Net toen Jayne een gefrustreerde zucht had geslaakt omdat Elrond zei dat ze op de helft waren, kreeg ze twee ruiters in het oog.
      'Ze willen ons vast een lift geven, toch? Je bent de prins.’ Ze begon te roepen en zwaaide met haar armen, hoewel de ruiters toch al hun richting op hadden gereden. Jayne was de tocht wel een beetje beu. Elrond zat vooral over Celebrían in: hij moest zich verontschuldigen voor zijn afwezigheid en hij moest haar ook nog eens vertellen dat hij in een tijdsbestek van twee dagen op iemand anders verliefd was geworden. Jayne had wel met hen te doen, maar realiseerde zich wel dat ze beiden elfen waren. Als Celebrían maar lang genoeg wachtte en Elrond verstandig genoeg was om voor een elfenleven te kiezen, hadden ze nog eeuwen samen te gaan. Jayne was immers een sterveling: zij zou de wereld nog hoogstens een eeuw bewandelen. Al nam ze altijd zoveel risico dat een decennium misschien een beter uitgangspunt was.
      Jayne liet haar gedachten varen toen de ruiters dichterbij kwamen. ‘Krijg nou wat,’ mompelde ze tegen zichzelf toen ze haar broer dacht te herkennen. Hij zwaaide uitbundig naar haar en even later stopte Morna, zijn zilverwitte merrie voor hen. Jayne legde even haar handpalm tegen de warme neus van het paard en keek naar haar broer op.
      ‘Oh oh, zijn de hulptroepen er al op uitgezonden?’
      ‘Celebrían was bang dat je van een klif was gevallen,’ antwoordde Elros met een blik op zijn broer. ‘Ik hoop dat je een flinke bos bloemen bij elkaar hebt gesprokkeld.’
      ‘Eh…’ Ongemakkelijk blikte de elf op Jayne, die grinnikend bij haar broer op het paard klom.
      ‘Wil je zo graag een punt achter jullie romantische avondwandeling zetten?’ vroeg Angmar plagend op een fluistertoon.
      ‘Mijn voeten vallen er bijna af.’ Ze sloeg een arm om zijn middel om er zeker van te zijn dat ze niet naar beneden zou vallen zodra Morna weer in beweging kwam.
      ‘Je gaat toch niet zeggen dat jullie alleen een nacht zijn weggebleven omdat zijn paard op hol is geslagen?’
      Jayne grinnikte om die gedachte. ‘Nee, we hebben wel wat spannendere dingen gedaan.’
      ‘Genoeg om hem de elfenprinses te doen vergeten zodra jij straks onderweg naar je trofee bent?’
      Ze haalde haar schouders op en realiseerde zich te laat dat hij dat niet kon zien. ‘Ik heb mijn best gedaan. Jij hebt haar al gezien. Wat denk je zelf? Is ze mooi?’
      ‘Ze is prachtig, maar niet zo ongetemd als jij.’
      Jayne herinnerde zich plotseling dat elfen een nogal goed gehoor hadden, wat ongetwijfeld ook voor halfelfen gold, en ze keek even om om te zien waar de twee broers waren. Hoewel ze het niet rampzalig vond als Elrond hun conversatie hoorde, zat ze daar niet echt op te wachten. Ze reden gelukkig wel een paar passen achter hen, maar toch had Jayne het gevoel dat hij ieder woord had opgevangen.
      ‘Hij moet zelf zijn keuze maken,’ zei Angmar uiteindelijk.
      Jayne wist dat hij dat eigenlijk al gedaan, iedere keer dat zij kusten, maar het was de vraag of hij bij dat besluit zou blijven als zij straks weg was. Ze wist niet eens of ze hem wel weer terug zou zien.
      Was ze het niet alleen maar lastig voor zichzelf aan het maken? Ze had een missie te volbrengen – en na deze zouden er ongetwijfeld meer komen. Was er wel een avontuurlijk leven voor haar weggelegd als ze een relatie met de elfenprins wilde hebben? Ze zag hem nog niet aan haar zijde vechten. Ondanks de korte tijd dat ze elkaar kenden, wist Jayne wel dat hij een diepe respect had voor ieder levend wezen en dat hij er geen plezier aan zou beleven om een draak aan zijn zwaard te rijgen.
      ‘Laten we morgen maar vertrekken.’ Het was voor het eerst in een lange tijd dat ze zich echt neerslachtig voelde, maar ze zag er het nut niet van in om hier bij Elrond te blijven en te doen alsof ze alles voor elkaar betekenden, terwijl ze binnen een week weer zou vertrekken en misschien nooit meer zou wederkeren. Ze wist immers niet hoe de koers van haar leven zou gaan. Misschien kwam ze wel nooit meer bij Eriador in de buurt.
      Angmar keek over zijn schouder, het ongeloof was van zijn gezicht te lezen. ‘Wil je nu al gaan?’
      Jayne keek hem kort aan. ‘Denk je dat ik hem meer hoop op een samenzijn moet geven? Ik durf te stellen dat hij nu al dagelijks op de uitkijk gaat staan als ik morgen wegga, laat staan als er nog zeven van deze dagen komen.’
      Het leek allemaal zo kort, maar Jayne wist dat zij en Elrond in die paar uur dichter naar elkaar waren toe gegroeid dan een mens of elf kon bevatten.

Reacties (3)

  • Vasya

    Hmm... ik weet ook niet zo goed wat ik ervan moet vinden. Al vind ik Angmar nog steeds erg gaaf c:

    5 jaar geleden
  • SonOfGondor

    Oei. Ik weet niet helemaal wat ik hiervan moet vinden

    5 jaar geleden
  • Laleah

    Jeej je bent weer verder gegaan!! Mooi stukje weer! ^^

    vochtige neus van het paard? Volgens mij hoort dat niet bij een gezond paard :')

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen