Foto bij [SA] I'll be here for you

Eigenlijk had ik deze voor een schrijfwedstrijd geschreven, maar die ging helaas niet meer door. Ik heb hier toch wel hard aan gewerkt, dus zet ik hem er nu maar op.

Hope you'll like it!

Drugs can take the pain away, but it will never heal your wounds.

Een paar uur geleden was ze alweer van huis weggegaan. Ze vluchtte voor haar ruziënde ouders. Voor het geluid van harde stemmen. Het deed haar pijn. Niet aan haar oren, maar aan haar hart. Alsof de littekens van het verleden weer opengingen. Sinds de dood van haar oudere broer ruzieden haar ouders nog meer dan tevoren. Ze had er een hekel aan. Ze kon er niet tegen. Iedere keer had ze weer geen zin om terug naar huis te gaan. Maar ze moest wel. Ze was nog minderjarig en ze hield van haar ouders, ook al lieten zij niet vaak merken hoeveel ze om haar gaven.
Ze nam nog een trekje van haar joint en leunde met haar hoofd tegen de schouder van haar beste vriend. Die sloeg zijn ene arm om haar heen en streelde door haar lange, blonde haren. In zijn andere hand had hij net als het meisje een joint. Ook hij had het niet zo gemakkelijk, maar niemand wist wat er echt was gebeurd. Hij durfde het niet te vertellen. Hij woonde al langer niet meer thuis. Weggevlucht voor zijn problemen. Hij schaamde zich voor zijn verleden.
Hard geschreeuw haalde hen uit hun roes. Verbaasd keken ze door het raam van het kraakpand. Een aantal andere mensen kwamen ook versuft kijken. Dit huis stond erom bekend dat er zwervers en drugsgebruikers woonden. Dan hadden ze tenminste niet te veel last van andere mensen, hier aan de rand van de stad. Voor het huis stond een zwarte SUV. Een lange, gespierde man met een donkere stoppelbaard stapte uit. Bang kneep het meisje in de hand van haar beste vriend. Ze herkende de man uit duizenden. Het was de dealer. Iedereen was bang voor hem. Hij had de macht over iedereen hier. Samen met zijn twee kameraden liep hij het gebouw in. Meteen kwamen er een paar mensen op hem aflopen. Gekreukte geldbriefjes werden hem toegestopt en meteen kregen ze verschillende zakjes en pakjes terug.
Het meisje en haar beste vriend bleven zitten. Ze waren niet van plan om op te staan. Ze waren verstijfd van angst. Tegenwoordig vertrouwden ze alleen elkaar nog. De man knielde voor haar neer en raakte haar gezicht aan. Ze deed niks. Ze kon hem niks maken. Haar beste vriend verstrakte de greep op haar. Hij wilde haar niet kwijt.
‘En waarom zit jij hier?’ vroeg de man. Zijn stem klonk vriendelijk en warm, maar ze wist wel beter.
‘Problemen thuis,’ fluisterde ze terug. Hij keek haar medelijdend aan. Ze sloeg haar ogen neer.
‘Kom maar met mij mee, ik help je,’ glimlachte hij. Ze krabbelde overeind.
‘Eh, ik – ik moet naar huis,’ stamelde ze. Ze wilde weglopen, maar voelde een hand op haar schouder.
‘Als je van gedachten veranderd, vind ik je hier wel.’ Ze knikte vlug, rukte zich los uit zijn greep en ging weg. Weg van het kraakpand.

Stilletjes liep ze de trap op terwijl haar ouders in de woonkamer tegen elkaar aan het schreeuwen waren. Met tranen in haar ogen liet ze zich op haar bed vallen. Wanhopig zocht ze naar iets om zich aan vast te klampen. Een paar weken geleden was het normaal dat haar oudere broer bij haar zou komen liggen. Uren lagen ze dan gewoon op bed, hun armen om elkaar heengeslagen. Maar nu ging dat niet meer. Hij was weg. Ze begroef haar hoofd in haar bloedrode kussen. Ze was bang. Bang voor wat er komen zou. Ergens onder een stapel papieren op haar bureau lag haar rapport. Door de stress waren haar punten waardeloos. Ze durfde het niet aan haar ouders te laten zien, bang dat ze boos zouden worden. Eigenlijk was ze altijd bang voor hun reactie.
Beneden viel er wat kapot. Er werd nog harder geschreeuwd. Haar moeder huilde. Ze sprong op en zette haar cd-speler op maximaal volume aan. “Die romantic” van Aiden knalde uit de boxen. Ze schoof haar bureau voor de deur en griste toen een flesje ketamine uit een lade met een nog ingepakte injectienaald. Ze ging op haar bed zitten en stroopte haar mouw op. Dit was niet de eerste keer dat ze spoot en ze wist dat ze eigenlijk in haar spier moest spuiten.
Nadat ze de spuit injectienaald had voorbereid, bond ze een strak elastiek om haar bovenarm. Meteen kwam een ader tevoorschijn. Ze griste de spuit weer van haar bed en zette het puntje van de naald tegen haar arm, op de plek van de ader. Ze haalde even diep adem en drukte de naald erin. Langzaam spoot ze de vloeistof in en trok daarna de naald weer uit haar arm. Ze smeet de spullen ergens in de kamer en ging op haar bed liggen. Meteen voelde ze de ontspannende werking van de ketamine. Ze zakte weg in een wereld zonder stress.

Haar broer en zij lagen rustig in een prachtig grasveld. De zon scheen op hun bleke gezichten. Ze leken op elkaar. Dezelfde ogen, dezelfde neus, dezelfde lach. Hij had een lange grasspriet in zijn mond gestoken. Hij zag er even nonchalant uit als hij altijd was geweest. Zijn bruine haren door de war en zijn kleren losjes om zijn lichaam. Zijn heldergroene ogen waren op de lucht gericht. Zij droog een gebroken wit jurkje en had haar haren in twee losse vlechtjes langs haar gezicht. Haar hoofd rustte tegen zijn schouder en ze staarde met hem mee, met identieke ogen.
‘Ben je hier nou echt altijd?’ vroeg ze. Ze wees naar een wolk die op een konijntje leek. Hij grinnikte en wees een banaanwolk aan.
‘Nee, hier is niemand.’
‘Waar ben je dan?’
‘Overal en nergens.’ Het antwoord was te geheimzinnig voor haar.
‘Hoe bedoel je?’
‘Ik ben in ieders dromen, in ieders gedachten en in ieders hart. Waar zij gaan, ga ik ook.’ Ze knikt en ging in kleermakerszit zitten. Ze keek hem aan. Haar broer was knap, hij was altijd al knap geweest. Waarom die jongens perse hem wilden vermoorden, wist niemand.
‘Doet het pijn?’ flapte ze er opeens uit. Met een glimlach keek hij haar aan.
‘Doodgaan, bedoel je? Nee, eigenlijk niet. Doodgaan is vrij simpel en snel gebeurd. Maar wat daarvoor was gebeurd, dat deed wel pijn.’ Ze knikte begrijpend.
‘En als ik nu dood zou gaan? Zou het dan pijn doen?’ Hij keek haar met begripvolle ogen aan.
‘Nee, maar waarom zou je dood willen?’
‘Ik wil bij jou zijn.’ Een traan rolde over haar wang.
‘Maar mam en pap hebben je nodig.’
‘Ze redden het wel zonder mij, zoals altijd. Jij bent alleen. Ik wil bij jou zijn! Jij betekent meer voor mij dan de hele wereld.’ Haar schouders schokten. Haar broer sloeg troostend zijn armen om haar heen.
‘Ik ben altijd bij je, weet je nog?’ Ze knikte een haalde haar neus op.
‘Maar dat is niet genoeg,’ piepte ze. Waarom begreep hij het niet?
‘Ik zal altijd hier voor je zijn, als je me nodig hebt. En anders -’


‘Lucy, Lucy! Word wakker!’ Vaag herkende ze de stem van haar vader. Haar oogleden trilden en traag opende ze haar ogen. Ze keek recht in de bezorgde gezichten van haar ouders. Haar moeder viel haar met tranen in haar ogen om de hals. Ze bleef als verdoofd zitten. Haar ouders hadden eindelijk eens geen ruzie, en dat was alleen maar doordat zij er zo bij lag. Triest. Heel triest. Misschien kon ze maar beter niet zeggen dat ze liever bij haar overleden broer wilde zijn dan bij haar ouders. Het zou ze te veel pijn doen. Maar wat wilde haar broer nou tegen haar zeggen?
‘Waarom deed je dat nou, meisje?’ Ze staarde haar moeder met doffe ogen aan, maar zei niets. Het knaagde aan haar.
‘Hoe lang doe je dit al?’ vroeg haar vader. Ze sloeg haar ogen neer en keek weg. ‘Oké, genoeg. We brengen je nu meteen naar een kliniek!’
‘NEE!’ gilde ze en keek haar vader met grote ogen aan. Begreep hij dan niet dat ze drugs gebruikte om alles te vergeten? Om de pijn en het verdriet los te laten?
‘Maar liefje, je hebt hulp nodig,’ fluisterde haar moeder naar haar. Ze schudde wild haar hoofd. Haar haren vlogen alle kanten op.
‘NEE! Laat me gewoon met rust!’ Ze sprong overeind en sprintte het huis uit. Haar ouders riepen haar nog wat na, maar ze rende aan één stuk door naar het kraakhuis. Ze wilde niet meer terug naar huis. Ze zouden haar toch maar naar een kliniek sturen. Dat was wel het laatste dat ze wilde. De drugs was te aantrekkelijk.

-

‘Alsjeblieft, laat me er in!’ Tranen stroomden over haar wangen. De deur bleef gesloten. Wanhopig bleef ze er met haar vuisten opslaan. Het verkoopbordje in de voortuin bewoog zachtjes op de wind. Huilend liet ze zich op haar knieën vallen voor haar ouderlijke huis, dat nu leegstond. Haar ooit zo mooie haren hingen in vieze slierten langs haar gezicht. Ze wilde niet meer. Ze kon niet meer. Ze had er genoeg van. Haar beste vriend was dood en door de drugsdealer zat ze nu nog meer in de problemen. Prostitutie en geldschulden. Ze was verslaafd en wilde er vanaf. In een paar maanden tijd was haar mening erover veranderd. Ze wilde afkicken. Ze wilde hulp. En nu, nu ze het echt wilde, had ze niemand meer die haar wilde of kon helpen. Ze was verloren in een wereld vol met drugs, waar ze waarschijnlijk nooit meer uit zou komen. En dat alleen maar door wat problemen thuis waar ze te zwak voor was om zich ertegen te verzetten.
Het werd haar teveel. Ze sloop naar de zijkant van het huis en sloeg een raampje in, waar ze doorheen kroop. De trap kraakte toen ze naar haar kamer liep. In kleermakerszit ging ze er middenin zitten. Uit haar jaszak haalde ze nog een laatste flesje en spuit. Ze kon gewoon niet meer. Het leven was te moeilijk voor haar.
Snikkend vulde ze de spuit met vloeistof en bond haar arm af met een stukje touw dat ze op de grond vond. Ze haalde nog een laatste keer diep adem en zette de naald in haar ader. Terwijl ze de vloeistof in haar lichaam spoot, voelde ze al meteen hoe ze wegzakte. Volgens kenners was zo’n golden shot geweldig, maar ze twijfelde erover. Zij had hem bewust genomen. Ze voelde hoe het leven uit haar lichaam stroomde. Ze had een zware strijd gestreden en verloren.

Helder licht scheen in haar ogen. Met een glimlach liep een jongen op zijn zusje af.
‘Ben je daar eindelijk?’ fluisterde hij toen hij zijn armen om haar heen sloeg.
‘Je bent hier.’ Ze had een brok in haar keel.
‘Ik zei toch dat ik op je zou wachten.’ Ze glimlachte en begroef haar hoofd in zijn nek. Alles zou nu helemaal goed gaan komen.


Reacties? [á]

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen