Chapter 53

Door: maybo
Onderdeel van: Living the dream - George Weasley 16+
Laatst bijgewerkt: 1 jaar geleden
Geactiveerd op: 1 jaar geleden

Foto bij Chapter 53

breed | medium | small

Nola POV
Nerveus bel ik aan bij mijn huis. Normaal bel ik niet aan, maar sinds alles… De deur gaat open en daar staat mijn broer. Hij heeft tranen in zijn ogen. ‘Waarom huil je?’ Hij trekt mij tegen zich aan in een stevige knuffel. ‘Ik was zo bang dat ik je kwijt was.’ ‘Zo makkelijk kom je niet van me af.’ Hij stapt opzij om mij binnen te laten. ‘Ma en pa zijn in de woonkamer.’ Ik hang mijn jas aan de kapstok en loop langzaam naar de woonkamer. Mijn ouders zitten hand in hand op de bank. Er waren wel honderd dingen die ik me had voorgenomen ze te zeggen, maar zodra ze opkijken, vergeet ik alles. Mijn moeder staat op en trekt me tegen zich aan. Ze begint hard te huilen. Ik lach onzeker. ‘Mama, ik ben oké.’ Ze knikt en drukt mij nog dichter tegen zich aan. ‘Irene, mag ik mijn dochter ook nog omhelzen, voordat je haar dood knuffelt.’ Ze lacht en laat mij los. Mijn vader steekt zijn hand naar mij uit. Ik glimlach. ‘Papa.’ Hij slaat zijn armen stevig om mij heen en tilt mij op. ‘Mijn sterke meisje.’
De middag bij mijn ouders was net als vroeger op eerste kerstdag alleen hadden we nu een ook een kersdiner, zoals we normaal op kerstavond hadden. ‘Ik heb dit gemist.’ Mijn ouders en broer stoppen met eten en kijken mij aan. ‘Als ik niet zo stom was geweest om met volle maan…’ ‘Nee.’ Mijn vader gooit zijn bestek op zijn bord. ‘Het was altijd de bedoeling dat jij een weerwolf zou worden. Ik weet niet of het een god, maar jij bent hiervoor gemaakt.’ Ik schud mijn hoofd. ‘Ik breng iedereen in gevaar en ik moet altijd over mijn schouder kijken om te controleren of er geen weerwolf is die mij probeert mee te nemen. Ik wil het niet meer.’ ‘Stop er dan mee.’ Mijn moeder pakt mijn vaders hand vast en Olivier die van mij. ‘Vlucht niet, bereid je voor. Zorg ervoor dat je nog sterker wordt dan je nu bent. Zorg ervoor dat als ze je komen halen, je er klaar voor bent.’ Mijn moeder kijkt liefdevol naar mijn vader. ‘Als je iets van je vader hebt, is het zijn leiderskracht. Olivier heeft het ook. Jullie zijn sterk.’ ‘En je moeders neef en peetvader, Remus is ook een weerwolf. Hij wil je zeker helpen.’ Ik kijk weg. ‘Ja… Daarover…’ Plotseling vliegt de voordeur open. Vier mannen komen binnen en nog voor mijn familie hun gezichten kan zien, weet ik al wie ze zijn. Ik trek snel mijn toverstok en richt die op de voorste man. ‘Expelliarmus!’ Zijn stok vliegt uit zijn hand en ik vang hem behendig. In een reflex breek ik hem en laat hem vallen ik wil me richten op de andere mannen, maar dan voel ik een hand in mijn nek die mij op de grond duwt. De man stapt op mijn pols en ik laat mijn toverstok los. Ik probeer de man te trappen. ‘Ik zou nadenken voor je de verkeerde beslissing maakt.’ Ik bal mijn handen tot vuisten. ‘Wat? Denk je dat je mij kan doden? Fenrir Vaalhaar.’ Hij lacht en trekt aan mijn haren, zodat ik omhoog kijk. De drie andere mannen hebben mijn ouders en broer vast. Mijn moeder huilt. ‘Misschien kan ik jouw niet doden, maar je ouders wel.’ ‘Wat wil je dan?’ Hij draait mij op mijn rug en zet zijn voet snel weer tegen mijn keel. ‘Er is naar je gevraagd, we zijn aan het onderhandelen...’ Zijn gezicht is nog beestachtiger van dichtbij, alsof hij nooit volledig terug getransformeerd is na de volle maan. Hij strijkt met een vinger over mijn wang en ik draai mijn hoofd weg. ‘Zo puur… Het zou bijna zonde zijn om jou aan hem... Jij!’ Hij wijst naar de man die mijn moeder vast heeft. ‘Geef me je stok,’ Hij grijnst. ‘We gaan op reis.’ Ik pak in een snelle beweging zijn been vast. Hij kijkt mij aan en de woede in mij neemt toe. ‘Vind je mij al leuk? Wacht dan tot je mijn wolf leert kennen.’ Ik til zijn been op en brul dan luid, of nee, mijn wolf brult. Ik weet dat mijn ogen groen gloeien. Even lijkt Fenrir niet in staat iets te doen, maar dan slaat hij mij hard tegen mijn hoofd en de grijns komt terug. Sterretjes dansen voor mijn ogen. ‘Ah hallo, schoonheid. Ik moet toegeven dat ik nog nooit een wolf met zulke groene ogen heb gezien.’ Er klinkt weer een luide knal. Mijn moeder gilt en knijpt in mijn vaders hand. Mijn broer is al deze tijd stil gebleven. Ik kijk opzij en zie Irates en Tarik. ‘Fenrir, wat doe je?!’ Tarik loopt boos naar hem toe. ‘Ik volg alleen bevelen op.’ Hij trekt mij aan mijn haren overeind. ‘Probeer mij maar ervan te overtuigen dat je haar niet als alpha wilt.’ Tarik haalt zijn hand door zijn haren en Irates stapt naar voren. ‘Ze is er nog niet klaar voor. Als we haar nu meenemen, is de kans groot dat ze de rituelen niet overleeft en we vinden waarschijnlijk nooit meer een alpha zo sterk als zij.’ Fenrir kantelt zijn hoofd. Irates richt zich op de andere weerwolven bij mijn ouders. ‘Ga. Nu!’ Ze lijken er niet twee keer over na te denken en verdwijnselen. ‘Volg hun voorbeeld Fenrir.’ Fenrir lacht onverschillig. ‘Denk je dat ik jou bevelen op ga volgen? Hij vermoordt jullie als hij erachter komt dat…’ Op dat moment draai ik me om en duw ik Fenrir hard tegen de muur. ‘Denk niet dat je wegkomt met het bedreigen van mijn familie, je hebt ze niet, dus je bent machteloos. Je weet dat ik sterker ben.’ Hij tilt zijn handen langzaam op. ‘Je maakt een grote fout.’ Ik haal hard uit en raak hem tegen zijn slaap. Hij zakt in elkaar en blijft roerloos liggen. Ik stap weg. Mijn moeder rent naar mij toe en trekt mij tegen zich aan. Ik sla mijn armen om haar heen. ‘Het spijt me zo. Ik had niet terug moeten komen.’ Ze schudt haar hoofd en wil iets zeggen maar Tarik is haar voor. ‘Nola, ze kunnen hier niet blijven. De kans is groot dat de anderen versterking zijn gaan halen. Er is weinig tijd. Kan je ze ergens naartoe brengen?’ Ik knik. ‘Ja… Ja, ik ken een veilige plaats, maar wat bedoelde hij? Wat bedoelde Fenrir? Hij zei dat er naar mij gevraagd is. Wij is”hij” ?’ ‘De alfa weet wat Irates en ik gedaan hebben. Je bent een tijdbom Nola. Je hebt een van de gevaarlijkste wolven ooit in je lichaam zitten. Heb je enig idee hoe machtig onze pack zou zijn met jou als alpha?’ Ik schud mijn hoofd. Irates tilt Fenrir over zijn schouder. ‘Ik ga voor hij bijkomt.’ ‘Irates, w-‘ En weg is hij. ‘Nola, jullie moeten binnen nu en tien minuten hier weg zijn.’ ‘Tarik?’ ‘Het komt goed.’ Ik schud mijn hoofd. ‘Tarik, jullie pack is enorm. Als jullie pack weet dat ik een hybridewolf in mijn lichaam heb dan is de kans groot dat inmiddels veel meer packs en anderen weten van mijn bestaan…’ ‘Dat doen ze al…’ ‘Wat?!’ ‘Nola,’ Hij legt zijn handen op mijn wangen. ‘Het. Komt. Goed.’ Hij trekt mij tegen zich aan. ‘Het komt goed, oké. Ik moet gaan.’ Hij laat los en met een knal is hij weg, maar vlak voor hij verdwijnt zie ik hem nog iets mimen en ik pak het briefje in mijn hand steviger vast. “Hij is terug.”

Ik kom boos de keuken binnen van Grimboudplein 12. ‘Nola, ben je oké?!’ Hermelien rent naar mij toe. ‘Ze hebben mij gevonden.’ Mijn ouders en broer komen ook de keuken in. Ik sla hard tegen tafel. ‘Godverdomme!’ Er klinkt een luid gekraak en de tafel breekt. Fred komt de hoek om en schudt geamuseerd zijn hoofd. ‘Niet weer, hè.’ De rest van het huishouden is nu ook in de keuken. George wil naar mij toe komen, maar ik schud mijn hoofd. Hij fronst bezorgt. ‘Hoe komen je ouders en broer hier?’ ‘Nola, wat is er gebeurt?’ ‘Fenrir Vaalhaar heeft mij gevonden.’ Ik hoor een doffe bonk en draai me geschrokken om. Mijn moeder ligt roerloos op de grond. ‘Mama!’ Ik laat me naast haar vallen en druk mijn oor tegen mijn borstkas. ‘Ze leeft nog. Wat is er gebeurt?!’ Mijn vader tilt haar op. ‘Ze is in shock.’ 

Kudo Door naar het volgende hoofdstuk

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit hoofdstuk.



Details

0

12+

1413

64 (0)

Share