Foto bij O44 | Fuin


Gandalf maande Schaduwvacht tot spoed aan toen de donkere toren in zicht kwam. De grond omheen de toren leek te glanzen in het zonlicht. Achter hen reed Arnubên, die de omgeving met ernstige ogen in zich opnam, met Kali naast hem, die naar de lucht staarde en zweeg. Haar geboeide handen klemden de manen van het paard waar ze op reed stevig vast, zodat het dier geïrriteerd zijn hoofd bleef schudden.
'Mithrandir', zei Arnubên, 'Wat is hier gebeurd?'
'Dat zullen we zo te weten komen', antwoordde Gandalf hem. Groot was hun verbazing toen ze bemerkten dat door het dal water stroomde, zo hoog dat hun paarden tot hun knieën wegzakten. Het tafereel werd enkel nog vreemder toen er een vreemd wezen op hen af kwam waden, een wezen dat Arnubên vaag aan een mens deed denken, maar eerder boomachtig was. Hij herinnerde zich nog vaag de kinderverhalen die hen vroeger rond kampvuren werden verteld. De Onodrim, ook wel Enten genaamd, een ras zo oud dat Arnubên altijd had gedacht dat ze reeds vele jaren geleden Midden-Aarde hadden verlaten. De Ent hield halt voor hen en staarde naar hen met zijn vreemde, wijze ogen.
'Mithrandir. Fangorn had me verteld om voor u uit te kijken. Hij vroeg me u te begeleiden naar de toren, waar - burarum- Saruman zich heeft opgesloten.' Gandalf knikte en de ent ging hen voor. Arnubên keek om zich heen en nam het landschap in zich op. Het water was bruin en stroomde traag, als een gigantische rivier. Hier en daar zag hij echter de restanten van houten geraamtes van vreemde toestellen. In dit alles torende enkel de Orthanc uit, ongeschonden en eenzaam. Het leek alsof de tand des tijds deze plek vroegtijdig had opgeslokt en enkel de toren had gespaard. Arnubêns blik gleed als vanzelf naar de zilverharige halfelf, die in zichzelf gekeerd was en hetgeen om haar heen niet leek op te merken.
Gandalf hield halt toen twee stemmen over het water schalden. 'Gandalf! Gandalf!' De tovenaar glimlachte.
'Mijn beste Hobbits, kan het ook anders dan dat...' Zijn volgende woorden werden echter onderbroken, aangezien de hobbits erg enthousiast waren.
'Waar zijn de anderen? Legolas? Aragorn? Gimli?'
Gandalf was even erg stil. 'Gimli is gesneuveld in de slag om Helmsdiepte.' De hobbits keken elkaar aan, naar steun zoekend, maar Arnubên zag de tranen in hun ogen glanzen. Hij klemde zijn kaken op elkaar. Ze leken nog veel te jong om zo ver van de Gouw te vertoeven, om doden te kennen die zomaar uit de wereld waren weggerukt. Gandalf reed echter door toen hij een andere ent zag verschijnen en liet de hobbits alleen met hun rouw. Arnubên volgde de tovenaar, die tot net aan de Orthanc reed.
'Saruman! Kom tevoorschijn.!' Het duurde niet lang vooraleer de andere tovenaar ten tonele verscheen, met een kleine, donkerharige man die in zijn schaduw stond. 'Gandalf! Bent u hier gekomen om mij te bespotten?' Zijn stem was diep, vol verdriet en roerde Arnubên diep.
'Stop deze dwaasheid, Saruman. Het is nog niet te laat. Keer terug naar het licht.' Saruman lachtte. Plots leek alle kleur en warmte uit zijn stemgeluid verdwenen te zijn en klonk hij enkel nog leeg en vals.
'Mithrandir. Ik weet wie je naar hier gebracht hebt. Bevrijd me, en ik zal doen waar jij voor vreest. Ik zal die kleine halfelf er het zwijgen toe leggen, voordat haar bloed de verkeerde kant op vloeit.'
Kali zwaaide haar been over het paard en belandde met een luide plons op de grond. Ze liep op de toren af en even dacht Arnubên dat ze deze zelf zou beklimmen. Toch bleek dat niet het geval.
'Hij wilt je dood. Ik vraag me af hoe lang je kunt overleven, zonder Uruk-Hai om je te beschermen, met enkel de muren van de Orthanc die je uiteindelijk van hem zullen scheiden.'
Plots suisde er een object naar beneden, dat vlak naast Kali in het water viel. Arnubên keek omhoog en zag hoe de zwartharige man over de rand leunde.
'Arnubên!' riep Gandalf, die snel naar Kali toe waadde en iets onder zijn mantels stopte. Kali stapte naar hem toe, haar blik donker.
'Zet haar op je paard. We rijden meteen naar Gondor.' De tovenaar verhief zijn stem. 'Saruman! Blijf dan daar in je toren, met je Schaduw als gezelschap. De Enten zullen ervoor zorgen dat je deze niet meer verlaat, totdat je hebt nagedacht over je verraad.'
Kali was verrassend stil toen Arnubên haar hielp opstijgen. Hij keek naar Gandalf, die terug op Schaduwvacht zat.
'Gondor? Waarom Gondor?'
'Er zijn in Gondor boeken die ik nodig heb. Als ik het goed heb, zijn er daar zelfs exemplaren die over jouw Nilûphêr vertellen.'

Dúath staat in de finale van "Beste verhaal van 2015" (fictieve personen)! Ik wil jullie allemaal heel erg bedanken voor jullie stem, vooral omdat Dúath niet bepaald het actiefste verhaal van 2015 was :')
Ik ben ondertussen vollopen aan het schrijven en het bijwerken, zodat dit verhaal hopelijk voor het einde van het jaar kan worden afgerond *O*

Reacties (3)

  • Glorfindel

    En die plaats is met een goede reden! ik voel dat er problemen komen...

    3 jaar geleden
  • Schack

    Ik moet dit weer eens herlezen.

    3 jaar geleden
  • Croweater

    Ik heb uiteraard al op je gestemd. :3
    Op naar Gondor it is. Hoewel ik niet zo van happy eindes houd, is dit hele verhaal al zo donker dat ik hoop dat er voor de verandering en balans wel iets gebeurt waar ik van moet glimlachen. :3

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen