Het thema was oorlog.

De titel is afgeleid van het gedicht Dulce Et Decorum Est van Wilfred Owen en betekent 'it is sweet and honourable to die for your country'

Winnaar SOTM

11 november 1918. De oorlog was voorbij. Er werden verdragen getekend, landen vierden de overwinning en eindelijk, éindelijk waren we weer vrij. De vrede was teruggekeerd.
Tenminste, dat is wat ons allemaal verteld werd. Ja, de leiders waren weer vrij. Zij zaten veilig in hun warme huis met een hapje en een drankje en vierden dat ze het zo goed hadden gedaan voor hun land. Alweer verspreidden ze leugens over de vrede, net zoals ze logen over de oorlog. Dulce et decorum est pro patria mori was wat we vaak hoorden. Help je vaderland! Kom bij het leger! Het is goed wat je doet! Die leugens hoorden we keer op keer tot we zwichtten en net zoals vele jongens intekenden. Dat was de slechtste keuze die ik ooit gemaakt heb.
Het was een hel. Niemand had ons verteld dat het zo erg zou zijn. Het wachten in de loopgraven, wetend dat de vijand vlakbij was. De ratten, de doden die niet konden worden weggebracht, de gasaanvallen. Niemand wist of hij de dag erna nog zou leven. Er was nooit stilte, altijd waren de bommen te horen tot het moment dat je zelfs dat niet meer hoorde maar het naar de achtergrond verdrongen was door de stemmen in je hoofd. Het maakte je kapot en niemand deed er wat aan. De anderen wisten het, zij hadden er ook last van maar niemand kwam ons helpen. We waren alleen, slechts pionnen in het schaakspel van de koningen. We werden achteloos verzet in een zet die doordacht was, maar nutteloos. Zonder twijfelen werden we opgeofferd in die hel die loopgraven werd genoemd. We zagen elkaar wegkwijnen en we wisten dat het een spiegelbeeld was. We zagen onszelf weerspiegeld worden en wisten dat we er net zo aan toe waren. Wij waren zelf aan het verdwijnen.
Nachtmerries achtervolgden ons terwijl we probeerden wat slaap te pakken. We zagen onze vrienden, buren, familie sterven door de kogels of door het gas. Steeds kwam het terug in je slaap tot de anderen niet meer reageerden op je geschreeuw. Langzaam werden we gek in die donkere, vervloekte gangen.
Nu zouden we vrij moeten zijn, vertelden ze. Er was weer vrede. Ja, we hoeven niet meer te vechten tegen de anderen maar we vechten nog steeds tegen onszelf. We hebben geen vrede in ons hoofd en zullen dat ook nooit hebben. De beelden blijven bestaan. Ken jij de machteloosheid van anderen zien sterven en niks, maar dan ook echt helemaal niks, kunnen doen? Je houdt de hand vast van een jongen die je nog nooit eerder hebt gezien en vertelt hem dat het allemaal goed komt maar je weet dat het een leugen is. Hij zal het niet overleven en jij moet terug de oorlog in terwijl je weet dat jij de volgende kan zijn. Dat zie ik telkens in mijn slaap. De dood van zoveel onschuldige jongens, jongens die nog een heel leven voor zich hadden, maar dit was ze nu bruut ontnomen door een machtsspel die we niet begrijpen. Zij speelden het spel maar wij verloren.
We zagen eindelijk onze familieleden weer terug naar al die tijd van vechten, maar het was een bitter weerzien. Iedereen stond ons buiten op te wachten maar velen keerden niet terug. Terwijl wij knuffels uitdeelden en elkaar stevig vasthielden door de angsten die iedereen had uitgestaan, stonden zij op de stoep te wachten op hun man, zoon, vader. Iedereen hoopte dat hij gewoon laat was, maar iedereen wist dat hij er zou moeten zijn. 's Avonds werden de deuren gesloten en de tranen gelaten om de geliefde gezinsleden die niet waren teruggekomen. Als er de dagen erna werd aangeklopt, hoopten ze dat het toch degene was die er nooit meer zal kunnen staan.
De meesten hadden al bericht gehad van het gruwelijke lot van hun man, maar soms raakten die brieven kwijt. Niet iedereen wist wat er gebeurt was en wachtte tevergeefs. Het was onze taak de weduwen te vertellen hoe dapper hun man geweest was en hoe hij ons gered had met hun laatste daad. Wij waren degenen die aan de buurkinderen moesten uitleggen waarom mama verdrietig was en dat papa niet meer terug zou komen.
De oorlog is voor ons nog niet ten einde. Overal zijn rouwende mensen, maar ook feestende mensen. Ze denken dat we weer vrede hebben en vieren de vrijheid van hun land. Ze vergeten de gevangenschap van degenen die voor deze vrede hebben gezorgd. Ons helpen ze niet. Wij moeten alleen doorvechten terwijl niemand snapt waarom we schrikken van onverwachte geluiden, waarom we schreeuwend wakker worden en waarom we niet meer zijn wie we altijd waren. Het land bouwt zich weer op maar wij blijven ruïnes, slechts een stapel stenen die herinneren aan andere tijden toen alles anders was en zelfs dat niet altijd. Mensen hebben de neiging te vergeten maar wij zullen dit nooit kunnen vergeten. Het zal ons volgen voor de rest van ons leven. Ooit is dit een hoofdstuk in een schoolboek, een gebeurtenis van lang geleden die niemand zich meer kan herinneren, maar dat moment is nu nog niet. Nu ligt het nog vers in ons geheugen, zoals het altijd in ons geheugen zal liggen.
De leiders slapen vannacht weer als rozen, maar ze zien hun doornen niet die overal in de landen prikken. Ze horen de schreeuwen van doodsangst niet van hun trouwe soldaten, de echo's van de bommen die voor eeuwig in de hoofden rond blijven spoken. Zij zijn gelukkig met de uitkomst van de oorlog. Hun tactiek heeft gewerkt want de vijand is verslagen, maar ze zijn nu al de prijs van de overwinning vergeten. Wat zijn nou een paar mensen tegenover een heel land? Wat is negen miljoen tegenover miljarden mensen? Niks toch? Leg dat maar eens uit aan alle weduwen. Hun man was een van die mensen die gestorven is voor de idealen van een ander in een strijd die niet hun strijd was.
Dulce et decorum est pro patria mori is wat er gezegd wordt. Ja dat is waar, het is goed om te sterven voor je vaderland, maar niet in deze wereld.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen