Foto bij 19 - Tales of Yore

Weet je wat stom is? Dan denk je het rustiger te hebben, omdat je minder colleges krijgt..... blijk je opeens veel practicumshit te moeten doen :o

En dan zie je iedereen om je heen allemaal vakantie krijgen, terwijl je weet dat de jouwe pas halverwege juli startxD

      Het was alweer een tijd geleden sinds ik de tempel had verlaten zodat Arvellon met haar broer kon bijkletsen. Ondertussen had ik me redelijk tussen de elven gemengd en keken de bewoners van Dorei me steeds minder raar aan.
      Jammer genoeg hadden ze de meeste kleding en uitrustingen niet in mijn maat, en waren de wapens veel te duur vanwege het kleine beetje zakgeld dat ik had meegenomen. Mijn enige taak hier was om Evroin te overtuigen om ons te joinen. Daar aan denkend... ondertussen moesten die twee al klaar zijn met kletsen, Arvellon en haar broer.
      Direct maakte ik gestalte om terug naar de tempel te lopen. Ik wandelde langs de grote, oude gebouwen van de stad en probeerde om niet naar al de drakenreferenties te staren. Deze elven waren echt verzot op draken. Gelukkig kwam ik snel genoeg bij de tempel aan, waar ik de twee blonde elven al snel naar beneden zag komen.
      "Cadeyrn!" Arvellon vloog me bijna in de armen toen ik richting de trappen liep, waarna ze me meesleepte naar de blonde jongen. Voordat ik het wist, had ze onze handen al in een ongemakkelijke handdruk gewrongen, waarna ze glimlachte, "Cadeyrn, dit is mijn broer, Lhaindir. Lhaindir, dit is mijn vriend, Cadeyrn."
      "Vriend...?" De jongen keek me eventjes raar aan, maar dat ongemakkelijke oogcontact in combinatie met onze vastgeklemde handen bracht niet de ideale situatie met zich mee. Ik gaf een onzeker lachje en knikte, "Maak je maar geen zorgen, we hebben nog niks ernstigs gedaan, hoor."
      Mijn opmerking brak ook niet echt het ijs tussen ons, maar gelukkig stond Arvellon toe dat we onze handen mochten losmaken. Ongemakkelijk schraapten Lhaindir en ik onze kelen, waarna ik maar besloot met de deur in huis te komen vallen, "Lhaindir, ik wil je graag om een verzoek vragen."
      "Een verzoek?" Eventjes leek hij me schichtig aan te kijken, maar toen werd hij daadwerkelijk nieuwsgierig, "Wat zou een mens mij te verzoeken hebben?"
      "Het heeft te maken met de strijd tegen Ehtmordon." Die enkele zin deed wonderen. Direct keek de elvenjongen me geïnteresseerd aan, waarna hij me aanmoedigde om door te gaan. Ik knikte en ging verder, "Al honderden jaren gaan er in de mensenprovincies legendes rond. Verhalen over Evroin, de drakenrijder, die tijdens het noodlot wederkeert om de vrede tussen mens en elf te herstellen. Er wordt gezegd dat hijzelf, als drakenrijder, niet tot een van deze twee rassen behoort. Vorige week zagen wij een draak boven de oceaan vliegen en direct wisten wij dat er iets aan de hand was. Een draak, wezens die decennia zijn uitgestorven op Estorix, vloog boven de zeeën rondom Nythena Dorei."
      "Een draak was vanaf de kusten van Yulor te zien? Arrow?" Zodra de blonde elf die naam uitsprak, hoorden we een luid gefladder en kwam met een grote windvlaag de draak van vanochtend weer tevoorschijn. Hij landde met een flinke plof naast ons, waardoor Arvellon schrok en de draak ons met een luide snuif begroette. Lhaindir dacht er niet twee keer over na om hem te aaien en voordat ik weg kon kijken uit angst dat hij opeens gebeten zou worden, zag ik dat de draak zelfs van de aandacht genoot. Nieuwsgierig stak ik ook mijn hand uit, maar ik ontving alleen een laag gegrom en die lage straf was waarschijnlijk omdat Lhaindir hem nog kalmeerde. Ik lachte een klein beetje angstig, waardoor Lhaindir glimlachte, "Was het deze draak?"
      "Dus je bent echt Evroin..." Ik keek vol verwondering naar de jongen en zijn beest, waarna ik mezelf wakker schudde en knikte, "Dus om even terug on-topic te komen: ik zou jullie graag verzoeken om samen met mijn leger Ehtmordon te verslaan!"
      "Je hebt een leger?" Nu keek Lhaindir verwonderd naar mij, waarna hij naar Arvellon keek ter bevestiging. Toen zij knikte, draaide hij weer naar mij, waarna hij knikte, "Maar natuurlijk! Hier op Nythena Dorei bezit ik ook een bescheiden leger van een duizendtal man, hoe meer soldaten we hebben, hoe beter!"
      "Mooi, dan hebben we dat afgesproken!" Met een grijns gaven we elkaar nog een stevige handdruk, deze iets beter gepland dan de vorige, waarna Lhaindir opeens verward opkeek, "Maar Evroin, hè? Daar heb ik nog nooit over gehoord, over die legende."
      "Dat is dezelfde legende waarover wij vertelden. De verlosser met zijn draak die ons zal leiden naar de overwinning," vertelde de meisjeself van eerst, Sarya was haar naam? Ze kwam samen met haar broer uit de tempel naar beneden, "De legende was eerst wijdverspreid over zowel de mensen als de elven, gezien Evroin tussen beide volkeren in bestaat. Ehtmordon ziet elven als het ultieme ras, wellicht is de legende daarom uitgestorven onder de hoge elven."
      "Maar als Lhaindir Evroin is... Is hij dan zowel elf als mens?", vroeg ik, kijkende naar de twee eilandelven. Aan de ouders te zien, was zowel Arvellon als Lhaindir een pure elf. Als de legende van Evroin zo wijdverspreid was en iedereen wist dat Evroin geen van beide en toch allebei was, waarom was het dan Lhaindir die met de draak tot onze verlossing kwam?
      "Eerlijk gezegd...", begon de jongen waarvan ik meende dat hij Erlhathan heette, "Geloofden wij dat Evroin in de vorm van twee personen zou komen. Twee wederhelften die elkaar zouden aanvullen, om zo samen de legendarische held te vormen. Een mens en een elf, vechtend, hand-in-hand, om de oorlog tussen beide volkeren te verslaan. Dat was het magische aan Evroin, dat hij een team van de twee vechtende kanten was."
      "Maar er is helemaal geen mens gekomen..." Het laatste deel van de zin slikte ik een beetje in, waardoor de elven om me heen me verrast aankeken. Sarya en Erlhathan hadden zelfs een soort van glinstering in hun ogen, waarna ik en Lhaindir elkaar verward aankeken.
      "Dus wacht...? Cadeyrn is mijn wederhelft op deze missie?"
      "Hoe werkt dat...?" Ik keek hem alsnog verward aan, maar toen voelde ik een steek in de rechterhand waarmee ik toen net nog zijn hand schudde. Pijnlijk greep ik ernaar en bracht ik hem omhoog om ernaar te kijken, waardoor ik zag dat ik een litteken had gekregen. Iedereen om me heen keek me nu nog erger verrast aan, vooral toen Lhaindir zijn hand omhoog bracht en we de littekens vergeleken.
      "Echt niet..." Verwonderd spoorde hij me aan om Arrow met die hand aan te raken, wat ik ook deed. Uit angst dat het grote beest me iets aan zou doen, bracht ik voorzichtig mijn hand naar zijn kop. In tegenstelling tot mijn panikerende gedachten, bukte de draak een beetje zodat ik hem over zijn kop kon aaien. Eventjes aarzelde ik nog voordat mijn hand daadwerkelijk contact maakte met het grote wezen, maar toen ik over zijn schubben wreef, schoten me opeens gedachten te binnen.
      Ik herinnerde hoe ik Lhaindir eerder tegen was gekomen in het gebied rondom Bal Kolduhr. Hoe ik hem achterna had gezeten met Jamil en zijn krijgers, en hoe ik getwijfeld had bij het commando om hem uit te schakelen, waarna we net op tijd gestopt waren door Brithun. Een mens, een elf, gestopt door een halfelf op het moment waar ze elkaar voor het eerst in de ogen keken. Man man man, deze herinnering zat wel vol motieven.
      Nadat ik de draak geaaid had, keek ik terug naar mijn schijnbare partner-in-crime, die me enkel nóg erger verbijsterd aankeek dan eerst, "Je kan ook Arrow aanraken? Nadat je mijn litteken hebt overgekregen?"
      "Dit is te absurd voor woorden..." Ik keek verwonderd naar mijn hand, maar de draak leek me geruststellend aan te kijken. Sarya en Erlhathan keken me eveneens met een zachte blik aan, waarna de eerstgenoemde sprak, "Nu is het zeker dat de verlosser is teruggekeerd. Heer Lhaindir, heer Cadeyrn, het is belangrijk dat jullie twee een hechte bond vormen. Hoe beter jullie relatie is, hoe sterker jullie zullen worden."
      Eventjes viel er een stilte, waarna Lhaindir en ik elkaar aankeken. Als we deze oorlog wilden winnen, moesten we in een korte tijd hele goede vrienden worden. Daarom besloten we ons er maar bij neer te leggen en ons lot te accepteren, want ergens was ik wel erg enthousiast dat ik een deel van Evroin mocht zijn.

Jamils POV
      "Hoe staat het ervoor met de paarden?"
      "Alles is goed, meneer! De veulens zijn volgroeid, waarschijnlijk hebben we genoeg paarden om meer dan de helft van het leger te ondersteunen!"
      "Perfect, verzamel de mogelijke ruiters en laat hen een paard uitkiezen. Hoe beter hun relaties ermee zijn, hoe makkelijker we ons voort kunnen bewegen!"
      "Begrepen!"
      Een van mijn soldaten knikte en rende naar de rest van Iverum. Ik zuchtte lichtjes en keek naar de ondergaande zon, vandaag hadden we weer wat bereikt. Het was wel lastig, het bijhouden van alle drie de facties, maar Brithun verdiende het om bij zijn familie te zijn.
      Ik vervolgde mijn weg naar onze kamers, waar ik eerst Brithuns kamer bezocht. Eryna was daar nog bezig met het organiseren van zijn papierwerk, maar ze stopte toen ze mij binnen zag komen. Nog steeds was ze een beetje schichtig van me, maar ik snapte dat mijn duizenden moorden ook niet makkelijk goed te praten waren.
      "Lukt het?" Ik probeerde het zachtjes te zeggen, maar alsnog schrok ze een beetje van mijn stem. Uiteindelijk knikte ze en stopte ze het papier weg, waarna ze zich uit de kamer haastte. Ik haalde mijn schouders op en stal nog een snoepje uit Brithuns geheime snoeppot, waarna ik de papieren erbij pakte en ze doorlas. Gelukkig zat er niet veel interessants tussen, dus verliet ik met nog een snoepje zijn kamer, waarna ik naar Calebs kamer liep.
      Ik klopte een paar keer op de deur, maar nadat hij niet reageerde, gaf ik mezelf toestemming om toch binnen te komen. Ik zag hem voor het raam zitten met een deken om zich heen, waardoor ik een klein beetje moest fronzen, "Zeg, Caleb, denk je niet dat het eens tijd wordt om zelf naar buiten te komen? Je hebt nu wel dat joch aangewezen, maar hij is niet de leider van jouw factie. Als we straks aan de frontlinie moeten staan, zul jij toch echt voor jouw eigen factie moeten strijden. Ik zeg dit niet om je af te kraken, maar als je niet snel wat aan je training doet, gaat het straks mis als we daadwerkelijk in de oorlog staan."
      "Dat weet ik... Ik ben ook wel bezig, hoor, daarbij ben ik ook eerder een strateeg dan een strijder, dus ik zal niet echt meevechten, denk ik..."
      "Je vader was ook strateeg, maar hij vocht direct naast de mijne. Het Rophrax van nu is iets wat wij drieën samen hebben opgevoed, we verwachten dat je haar samen met ons het gevecht inleidt. Jouw leden willen ook graag dat hun ware leider hun naar de overwinning leidt, daar ben je überhaupt leider voor. Je had dit moeten inzien toen je die knul als generaal aanwees, dat je hem beter je hele positie had kunnen geven, want dit gaat hem niet worden. Je bent trots op je positie en wilt Rophrax behouden, maar tegelijkertijd ben je te sneu om op zo'n paard te klimmen en eventjes naar je leden te zwaaien."
      "Ja, ik snap het wel, ga maar weg." Hij keek boos van me weg en gaf me een handgebaar dat ik op moet zouten. Ik klikte met mijn tong en gehoorzaamde, maar voordat ik de deur sloot, moest ik toch nog even iets kwijt, "Brithun en ik zeggen dit alleen maar voor jouw eigen bestwil."
      "Jullie weten amper wat ik wil!", schreeuwde hij boos, waardoor ik toch maar besloot weg te gaan. Dit was hopeloos, Brithun kon ieder moment zijn uil wegsturen, waarna we naar de oorlogsgronden moesten trekken. Als Caleb dan nog niet de controle over zijn leven had, stond ons weinig goeds te wachten... Bij nader inzien besloot ik toch maar Aelwin te vragen om de positie van leider over te nemen als het tijd was om te vechten. Ik had liever dat Caleb gespaard werd, mocht het zover komen.
      Eenmaal in mijn eigen kamer aangekomen, staarde ik uit het raam naar de oranje lucht. De oorlog was onontkoombaar, maar toch hoopte ik dat hij een lange tijd nog niet zou komen. Hoewel ik nog steeds lol vond in het slachtten van de vijand, was ik de laatste weken toch gehecht geraakt aan ons leger en vooral we nu stabiel waren, verloor ik steeds meer de drang om de vijand zo snel mogelijk te verslaan. Het liefste leefde ik in de waan dat er niks aan de hand was, maar de logjes zeiden er andere dingen over. Steeds meer vijandige elven werden buiten hun grenzen gespot en het was duidelijk dat de legers van Ehtmordon oproer aan het veroorzaken waren.
      Het enige wat ik nu nog kon hopen, was dat het een snelle overwinning voor ons zou worden. Het Rophrax van nu was een geweldig clubje strijders en ik wilde hen absoluut niet verliezen.

Reacties (2)

  • katl1

    VERDER!!!!!!!!!!!!!!!!!

    6 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Ow wauww!
    Coool
    Gauw verder!!(H)
    Kudoooootjeeee

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen