Foto bij O64 | Gail


Araval aarzelde voordat hij de ziekenzaal binnentrad. Er waren reeds drie dagen verstreken sinds de Laatste Strijd, en nog geen enkele keer had hij zijn zuster opgezocht. Wachtend aan de deur van de ziekenzaal had hij Elrond vele keren binnen en buiten zien gaan, en Elronds eerste berichten over haar gezondheid waren zeer negatief geweest. Araval had het niet aangedurfd om haar in de toestand na het gevecht met haar eigen duisternis te aanschouwen. Maar nu was ze wakker en had ze om zijn aanwezigheid verzocht.
Deze ziekenzaal was niet veel groter dan een slaapkamer, gezien de personen die er in huisden andere wonden hadden dan de soldaten die bij de poorten van Mordor hadden gevochten. Fëa lag in het dichtstbijzijnde bed en kantelde haar hoofd toen ze zijn voetstappen hoorde. In het andere bed lag Andúnë Gurthang. Als men hem niet had verteld dat ze nog in leven was, had hij gedacht dat ze opgebaard lag voor haar grafceremonie, zo lijkbleek was haar huid en miniem haar ademhaling. Ondanks Elronds zorgen zagen de brandwonden er nog steeds vreselijk uit.
'Araval,' zei een zachte stem. Onwillig draaide Araval zijn hoofd.
Fëa zag er vreselijk uit. Het leek wel alsof ze in een kooi vol hongerige wolven was geduwd, zonder enig wapen om zich mee te verdedigen. Hij knielde naast haar neer en raakte haar hand aan alsof het het meest breekbare porselein was.
'Stel je niet zo aan,' mompelde Fëa, die haar ogen weer sloot. Araval schudde zijn hoofd. 'Het spijt me zo, mijn zuster. Ik had naast je moeten staan, van het begin tot eind. Het was mijn plicht je te beschermen en ik heb gefaald.'
Het duurde lang vooraleer Fëa sprak.
'Ik zie nu in wat je bedoelde, mijn broer. De Duisternis was te groot voor iemand als ik. Het heeft me verwoest. Vergeef me dat ik aan je twijfelde. Ik heb onderschat hoe de duisternis je omringt, door je huid naar binnen dringt en zich daar bevind als... water.'
Araval's gezicht vertrok. 'Gif. Als gif. Water heb je nodig om te overleven, Fëa.' Ze keek hem niet in de ogen en zuchtte.
'Zij zat er nog veel dieper in dan ik, Araval. De eerste twee dagen zat ik in een koortsdroom, die veroorzaakt leek door de meest duistere magie die er maar bestond. Galadriel en Elrond zijn er tezamen in geslaagd mij te doen ontwaken. Ik hoorde ze het ook bij haar proberen, maar het werkte niet. Als ik kon zien wat zij nu ongetwijfeld voor zich ziet in haar dromen... ik zou willen dat ik dood was.'
Araval volgde haar blik naar de bewegingsloze Andúnë. Hij wist niet wat hij daarop moest zeggen. Fëa's grip op zijn vingers verzwakte.
'Vergeef me, broer,' fluisterde ze, en hij kon haar uitputting in die drie woorden duidelijk horen.
'Ik vergeef je. Laat het duister achter je, Fëa. Laat het achter je en trek met mij door Midden Aarde. Reis met mij naar de Onsterfelijke Landen en laat ons daar in vrede samen leven. Na al die jaren hebben we dat verdient.'
Er glansden tranen in haar ogen voordat ze deze sloot. Haar uitdrukking was vredig toen ze wederom in slaap viel.

Thranduil keek toe hoe Araval zijn zuster een goedenacht wenste en de zaal verliet. De Elf knikte hem toe voordat hij naar binnen liep. Daarna ging hij naar binnen, hoewel zijn gedachten bij de gebeurtenissen van de afgelopen dagen waren.
Hij knielde aan Andúnë's bed. Haar gezicht was zo wit dat haar zilveren haren er donker bij leken.
Ze heeft tijd nodig om te herstellen, had Elrond gezegd, al was zijn uitdrukking zo twijfelachtig geweest dat Thranduil had geweten dat zelfs de Halfelf niet zeker wist of ze ooit nog zou ontwaken.
Thranduil wist niet zeker waarom hij hier was. Zijn laatste gesprekken met de vrouw voerden vele jaren terug, en ze waren niet allemaal zo amiabel verlopen. Toch voelde het als zijn plicht om naar haar toe te gaan, vooral nadat hij met eigen ogen had gezien hoe ze het opnam tegen Sauron zelf. Niemand had het van haar verwacht, en hij al helemaal niet. Hij wist als geen ander hoe erg de duisternis aan je kon vreten, en hij wist niet hoe Andúnë er was in geslaagd zich uit diens klauwen los te rukken.
Respect, besefte hij. Het was uit respect voor haar dat hij hier nu aan haar ziekenbed zat en haar haar vonnis vertelde, ook al was de kans slechts miniem dat ze hem zou horen.
'Word wakker, Andúnë,' zijn stem was zacht, 'Ze willen je ter dood veroordelen.'

Reacties (2)

  • Schack

    MIJN BAE THRANDUIL IS BAAAAACKKK.
    FËA LEET NOG. WOOOOOOOOOO.
    SHIT IS GONNA HIT THE FAAAAAAN.

    2 jaar geleden
  • Croweater

    Aah wat een mooi stuk! Zeker die alinea van Thranduil. Maar als ze haar ter dood willen veroordelen... laat haar dan nog maar even slapen. Ö

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen