Foto bij Hoofdstuk 5

Heey
Sorry voor het lange wachten, maar ik kon het niet eerder online zetten.
Ik moest alles af hebben zodat ik dat kon insturen, en daarna kon ik het pas hier neerzetten.
Het liefst wil ik nog wachten tot de beoordeling, maar aangezien ze in een verhuizing zit, is het een beetje chaotisch.
Ik heb het ingestuurd, en vind dat ik jullie lieve lezers niet langer mag laten wachten.
Als soort van goedmakertje, een extra lang stukje:)
Ik heb weer een hele voorraad,
Enjoyy

Binnen is het aangenaam koel. Het lawaai van de mensen massa hoor je bijna niet meer. Het koude ijzer glimt in het licht dat door de open deur naar binnen valt. Als ik mijn hand uitstrek om de deur te openen, schuift die weg. De eerste coupé is enorm. In de hoek is een soort bar met eten waar ik zelfs nog nooit van gehoord heb. Daarnaast is een kleine tafel met glazen flessen erop. Die flessen zijn gevuld met een gekleurde vloeistof, alcohol denk ik. Links van me staan vier gemakkelijke stoelen met rode bekleding en glimmende houten randen. Iets daarachter staat een grote gladde tafel met een bos witte bloemen. Boven de tafel hangt zelfs een kroonluchter.
Als we allemaal binnen zijn, gaat de automatische deur dicht en begint de trein te rijden. Ik sta versteld van de snelheid. Ik loop naar het raam en zie hoe de wereld steeds sneller voorbij schiet.
‘Geweldig hè? Vierhonderd kilometer per uur en je voelt haast niets.’ Celese kijkt ons verwachtingsvol aan. Ik mompel een half ja en kijk weer uit het raam. Hoewel de districten verspreid liggen over een groot gebied, zal onze reis naar het Capitool nog geen dag duren. Voorzichtig ga ik op een van de vier stoelen zitten. Marten komt naast me zitten en Celese tegenover me.
‘Nou wat vinden jullie? Ook al zijn jullie hier niet zo lang, je kunt van dit alles genieten.’ Ze lacht opgewekt. Dan gaat de deur aan de andere kant van de coupé open. Een schriel mannetje van midden vijftig komt naar binnen gelopen. District 11 heeft nog maar één levende winnaar, Jacob Enterny. Hij had gewonnen door zich ergens in een diepe grot zich te verstoppen en te wachten tot alle anderen dood waren. Toen er nog maar eentje over was, Caspar uit district 1, won hij door puur geluk. Caspar had hem de hele arena achterna gezeten, en struikelde over een boomwortel. Terwijl hij zijn evenwicht probeerde te hervinden stapte hij op een losse steen en viel hij het ravijn in. Jacob had daarna gezegd dat hij Caspar expres daarheen had gelokt, in de hoop dat hij zou struikelen zodat hij hem kon doden. Het was een opschepperig en arrogant mannetje.
‘Zo,’ begint hij als hij ons ziet. ‘Daar zijn we weer. Gefeliciteerd met deze geweldige buitenkans.’ Een grote lach siert zijn pafferige gezicht. Ongemakkelijk schuif ik heen en weer.
‘O, wacht maar af totdat we er zijn. Jullie zullen het geweldig vinden.’ Terwijl hij dit zegt loopt hij naar de bar en pakt een klein groen hapje. Dan loopt hij weer naar ons en gaat tegenover Marten zitten. Zijn ogen glijden over mijn lichaam en ik zie hoe hij me probeert in te schatten. Hij knikt goedkeurend.
‘Lucy, Marten. Dit is Jacob, jullie mentor.’ Celese gebaart naar hem. Alsof wij dat niet wisten. Er valt een ongemakkelijke stilte. Uiteindelijk sta ik op en loop weg.
Na een uitgebreide verkenningstocht door de trein, loop ik weer naar de eerste wagon, die de restauratiewagon schijnt te heten. Celese en Marten zijn er al, of misschien nog steeds, maar Jacob is weg. Er staat een uitgebreide maaltijd klaar, en na een korte aarzeling ga ik zitten. Ik pak een broodje en begin te eten. Ik heb even overwogen om niet te komen, maar waar moest ik anders heen. En trouwens het heet niet voor niets ‘’De Hongerspelen.’’ Ik kan maar beter weldoorvoed beginnen. Zover dat mogelijk is in een paar dagen dan.
Het is stil aan tafel. Marten en ik eten, en voor de verandering is zelfs Celese stil. Dan komt Jacob binnen. Celese veert op.
‘Eindelijk daar ben je. Ik stond net op het punt je te halen.’ Jacob knikt even en gaat zitten.
‘Zeg,’ Marten legt zijn broodje neer. ‘Heb je nog advies voor ons. Voor in de arena?’ Jacob kijkt gretig op.
‘Oké als eerste, maak in de eerste nacht geen vuur. Liever helemaal niet trouwens. En-‘ dan onderbreek ik hem.
‘Daar is het.’ Marten kijkt met een ruk op. Ik schuif mijn stoel achteruit en loop naar het raam. Het Capitool is enorm. Een grote stad met hoge gebouwen glijdt voorbij. Het zonlicht weerkaatst op duizenden ramen. De hoge bergen erachter hebben besneeuwde toppen. Marten kijkt de andere kant op, naar het westelijke deel van het Capitool. We zijn allebei sprakeloos van alle rijkdom van de mensen hier. Dan rijden we de tunnel in die het Capitool en de oostelijke districten van elkaar scheidt. Het is bijna onmogelijk om niet door de tunnels bij het Capitool te komen.
Hoewel de lampen in onze trein nog branden, is het donker binnen. Ik kijk even naar Marten die half zit, half staat. De tunnel lijkt eindeloos te duren, vooral als je je bedenkt dat we ons met een ongelofelijke snelheid voortbewegen. Dan mindert de trein vaart en het plotselinge licht is zo fel dat ik een verrast stapje achteruit doe. Zodra ik aan het licht gewend ben kijk ik mijn ogen uit. Een enorme massa mensen met vreemde haarkapsels en kleren in de gekste kleuren staat ons op te wachten. Het gejuich en geroep dringt zelfs hier nog naar binnen. Als ze me zien worden ze extatisch. Ze gillen en juichen en wijzen met hun geverfde nagels naar me. Ondanks de walging die ik voel, plak ik een lach om mijn gezicht en zwaai uitbundig naar de menigte. Die mensen daar kunnen straks het verschil tussen leven en dood betekenen.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen