--Diablo--

Het begon een beetje te lijken op een kat een muis spelletje, Yuta die elke keer Kayerith probeert neer te halen terwijl ze het elke keer behendig kon ontwijken.
Moest ik hier niet iets aan doen? Kayerith helpen Yuta te verslaan? Ik durfde eerlijk gezegd mij niet te bewegen, Yuta leek altijd al een sterke draak, maar als vijand had ik hem nooit gewild. Toch voelde ik mij verplicht iets te doen, maar ik kon niet bedenken wat. Elke keer alsof het leek dat ik iets kon verzinnen stond er een blokkade die mij weerhield verder te denken. In plaats daarvan kreeg ik telkens een ruis te horen. Een gedachteloos geluid.
Ik wilde ervan af, dit was niet wat ik altijd was geweest. Ik was altijd degene die de plannen verzon, ik was degene die altijd slimmer wilde en meestal ook was, dan de anderen. Wat was er met mij aan de hand?
Sinds mijn herinneringen zijn terug gekomen gedroeg ik mij als een kluns, een lomp groot beest die op een belachelijke manier alles fout deed. Ik leek af een toe wel een cartoon draakje die met zijn lompe lichaam alles omver liep. Zo voelde ik mij.
Zo wilde ik dus niet zijn. Ik wilde iets doen voor Kayerith, voordat het te laat was. Elke keer scheelde het al niet zoveel tot Kayerith geraakt werd door één van die vlijmscherpe klauwen van Yuta. Ik had alleen maar het gevoel dat ik stil moest staan, dat ik een gevecht niet waardig was. Ik wist niet eens hoe ik moest vechten, maar ik wilde het zo graag. De bewegingen gingen langzamerhand ook steeds soepeler, alsof ze erop getraind waren elkaar te ontwijken.
Het zag er dus eigenlijk best indrukwekkend uit.
Yuta gaf haar geen kans om haar krachten te gebruiken, dat betekende dat... ... Verdomme, ik moest verder, stop met die ruis. Ik moest verder met denken.
Yuta gaf haar geen kans... Geen kans... Geen kans om haar krachten te gebruiken. Dat betekende... Wat betekende dat? Ik moest Yuta afleiden, zodat Kayerith haar krachten kon gebruiken.
'Khezef?' Begon ik.
'Ja?' Hij was blijkbaar ook niet in staat geweest om iets te doen.
'We moeten Yuta afleiden, kom.' Ik begon in beweging te komen en Khezef volgde mijn voorbeeld. Het leek misschien wel alsof we angstige draken waren, misschien waren we dat ook wel, maar het was meer omdat iets ons weerhield Kayerith te helpen. Misschien een magische kracht, of een stoornis in onze kop, een spreuk die ons weerhielden dingen te doen. Daar kwam het voor mij op neer.
Ik sprong op Yuta af en duwde hem van zijn baan die hij wilde gebruiken om Kayerith neer te halen, het deed hem niet zoveel, maar goed genoeg dat ik zijn aandacht had gekregen.
'Och Diablo, weet je het wel zeker dat je dit moet doen?' Hij keek mij dreigend aan met een blik die meer angst kon opbrengen dan de duivel, maar het maakte mij juist zekerder van mijn zaak, Yuta was degene die iedereen zoveel pijn had bezorgd, en dat moest stoppen.
Ik knikte rustig, ik had geen zin om ook maar tegen hem te praaten. Ik had nooit geweten dat Yuta de slechterik was, ook niet dat hij zulke dingen in het verleden had gedaan, ik voelde mij gebruikt. En daar zou hij voor boete, via mij of door een ander maakte mij eerlijk gezegd niet uit.
Ik bleef hem bestuderend aankijken, wachtend tot hij een aanval deed, maar hij deed niet zoveel, hij deed precies het zelfde als wat ik deed. Wachten tot de vijand toesloeg.
'Yuta, dit had nooit mogen gebeuren, je kan het nog terug draaien.' Het was een nutteloze zet om dat te zeggen, maar het ging om het gevoel, de gedachte dat ik geen schuldgevoel zou opbrengen, zodat ik er geen spijt van krijg op de dingen die nu gebeuren.
Yuta ging in de aanval, zonder er antwoord op te geven, blijkbaar had hij er ook geen zin in om antwoord te geven en probeerde dit keer mij neer te halen.
Kayerith kwam tussen ons in te staan en sloeg Yuta met een klauw bij mij vandaan. En ze keek mij lichtelijk woedend aan. Wat had ik toen weer verkeerd gedaan?
'Blijf uit dit gevecht Diablo.' Ik schudde nee, aangezien ik toch wel wist dat ik dat niet kon. Opeens was Kayerith niet meer voor mijn neus. Ze was opeens de andere kant van de kamer heen geslingerd.
'Je woorden zijn sterker dan jij bent. Misschien heeft deze jongen meer geluk.' Hij keek dit keer naar mij, en Khezef was op een rare manier verdwenen. Ik wilde daar even niet aan denken, op het moment had ik een Yuta die mij levend wilde verscheuren.
Ik ademde rustig, alsof ik daar beter van kon concentreren. De tijd leek langzamer te gaan dan eerst. En ik zag hoe Yuta opeens met een aanval mij kant op sprong. Het leek alsof heel veel beelden tegelijk voor mijn ogen sprongen voor ik besefde dat deze aanval dodelijk kon zijn voor mij. Ik dook naar beneden en sprong daarbij de richting van Yuta op.
Met mijn klauwen probeerde ik meer grip te krijgen waardoor er nagels in het vel van Yuta werd gestoken terwijl ik hem voor mijn perspectief naar voren wierp. In een snelle beweging maakte ik met mijn klauwen sneeën in Yuta, voornamelijk omdat ik mijn klauwen terug wilde. Ik wierp mijzelf naar achteren om weer afstand te bewaren van Yuta, en voelde dat hij ook wonden bij mij had toegepast.
Ik deed alsof het mij niets deed, net als hij. Maar wij wisten beide dat we die wonden voelde. Kort erna had hij mij opeens beet en gooide hij mij de lucht in met een ondraakelijke kracht. Het ging zo snel dat ik eigenlijk niet begreep wat er gebeurde. Ik raakte iets. En het deed pijn. Ik hoorde wat instorten, maar ik wist niet precies wat. Toen werd het stil en alle pijn was even weg.

Reacties (2)

  • Blackwolfiex

    Dood?

    5 jaar geleden
  • Akemi

    Is er iemand dood? Ja? Nu zou ik verdrietig moeten zijn, maar ik hou van dood XD
    En de ontknoping is bijna daar (: Spannend^^

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen