Foto bij 10  Over het meer




De trein minderde vaart en Eleanor en Cedric stopten met praten. Ze hadden zich allebei al omgekleed in hun schooluniformen. Eleanor zag dat Cedric een geel met zwarte stropdas droeg, anders dan die van Percy.       'Zijn we er?' vroeg ze, terwijl ze Cedric aankeek, maar hij was al opgestaan. Hij stak zijn hand naar haar uit en ze schudde deze. 'Het was me een genoegen, Eleanor. Ik zou maar opschieten, de eerste jaars leggen namelijk een andere weg af dan de rest van de leerlingen. Ik kijk er naar uit te zien waar je wordt ingesorteerd.' Hij glimlachte nog een keer naar haar en verliet de cabine. Eleanor griste haar tas van de bank af en stoof achter hem aan.
      In de gangen was het druk en ze was Cedric gelijk al kwijtgeraakt. Iedereen probeerde zich een weg naar buiten te dringen en het zorgde voor enorme opstoppingen bij de deuren. Ze kon de koele avondwind al voelen door de open deuren en dat maakte dat ze alleen maar meer naar buiten wilde. Toen ze zich eindelijk naar buiten had gewerkt, keek ze om zich heen. Overal liepen leerlingen in hetzelfde uniform als zij. Lantarens verlichtten het perron waar ze op stond. De frisse avondwind blies haar haren naar achteren en ze snoof de geur van dennen op. Om het perron heen zag ze alleen maar bossen en als ze heel goed keek, zag ze in de verte een donker silhouet van een kasteel.
      'Eerste jaars! Eerste jaars! Deze kan op!' klonk een luide stem op het perron en Eleanor draaide zich om. Een paar meter van haar verwijderd stond een man, met een grote, gloeiende lantaarn. De man was ongeveer twee keer zo groot als een gemiddelde man en drie keer zo breed, met lange manen van ruig zwart haar en een baard die het grootste deel van zijn gezicht bedekte. Hij droeg een bruine jas die bijna tot op de grond kwam. Ze staarde met open mond naar de reuzachtige man en zette behoedzaam een stap naar achteren.
      Plotseling kreeg ze een duw in haar rug en keek achterom. George stond achter haar en wierp een blik op Hagrid,       'Geen zorgen, hij eet geen kinderen, niet altijd tenminste.'
      Eleanor keek hem met grote angstige ogen. 'Je maakt een grapje toch!' piepte ze haast en zette een stap achteruit, maar ze werd door George tegengehouden. 'Ik maak maar een grapje, kom, ik stel je even voor.'
Met tegenzin liet ze zich naar de man toe duwen. Met elke stap die ze dichterbij zette, werd de man groter en groter en haar gezicht bleker en bleker. Toen ze uiteindelijk pal voor hem stond, kreeg ze haast pijn in haar nek van het omhoog kijken. 'Hé Hagrid,' begroette George hem.
      De man -Hagrid- keek hem aan en glimlachte een vriendelijke glimlach. 'George, goe' je weer te zien!' Hij gaf George een klopje op zijn rug, waardoor de roodharige jongen bijna voorover viel door de kracht in Hagrids gigantische handen.       'Dit is Eleanor, een van de nieuwe studenten,' bracht hij uit en rechte zijn rug.
      De reusachtige man keek glimlachend op haar neer. 'Dag Eleanor, 'tis me 'n genoege.' Hij stak zijn hand uit en Eleanor schudde deze voorzichtig. Ze keek hem in zijn vriendelijke, bruine ogen en schaamde zich plotseling voor haar gedrag. Waarom was ze bang voor hem geweest? Hagrid was een ontzettend aardige man.
      'Ik ga er weer vandoor. Eleanor, dit is mijn broertje Ron, hij is ook een eerste jaars.' De jongen met rood haar die naast Hagrid stond, knikte even vriendelijk naar haar en glimlachte. Ze herkende hem van het perron waar ze daar een paar uurtjes geleden door de familie Weasley geholpen was. Naast Ron stond een andere jongen met zwart haar en een rond brilletje. Toen de jongen haar blik opving stak hij direct zijn hand uit. 'Sorry, Harry Potter,' stelde hij zichzelf voor en Eleanor had vaag het idee dat ze deze naam ergens van herkende, al kon ze zich niet meer herinneren waarvan.
      'Oké, iedereen klaar! Dan gaan we naar de sloepen,' riep Hagrid.
      Eleanor liep met Ron en Harry mee een pad af richting een gigantisch meer. De maan scheen een prachtig licht op het stilliggende water, waardoor het haast leek alsof de maan zelf in het meer was gezonken. Aan de oever lagen meer dan tien sloepen. Elke sloep werd verlicht door een helder brandende lamp, dat in het midden van de sloep aan een paal hing. Eleanor klom bij Harry en Ron in een boot. Toen alle leerlingen hadden plaats genomen, klom Hagrid zelf ook in een bootje en keek achterom. Eleanor keek de boot door en leerlingen leken hetzelfde te denken als zij; waar waren de peddels?
      Maar voor ze er ook maar iets over kon vragen, begonnen de sloepen vooruit te bewegen op het water, alsof magie hen vooruit trok. De omgeving waar ze doorheen vaarden was prachtig, zelfs 's nachts. De lucht was helder en er waren vele sterren te zien. In de verte klonk het geroep van de uilen, die allen waren ingeladen op karren en onderweg waren naar het kasteel, net als zij.
      Eleanor keek Harry aan en probeerde zich te herinneren waar ze zijn naam van herkende. Toen ze het uiteindelijk had opgegeven tikte ze hem zachtjes aan op zijn schouder. 'Sorry, het klinkt misschien raar, ik herkende je naam ergens van, maar ik kan er niet op komen waarvan.'
      Ron's mond viel open van verbazing en Eleanor keek hem nieuwsgierig aan. 'Wat? Heb ik nu iets heel raars gezegd?'
'Eigenlijk wel ja,' zei Ron toen, 'hij is Harry Potter, de jongen die bleef leven.' De titel deed het hem. Eleanor wist gelijk weer waar ze zijn naam had gezien, in het boek van A history of magic. Hij was de jongen waarvan de ouders waren vermoord door de meest beruchte tovenaar op de wereld en waarvan hij de enige was die het had overleefd. Ze wilde hem direct vragen stellen, maar bedacht zich. Zij zal niet de eerste zijn geweest die hem herkende, zeker na het zien van Ron's reactie, was ze overtuigd dat hij hier waarschijnlijk zijn hele leven al door werd lastig gevallen. 'Sorry,' zei ze toen maar, 'dat hoor je waarschijnlijk je hele leven al.'
      Harry haalde zijn schouders op. 'Eigenlijk niet, ik weet het pas sinds deze zomervakantie.'
      Verbaasd keek ze hem aan. 'Wat bedoel je?'
      Harry glimlachte. 'Ik wist het niet, niet sinds Hagrid me kwam ophalen.'
      'Oh, ik heb hetzelfde gehad deze zomer. Mij is het door Professor McGonagall verteld en ik ben toen in Diagon Alley rondgeleid door Percy Weasley, jou broer toch als ik heb goed heb, Ron?' Ron knikte instemmend, maar niet al te enthousiast, dus Eleanor hield er maar over op. Ze wilde net wat vragen aan Harry over Hagrid, toen een rondhoofdig jongetje, die ze herkende als Neville, opstond in de sloep en omhoog wees. 'Kijk daar! Achter de bomenl!'
Vanuit elk bootje draaide er hoofdjes zich om naar het enorme kasteel dat vanachter het bos verscheen. Hoge torens piekte omhoog naar de wolken en in de duizenden kleine raampjes scheen licht. Leerlingen joelde van enthousiasme.       Eleanor staarde met open mond naar het kasteel. Het was zo prachtig, zo groot en ouderwets. Zo kon niet geloven dat ze er eindelijk was en dat dit haar nieuwe onderkomen zou worden. Het was prachtig. Zo groot en zo mooi. Met elke meter dat ze dichterbij kwam, steeg de spanning in haar lichaam en ze kon niet wachten tot ze eindelijk voet aan wal kon zetten.

[right]

Reacties (9)

  • BOOKWURM

    Noou Eleanor. Niet bang zijn! Hagrid is echt een troetelbeer. Heel aaibaar en knuffelbaar. Fred en George plaagden je mmaar wat. Hagrid is een schat het is echt één van mijn favoriete karakters:)

    4 jaar geleden
  • chanyeoI

    Love it!
    +kudo

    5 jaar geleden
  • X_Tina

    Leuk stukje!! X

    5 jaar geleden
  • Shaybuttah

    Super geschreven... Maar dat is niks nieuws Hahah snel verder dus

    5 jaar geleden
  • Altaria

    Ow cool die spoiler! K ga op de pc ff kijken!

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen