Elrond had het bij voorbaat nooit verwacht, maar hij was blij toen hij Jayne tegenkwam op het binnenplein.. Het wachten was zo zenuwslopend dat hij er het liefst zo snel mogelijk een einde aan maakte, zodat hij niet langer geplaagd werd door zijn gedachten die overal een drama van wilden maken.
      'Hé!' Ze schonk hem een glimlach die mooier was dan de mooiste zonsondergang die hij ooit had gezien. Zijn hart maakte een sprongetje en beschamend genoeg brak het zweet hem uit.
      'Hé.' Zijn stem beefde, waardoor hij verder niets meer durfde te zeggen. Hij wist het zeker. Hij ging het vandaag vreselijk verpesten. Waarom voelde hij zich zo onzeker? Hij had gedacht dat hij wist hoe het voelde om verliefd te zijn, maar deze benauwende gevoelens had Celebrían nooit bij hem losgemaakt.
      Hoewel hij wist dat het onbeleefd was, kon hij zich er niet toe zetten om haar aan te kijken. Hij bestudeerde de tegels waar ze op stond en wenste dat hij weg kon rennen. Het was belachelijk, maar hij kon er niets aan doen.
      'Kom, we gaan!'
      Haar enthousiaste stem klonk van heel dichtbij en paniek nam bezit van hem toen ze zijn hand vastgreep en hem meetrok richting de stallen.
      Met een rood hoofd liet Elrond zich meetrekken. Hij haalde opgelucht adem toen hij zag dat Jaynes eigen paard stond te wachten, maar de vrouw had blijkbaar andere plannen.
      'Maedow heeft haar rust nodig,' merkte ze op zodra ze zag dat hij naar haar paard keek. Haar ogen glommen ondeugend. 'En ik ook.' Ze draaide een rondje om haar as en keek hem knipperend aan. 'Je kunt vast wel een paard kiezen dat ons beiden kan dragen?'
      Haar geflirt was behoorlijk overbodig, gezien Elrond niets kon bedenken dat hij niet voor haar zou doen. De knoop in zijn maag werd groter, terwijl hij rondkeek, op zoek naar een geschikt paard. Hij twijfelde niet zozeer aan de kracht van de dieren, maar eerder aan zijn eigen fysieke toestand. Zijn benen voelden nu al als pap aan, laat staan wat er zou gebeuren als ze dicht tegen hem aan zou zitten.
      'Weet je zeker dat je dat wilt?' murmelde hij. 'Ik ben niet de allerbeste ruiter.'
      'Niet zo bescheiden, prins Elrond.' Ze grinnikte zachtjes en stapte door de stallen heen, totdat ze bij een zwarte hengst bleef stilstaan. 'Is dit niets?'
      Elrond kon maar moeilijk aan haar wennen. Celebrían zou blozend hopen totdat hij haar meevroeg voor een ritje te paard, maar de schildmaagd uit Emyn Uial nodigde zichzelf gewoon uit nadat ze elkaar net ontmoet hadden.
      'Ja, dat kan wel,' zei Elrond afwezig. Hij wist dat hij vandaag nog meer blunders zou begaan en zocht verwoed naar een smoes om eronderuit te kunnen komen, maar tegelijkertijd wist hij dat Jayne daar zo doorheen zou prikken.
      Hij maakte Thulfan rijvaardig, terwijl hij Jaynes geamuseerde blik in zijn rug voelde branden. Was deze dag maar alvast voorbij ...

Enkele ogenblikken later zaten ze allebei op het paard. Zoals hij al had gevreesd, sloeg Jayne haar armen om zijn middel. Hij kon haar warme adem in zijn nek voelen, wat direct kippenvel op zijn armen veroorzaakte. Zijn maag kromp samen en iets onbestendigs woedde in zijn binnenste. Hij wilde zich omdraaien om haar ook vast te houden en haar lippen tegen die van haar drukken.
      Hij schrok van dat plotselinge, hevige verlangen. Het was niet gepast om zo over een vrouw te denken, en al helemaal niet eentje die hij net had leren kennen.
      Hij probeerde zich op de weg voor zich te focussen, maar wist spontaan niet meer waar hij haar naartoe had willen brengen. Hoewel hij de teugels vasthield, had hij niet het gevoel dat hij bepaalde welke richting ze vandaag koersten.
      'Hoelang woon je hier al, Elrond?'
      'Iets meer dan vijfhonderd jaar,' riep hij over zijn schouder terug.
      'Dat is al een hele tijd. Breng me dan maar naar het allermooiste deel van Eriador!'
      Elrond ging in zijn gedachten alle plaatsen af. Er waren veel plaatsen waar hij graag naartoe ging, maar de rivier de Bruinen aan de voet van Hithaeglir spande toch wel de kroon. Hij wist niet of Jayne het type was dat van een prachtig uitzicht en kabbelend water genoot, maar hij had er altijd rust kunnen vinden en op dit moment verlangde hij hevig naar wat rust in zijn gedachten.

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen