Foto bij 56 • Het verboden bos

Tijd voor wat actie!



De maan stond hoog aan de hemel, fel en rond. Af en toe dreef er een wolk voorbij, maar bovenal was het een heldere nacht. Misschien, dacht ze, zou de maan fel genoeg zijn om haar van wat licht te voorzien op weg naar het bos. Het schoolterrein was altijd erg donker, zeker zonder verlichting. Eleanor liep gebukt over het terrein van Hogwarts, verstopt onder de onzichtbaarheidsmantel van Harry. Eleanor had veel geluk gehad deze avond. Er was geen Prefect die de hallen bij de kelder of op de begane grond controleerde, dus ze kon in een keer doorlopen. En ze had het geluk dat Hagrid net een gesprek had gevoerd met Dumbledore. Ze had hem achtervolgd naar de uitgang, vrijwel zeker dat hij van plan was naar zijn huisje te gaan; het was immers al laat.
Toen ze de hoek omsloegen, langs de grote zwaaiende klokwijzer, troffen ze Filch aan bij de voordeur. 'Schiet eens op met die lompe stappers van je. Denk je dat ik de tijd heb op jou te gaan staan wachten!' sneerde hij naar Hagrid, terwijl hij ongeduldig op zijn zakhorloge keek.
'Nou, nou, Argus. Geen reden voor haast. 'tis een mooie avond,' zei Hagrid kalm. Eleanor sloop in zijn schaduw achter hem aan en volgde zijn bewegingen haast als zijn spiegelbeeld. Toen Filch de deuren openden, glipte Eleanor naar buiten en keek lachend om naar het onwetende stel.
'Fijne avend!' hoorde ze Hagrid roepen en hoorde het slot van de deur dichtgaan. Ze slikte even. Daar had ze niet op gerekend, maar nu ze buiten stond was er geen weg terug. Ze moest maar een andere manier vinden om het kasteel weer binnen te komen.
Binnenmonds mopperend over Filch, kuierden Hagrid met grote stappen terug naar zijn huisje. Eleanor volgde hem. Ze wachtte tot hij naar binnen was gelopen en de deur achter zich dicht had gedaan, en keek op naar het bos. De bomen torenden hoog boven haar uit en hoewel het terrein van Hogwarts helder verlicht was door de maan, was er in het bos niet meer zichtbaar dan de eerste rij bomen. Eleanor keek weer om naar het huisje van Hagrid. Wolkjes rook kwamen nu uit de schoorsteen en ze zag duidelijk de schaduwen van flakkerend vuur. Ze liep langs het huisje, dichter naar het bos toe. Even schrok ze van het harde geblaf van Fang, dat niet veel later werd vervolgd door het gekras van zijn nagels op de deur. Ze kon nog zo zachtjes lopen, maar niets ontging een paar goeie hondenoren.
'Fang! Klep dicht!' bulderde Hagrids stem vanuit het huisje en het geblaf hield op. Eleanor haalde opgelucht adem. Ze haalde haar staf en het papiertje met de Runenvertaling van het raadsel uit de tas die om haar schouder hing.
'Lumos,' fluisterde ze en verlichtte het papiertje in haar handen. 'Hidden where many secrets hide, underneath a forever darkness,' mompelde ze in zichzelf en keek op naar het bos. De eerste twee regels waren duidelijk, het bos, nu de rest nog. Ze wist waar ze moest zoeken, maar nu moest ze nog uitvinden welke kant ze op moest lopen. Het bos was groot, donker en vooral gevaarlijk. Ze kon het niet riskeren om verdwaald te raken daar waar weerwolven en acrumentuala's rondzwierven, dan nog maar te zwijgen over de Centaurs. Ze keek weer omlaag naar het papiertje en las de volgende zin. 'Pass where green and orange grow,' las ze. Ze keek om zich heen. Rond het bos was niets anders te zien dan het verduisterde grasveld en Hagrids huisje. Groen en oranje, ze zocht naar iets dat groen en oranje was, maar het was zo donker dat ze geen kleuren van elkaar kon onderscheiden. Het licht dat uit Hagrids huisje kwam, scheen wat licht rondom en op zijn pompoentuin, maar verder was er niets te zien. De maan verlichtte de schoolgronden, maar dat gaf de grond enkel een donkere, grauwe kleur. Niets dat duidde op oranje en groen.
Plotseling schoot het door haar hoofd en draaide ze zich om naar de pompoentuin achter Hagrids huisje, waar grote oranje pompoenen op de grond lagen. Ze kon zichzelf wel voor haar hoofd slaan, de pompoentuin, natuurlijk. Misschien dat ze hierom niet in Ravenclaw was ingedeeld. Ze grinnikte bij de gedachte en liep naar de pompoentuin. Hoewel ze genoeg kon zien door het licht van haar staf, leek niks haar de goede richting in te kunnen wijzen. Ze liep tussen de pompoenen door en scheen met haar staf op de grond de muurtjes er omheen, maar kon nergens een aanwijzing vinden. Dus keek ze nogmaals op het papiertje. 'A thousand steps from home,' was de volgende zin. Eleanor keek achterom naar het kasteel. Het was ongetwijfeld Hogwarts dat haar moeder als een thuis beschouwde. Met de school in haar rug, keerde ze zich richting het bos. Alleen het aanblik van de duisternis gaf haar al de rillingen. Zou ze dit echt wel doen? Duizend stappen rechtdoor het bos in, midden in de nacht, met alleen een staf als wapen?
Haar gedachten dwaalde af naar de gedachten over haar moeder, waar niets dan goeds over werd gesproken, tot er een vraag werd gesteld over haar laatste jaar op Hogwarts. Smoesjes en stilte, dat is wat ze kreeg, meer niet. En nu lag de kans voor het grijpen, de kans om erachter te komen waarom niemand haar kon vertellen hoe Sarah's laatste jaar was vergaan, hoe ze was geëindigd met haar vader, Cerin Whelan en waarom niemand meer iets van haar had vernomen nadat ze Hogwarts had verlaten. Ze perste haar lippen vastberaden op elkaar, slikte een keer en liep het bos in.

Uilen kransten door de lucht, bomen kreunden in de wind en verdorde blaadjes kraakten onder haar voeten. Verscholen onder de omzichtbaarheidsmantel dwaalde ze door het bos. Hoelang ze al had gelopen, wist ze niet zeker, maar het moet toch wel een tien minuten zijn geweest. Ze had het koud en ze werd met elke stap nerveuzer. '345, 346, 347,' telde ze en keek bij elk vreemd geluidje schichtig om zich heen. Ze was wel vaker in het bos geweest, maar nooit alleen en nooit zo diep. Ze wist van de wezens die zich tussen de bomen schuilhielden; centaurs, acromantula's, eenhoorns, weerwolven. De laatste gedachte deed haar slikken. Ze wilde het zich niet voorstellen dat ze een weerwolf tegen het lijf zou lopen. Er was niemand die wist waar ze was, ze was alleen.
'678, 679, 680'.
De eenhoorns maakte ze zich geen zorgen om en de centaurs ook niet, ze had hen eerder ontmoet en zij hadden blijkbaar goede herinneringen overgehouden aan haar moeder, dus voor hen was ze niet zo bang. Niet dat ze hen kon vertrouwen. Ze wist ook wel dat ze haar het liefst zo gauw mogelijk van hun terrein af zouden jagen. Maar acromantula's, dat was een heel ander verhaal. Ze had een gloeiende hekel aan spinnen, en spinnen van 5 meter groot, daar wilde ze niet eens over nadenken. Met elke stap die ze zetten begon ze meer en meer te twijfelen aan haar acties en wilde ze liever dan ooit terug zijn in haar bed. Maar opgeven zat niet in haar aard. Ze begon zich te bedenken wat ze daar zou vinden. Een magisch voorwerp? Een wezen? Haar moeders eigendommen? Wie weet wat haar te wachten stond.
'964, 965, 966,'
Nog een paar stappen en dan zou ze er zijn. Waar wist ze niet, alleen dat ze daar iets moest zoeken. Haar handen begonnen steeds meer te beven en het besef dat haar moeder in haar tijd op Hogwarts iets zo diep in het bos had verstopt, beangstigde haar wel. Waarom zou haar moeder zoveel moeite hebben gedaan om iets te verbergen? En wat was er dan zo belangrijk of waardevol dat ze zich in deze bossen had gewaagd?
'997, 998, 999, 1000.' Hier moest het zijn. Eleanor trok de onzichtbaarheidsmantel van zich af en keek om zich heen, maar ze kon niet verder dan twee meter kijken. 'Lumos Maxima!' zei ze en een fel licht schoot een meter voor haar uit, waarna deze in de lucht bleef hangen. Ze had niet lang de tijd. Het licht was zo fel dat het in het bos van ver te zien moest zijn. Eleanor griste naar het blaadje en bekeek de volgende zin. 'There where the biggest stands tall,' las ze.
'Welke is dan het hoogst? Er staan hier zoveel bomen.' Ze staarde naar de bol licht boven zich. Toen pas kwam ze tot de ontdekking dat deze boven drie enorme bomen zweefde, groter dan degene die ze in haar wandeling was gepasseerd. Eleanor liep er op af en keek omhoog, de boom links van haar was groter dan de rechter. Ze stapte langs de boom en bekeek deze twee, nee, het was hier zeker weten de rechter. Dit moest de langste boom zijn. Ze keek terug op het blaadje en las: 'in a hole you will find, the secret I left behind.'
Eleanor begon te zoeken op de grond, maar nergens leek een gat in de grond te zitten. Toen ze ongeveer vijf keer rond de boom had gelopen, hield ze halt, zette haar handen in haar zij en zuchtte. Toen viel haar oog op een donkere vlek dat ongeveer op ooghoogte op de boom zat. Ze liep er naartoe en stak haar hand uit. Haar hand verdween in de donkere vlek en ze taste de binnenkant van de boom -die groter leek dat het eigenlijk was- af. Haar hand raakte iets fluweel zachts. Ze vouwde haar hand er omheen en trok haar arm terug. Eleanor opende haar hand en daarin hield ze een rode zakdoek, waar de letters S.P. op waren geborduurd. De naam van haar moeder schoot direct in haar hoofd: Sarah Parker. Maar Eleanor kon duidelijk iets anders voelen in de zakdoek, iets hards. Ze vouwde de zakdoek open, maar nog voordat ze een blik kon werpen op het voorwerpt dat in de zakdoek lag, klonk er een ijzingwekkend gehuil door het bos. Verschrikt draaide ze zich om en propte de zakdoek met het onbekende voorwerp in haar tas. Ze greep naar haar staf en riep 'Nox!' en het licht boven haar doofde zich. Verstijft drukte ze zich tegen de boom aan. Het was doodstil, maar haar ademhaling weerhield zich ervan om de stilte af te luisteren. Ze voelde hoe adrenaline haar lichaam overnam. Dat gehuil voorspelde niets goeds, het was een weerwolf, dat was zeker. Toen schoot het door haar heen dat ze hier alleen was, in het donker, weerloos en niemand die wist waar ze was. Ze moest het bos uitkomen en terugkeren naar de veilige schoolgronden, maar ze had licht nodig om te zien waar ze liep. Een klein lichtje zou niets uitmaken, ze zou zelfs gaan rennen, dan was ze er sneller. Met een trillende hand hief ze haar staf en fluisterde: 'Lumos.'
Zodra de staf een fel licht uitscheen, had ze spijt van haar daad. Een schok ging door haar heen, toen ze een dierlijk gedrocht voor haar zag staan, een paar meter van haar verwijderd. Het was niet menselijk, maar ook niet volledig dierlijk en het was angstaanjagend. Zijn hoofd was bijna kaal, op wat dunne haartjes na en overal op zijn lichaam zat vacht. Puntige oortjes staken omhoog vanaf zijn kop en zijn snuit was opgeheven in de lucht. Haar adem stokte in haar keel en ze durfde niet te bewegen, toen hij zijn kop liet zakken. Twee grijze ogen richtten zich haar kant op en rijen, scherpe tanden verschenen vanonder zijn lippen vandaan. Gegrauw ontsnapte zijn keel en hij had zich nu helemaal naar haar toegekeerd.
Ze slikte. Ze had nog nooit een weerwolf van dichtbij gezien en ze was verlamd van angst. Haar instincten vochten in haar lichaam om een mening: vlucht of vecht. Uiteindelijk verstrakte ze haar greep rond haar staf, ze had haar keuze gemaakt. Toen de wolf nogmaals gromde, ondernam ze actie. 'Bombardo!' riep ze en er klonk een knal, gevolgd door het gejank van de wolf. Eleanor zette het op een rennen. Ze griste de onzichtbaarheidsmantel mee van de grond en speerde weg. Elke stap die ze zette, ging als een schok door haar lichaam en ze struikelde velen malen, doordat ze de grond niet kon zien. Haar keel werd schraal door het vele gehijg, maar ze bleef rennen en ze keek niet om. Haar hart raasde in haar borst. Opnieuw vulde het bloedstollende gehuil de lucht en ze wist dat ze moest opschieten; de wolf was weer op zijn benen en waarschijnlijk opzoek naar haar. Ze sprong over een omgevallen boomstam en rende door. Hoe had ze ooit kunnen bedenken dit te doen? Er was niemand die haar kon helpen nu, iedereen was in diepe slaap. Geritsel weerklonk een aantal meters naast haar en ze slaakte een gil. Met een snauwend gegrauw sprong de wolf over haar heen en Eleanor dook weg op de grond. Ze probeerde zichzelf op te vangen en liet daarbij haar staf uit handen vallen. Dat was het dan, ze kon geen kant meer op. Panisch begon ze naar haar staf te zoeken, maar het was te laat. De wolf stond niet meer dan een meter van haar verwijderd; grommende, grauwend en dorstig naar haar bloed. Eleanor was doodsbang. Alle gedachten in haar hoofd waren afgesloten en haar instinct had haar overmeesterd. Vluchten, vluchten, vluchten, dat was alles waar ze nu nog aan kon denken, maar ze zag geen uitweg. Ze lag op de grond en elke beweging die ze zou maken zou de weerwolf activeren om zijn volgende aanval uit te voeren. Hij zou een sprong maken en zijn tanden in haar nek zetten. Ze zou hier sterven, in het bos, alleen en op een gruwelijke manier.

Reacties (9)

  • GoCrazy

    Ik denk dat of de weerwolf Remus Lupin is, of dat dat van haar moeder haar gaat redden op een of andere manier, spannend!!! Je schrijft echt goed!!

    3 jaar geleden
  • Altaria

    Nooooo!!!!!! Ik weet dat ik dit al later lees dan de rest maar hoe durf je ons achter te laten met zon cliffhanger?!!!
    En jeeeaaahhh ze heeft het boekje gevonden!!!:)

    4 jaar geleden
  • Mouli

    Leahhh dit is zoo goeed !(H)

    4 jaar geleden
  • X_Tina

    Omg ga aub verder dit is zo spannend!!xD

    4 jaar geleden
  • EvilDaughter

    Jij bent zo gemeen...
    Straks komt Draco haar nog redden! Of iemand anders.
    Snel weer een nieuw stukje??

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen