Foto bij 17 - Eryneth

En ik leef weer:O

      "Erlan...?!" De elvenwachter keek een tikkeltje verontwaardigd naar Brithun op, waardoor mijn leider meteen spijt van zijn flamboyante actie leek te hebben. De wachter trok Brithuns arm van zijn schouder af en greep die bij de pols beet, waarna hij hem omdraaide zodat Brithun in een houdgreep belandde, waarna Arvellon en ik ook bruut werden vastgepakt en afgevoerd.
      Eventjes fronste ik naar Brithun, die verontschuldigend naar me lachte, "Sorry, dat was de enige naam die ik kon onthouden."
      "Stilte! Koningin Arneth zal beslissen wat er met jullie zal gebeuren." De wachters gaven ons nog een fikse duw, voordat we op onze knieën op de grond belandden en geforceerd werden om te buigen. Naast ons bleven twee wachters staan, een aan elke zijde, ieder met een speer in zijn hand. De hoofdwachter die ons eerst aansprak, deed een stap naar voren naar de waarschijnlijke koningin. Ik probeerde stiekem naar haar te kijken, maar bij de kleinste beweging werd mijn hoofd al naar beneden geduwd met de stok van een speer.
      "We hebben drie indringers gesignaleerd aan de voorste flank. Ze waren ter paard, hun uitrusting duidt op de rebellen uit het mensenrijk."
      "Vertel me, wat zijn hun namen?" Een zachte vrouwenstem klonk door de zaal en precieze, maar elegante en voorzichtige stappen kwamen onze kant op. "Vrouwe Arneth... De jongeman met het bruine haar noemt zichzelf Cadeyrn Elwíck, zoon van Rinhaym. Het elvenmeisje claimt Arvellon Glingareon te zijn en de blonde jongeman zegt Brithun Cwenburg te zijn... zoon van de voormalige koning en koningin, Jayson en Alanis..."
      Een merkwaardig trio..." De vrouw liet een klein zuchtje horen waaruit je kon opmerken dat ze glimlachte, "Laat me hun gezichten zien."
      Op het commando van de koningin, lieten de wachters ons opkijken, waarna ze voor mij ging staan. Eventjes raakte ik verloren door haar schoonheid, ze was dan ook niet voor niks een lichtelf. Een echte elvenkoningin. Sierlijk plaatste ze haar rechterhand onder mijn kin, waarna ze mijn hoofd lieflijk iets verder omhoog draaide. Ze keek me in de ogen en haalde wat haar uit mijn gezicht, waarna ze knikte, "Deze jongeman bezit inderdaad het bloed van Rinhaym, voormalig leider van Yulor en tevens mijn oude klasgenoot. Welkom in Eryneth, Cadeyrn, ik hoop dat je het naar je zin zult hebben. Je vader kon zich uren in onze bibliotheek vermaken, hij verslond het ene na het andere boek." Ze glimlachte naar me en liet haar hand zachtjes van mijn gezicht afglijden.
      Vervolgens liep ze door naar Arvellon, waarna Arneth haar handen op haar wangen legde en Arvellon aandachtig bekeek. Ze gebruikte haar handen om Arvellons haar als een soort haarband naar achteren te trekken, zodat ze goed naar haar gezicht kon kijken. Het duurde niet lang voordat ze weer met een glimlachje knikte, "Arvellon... Jij maakt ook de vreemdste vrienden daarbuiten, of niet?"
      "Tante Arneth!" Ze glimlachte terug, waarna ze knikte, "Ze hebben me wel goed beschermd, hoor!"
      "Mooi, welkom terug in Eryneth..." Arneth aaide haar nog over haar hoofd, waarna ze doorging naar Brithun. Eventjes keek ze bezorgd naar mijn leider die net zo verwonderd als ik naar de koningin opkeek. Heel voorzichtig haalde Arneth ook zijn haar uit zijn gezicht, waarna ze zijn gezicht bekeek. Haar ogen werden iets groter toen ze hem in zijn ogen aankeek, waarna ze zachtjes zijn hoofd een beetje kantelde om naar zijn oren te kijken. Vervolgens draaide ze hem weer terug, waarna ze op haar onderlip beet, "Ik kan het niet geloven... Je begint echt heel erg op Jayson te lijken, je hebt precies zijn ogen... Hoe is het met je vader...?"
      "..." Brithun zweeg eventjes, "...hij is tijdens de invasie omgekomen, tevens als de rest van de originele leiders van Rophrax..."
      "Och gossie..." Arneth legde uit shock haar linkerhand over haar mond, waarna ze die weer terugtrok om Brithun lichtjes te omhelzen, "Brithun, hoewel je je waarschijnlijk weinig van Eryneth herinnert, wil je je toch een welkom terug wensen... Doe alsof je thuis bent." Ze liet hem weer los en gaf een gebaar dat we op mochten staan, waarna ze naar ons wenkte, "Jullie zijn net op tijd voor het diner. Schuif aan, we bespreken later wel wat jullie bedoelingen zijn."
      We volgden haar naar de eetzaal, waaraan een andere elf ook net aan wilde schuiven. Ik vroeg me eventjes af wie ze was, maar toen opeens schoot Arvellon langs me, "Moeder!" Ze vloog haar in de armen en het leek er niet op alsof ze snel los wilde laten. Eventjes keek de vrouw geschrokken op, maar toen omhelsde ze Arvellon terug met een glimlach, "Arvellon! Gelukkig... ik dacht dat ik je nooit meer terug zou zien!"
      "Ik dacht hetzelfde over jou, moeder... Gelukkig had Brithun gelijk toen hij zei dat je veilig zou zijn."
      "Brithun...? Dan..." Ze keek naar mij en vervolgens naar Brithun, waarna haar ogen op hem focusten, "Dus dat is Alanis haar zoon? De laatste keer dat ik hem zag, was hij nog maar een baby... Dat was vlak voordat ik met Eriston was verloofd." Ze zuchtte lichtjes, alsof haar huwelijk iets fijns was binnen alles wat er gebeurde, waarna het leek alsof haar iets te binnen schoot, "Thanthel! Arvellon, waar is Thanthel?! Ik dacht dat zij ook bij jullie was!"
      "Um... " Arvellon beet op haar lip en keek naar de grond, "Thanthel is van ons weggelopen..."
      De vrouw schrok, maar voordat ze iets kon zeggen, kwam Brithun al naar voren, "Het spijt me. Het leek erop alsof ze ons niet kon vertrouwen. We hebben ons best gedaan, maar uiteindelijk heeft Thanthel haar eigen weg gekozen."
      "Is ze veilig?"
      "Ze heeft een soort van magische edelsteen bij zich, dus ik neem aan van wel." Ik kwam ook maar naar voren, waarna Brithun me een elleboogje gaf. Arvellons moeder liet haar los en kwam naar ons toe, "Ze heeft wát bij zich?!"
      "Pephennas, laten we zitten en dineren, hun verhaal zal later aan bod komen. Onze gasten hebben lang gereisd, geef ze ook hun rust." Arneth wenkte naar de dinertafel, maar Pephennas schudde met haar hoofd, "Nee! Niet zolang ik niet weet wat er met mijn dochter is gebeurd! Waar is ze heengegaan?! Wat voor steen heeft ze bij zich?! Waarom zijn jullie uit elkaar gegaan?!"
      "Ik weet het niet! Thanthel gedroeg zich raar en voor ik het wist, ging ze ervandoor! Ze had een blauwe edelsteen uit Cadeyrns kamer gestolen. Het was een magische steen, ik kon er de toekomst mee zien! Ik heb geen idee waar ze heen is gegaan... direct na haar diefstal, werden we aangevallen. Daarna was het te laat om achter haar aan te gaan..."
      "De edelsteen van Elnaril?" Arneth kwam nu ook verrast naar ons toe, "Hoe zijn jullie daaraan gekomen? Hoewel... Natuurlijk...! Alanis zou de steen nooit aan een andere elf afgeven."
      "Mijn moeder gaf hem aan mijn vader, en mijn vader gaf hem door aan Rinhaym," vertelde Brithun, waarop Arneth knikte, "Jullie vaders waren onafscheidelijk van elkaar. Ik verwachtte dat Rinhaym hem zou krijgen wanneer Jayson er niet meer over kon waken."
      "Maar we missen nu het punt!" Pephennas ging bezorgd met een hand door haar haar, waarna ze lichtjes fronste naar ons, "Dus jullie vertellen mij dat mijn een-na-laatste dochter ronddwaald in Estorix met het krachtigste voorwerp van de wereld?! De edelsteen waarvoor Ehtmordon massamoorden zou plegen? Waarvoor hij een heel land zou uitroeien, om hem enkel te kunnen aanraken?!"
      "Moeder..."
      "Nee, Arvellon. Tadiel en Cherchill waren genoeg! Ik wil niet nog een kruis voor een ander lid van mijn nageslacht... Ik dacht dat ik jou, Thanthel en Lhaindir nog zou mogen houden... maar het lot lijkt andere plannen voor mijn gezin te hebben."
      "Wacht... Tadiel en Cherchill...? Wat is er dan met hen gebeurd?!" Arvellon keek geschrokken op, waardoor Arneth even met een lepeltje tegen een wijnglas tikte, "Rustig, rustig. Laten we zitten en dit rustig uitpraten. Het is oorlog en er zullen zeker dingen gebeurd zijn waar niemand trots op is, maar laten we die tragedies hier maar niet naspelen. Zoals ik zal zei, onze gasten hebben een lange reis achter de rug. Daarbij denk ik dat dit geen goede manier is om jezelf aan je neefje voor te stellen, Pephennas."
      "Arneth..." Pephennes zuchtte lichtjes om haarzelf te kalmeren, waarna ze haar hand naar Brithun uitstak, "Ik ben Pephennas Thorthel, maar noem me gerust tante. Welkom in Eryneth, Brithun."
      "Dank u wel, tante Pephie." Brithun gaf haar een tikkeltje plagend de bijnaam terwijl hij haar hand schudde, maar ik zag dat hij er blij van werd om eindelijk weer een familie te hebben. Vervolgens stak ze een hand naar mij uit, waarop ik die schudde en glimlachte, "Ik ben Cadeyrn Elwíck, leuk u te ontmoeten."
      "Insgelijks... het is een tijd geleden sinds ik een mens van dichtbij heb gezien. Welkom in Eryneth, Cadeyrn."
      Terwijl ik me formeel introduceerde tegen Pephennas, keek Arvellon haar aandachtig aan, alsof ze wilde checken hoe haar moeder over me dacht. Eventjes kwam het idee in me op om te melden dat ik iets met Arvellon had, maar gezien de situatie, besloot ik dat nog maar even voor mezelf te houden. Daarbij had ik nog best honger, dus dat diner had wel voorrang.

      Na een halve kippenkooi aan gebraden kip op te hebben, was iedereen wel gekalmeerd en konden we rustig verder praten. Arneth nam het eerste woord, "Dus. Wat dreef jullie om helemaal naar Eryneth te komen? Was jullie organisatie niet meer veilig?"
      "Jawel, maar... we hoorden geruchten over een draak boven Nythena Dorei." Brithun kwam meteen met de deur in huis vallen, waardoor de twee zussen alert opkeken, "Een draak, zeg je?"
      "Inderdaad. Ik zou graag toegang tot het eiland willen. Nou ja, eigenlijk zou ik graag willen dat jullie Cadeyrn toegang kunnen geven."
      "De mens?" Pephennas keek Brithun verward aan, "Je wilt een mens op Nythena Dorei laten komen?"
      "Hij is niet de eerste. Mijn vader en zijn vader zijn er ook al heen geweest om te studeren. Ik ben er zelf vroeger ook geweest, jullie hoeven het niet geheim voor me te houden."
      "Brithun, je weet dat wij niet zomaar toegang tot het eiland geven. Nythena Dorei is al jaren niet meer wat het geweest is, wie weet wat zich daar nu afspeelt?" Arneth probeerde tegen Brithuns wil in te gaan, maar toen keek Pephennas haar geschrokken aan, "Mijn zoon zit daar, terwijl het daar net zo goed een rimboe kon zijn?! Arneth, wat dacht je wel niet?!"
      "Pephennas-"
      "Lhaindir zit op dat eiland?!" Opeens piepte Arvellon boven iedereen uit, waarna ze naar Arneth keek, "Alsjeblieft, tante Arneth, laat mij ook naar het eiland gaan. Als Lhaindir de enige is die nog veilig te verklaren valt, wil ik hem graag zien zolang dat nog kan!"
      "Arvellon..." Arneth zuchtte en keek naar Brithun, "Wat was je plan? Je wilt naar Nythena Dorei, maar welk doel heb je in zicht?"
      "We hebben Evroin en zijn leger nodig. We willen graag een alliantie sluiten, zodat we samen tegen Ehtmordon kunnen strijden. Zijn leger en het mijne."
      "Ik kan je alsnog niet garanderen wat je zult vinden, maar goed. Als Pephennas haar toestemming geeft, geef ik jullie toegang."
      Eventjes keek iedereen haar hoopvol aan, waarna Pephennas een tikkeltje pijnlijk knikte, "Oké, maar Cadeyrn, jij let op mijn dochter. Als er iets gebeurt met haar, stel ik jou aansprakelijk!"
      Arneth glimlachte en stelde haar zusje gerust, "Morgenochtend zijn jullie boten geregeld. Het is een lange vaart, maar het eiland is het wel waard. Ik hoop dat jullie de drakenridder kunnen overtuigen van jullie plannen."
      "Dank u wel." We bedankten haar voor haar toestemming, waarna we naar de slaapkamers gejaagd werden om goed uit te rusten voor de rit van morgen. Die nacht kwam Arvellon nog stiekem bij mij in bed slapen, omdat ze van de spanning geen oog dicht kon doen.

      Ikzelf voelde de slaperige droogheid ook in mijn ogen opkomen toen ik de volgende morgen in de boot stapte. De lucht was hemelsblauw en het water was zo helder als kristal. Vandaag begon onze reis naar Nythena Dorei, waar we mijn 'held', de drakenrijder Evroin, zouden ontmoeten en hem zouden overtuigen om aan ons leger deel te nemen.
      En ik kon niet wachten.

Reacties (3)

  • QueenOfEmerald

    "Och gossie..."
    Echt een typische uitspraak voor een koningin.xD

    5 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Haha leukk
    beetje kortee dan normaal maar k heb shit wifi
    snek verder!!!!

    6 jaar geleden
  • katl1

    Snel verder please!!!!!

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen