar de grond staarde, "Cadeyrn, weet je... Dankjewel voor je steun, en zo... Je bent er altijd meteen voor me, toen we aangevallen werden ook, je twijfelde geen moment om mij te redden, dus ergens denk ik dat jij ook..."
      "Ook...?" Ik keek eventjes verward op, maar toen leunde Arvellon voorzichtig naar voren en drukte ze haar lippen tegen de mijne. Eventjes stond ik versteld van de plotselinge handeling, maar toen hield ik haar bijna automatisch steviger vast. Ik glimlachte lichtjes tijdens de kus en ging met een hand door haar haar, waarna ik haar handen van mijn schouders voelde glijden en ze me iets handiger omhelsde.
      Na een tijdje lieten we elkaar los, waarna Arvellon haar laatste traantjes wegveegde en ze me een beetje blozend aankeek, "Dus... wij zijn nu...?"
      "Eh... ik denk het!" Ik grijnsde en gaf haar nog een knuffel, waardoor ze zachtjes lachte en knikte. Ze wilde nog iets zeggen, maar toen hoorden we opeens geroezemoes vanuit het bergpad. Ik stond een tikkeltje achterdochtig op en Arvellon volgde mij, maar toen we dichterbij kwamen, zagen we dat het gelukkig maar een stoet mensen was. Het leken zigeuners vanuit het zuiden van Yulor en van de groep deden een man en een vrouw samen een stap naar voren.
      "Wij komen van het zuidelijke gebied van Yulor om jullie een boodschap te brengen. Boven de kust hebben wij een drakensilhouet zien vliegen. Wij geloven dat dit een teken is." De vrouw keek naar de man, die daarop knikte, "Een teken dat het eindelijk tijd is."

Reacties (3)

  • QueenOfEmerald

    Eindelijk!
    Drakensilhouet? Arrow!

    6 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Tam Tam Taaaaaaaaaaaaaam!!!
    Supergoed geschreven!!
    Love it
    Gauw verder!!!

    6 jaar geleden
  • katl1

    VERDER!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen