Jayne had de luiken geopend en was in het raamkozijn gaan zitten. Vanaf deze hoogte had ze een prachtig uitzicht over de omgeving en het was fijn om de frisse wind in haar gezicht te voelen. Hoewel Angmar doorgaans degene was met een ochtendhumeur, was de glimlach op Jaynes gezicht veel groter dan normaal.
      Ze had ontzettend veel zin in de nieuwe dag, hoewel ze ook wel de nodige spanning in haar lijf voelde. Toch bleef ze zich voorhouden dat ze op weg was om een vuurdraak te verslaan. Een ritje met een aantrekkelijke elf zou niets dan een pleziertochtje worden en er was geen reden om nerveuze gevoelens toe te staan.
      Jaynes goede humeur was iets waar heel Eriador van kon genieten. De lucht was strakblauw, er scheen een felle zon en de koele bries zorgde ervoor dat het niet benauwd werd. Het was iets dat anderen niet opgemerkt bleef, zo bleek toen er op de deur werd geklopt en haar broer na haar toezegging de kamer binnen kwam.
      ‘Je bent te vrolijk voor dit vroege uur,’ klaagde hij. ‘Die felle zon van je scheen recht in mijn gezicht.’
      Jayne grijnsde. ‘En jouw magie laat het ’s ochtends afweten?’
      ‘Ik spaar mijn krachten,’ reageerde Angmar schouderophalend. ‘Dat zou jij ook moeten doen.’
      ‘Ik doe niets. Het gaat vanzelf.’
      ‘Dat wil niet zeggen dat het je energie niet wegvreet.’
      Jayne draaide haar hoofd weg. Ze had geen zin in een preek over het beheersen van haar emoties. Ze wilde haar gevoelens niet constant blijven remmen. Ze had ook het recht om vrolijk te zijn. Wat had ze anders voor leven? Ze had een geschenk van de goden ontvangen, geen vloek.
      ‘Sorry.’ Angmar legde zijn handen op haar schouders en kneep er zacht in. ‘Vroeg opstaan kan geen kwaad.’ Hij klom langs haar heen en ging naast haar zitten. 'Vergeef me mijn nieuwsgierigheid, zusje, maar speelt er wat tussen prins Elrond en jou? Is hij de oorzaak van dit prachtige weer?’
      ‘Misschien wel.’ Haar lippen krulden weer om tot een glimlach. ‘Hij laat me straks Eriador zien.’
      Angmar leunde tegen de muur aan en bestudeerde haar gezicht. Hij wist dat Jaynes hart voor maar weinig mannen sneller klopte. Misschien was het zelfs de eerste.
      ‘Hij is een halfelf, wist je dat?’
      Jayne keek hem verbaasd aan. ‘Nee?’
      ‘Elros vertelde het me gisteren. Zij zijn ook een tweeling, net als wij. Hun grootvader was een mens.’
      ‘Oh.’ Ze draaide aan de ring om haar vinger. ‘In welk opzicht zijn ze dan een mens?’ Ze hadden duidelijk het postuur, het glanzende haar en de puntige oren van een elf.
      ‘Ik weet het niet precies. Elros wil graag met ons meereizen. Hij vertelde dat hij het mensenras beter wil leren kennen, omdat hij een keuze moet maken tot welk ras hij wil behoren.’
      Jayne staarde naar de horizon. ‘Ik zou niet weten waarom iemand een mens zou willen worden als hij ook de onvergankelijkheid van een elf kan krijgen.’
      ‘Wij schijnen meer van het leven te genieten. Meer uitdagingen aan te gaan, meer kansen te grijpen omdat we zo kort de tijd hebben om te laten zien wie we zijn.’
Jayne vroeg zich af of dat waar was. Omdat zij een van de Dunedaín waren, was hun levenspanne veel langer dan die van de andere mensen. Toch stelden velen zich tevreden met hun eigen haard en hadden zij geenszins de behoefte om de pracht van Midden Aarde te ontdekken.
      Er viel even een stilte, die Angmar uiteindelijk met een grijns verbrak.
      ‘Nou, als je straks pijnlijke stiltes te boven moet komen, heb je in ieder geval wat diepgaande gespreksstof.’
      Ze grinnikte zachtjes. Misschien had ze het inderdaad wel nodig. Elrond was tot dusver niet heel erg spraakzaam gebleken en Jayne hoopte wel dat dat door de verlegenheid kwam, want hoewel ze van praten hield, werden monologen al gauw saai.
      ‘Ik ga hem maar eens opzoeken.’
      Angmar legde zijn hand even op de hare en kneep er even in. ‘Veel plezier. We leven maar één keer, hè. Je weet wat ons motto is. Je kunt later beter spijt hebben van de dingen die je hebt gedaan, dan van de dingen die je niet hebt gedaan.’
      Jayne trok verwonderd haar wenkbrauwen op, zich afvragend wat hij daar in vredesnaam mee bedoelde, maar haar broer grijnsde nog steeds breed.
      ‘Je staat niet gauw in vuur en vlam door een man, dus ik denk dat je het er maar eens goed van moet nemen. En ergens … ergens heb ik het gevoel dat er enige haast bij geboden is …’
      Haar gezichtsuitdrukking was er nog steeds een van verbazing en ze keek haar broer geringschattend aan. Het leek alsof hij meer wist dan hij wilde toegeven, maar was in ieder geval niet bereid om haar meer te vertellen en Jayne nam aan dat hij daar een goede reden voor had.
      ‘We zullen zien.’

Reacties (4)

  • Trager

    Woeeeeeh!

    5 jaar geleden
  • Laleah

    Oh ik had nog geen reactie geplaatst zie ik nu XD Superleuk weer! Mooi geschreven! Vind wel mooi hoe hecht die twee zijn haha

    5 jaar geleden
  • Vasya

    Je schrijft veel te weinig aan dit verhaal. Het is awesome ^-^

    5 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Oehh nicee
    <3
    Gauw verder!!

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen