Foto bij 039 || Hikari Kiyama

Verschrikt knielt Endou bij Aphrodi neer, ‘Aphrodi! Is alles goed?’ De rest dromt zich om Aphrodi heen. Aphrodi opent zijn ogen, kreunt en knikt, ‘Ik ben oké,’ zegt hij, weinig overtuigend. ‘Het is ook niet bepaald slim om te spelen terwijl je geblesseerd bent, niet?’ vraag ik kalm. Aphrodi kijkt verbaasd op, ‘Hoe?’ vraagt hij, waarna hij ineen krimpt van de pijn. Ik glimlach, ‘Nu niet belangrijk, zorg eerst maar dat Endou en de rest voor je zorgen, en naar het ziekenhuis brengen, want het is zo te zien een flinke blessure.’ Ik draai me om, en glip de menigte uit. Mitsuru staan in haar eentje, een beetje verlaten aan de rand van de groep. Ik grijp mijn kans en loop stilletjes naar haar toe. ‘Mitsuru?’
Ze schrik op, ‘Oh, Hikari! Jij bent het… Ikke… eh…’ Ik glimlach geruststellend, ‘Mitsuru, zou je alsjeblieft niemand over jouw kennis van Aliea, en mij, willen vertellen?’ vraag ik op gedempte toon. ‘Waarom zou ik dat doen? Jullie brengen enkel en alleen maar problemen!’ antwoordt ze fel. Ik bijt op mijn lip, ‘Alsjeblieft, Mitsuru, zeg niets, voor nu in ieder geval, we praten er later wel verder over. Ergens waar we meer privacy hebben.’
Mitsuru kreunt zacht, ‘Oké, Hikari, straks op mijn kamer?’ Ik knik en loop bij haar weg, haar ogen branden in mijn rug. Ik recht mijn schouders en kijk niet om. Zo, dat was één ding. Ik kijk naar Satoru, nu nog het tweede. Langzaam loop ik naar hem toe. ‘Satoru?’ vraag ik zacht. Hij antwoordt niet, maar draait zich wel naar mij toe, zodat ik weet dat hij luistert. Zijn ogen staan hard, ik wend mijn blik af, waardoor ik zijn gebalde vuisten zie. ‘Ik heb denk ik nog wat uit te leggen,’ mompel ik zacht, zonder hem aan te kijken. ‘Zeker weten.’ Bromt Satoru. ‘Ik, uh… ik kom na het eten wel naar je kamer toe, goed? Dan praten we daar wel,’ Satoru knikt, ‘Tot straks, dan.’ Satoru loopt weg, richting Raimon, waar wij kamers hebben gekregen. De rest was allemaal al weggegaan, naar huis, of naar het ziekenhuis met Aphrodi. Ik zucht diep, en voel dat er iemand achter me staat, en ik weet ook wie. ‘Waag het niet om commentaar te leveren, Hiroto.’ Snauw ik zonder me om te draaien. Hij grinnikt zacht, ‘Ik zeg niets,’
Ik draai me om en daar staat Hiroto, met zijn handen in zijn zakken en een scheve glimlach op zijn gezicht. Ik zucht nogmaals, ‘Wat wil je?’
Hiroto’s glimlach verdwijnt, ‘Pas op met wat je doet, zusje, het duurt niet lang meer. Vanavond ga ik ook met Hitomiko praten,’ hij glimlacht weer, ‘Dag, kleine zus.’
Ik rol met mijn ogen en Hiroto grijnst. Daarna draai ik me weer om, ‘Dag broer,’ glimlach ik voordat ik wegloop.

Ik loop direct naar Mitsuru’s kamer. Nog voordat ik kan kloppen wordt de deur al open gedaan. ‘Hoi,’ glimlacht Mitsuru zwak, ik knik terug. We lopen naar binnen. Mitsuru gaat op haar bed zitten en gebaart mij hetzelfde te doen. Ik kom naast haar zitten. ‘Hoelang ben je al bij… hen, Hikari?’ begint Mitsuru zacht. Ik trek mijn mondhoek op, ‘Vanaf het begin. Alsjeblieft, Mitsuru, het is niet aan jou om mijn geheim te vertellen.’ Mitsuru sluit haar ogen even, ‘Maar, Hikari, na alles wat ik heb meegemaakt bij Aliea, is dat dan niet ook mijn geheim? Ik heb er toch ook mee te maken gehad?’
‘Dat weet ik,’ zucht ik. ‘Het spijt me dat je erbij betrokken bent geraakt, maar mijn betrokkenheid is mijn probleem. Ik smeek het je Mitsuru, vertel niemand iets. Alsjeblieft!’ Mitsuru blijft stil. Dan zucht ze, ‘Bah, ik vind dit maar niets! Oké, Hikari, ik vertel niemand iets, maar ik wil je wel vragen om geen contact meer met me te zoeken zolang je bij Aliea hoort. Jij bent heel aardig, maar met Aliea Acedemy en met de rest van jullie wil ik eerst niets meer te maken hebben.’
Ik knik, en sta langzaam op. ‘Zoals je wilt,’ ik loop naar de deur toe, maar voordat ik hem open kijk ik om. ‘Dankjewel, Mitsuru, heel erg bedankt,’ fluister ik. Mitsuru glimlacht en ik stap naar buiten en sluit de deur achter me.

Van het eten heb ik niet veel geproefd, mijn gedachten dwalen steeds af naar Satoru, en het gesprek dat me na het eten te wachten staat. Satoru staat op, en ruimt zijn lege bord op. Hij werpt me een veelbetekenende blik toe voordat hij de kamer uitloopt. Nadat ik mijn eten ook op heb, loop ik langzaam naar Satoru’s kamer. Zachtjes klop ik op de deur, die bijna direct open gaat. ‘Ik dacht al dat jij het was,’ verklaart Satoru terwijl hij me naar binnen wenkt. Zelf gaat hij op zijn bed zitten. Ik loop ongemakkelijk naar het raam toe. ‘Nou, hoe wil je dit alles verklaren?’ vraagt Satoru, met een spottende ondertoon. Ik zucht zacht en ga in de vensterbank zitten. ‘Wel, laat ik maar bij het begin beginnen. Toen ik zes was zijn mijn ouders omgekomen, ik kwam in een weeshuis terecht,’ ik geef dit gedeelte weinig aandacht, het ligt nog altijd gevoelig. ‘In het weeshuis leerde ik al snel andere kinderen kennen en ik maakte vriendjes en vriendinnetjes. Ik miste mijn ouders nog altijd, maar gelukkig had ik een goede band met iemand die er altijd voor me was en me troostte zonder dat ik erom vroeg, Hiroto. Hij was er altijd voor me en heeft me door die lastige tijd heen geholpen. In die tijd leerde ik nog twee andere jongens kennen, ze waren altijd aan het voetballen, maar hadden altijd ruzie over wie nu eigenlijk gewonnen. Dat waren Nagumo en Suzuno- Gazel,’ ik glimlachte bij de herinnering. ‘Als ik met hen voetbalde dacht ik niet aan mijn ouders, dus miste ik ze ook niet, maar ’s avonds sliep ik nooit. Nachtmerries van het ongeluk maakten dat ik mijn ogen niet meer durfde te sluiten, maar dan waren de jongens daar. Zonder hen had ik het niet gered, ze zijn familie voor me! Maar nu zijn ze dus bij… Aliea Academy. Ondanks dat kan ik ze niet zomaar laten vallen, daar betekenen ze teveel voor.’ Ratel ik snel.
‘Wat voor ongeluk?’ vraagt Satoru scherp. Ik staar naar buiten, ‘Een brand,’ zeg ik ademloos, ik voel nog steeds de schroeiende hitte van het vuur als ik eraan denk. Er glijdt een traan over mijn wang, maar ik veeg hem ruw weg. ‘Het klinkt best… aannemelijk, denk ik,’ mompelt Satoru langzaam. ‘Maar waarom heb je het niet eerder vertelt?!’
‘Ik was bang dat jullie boos zouden worden, dus heb ik het maar geheim gehouden, en daarbij, ik vertel nou niet bepaald graag over mijn eh… verleden,’
Satoru blijft stil. Ik merk dat er tranen in mijn ogen staan en veeg ze boos weg. ‘Het spijt me, Hikari,’ zegt Satoru dan, ‘Het spijt me dat ik je niet vertrouwde, vrienden?’
Ik slik een brok in mijn keel weg, ‘Natuurlijk,’ zeg ik schor, ‘Altijd.’
Ik sta op van de vensterbank, Satoru staat ook op en slaat zonder iets te zeggen zijn armen om me heen. Ik leg mijn hoofd op zijn borst, ‘Bedankt, Sato,’ fluister ik, overmand door schuldgevoel.
Dan vliegt de deur open, we laten elkaar gauw los. ‘Kom gauw! We hebben Gran met coach Hitomiko zien praten, en hij noemde haar zusje! Dat vraagt om uitleg!’ briest Rika, voor ze weer weg beent. ‘Wist jij hier iets van?’ vraagt Satoru. Ik knik, ‘Maar het is niet mijn zaak om je dat te vertellen,’ zeg ik rustig. ‘Zullen we maar gaan kijken wat er allemaal aan de hand is?’

Reacties (1)

  • Samanthablaze

    Arme Aphrodi....

    Eindelijk komt de waarheid aan het licht!!!
    Snel verder!!!!!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen