Foto bij Hoofdstuk 15

Heei, hier weer een nieuw stukjee ^^
Volgens mij hoefde er niets aangepast te worden in het vorige hoofstuk, dus dat is heel fijn.
Ik had het stuk al ingestuurd toen te deadline en de limiet aan woorden kwam. Oeps, meer dan het dubbelexD
Maar omdat ik het daarvoor al had ingestuurd kreeg ik een uitzondering -gelukkig.
Anyway ik ga komende week op kamp, dus dan helaas geen reacties van mij.
Gaan jullie nog wat leuks doen?
Enjoyyy

Het water is helder en ongeveer een meter diep. Vervelend, maar niet genoeg om te verdrinken. De bodem is een soort grint en door het heldere water schieten wat kleine grauwe visjes. Als ik iets verder kijk, krijgt het water een diepblauwe kleur. Hierin verdrink je niet, maar aan de scherpe rand van blauw te zien, zal er daar een grote diepzeetrog zitten, waardoor vast wel één tribuut door verrast wordt. Heel even vraag ik me af of hier ook gevaarlijke waterdieren zijn, maar die gedachte zet ik gelijk weer van me af. Hier niet in ieder geval. Niet bij de Hoorn. En omdat het eiland met het bos zo dichtbij lijkt, verwacht ik dat het daar ook wel veilig zal zijn. Wat ik ook ging doen, ik zou nooit ofte nimmer die trog oversteken.
Raikon zie ik nergens. Zeventien. In mijn hoofd herhaal ik de stappen die ik zal gaan doen. Duiken, rennen, boog pakken en, als het lukt, ook nog een rugzak. Dan meteen naar het bos. Elf. Op het ronde scherm licht elk cijfer even op. De dreunende slagen galmen door mijn hoofd. Zeven. Nog heel even kijk ik naar het meisje uit 1. Ze staat gespannen en haar blik zit vastgekleefd aan de Hoorn. Maar ze merkt dat ik naar haar kijk en ze wordt afgeleid. Haar concentratie slipt even weg. Haar blik is boos en ik zie de brandende haat in haar ogen. Voor haar zal ik moeten oppassen zie ik. Vijf. Ik kijk weer naar de Hoorn en haal diep adem. Vier. Ik span mijn spieren. Drie. Ik ban alle gedachten uit mijn hoofd net als ik altijd voor de jacht doe en ga door mijn knieën, klaar om te duiken. Twee. Eén. En nog voordat de gong gaat, kom ik in beweging.
Zo hard als ik kan zet ik me af. Het is gevaarlijk, een fractie van een seconde te vroeg en ze kunnen me letterlijk van de grond schrapen. De gong gaat. Het snerpende geluid snijdt door de lucht op het moment dat ik het water raak. Er gebeurt niets. Ik heb een paar kostbare seconden gewonnen. Ik ploeg door het water en probeer zo snel mogelijk het land te bereiken waar ik weer hard kan rennen. Ik dacht dat ik duidelijk als eerste bij de Hoorn zou zijn. Maar dat valt tegen.
Het meisje uit 4, ik geloof dat ze Ronja heet, is er eerder. De adrenaline giert door mijn lichaam als het eerste zwarte mes de lucht doorklieft. Het zware mes vliegt vlak langs mijn oor. Instinctief duik ik in elkaar, waarna een ander mes vlak over mijn hoofd scheert. Verschrikt kijk ik opzij naar Ronja die haar arm opheft om een nieuw mes te gooien.
Noodgedwongen draai ik me om en ren weg, zonder de boog of een ander wapen. Nijdig omdat ik de boog uit mijn handen heb laten geven speur ik de grond af naar iets anders bruikbaars. Door de frustratie let ik daarbij niet goed op mijn omgeving en bots ik met een smak tegen Marten aan. Zijn gezicht staat woedend en terwijl hij opstaat, haalt hij naar me uit. Ik ontwijk zijn slag en rol door naar achteren en sta gelijk weer op mijn voeten. Een fractie van een seconde kijk ik hem minachtend aan voordat ik me omdraai en er vandoor ga. Ik grom gefrustreerd. Aan het gespetter te horen zijn de andere tributen ook al bijna bij de Hoorn.
Even schiet het verleidelijke idee van de zilveren pijlen weer door mijn hoofd, maar ik druk het resoluut weg. Me aansluiten bij de beroeps is geen optie. Bijna elk jaar gebeurt dat wel en ik veracht die tributen. Het is zwak en lafhartig om je bij hen aan te sluiten. En bovendien, ondanks mijn hoge score zou Winter me er nooit bij willen. Nee, als ik al bij de beroeps zou gaan, bekoop ik dat waarschijnlijk met een mes in mijn rug als ik niet oplet, of wordt ik in mijn slaap verrast.
Ik kijk even over mijn schouder. Winter kijkt me na met een moordlustige blik in haar ogen en met een zuiver sadistische glimlach rond haar lippen. Ik handel zonder er bij na te denken. Gelijk laat ik me op handen en voeten vallen en ontwijk zo voor de derde keer de dood, die ik deze keer niet eens aan zag komen. Mijn hart klopt in mijn keel als ik nog geen seconde daarna weer sta en verder ren.
Ik had het mis. Het was een enorme vergissing geweest om naar de Hoorn te gaan. Pure doodsangst neemt van me bezit als ik het massieve lijf van Daan voor me zie. Hij komt op volle snelheid op me afgerend. Met zijn grote handen zou hij me letterlijk doormidden kunnen breken. De angst die ik voelde toen Ronja het eerste mes gooide stelt niets voor bij de angst die nu door mijn aderen vloeit. Zijn donkere ogen staan wild en meedogenloos.

Deze cliffhanger speciaal voor QuizmasterxD

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen