De schaduwkrijgers waren geen probleem geweest, daar had Rafael al eerder mee te maken gehad. Het gewicht van de kinderen had hem wel licht gehinderd, maar ze waren klein en hij was altijd sterk geweest. Met behulp van een beetje van zijn krachten waren ze zonder problemen ontsnapt. Maar toen was hij de zwarte magiër tegen het lijf gelopen, die hem op de een of andere manier had opgemerkt. Gewoonlijk zou die ook geen probleem geweest moeten zijn, zeker zo'n onervaren jongen niet. Maar de laatste tijd had hij nogal overdreven veel van zijn kracht moeten gebruiken. Hij mocht dan wel ooit de machtigste man van zijn tijd geweest zijn, ook hij had ooit zijn betere moeten erkennen. Die betere was wel oneindig veel machtiger geweest dit kleine obstakel. Rafael vervloekte zijn onvoorzichtigheid. Zelfs de besten maken fouten, hield hij zichzelf voor. Toen de leerling-magiër hem had ontdekt had hij niet geroepen, zoals Rafael had verwacht. Zonder dat Rafael het merkte was een duistere spreuk op hem afgestuurd. Toen hij het merkte, was het al te laat om het onheil nog te kunnen afweren. Gelukkig was de zwarte magiër arrogant geweest. Hij had te zeer vertrouwd op zijn kunnen en een onderwerpingsspreuk op Rafael afgestuurd. Jammer genoeg voor de man werkte die enkel op wezens met minderwaardige gaven. Rafael was simpelweg te machtig geweest voor de man, zelfs na zijn voorbije uitbarstingen. Zo kwam het dat de man slachtoffer werd van zijn eigen spreuk. De blik in de ogen van de man was van een wrede vreugde in een pijnlijke grimas veranderd. "Nee, alsjeblieft...!" kon hij nog net schreeuwen voor zijn lichaam in een gapend zwart gat werd getrokken dat zich meteen weer sloot. De demonen, waarvan de zwarte magiër zijn kracht haalde hadden zich tegen hem gekeerd. Dit bewees eens te meer hoe gevaarlijk het beoefen van de zwarte kunsten was. Nu leek het alsof Rafael ontsnapt was, maar het was onwaarschijnlijk dat die derderangsgoochelaar de enige van zijn soort was geweest. Rafael had nog nooit zo'n groot leger schaduwkrijgers gezien, het vereiste een enorme bekwaamheid om zoveel van de monsters te scheppen, en een nog grotere bekwaamheid om ze daarna in bedwang te houden. Nee, hij kon beslist niet de enige zijn. De anderen zouden weldra merken dat er één van hun ontbrak en als ze goed genoeg waren, zouden ze hem wel weten te vinden. Op zich dacht hij wel dat hij ze zou aankunnen, maar zijn grootste probleem waren de kinderen. Die waren nog veel te jong en onervaren. Waarom had hij zichzelf toch zo'n moeilijke taak gesteld? Ah ja, het leven was maar saai zonder wat uitdaging. Zoals alleen hij dat kon, was Rafael het verlaten kamp van de schaduwkrijgers binnengelopen, en had daar twee paarden gestolen van hun menselijke officiers. Hij had de paarden gezadeld en de nog steeds bewusteloze tweeling op het ene gelegd en vastgebonden. Daarna had hij de leidsels van het paard vastgebonden aan het zadel van het tweede en was opgestegen. Met de souplesse van een ervaren ruiter was hij snel over de lege vlakte rond de stad Drumgard gereden tot bij de bosrand. Daar keek hij nog een laatste maal om en hij zag een donkere gestalte die hem nastaarde vanuit het verlaten legerkamp. Zonder nadenken had hij zich weer afgewend en was het bos ingereden alsof de duivel zelf hem op de hielen zat.

Illiana ondersteunde de grote jongen zo goed mogelijk. Hij leek verbazingwekkend licht, maar ze vermoedde dat dat kwam doordat hij zo min mogelijk op haar probeerde de steunen. Mannen, dacht ze zuchtend. Ze wilden zich altijd stoer voordoen in het bijzijn van vrouwen. Illiana draaide haar hoofd naar Bart en bekeek hem aandachtig. Hij droeg een zware last met zich mee. Ze zag nog steeds zijn vurige krachten in hem branden, zij het zwakker dan voorheen. De jongen probeerde ze te verdringen. Ze zag ook meteen zijn moed, zijn doorzettingsvermogen en... Zijn angst. Zijn onzekerheid. Maar ook zijn veerkracht en onbreekbaar optimisme, ondanks het grote verdriet dat ze in hem bespeurde. "Is er wat?" klonk het van boven haar. Ze besefte dat ze had staan staren en wendde snel haar blik af. "Nee, niks." Waarom was ze toch naar hem toe gegaan? Ze kon hem niet naar het dorp brengen, dat was te gevaarlijk. Verder wist ze niet hoe ze de jongen moest verzorgen, en hoe zou ze aan voedsel komen. Ze had hier echt veel te slecht over nagedacht. "Waar gaan we heen?" vroeg Bart. Illiana bleef stilstaan en dwong Bart zo ook om te stoppen. "Nou kijk..." Begon ze. "Je weet niet waar je me heen brengt?" Ze schuifelde met haar voet en vroeg zich af wat ze nu moest vertellen. "Is er wat aan de hand?" vroeg hij haar. "Wel, ik weet niet goed hoe ik dit moet uitleggen, maar het dorp waar ik woon, daar kan ik je niet heen brengen. De dichtstbijzijnde andere nederzetting ligt op een dagrijs hiervandaan en ik heb geen idee hoe ik je moet helpen, maar voor de rest? Nee, er is helemaal niks aan de hand." Bart keek haar verward aan. Dat zag ze natuurlijk niet maar ze wist dat hij het deed gewoon omdat iedereen dat zou doen. "Nou, euhm, ok... Ken je iemand anders die mij wel kan helpen?" "Kunnen? O ja, een heleboel. Maar niemand die het ook zou doen." Bart dacht diep na. "Is er een plaats waar ik zou kunnen uitrusten tot ik in staat ben hier vandaan te reizen?" Het blinde meisje dacht diep na. "Nou er is wel een beschutte plek vlakbij een riviertje waar ik vaak kom." "Fantastisch, denk je dat je in staat bent me daarheen te brengen?" "Natuurlijk ben ik dat, wat is dat nu voor vraag?" "Het spijt me, ik wilde je niet beledigen, maar je ogen en zo, ik dacht..." mompelde de jongen verlegen. "Geeft niet, ik weet wat je bedoelt." Zwijgend strompelden ze verder. Na een tijdje begon Bart te zweten en te hijgen. "Je zou wat meer op mij moeten leunen, ik ben niet zo zwak als ik er misschien uitzie." Zonder tegensputteren gehoorzaamde hij, en meteen voelde ze het verschil. Wat was hij zwaar! Maar zonder er iets over te zeggen liep ze verder. Als hij niet klaagde, dan zij ook niet. Wanneer Illiana eindelijk de plek bereikte waarover ze hem had verteld, hielp ze hem tussen de struiken door en liet zich op de grond zakken. Ze zweette nu ook en had pijn in haar rug. Bart liet zich iets voorzichtiger op de grond zakken, maar kon een kreet van pijn niet voorkomen. Illiana had enorm met de grote jongen te doen. "Ik zorg wel dat je wat te eten en drinken krijgt", sprak ze. Toen verdween ze tussen de bomen.
Bart was helemaal kapot en de pijn was er al niet veel beter op geworden. Plat op zijn rug lag hij te wachten tot het meisje terugkwam. Diep in het bos, met een gebroken arm en gebroken ribben aan zijn lot overgelaten door de twee personen die hij net begon te vertrouwen. Ah ja, het kon erger. En hij was gevonden door een blind meisje... Pluspunt: Het was een knap meisje. Hoera, nu was hij natuurlijk gered. Het feit dat het een knap meisje was zou meteen alles goedmaken. Hij lachte en huilde tegelijk. Dit was allemaal gewoon te gek voor woorden. Eindelijk stortte hij in. Hij huilde zichzelf in slaap en hoorde niet meer dat Illiana terugkwam en hem met haar mantel toedekte. Ze sprokkelde hout, legde een vuur aan en bleef nog even naast de jongen zitten. Ze luisterde naar zijn ademhaling en kwam tot rust. Na een tijdje stond ze op en liep terug naar het kleine houthakkersdorpje waar ze meteen ging slapen. Ze had geen visioenen, maar droomde met een glimlach op haar gezicht weg.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen