"TRIIIIIING!!!" Eindelijk. Het bevrijdende belsignaal. Alex liet er geen gras over groeien, nam zijn schooltas en liep als eerste het klaslokaal uit. Hij had geen gedonder gekregen door zijn daad in de speeltijd, Jan had het voor zichzelf gehouden. Maar om verdere problemen te voorkomen moest hij maar snel vertrekken. Gelukkig was het woensdag en dus maar een halve dag school. Hij stapte de fietsenstalling binnen en maakte zijn fiets los. Hij stapte de schoolpoort uit en wilde al op zijn fiets springen toen er achter hem een stem klonk. "Wacht even!" Verbaast draaide hij zich om, het was het eerstejaartje van die morgen. Blijkbaar had zij ook haast dat ze zo snel buiten was. Ze kwam naast hem staan met haar fiets in haar handen. "Jij woont toch in de Molenstraat?" "Euh, ja. Hoe weet jij dat?" "Omdat ik je nieuwe buurmeisje ben, nou ja, twee huizen naast het jouwe." "Woon jij in het huis van de oude Leonard?" Leonard was een vriendelijke oude man geweest, maar hij had het te moeilijk gekregen om voor zichzelf te zorgen en was in het rusthuis gaan wonen. Hij was 84 en weduwnaar, Alex was vaak bij de man langs geweest, hij beschouwde hem als een soort opa. Nu ging hij nog vaak op bezoek in rusthuis de Zonnebloem. Zijn grootouders aan moeders kant had hij nooit gekend, en aan vaders kant had hij enkel zijn oma. "Volgens mij was het inderdaad van ene Leonard, zin om samen te fietsen?" Alex haalt zijn schouders op en kijkt achterom. Hij ziet Jan en enkele kameraden op hem af lopen. "Best maar dan moeten we nu vertrekken." Hij springt op zijn fiets en racet de straat door. Het meisje glimlacht en haast zich achter hem aan. Alex gaat met opzet wat trager rijden zodat ze hem kan inhalen. "Ik heet Alice." "Alex", klinkt het antwoord. De rest van de tocht gaan ze zwijgend verder. Tot Alex' verbazing is het helemaal geen ongemakkelijke stilte. Alice fietst niet zo snel als Alex gewoonlijk doet, en het duurt dan ook langer dan gewoonlijk voor hij thuis komt. Vreemd genoeg vindt hij dat helemaal niet erg. Fietsen doet hij liefst alleen, meestal toch. Andere mensen remmen hem alleen maar af, ze zijn ballast. "Bedankt om met me mee te fietsen." "Graag gedaan." Ze staan naast hun fiets, Alice loopt naar haar huis en zwaait wanneer ze de door het poortje de tuin in wil lopen. Maar voor ze om de hoek van haar nieuwe huis verdwijnt, hoort Alex zichzelf roepen: "Heb je zin om morgen weer samen te rijden?" "Klinkt goed! Je belt maar aan als je vertrekt." Dan is ze verdwenen, de hoek om. Alex bijt op zijn tanden. Ben ik soms gek aan het worden? Het leek alsof ik mezelf vanuit de lucht gadesloeg, was ik dat echt? Zuchtend zet Alex zijn fiets tegen de muur en doet hem op slot. Dan steekt hij de huissleutel in de deur en loopt naar binnen. "Ben thuis!" roept hij. Hij verwacht geen antwoord, zijn moeder antwoordt nooit en zijn vader is vast nog op zijn werk. Maar tot zijn verbazing hoort Alex zijn vader antwoorden. "Alex, hoe was je dag." Alex doet zijn jas uit en loopt de gang uit, de zitkamer in. Hij ziet zijn vader niet, dus roept hij maar weer. "Oh, goed, moest jij niet werken?" "Ja, maar ik kon vroeger stoppen vandaag, het was niet erg druk." De stem komt uit de keuken. Yes. Vanavond dus geen microgolfmaaltijd. Zijn vader kon fantastisch koken, maar als hij moest werken stonden er kant-en-klaarmaaltijden op het menu. Zijn moeder kookte nooit. Geen tijd. Of dat zei ze toch. De tafel was gedekt voor drie. Voor de kookkunst van zijn vader nam zelfs zijn moeder even pauze. Niet veel later zaten ze gedrieën aan tafel. Alex was enig kind, zijn moeder vond één kind al meer dan genoeg. Ze spraken niet veel onder het eten. Enkel wat beleefdheden en de gebruikelijke vragen over werk en school. Na het eten ruimden ze de tafel af en ging Alex naar zijn kamer om zijn huiswerk te maken. Bah, hij had huiswerk wiskunde gekregen, van die stomme stelselvergelijkingen. Ze kwamen er langs zijn oren uit. Maar ja, wat moest dat moest, hij was een praktische jongen. Na een uurtje zwoegen was hij eindelijk klaar. Oef. Nu nog een saaie woensdagnamiddag zien te overleven. Hij stond op en keek door het raam. Zijn kamer lag aan de achterkant van het huis en hij keek uit over de tuin. Daar zag hij zijn konijn, Bom, zitten. Het dier heette zo omdat hij er altijd uitzag alsof hij ontploft was. Zijn haar stond alle kanten uit. Hij had het dier van de oude Leonard gekregen. Misschien moest hij vanmiddag maar weer eens op bezoek gaan.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen