Foto bij 21.1 - Battle for Glory

Echt sorry dat het zo lang duurde :o

Ik had het heel druk met uni en kwam toen in een soort depressie die steeds maar erger werd omdat ik geen tijd meer had voor dingen en daardoor steeds verder achterliep met alles:(

Ik ga proberen weer zoveel mogelijk te schrijven, want uit ervaring weet ik dat ik daar gelukkiger van wordt en misschien helpt het een beetje tegen de stress :p

En als compensatie komen er een aantal hoofdstukjes met de gevechten.

      Het gevecht was in volle gang toen Lhaindir en ik aan land kwamen. Direct toen we landden, sprong ik van Arrow af, waarna Brithun naar me toe rende. Ik keek nog even achterom naar Lhaindir, maar ik zag dat hij al snel aan de slag ging. Zodra we binnen waren, gooide Brithun bijna mijn harnas op me, waarna hij me mijn zwaard gaf en ik naar hem knikte.
      "Zoals voorspeld, zit Aradhel achter de cavalerie verstopt. Rophrax kan ieder moment arriveren. Zodra dit gebeurt, zullen wij het pad voor je vrijmaken. Die generaal is helemaal voor jou." Brithun wenkte naar me, dus volgde ik hem terug naar buiten. We slopen rond de muren van het kasteel, zoekend voor de generaal, maar toen zagen we hem zitten.
      Plotseling klonk een drietonige hoorn die ik maar al te goed kende. Brithun keek direct op en grijnsde, "Jamil...!"
      "Ze zijn er echt..." Ik staarde toe hoe Rophrax in zijn volle glorie het strijdveld op kwam paraderen. De drie facties, ieder met hun eigen vlag in de lucht gestoken, en zelfs Caleb leidde Slatir richting het gevecht.
      "Cadeyrn, kom!" Brithun pakte me beet en sleepte me mee naar het front van Rophrax, waarna hij drie keer op zijn vingers floot en zijn paard naar voren kwam gerend. Direct liet hij me los en sprong hij behendig op zijn trouwe ros, waarna hij me het signaal gaf dat we zouden beginnen. Even groette hij Caleb en Jamil nog, maar toen schreeuwde hij, "Ons primaire target is de cavalerie! Maak het pad vrij voor Cadeyrn zodat hij naar de generaal kan gaan! We vertrekken op mijn sein!"
      Niet veel later stak Brithun zijn hand omhoog, waarna hij nog even naar me knipoogde en de voorste groep paarden op die van de cavalerie stormden. Brithun liet de zijne steigeren en stak met gemak zijn zwaard recht door de borstkas van de ruiter tegenover hem. Verderop schaterde Jamil het uit toen hij met zijn zwaard de ene na de andere groep elven van hun paarden hakte.Met een grijns rende ik tussen het gedoe door, maar toen stootte ik op de infanterie die met z'n allen in een falanx gingen staan. Een tikkeltje geïrriteerd staarde ik toen naar de klomp schilden voor me, maar toen ik boven me keek, zag ik Arrow over me heen vliegen. Met een aanloop sprong ik op zijn rug, zodat ik heel Ehtmordons defensie kon overslaan. De grote draak blees vuur over het leger van Ehtmordon heen, waardoor de formatie voor me uit elkaar viel. Ik lachte en voelde me onoverwinnelijk, zoiets gaafs had ik nog nooit meegemaakt.
      Terwijl de vijanden onder Arrows vlammen bezweken, bleef ik in de menigte zoeken naar diegene die ik graag wilde vermoorden op deze dag, en het duurde niet lang voordat ik hem had gevonden. "Aradhel..."
      Ik gaf Arrow een seintje om te stoppen, waarna hij dat deed en een beetje neerdaalde zodat ik van zijn rug kon springen. Ik richtte mijn sprong bovenop de generaal en trok mijn zwaard. Terwijl ik naar beneden sprong, steeg de draak nog eens flink op zodat de troepen onder me omver geblazen werden. Ik landde bovenop Aradhel en beukte hem de grond in, waarna Arrow krijste en verder vloog.
      "Verdomme!" De generaal moest nog even bijkomen van zijn flinke val, maar zodra hij bijkwam, duwde hij me van zich af. "Dat ik omver geduwd wordt, door een mens niettemin!"
      "Herken je mij niet meer!?" Eventjes moest ik mijn woede kwijt, toen ik zag dat hij na al die jaren nog net zo'n gruwelijke blik in zijn ogen had. Om te denken dat een van mijn vaders beste vrienden en studiegenoten hem zo in de rug kon steken, waar zijn kind bij was! De klootzak bleef me echter stom aankijken, alsof ik te min voor hem was.
      "Herinner je dan niets meer?! Was mijn vaders moord zo'n klein ding voor je?!"
      "Heh..." Hij grinnikte, niets meer, en keek me aan alsof ik belachelijk was, "Jij bent Rinhayms zoon zeker? Het kleine, lieve zoontje. De onschuldigheid zelve, het jongetje dat altijd buiten met zijn houten zwaardje speelde. Och, hoe je vader van je hielt. En nu probeer je met mij te vechten, iets wat jouw vader nooit gewild zou hebben."
      "Weet je wat hij nooit gewild zou hebben? Dat zijn beste vriend zijn vrouw neerstak! Dat die beste vriend hem neerstak!"
      "Jullie mensen zijn ook allemaal hetzelfde. Blind door wraak. Zijn er op het moment niet andere dingen waar je beter op kunt letten?"
      Zodra hij dat zei, verdween mijn tunnelvisie, en hoorde ik Arvellons geschreeuw achter me. Ik draaide me om en zag dat ze gewurgd werd door twee van Ehtmordons handlangers. Haar boog werd in tweeën gebroken en haar hoofd naar beneden geforceerd. Ze keek me wanhopig aan en schreeuwde mijn naam, maar toen ik me richting haar wilde bewegen, hoorde ik Aradhels zwaard uit zijn schede glijden.
      Het had geen seconde langer moeten duren of ik had een gat in mijn torso. Door mijn training van Brithun had ik snelle reflexen ontwikkeld en precies daardoor kon ik net op tijd het scherpe blad ontwijken en zijn zwaard weg slaan met het mijne. Aradhel schaterde van het lachen, "Wat kies je nu, dom mens? Jullie kunnen je ook maar op één ding focussen, als een stel stomme aapjes in een boom! Je bent net zo nutteloos als je vader!"
      "Hou je kop!" Ik fronste zo hard dat ik kon zweren dat ik er hoofdpijn van kreeg, "Kijk naar jezelf! Na al die jaren heb je nog niets geleerd! Niets over mijn vader, niets over mij! Zelfs niets over de mensen in het algemeen! Én het is precies dat waardoor je nooit beter dan mij zal zijn, Aradhel! Terwijl jij je in veiligheid waande met soldaten die alles voor je deden, trainde ik hard om jou te verslaan. En niet alleen jou, maar iedere zieke malloot die het in zich heeft om deze wereld te verpesten!"
      "Soms moet je even door de zure appel heen bijten voordat de schoonheid van de wereld op een niveau komt die door jou begrepen kan worden, jongen."
      "Het is Cadeyrn Elwíck!" Ik gromde en trok mijn zwaard opnieuw, "En ik zal het in je geheugen graveren, zodat je zelfs in de hel nog niet van me af bent."
      Razendsnel stak ik mijn zwaard richting Aradhel, maar dit was niet met de intentie om hem neer te steken. Voordat ik mijn arm volledig had gestrekt, verplaatste ik mijn voet en draaide ik me om, de kinetische energie optellend bij de kracht van de zwaai van mijn zwaard, waarna ik in één beweging de hoofden van de soldaten achter me eraf hakte. Ik maakte een atletische achterwaartse sprong over de neerstortende lijken, om vervolgens de linkse belager van Arvellon neer te steken en het zwaard door te halen naar de rechter.
      "Cadeyrn...!" Ze wenkte achter me en ik was net op tijd om de volgende vlaag soldaten neer te halen. Snel pakte ze een zwaard van een van de dode soldaten af, waarna ze naast me ging staan.
      "Ik wist niet dat je met een zwaard kon vechten," fluisterde ik verward, waarna ze me een tikkeltje onzeker aankeek, "Ik ook niet, maar het moet maar. Pak jij Aradhel, dan dek ik je!"
      Ik nam het bevel aan en richtte me weer op Aradhel. Ik hoopte dat hij eindelijk doorhad waar hij mee te maken had, alhoewel hij nog steeds met die elitaire blik op zijn gezicht glimlachte. Ik zou hem inderdaad eens flink te pakken nemen. Er zou geen stofdeeltje meer van hem over zijn.
      Direct sprintte ik vooruit en stak ik mijn zwaard richting zijn oksel. Hij had dan een stevige uitrusting aan, maar Brithun had me alles over de zwakke plekken ervan verteld. Opeens leek Aradhel door te hebben dat ik wel degelijk wist waar ik mee bezig was, waarna hij een andere houding aannam en licht fronste, "Jij..."
      "Dus, ben ik het nu wel waard om van jouw aandacht te genieten?!" Meteen probeerde ik hem weer te steken, maar nu hij me serieus nam, nam hij ook geen risico's meer. Ik werd meteen naar achteren gebeukt nadat hij mijn aanval ontweek en belandde in een kring van vijandige soldaten.
      "Wat staan jullie te kijken?! Val hem aan!"
      "Arvellon!" Ik krabbelde terug overeind en Arvellon sloot zich bij me aan, waarna we samen de soldaten uitschakelden. Het duurde ook niet lang voordat ze aarzelden om aan te blijven vallen. Dat was ook het moment waarop ik grinnikte naar Aradhel en richting hem liep. Nu hij wist dat hij niet meer op mankracht kon rekenen, leek hij opeens wel bang te worden.
      "Dus... hoe voelt het om in deze positie te staan, hè?!" Ik haalde naar hem uit, waarna hij mijn aanval blokkeerde, "Hoe voelt het om hulpeloos en radeloos door de zoon van je beste vriend verslagen te worden!?"
      "Als jij denkt dat dit radeloos is, heb je nog veel te leren, jongetje." In plaats van dat hij mijn volgende aanval weer tegenhield, ontweek hij die gewoon en nam hij de tijd waarin mijn wapen nog richting de grond bewoog om mij eens flink raak te hakken. Arvellon had me net op tijd gered door er met haar zwaard voor te springen, maar zo'n voorval mocht niet nog eens gebeuren.
      Ik haalde even diep adem en zorgde ervoor dat ik wat rustiger werd. Ik kon op dit moment mezelf niet verliezen in de strijd. Ik was Aradhel misschien al een paar keer te slim af, maar dat betekende niet dat ik hem kon onderschatten.
      "Nou, komt er nog wat van?! Of blijf je daar de hele dag nog staan?" Aradhel grijnsde alsof hij al had gewonnen, terwijl we nog amper wat gedaan hadden. Ik klikte met mijn tong en draaide mijn hoofd naar Arvellon, "De back-uptroepen zijn met een ander gevecht bezig. Als we ons allebei op Aradhel focussen, hebben we hem makkelijk te pakken."
      Met enkel een knikje hadden we ons plan gereed. Direct rende ik op Aradhel af en stak ik met mijn zwaard richting zijn nek. Opnieuw ontweek hij en stak hij zijn zwaard richting mij, maar Arvellon drukte haar rug tegen de mijne aan en we draaiden een cirkeltje, zodat Aradhels zwaard afketste op dat van Arvellon, waarna ik de draaikracht kon gebruiken om eens stevig uit te halen naar de generaal. Door een klein beetje geluk raakte ik hem direct in zijn arm en door de kracht van onze dynamische draai, sneed mijn blad dwars door zijn uitrusting heen.
      Ik keek trots toe hoe het bloed tussen het metaal door sijpelde en hoe zijn arm verlamd naast zijn zij viel, waarna Aradhel opeens woest schreeuwde, "Jij addergebroed! Onkruid! Vervloekte mensengeborene!" Hij begon wat sneller adem te halen en wisselde van arm, om vervolgens weer richting ons te rennen, "Jullie verdienen het niet om te leven! Jullie zijn niet deel van het elitaire ras! Jullie zullen nooit in kunnen zien hoe geweldig wij de wereld maken! Ehtmordon en ik!"
      Ik week uit en blokkeerde zijn aanvallen, waar ik nog best snel moest zijn. Nu Aradhel doorgeslagen was, was hij veel minder goed te voorspellen. Hij was echter niet linkshandig en was daardoor wat wankelend met zijn aanvallen. Dit gebruikte ik in mijn voordeel, door zijn wapen naar buiten te slaan, zodat hij veel sneller moe werd. Het duurde ook niet lang of ik sloeg zo hard dat zijn zwaard uit zijn hand glipte. Dit nam ik als mijn kans om hem snel tegen de grond te werken en mijn zwaard tegen zijn keel te houden.
      "Je komt hier niet mee weg, knul."
      "Maar dat heb ik allang gedaan." Ik glimlachte lichtjes, "Ehtmordon is zo goed als gevallen, zijn bloedlijn is bijna uitgeroeid. Het is tijd voor een nieuwe heerschappij, een die jij niet zal meemaken." Ik hief mijn zwaard opnieuw, "Oh en trouwens..." Met een grijns stak ik mijn zwaard dwars door zijn keel, "De naam is Cadeyrn Elwíck, niet 'knul'."
      Ik draaide het zwaard een kwartslag naar rechts en hield het daar totdat ik het licht uit zijn ogen zag verdwijnen, waarna ik het bloed van het metaal schudde en zuchtte. Arvellon legde haar handen op mijn schouders en ik gaf haar een geruststellende knuffel. Ik had eindelijk mijn wraak uitgeoefend op de man die mijn ouders vermoordde, nu was het aan Brithun en de rest om hetzelfde te doen.

Reacties (3)

  • Helvar

    Nou nou, dat werd wel tijd zeg :'P

    Maar nee, leuk dat je weer verder schrijft, hehe.

    5 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Merlins beard wat ben ik blij dat je verder gaat met dit verhaal! Een superstukje weer!
    Hopelijk gauw weer verder:Y)

    5 jaar geleden
  • Allmilla

    Amai, wat ben ik blij om nog een hoofdstukje van dit verhaal te mogen krijgen!(dance)

    Hopelijk komt er snel nog een hoofdstuk!:)

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen