Foto bij 001

She stared at the stars like they were pillows for her mind and in their light she could rest her heavy head. -Christopher Poindexter

Lily-Rose Harper


Ik klom onhandig de taxi uit, terwijl de chauffeur verveeld langs me liep, de koffer voor me opende en mijn bagage neerplofte voor mijn voeten. Met grote ogen keek ik naar hem op, het portier dichtslaand, en raapte het slikkend van de grond, mijn tas over mijn schouder hangend.
Mijn handen trilden terwijl ik mijn portefeuille uithaalde, beschaamd blozend de priemende blik van de robuuste man voor me ontwijkend, en zijn afkeurend gebrom bij het zien van de nette dollarbriefjes, te waardevol voor het schuchtere meisje dat voor hem stond.
Ik overhandigde hem snel één, mompelend dat het oké was, voor ik nog een laatste keer kort in zijn donkere ogen keek en me vervolgens vlug uit de voeten maakte.
Nerveus en onzeker keek ik naar de enorme ingang voor me, Broadway overstekend en zenuwachtig ademhalend. Mijn moeder had er amper om gegeven, mijn vader te veel. Ik had hem gesmeekt me alleen te laten gaan, hem op het hart gedrukt dat ik deze stap in mijn leven alleen moest maken.
Hoewel niets in mijn leven zomaar alleen gedaan werd, en ik enkel de handen moest grijpen die me aangereikt werden. Ik zou niets liever willen dan kunnen zeggen dat het mijn eigen verdienste was dat ik aanvaard was op Columbia University, en er zelf in geslaagd was binnen te raken in één van de meest gerenommeerde Ivy League universiteiten in Amerika, maar het zou een leugen zijn.
Mijn vader had er alles aan gedaan om te verzekeren dat ik toegelaten zou worden. Ik was een Harper, en Harpers studeerden aan Columbia, en dat was het enige dat die avond aan onze veel te grote, ongezellige dinertafel gezegd was geweest, toen ik een paar maanden geleden thuisgekomen was met de boodschap dat het tijd werd me aan te melden bij verschillende universiteiten.
Moeder had enkel naar me gekeken met haar champagneglas in haar slanke hand, haar rode lippen getuit en haar goudblonde haar achter haar oor gestreken. Mijn kleine zus had niets gedaan, buiten naar haar zachtroze jurk gestaard en stilzwijgend verder gegeten, zoals het hoorde.
Zoals het altijd had gehoord.
Ik had mijn vader met zijn magische vingers laten knippen, en had na mijn gesprek met de decaan haast onmiddellijk mijn toelatingsbrief ontvangen, dat in tegenstelling tot haast al mijn andere klasgenoten, die het na hun interview hadden moeten stellen met een afwijzende 'nee'. Althans, mijn mannelijke klasgenoten. Meisjes uit mijn conservatieve, niet-stedelijke milieu hielden zich na hun achttiende meestal slechts bezig met de glitter en glamour: feestjes organiseren, en zich profileren als uitmuntende socialites om zo aantrekkelijk mogelijk te lijken in de ogen van mogelijke aanstaanden. De mannen brachten het geld op, de vrouwen zorgden voor de pracht en praal.
Hoe dan ook, voor de hoogste elite -de rijkste en machtigste upperclass, was het makkelijk overal binnen te raken. Mijn familie was New York royalty. Mijn vader kreeg alles moeiteloos voor elkaar, ook een plaats in een Ivy League voor zijn oudste dochter; dit in tegenstelling tot vele jongens uit mijn klas, ook al hadden ze in dezelfde peperdure, hoog aanstaande privéschool gezeten.
Ik liep inmiddels de campus binnen, nerveus rond me heen kijkend. Hier had mijn vader school gelopen, net als zijn vader voor hem, en met alle waarschijnlijkheid elke andere persoon in zijn stamboom. Het was ondenkbaar niet aan Columbia te studeren met mijn achternaam. Hij had me ooit uitgelegd dat de eerste succesvolle Harper die het families rijkelijke zakenimperium had uitgebouwd er had gestudeerd, en dat iedereen die volgde -jongen of meisje- hem in de voetstappen hoorde te treden, ook al boeide het studeren voor de vrouwen amper. We zaten op school om de traditie in te lossen, tot we konden trouwen en onze stamboom verder kon uitbouwen. We waren een aanvaarde uitzondering op de 'meisjes-studeren-niet-regel'. Die eerste belangrijke Harper had de familie met hun nieuwe geld alleszins een plekje gegeven tussen de Amerikaanse elite, en het had al zijn navolgers gebracht waar ze nu waren.
Ik wist niet of ik er oké mee was. Ik wist van veel zaken in mijn leven niet of ik er oké mee was, in feite, maar ik dacht er niet over na.
Het had toch geen zin, want het zou niets uitmaken andere dromen te hebben dan die die ik had geërfd bij mijn geboorte. Mijn vader koos alles voor mij, en zo was het altijd geweest.
Hij deed niets liever dan zijn rijkdom en bloeiende monopolie showen, en zijn vrouw en dochters waren de poppen in de etalage van ons enorme landgoed op Long Island, tentoongesteld voor zijn rijke vrienden en professionele connecties op één van de vele feesten die hij er jaarlijks organiseerde, met als enige doel er miljoenendeals te sluiten en zijn zaken nog verder uit te breiden. Over de jaren heen was hij één van de meest succesvolle en rijke businessmannen in de staat 'New York' geworden.
Wij moesten enkel mooi zijn en lachen, hem steunen en doen wat van ons verwacht werd.
Maar kon ik klagen? Mijn leven was luxueus doch nep, en ons enorme huis even gigantisch als koel en onwelkom, maar ik had alles wat ik wilde. Meer nog dan dat.
Ik had de mogelijkheid in Columbia te studeren, al was het niet dankzij mijn eigen talenten, en had meer luxe in mijn leven dan iemand anders mogelijk kon wensen. Mijn recht om ondankbaar te zijn was al lang geleden verdwenen, samen met mijn wil om los te breken uit mijn geplande en verstikkende leven.
Ik durfde niet tegen mijn vader in te gaan, en ik had stilzwijgend aanvaard dat dit was wat ik had gekregen, en er maar beter het beste van kon maken.
Nu was ik tenminste hier, zonder hem of een privéchauffeur, of elke andere mogelijke werknemer die ons thuis dagelijks omringde.
Hier was het enkel Rose, en voor het eerst in mijn leven stond ik er alleen voor. Althans, voor zover ik het wakende oog van mijn vader ooit achter me kon laten.
Hij had het gehaat dat ik een taxi had gebeld om me te brengen, gesnauwd dat hij zijn dochter niet in een aftandse vuile wagen naar New York City zou laten brengen, maar ik had hem gesust en beloofd onmiddellijk te bellen wanneer ik toekwam.
Mijn moeder had nauwelijks afscheid van me genomen, enkel laatdunkend naar mijn zomerse jurk gekeken en haar neus opgetrokken. Ze was een mooie vrouw, ijdel en altijd tot in de puntjes verzorgd. Mijn zusje leek op haar.
Ze hadden allebei dikke goudblonde lokken, en stralende diepblauwe ogen. Ik had enkel haar lichaamsbouw geërfd, de ondefinieerbare kleur van mijn ogen en mijn donkerblonde haar van mijn vader.
Ik wist dat ze teleurgesteld in me was, het hatend dat ik mijn dagen eerder vulde met boeken en dromen dan met onze overdaad aan geld spenderen aan kleren en kappersbeurten, het enige wat haar enigszins gelukkig maakte in haar huwelijk met mijn vader.
Ze liet hem haar kussen en aanraken wanneer hij het wilde, sliep met hem als hij het verlangde, maar verafschuwde de man even hard als haar jongste dochter, enkel smachtend naar zijn geld.
Ik vroeg me af of er ooit liefde was geweest tussen hen, of hij enkel met haar was getrouwd uit de voor ons zo bekende rationele overweging: omdat ze jonger en aantrekkelijk was, en omdat ze hoorde tot één van de belangrijkste families in Amerika en hem zo status had kunnen geven. Mijn materialistische moeder voor zijn fortuin. Misschien niet, en was het enkel uitgedoofd en even formeel geworden als de rest in haar leven door de rijke en buitensporige wereld waarin we ons bevonden.
Misschien waren ze ooit daadwerkelijk verliefd op elkaar geweest.
Het maakte hoe dan ook niet uit, want ik haatte het hen samen te zien, en had mezelf gezworen dat ik het wonderbaarlijke gevoel van iemand te houden wilde ervaren, weigerend dezelfde keuzes te maken als zij en samen te zijn met iemand waar ik niet om gaf. En god, ik wist dat het naïef was en dat mijn ouders me nooit zouden laten samenzijn met een jongen die ik zelf koos. Ik was te belangrijk, geboren uit een Whitney-Harper huwelijk. Ik zou trouwen voor status en geld. Toch bleef ik koppig vasthouden aan mijn ideaal. Waarschijnlijk kwam het wel door het gebrek aan liefde in mijn eigen jeugd, of door de romantiek in boeken die ik opzocht, maar ik klampte me stevig vast aan het naïeve idee dat ik hem ooit zou ontmoeten; de jongen van mijn dromen.
Ik keek rond me terwijl ik de campus binnenliep, het schelle geluid van toeterende auto's en drukke New Yorkse straten achter me latend, rond me kijkend naar de brede laan die de ingang van Columbia inleidde.
Rond me liepen hopen andere studenten, en reden af en toe wagens met ouders die hun kroost kwamen afzetten en uitzwaaien. Schamper bedacht ik me dat ik heel wat meer bekijks zou hebben als ik mijn vader toegestaan zou hebben met me mee te komen. Ik durfde me haast niet voor te stellen wat een dramatisch vertoon hij ervan gemaakt zou hebben. Sidderend bij de gedachte aan de privéchauffeur die hij zonder twijfel ingeschakeld zou hebben, liep ik verder, niet oplettend en tegen iemand op botsend.
"Oh, het spijt me!" verontschuldigde ik me snel, maar het meisje draaide zich enkel nijdig om en schonk me een kwade blik. Ik slikte en haalde ongemakkelijk een hand door mijn donkerblonde haar, warrig en vernesteld door de lange rit en de wind. Mijn moeder zou me villen als ze hier was geweest.
Ontzet door haar vijandige houding wandelde ik wat sneller verder, zenuwachtig rond me heen kijkend en het plannetje van de campus onhandig uit mijn tas halend.
Het was gigantisch druk bij de receptie, en onzeker sloot ik aan achter de studenten voor me, mijn papieren haastig zoekend en rond me heen kijkend. De volledige universiteit was prachtig en voorzien van elke mogelijke faciliteit, alsof ze wilden pronken met hun Ivy League status.
Toen het aan mij was, glimlachte ik vriendelijk naar de vrouw achter de balie, al keek ze me niet eens aan.
"Naam?" snerpte ze, en ik fronste onzeker, me afvragend of iedereen hier koel en afstandelijk was.
"Lily-Rose Harper." antwoordde ik, al grimassend bij de reactie die ik zou krijgen. Haar ogen schoten omhoog, en ze kneep ze even tot spleetjes.
"Papieren, alsjeblieft." zei ze toen, nu eerder onderzoekend, en blozend overhandigde ik ze aan haar. Ze overlas ze zuchtend, enkele zaken intypend op haar computer, maar daarna fronsend.
"Had je je aangemeld voor een kamer?" Ik fronste en opende mijn mond al, ongemakkelijk rond me heen kijkend.
"Eh... Ja, normaal wel." zei ik aarzelend, tegen mijn zin vervolgend: "Een privékamer, als ik me niet vergis."
Ze boog wat meer naar haar scherm en schudde vervolgens haar hoofd.
"Het spijt me, maar ik zie je nergens staan. Voor zover ik weet, heb je geen kamer op de campus." Dat alles zei ze op een toon die onmogelijk meer verveeld kon klinken, hoewel ik abrupt paniekerig naar haar keek.
"Wacht, wat? Nee, dat is niet mogelijk! Bent u zeker?" protesteerde ik, en geërgerd zuchtte ze.
"Het spijt me. Vraag het daar verder eens.", zei ze, vaag wuivend naar een balie aan de overkant. Ik slikte en trok mijn mond al open, maar ze wendde haar blik af.
"Volgende!" riep ze. Verontwaardigd keek ik haar aan.
Niemand had me ooit zo behandeld.
Het meisje achter me wurmde zich langs me, geërgerd en binnensmonds vloekend, me kwaad aankijkend. Tranen prikten achter mijn ogen, en ruw draaide ik me om, mijn trolley achter me aan rollend en me naar de andere receptie haastend, haast wanhopig.
Waarom kon dit niet gaan zoals ik het wilde? Voor de eerste keer dat ik iets alleen deed...
"Hallo, kan ik je helpen?" vroeg de vrouw achter de balie aan de overkant, deze met een veel vriendelijkere glimlach, en trillerig beantwoordde ik haar gebaar.
"Mijn naam is Lily-Rose Harper. Ik had me opgegeven voor een privékamer, maar blijkbaar hebben ze er mij geen toegekend?" Ik zei het op een eerder vragende toon, onzeker en zenuwachtig, de smerige blikken van de mensen naast me negerend, alsof het een zonde was alleen op een kamer te slapen.
"Harper.", herhaalde de vrouw fronsend -ze kende mijn naam, maar knikte toen wel.
"Een ogenblikje.", zei ze, zich tot haar computer wendend, terwijl ik nerveus met mijn nagels op de balie tikte, zwak glimlachend naar de persoon naast me, al liet die zijn ogen enkel over me heen glijden en wendde zijn blauwe ogen toen weer af.
"Er was een probleem met je aanmelding, lees ik hier. We hebben je enkele weken geleden een mail gestuurd in verband met een nieuwe inschrijving, klopt dat?" Koud zweet brak me uit, en met rode wangen keek ik haar aan.
"Een mail?" herhaalde ik, en ze knikte, afwachtend in mijn ogen blikkend. Ik slikte en keek rond me in de overvolle ruimte, zoekend naar hulp die er niet was.
Ik had mijn mailadres nooit gecheckt, ervan uitgaand dat mijn vader alles geregeld had.
Ik had beter moeten weten.
Hier in de universiteit mocht ik dan wel Harper heten, dat betekende niet dat ik privileges had. Het gewend zijnd alles voorgeschoteld te krijgen, was ik naïef en onvoorbereid vertrokken, alsof ik een erehaag had verwacht en gedacht dat alles vlekkeloos zou verlopen.
En nu stond ik hier, alleen, en niet in staat om voor mezelf te zorgen. Ik kende niemand in de grote stad, en compleet radeloos en in paniek keek ik de vrouw terug aan.
Voor het eerst in mijn leven wenste ik dat mijn vader er was. Hij zou het probleem met een vingerknip verhelpend, ervoor zorgend dat zijn dochter niets te kort kwam. Maar hij was er niet, en dit pijnlijke feit aanvaardend, besefte ik dat ik dit zelf zou moeten oplossen.
"Ik heb me nooit opnieuw aangemeld voor een nieuwe kamer." zei ik beschaamd, en moeilijk keek de vrouw me aan.
"Betekent dat dan dat ik geen slaapplaats heb?" vroeg ik kleintjes. Ze schonk me een ongemakkelijke glimlach.
"Het spijt me, liefje." Ze klonk oprecht, maar ik had niets aan medelijden en vriendelijke lachjes. Ze zouden me geen stap verder helpen.
Tranen sprongen in mijn ogen, en ik haalde diep adem, hard op mijn lip bijtend. Ik zat serieus in de problemen, van een omvang die ik nooit gekend had in mijn haast achttienjarige bestaan.
Beschaamd en paniekerig verliet ik de receptie, de frisse lucht buiten dankbaar opsnuivend en wanhopig rond me heen kijkend.
Wat moest ik in godsnaam doen?
Ik schudde mijn hoofd en liet me moedeloos neerzakken op een muurtje even verder, uitkijkend over het enorme grasveld en mijn gsm trillend uit mijn tas halend.
Tot zover alles alleen aanpakken...
Diep zuchtend draaide ik mijn vaders nummer, mijn telefoon naar mijn oor brengend en zenuwachtig op mijn duimnagel bijtend. Er zat niets anders op dan zijn hulp te vragen.
"Rose." begroette hij me koeltjes, en ik merkte dat hij nog steeds kwaad was dat ik een taxi had genomen en zijn chauffeur had geweigerd.
"Hey." prevelde ik, stilvallend.
"Ben je al op de campus?" vroeg hij afwezig, en ik humde eens.
"Ik..." begon ik, maar zenuwachtig slikte ik.
"Wat?" zuchtte hij, duidelijk bezig zijnd met iets. Kort sloot ik mijn ogen. Het bleef een tijdje stil.
"Wat is het probleem, Rose? Ik heb niet de hele dag tijd." snauwde hij, en hard beet ik op mijn lip. Hij zou woest op me zijn.
"Niets. Nee, er is niets. Ik bel jullie later nog, goed?" piepte ik, zwak als ik was. Ik durfde het hem niet te vertellen, zeker niet nu hij zo geïrriteerd klonk. En bij het idee dat hij zich ermee zou moeien en drama schoppen op school, liepen rillingen van afschuw over mijn rug, temeer nu ik net nieuw was en alles in het honderd liep.
Hij zuchtte en antwoordde: "Ja, goed. Vergeet niet naar huis te komen binnen twee weken. Er is die zaterdag een diner met enkele belangrijke zakenmensen die me een gigantische deal kunnen bezorgen, en ik wil dat je aanwezig bent. Wees op tijd." Ik sloot mijn ogen en liet mijn hoofd vermoeid in mijn vrije hand vallen.
"Ja.", zei ik zwakjes, en onmiddellijk vervolgde hij: "Marcus' vader komt ook. Heb je hem al opgezocht? Hij studeert ook in Columbia vanaf dit jaar."
Ik zuchtte diep en beet op mijn lip.
Zijn ouders waren kennissen van mijn familie, en als kinderen waren Marcus en ik goede vrienden geweest. Maar we hadden al jaren geen contact meer gehad, en ik wist dat mijn vader van me verwachtte dat ik daar verandering in bracht. Hij geloofde stellig dat een nieuwe vriendschap tussen ons het begin zou zijn van een samenwerking tussen zijn zaken en die van Marcus' vader. Waarschijnlijk zelfs een toekomst voor ons, met uiteindelijk een huwelijk. Ik had van kinds af aan al gevoeld dat onze ouders ons in elkaars richting hadden geduwd. Nu was het tijd de banden voorgoed te smeden. Mijn vader en moeder hadden me lang genoeg mijn zin laten doen en me afstand laten nemen van het sociale, elitaire leven op Sands Point. Nu niet langer; ik was volwassen en hoorde geïntroduceerd te worden in de maatschappij als volwaardig lid van mijn prominente familie. Iedereen uit ons milieu in het oosten van Amerika kende ons immers.
"Nee, nog niet. Ik doe het zo snel mogelijk." zei ik. Hij maakte een goedkeurend geluidje.
"Je hebt zijn nummer, dus wacht niet te lang. Misschien kunnen jullie samen komen naar het diner." Ik hoorde de waarschuwende toon in zijn stem, me praktisch verplichtend akkoord te gaan. Mijn vader stelde dingen niet voor, hij ging er vanuit dat mensen het simpelweg deden.
Zelfs van zijn eigen dochter verwachtte hij niets anders.
"Ja, dat doe ik.", zei ik zacht, nu onmiddellijk willen afleggend voor ik in tranen uitbarstte.
"Wat is er mis? Ben je aan het huilen?", vroeg hij, al was het op een verafschuwde en geërgerde toon. Ik slikte en veegde een traan op mijn wang weg.
"Nee... Nee, ik ben oké. Ik moet gaan.", zei ik, en nog voor hij had kunnen antwoorden, klikte ik het gesprek al weg. Onmiddellijk liet ik mijn gsm in mijn jaszak glijden, en zuchtte diep, slikkend en mijn hoofd schuddend.
Uiteindelijk kon ik me niet meer inhouden en liet mijn gezicht in mijn handen vallen, zachtjes snikkend en beschaamd huilend in mijn armen, zielig als ik was.
Een hele poos bleef ik zitten, tot ik radeloos bedacht dat ik Marcus misschien beter belde, ook al had ik hem jaren niet gesproken en zat hij waarschijnlijk niet te wachten op de wanhopige dochter van Robert Harper.
Maar ik had niet veel keuze, enerzijds omdat mijn vader het van me verwachtte, en anderzijds omdat ik dringend een slaapplaats nodig had, en hij de enige persoon in volledig New York was die enigszins in de buurt van een kennis kwam.
Net toen ik echter mijn gsm terug wilde nemen, werd ik opgeschrikt door een verraste stem: "Rose? Ben jij dat?"

--
En we zijn vertrokken!!:)Ik wil iedereen heeeeeeeeel hard bedanken voor de abo, ik had nooit durven hopen dat ik met zoveel lezertjes zou mogen starten! Een dikke dankjewel!(H)
Dit hoofdstukje was nog wat saai, maar mijn verhaal moet ergens beginnen, natuurlijk. Harry komt het volgende stukje al, dus bear with me! Iemand een idee wie de geheime persoon op het einde kan zijn?
Hopelijk draait het verhaal goed uit en lijkt het jullie wat! Ik kan niet beloven wanneer ik opnieuw update, maar het zal zeker niet al te lang duren. Ik heb al een voorraadje, en ik heb vandaag keihard doorgewerkt voor school, dus ik kan tijdens het weekend veel schrijven.:)
Jullie lezen de spoiler trouwens best eens!

Enkele belangrijke zaken over 'Paperweight':
- Dit verhaal is 16+, dus ik waarschuw jullie nu al. Er zal gevloekt worden, er is geweld, en later komen seksuele stukjes.
- Ik weet dat Rose op dit moment een hatelijk en vreselijk irritant personage lijkt, maar dat is ongeveer de bedoeling van mijn verhaal. Ze zal groeien als persoon, en als het een troost mag zijn; ik vind haar zelf behoorlijk vervelend. Dus in het begin is ze vrij zwak en naïef, en heeft ze de neiging domme beslissingen te nemen. Hopelijk houdt dat jullie niet tegen verder te lezen.:)
- En dan het laatste puntje: Harry's karakter is in dit verhaal compleet anders dan zijn echte persoonlijkheid (voor zover ik dat kan inschatten, natuurlijk). Ik heb ook zijn achtergrond en verleden helemaal veranderd, en van Gemma is bijvoorbeeld geen sprake. Enfin, jullie merken het wel!
- Nog eens heel hard bedankt voor jullie abo, en hopelijk stel ik jullie niet teleur!!


xxx
(H)

Reacties (12)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven hoor. Vrolijk kerst.

    4 maanden geleden
  • GossipGirl21

    Kon toch niet wachten met lezen.

    4 maanden geleden
  • HaroldStyles

    Hi!! Ik lees even je spoiler en ik vind Rose helemaal niet zo. Ze lijkt het slachtoffer van haar eigen vader en het ziet er ook uit alsof ze daardoor en door de manier van leven in dat thuis een sociale angststoornis heeft ontwikkeld. Oa letterlijk omdat ze het liefst (sociale) situaties uit de weg gaat en er doodsbang voor is. Op het moment dat ze het doet lijkt íédere vreemde ontzettend gemeen en voelt ze zich alsof ze in de weg staat en op dat moment heel slecht wordt beoordeeld. Dan komt ze niet voor zichzelf op omdat ze vindt dat ze dat niet waard is, misschien

    Ja ik studeer psychologie haha

    1 jaar geleden
  • Puellae

    Hoi!

    Ik ben zojuist begonnen met lezen en op zich is het heel goed!

    Persoonlijk vind ik dat je soms iets té lange zinnen hebt, bijvoorbeeld :
    "Hij deed niets liever dan zijn rijkdom en bloeiende zakenimperium showen, en zijn vrouw en dochters waren de poppen in de etalage van ons enorme landgoed op Long Island, tentoongesteld voor zijn rijke vrienden en professionele connecties op één van de vele feesten die hij er jaarlijks organiseerde, met als enige doel er miljoenendeals te sluiten en zijn zaken nog verder uit te breiden."
    Deze kan makkelijk in twee of meer zinnen verdeeld worden.

    Je gebruikt ook heel vaak werkwoorden met -nd erachter (ik heb geen idee hoe dat in het Nederlands heet, bij Latijn noemen we het een ppa), zoals lopend, rennend. Hierdoor worden je zinnen ook zo lang, maar ik moet toegeven dat ik het opvallend veel vind worden. Zodra het opvalt is het teveel, denk ik altijd. Je kunt ipv deze woorden ook een bijzin maken met 'terwijl' of een andere constructie gebruiken.

    Dit zijn mijn tips, subjectief ook, dus ik zeg niet dat dit is hoe het moet zijn, ik vertel je mijn ervaring.

    Maar zeker een bladwijzer, ik ben erg benieuwd naar het verhaal!

    Groetjes

    3 jaar geleden
  • xoMrsHoran

    Wat heerlijk om weer van je te lezen!

    En hoe graag ik nu alweer wil verder lezen na slechts 1 hoofdstukje ! ( en het is niet saai hoor!!!).

    Snel verder xx

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen