Foto bij Hoofdstuk 18

Heei guys ^^
Woow best lang stukje geworden eigenlijkxD

Ik stop de broden en het water weer terug in mijn tas en zoek de omgeving rond naar iets eetbaars. Even lijk ik niets te kunnen vinden, maar dan valt mijn oog op het roze loof van de wilde knolletjes die ik thuis ook vaak at. Ze hebben een aardappelachtige smaak en geroosterd smaken ze een beetje naar courgette.
ik zak op mijn knieën en graaf de knolletjes uit de droge aarde. Het zijn er een heleboel en de lach op mijn gezicht wordt steeds breder. Ik wrijf de aarde eraf en poets ze helemaal schoon aan mijn broek. Ik doe zoveel mogelijk ik mijn rugzakje en doe ook nog een handvol in één van de zakken van mijn jas.
Ondertussen is het beginnen te schemeren en ik voel me slecht op mijn gemak hier op de grond. Ik ben onbewapend en heb wel een paar handige spullen. Hoewel de bomen dicht genoeg op elkaar staan en de struiken hoog genoeg zijn om me aan het zicht te onttrekken voel ik me niet veilig. De laag dennennaalden dempt mijn voetstappen maar geeft me geen mogelijkheid om de sporen van dieren te volgen. Ook heb ik honger en voel ik er weinig voor om nog verder het eiland op te lopen. Ik durf mijn kostbare voorraad eten nog niet aan te breken en besluit dat ik een slaapplaats zal gaan zoeken en dat ik dan een paar knolletjes mag eten.
Ik voel me alles behalve gemakkelijk als het steeds donkerder wordt en ik nog steeds geen slaapplek heb. Ik weet zeker dat een flink aantal van mijn medetributen de hele nacht zullen doorjagen. De beroeps hebben eten en drinken in overvloed en waarschijnlijk een heel arsenaal aan wapens mee. De mogelijke fakkels en zaklampen maken het voor hen nog makkelijker om de rest te vinden. Ik kan alleen maar hopen dat ik ver genoeg het bos in ben om buiten hun bereik te zijn.
Ik loop net langs een groepje dennen als ik me het weetje van Raikon weer herinner. Dennenschors kan je eten. In het trainingscentrum zag het er alleen niet uit als de harde buitenste bast. Nee, dat was de zachte binnenschors waar ik nu niet bij kan omdat ik geen mes heb. Ik grom gefrustreerd. Nukkig loop ik weer verder, het rommelende geluid in mijn maag negerend.
Het loofbos is hier her en der doorweven met hoge naaldbomen. Naast een grote treurwilg staat een grote conifeer met mooie takken waar je je aan omhoog kunt hijsen. De conifeer is groot, maar doods. Aan de barst in de schors te zien is hij geraakt door de bliksem. Hij is tegen de treurwilg aangevallen en is in zijn taaie twijgen blijven hangen. De conifeer biedt dan wel geen beschutting tegen moordlustige ogen, maar de treurwilg zonder twijfel. Via de conifeer is het zeker weten mogelijk om in de treurwilg te komen.
Er schiet een grijns langs mijn gezicht. Zijn lange takken zullen me makkelijk voor ieder oog verborgen kunnen houden. Het kleine tasje hang ik aan mijn pols en ik controleer nog even of de jas stevig rond mijn middel zit. Ik klim omhoog, waarbij ik dicht bij de stam blijf en bij elke tak uitprobeer of die mijn gewicht kan houden. Al snel zit ik tegen de dunne taaie twijgjes aan. Ik duw er een paar opzij en klim verder. Dicht bij de dikke stam van de treurwilg zitten sterke grote takken waar ik prima op kan staan. Eenmaal in de treurwilg zie ik een prachtige route naar beneden die me eerder niet was opgevallen.
Ik vind een stevige dikke tak die een iets dunnere zijtak heeft. Het duurt even maar dan zit ik toch redelijk comfortabel. Ondanks het risico dat ik heb genomen toen ik naar de Hoorn rende, ben ik nu blij dat ik het heb gedaan. Het koelt nu heel snel af en de jas is van onschatbare waarde. Ik weet zeker dat diverse tributen zich nu angstig afvragen hoe ze in hemelsnaam warm moeten blijven, terwijl ik misschien wel een paar uurtjes kan slapen.
Ondanks de stevige vertakking voelt het niet helemaal fijn dat ik daar helemaal los zit en met één windvlaag de boom uit kan vallen. Van een aantal twijgen vlecht ik een sterk koord dat ik helemaal om de tak heen kan slaan en dan om mijn middel vast kan knopen. Ik doe dit een aantal keer, zodat ik uiteindelijk twee koorden om mijn middel heb en nog twee om de tak met mijn bovenbenen. Snel de boom uit kan ik nu wel vergeten, maar ik zal in ieder geval niet de boom uitrollen.
Ik neem nog een slokje water en eet wat knolletjes. De zoete smaak vult mijn mond en even word ik overspoeld door herinneringen. Dan pak ik het rugtasje weer in en zorg dat ik, op de koorden na, gelijk de boom uit kan als dat nodig is.
Ik trek de capuchon over mijn hoofd en trek de touwtjes vast in een poging alle warmte vast te houden. Ik sla mijn armen over elkaar en leg mijn hoofd tegen de gladde stam. Tussen de slierten door zie ik nog wat stukjes van de hemel die snel van oranje naar donkerblauw verkleurt. De nachtdieren worden wakker. Af en toe hoor ik gejank, maar het is niet dichtbij en ik zit hoog in mijn boom. Hier en daar verschijnen er al wat sterren. Ik blijf ernaar staren tot mijn ogen dichtvallen.

Reacties (2)

  • Fem

    Dit is echt een heel leuk verhaal <3
    Snel verder! xx

    6 jaar geleden
  • Corisande

    Waarom heb ik het sterke gevoel dat ze de boom uit gaat rollen?
    Kudo!

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen