"Ik vrees dat de vijand hem heeft opgemerkt, zo'n duidelijk teken kan niemand ontgaan. Hij had even goed de Almachtige zelf in het gezicht kunnen spuwen, al lijkt het mij dat hij dan zelfs nog meer kans heeft om het te overleven. Sacharias, breng me even een broodje krab." "Natuurlijk meester," antwoordde Sacharias en hij voegde er dit nog aan toe: "Hij is in ieder geval veiliger dan het eten in uw voorraadkamer." Sacharias kwam terug met een broodje krab en zijn meester begon smakkend te eten. "Mjam, dit ljaat me ej tjelkenssch weej aan denken hoe goed hjet leven isch." "Die arme krab is het vast niet met u eens." In een oogwenk was het broodje verdwenen en begon zijn meester aan het volgende. "Onze dolende ziel blijft een mysterie voor me. Ik vraag me zelfs af of hij zichzelf wel begrijpt." "Het gaat niet iedereen enkel om eten." "Inderdaad niet, maar dat zou de werelden zo veel simpeler maken." "Er zou wel minder voor ons overblijven." "Gelukkig kent iedere wereld nog een heleboel mysteriën."

Max was in shock en liep met grote ogen achter Melissa aan. Zelf was Melissa helemaal in de war. Ze had geen idee wat ze nu precies moest doen. Misschien moest ze teruggaan, ze kon Bart daar toch niet achterlaten. Ze wist niet wat haar bezield had toen ze hem daar had laten liggen. Tegelijk met het beeld van een brandende Bart kwam het antwoord in haar op: ze was bang. Zijn doordringende rode ogen zou ze nooit kunnen vergeten. Wat ze daarin had gezien was enkel moordlust en haat. Ze rilde. Maar waarom was ze dan niet bang van Max? Max was klein, kwam het in haar op. Maar dat was niet de reden, want ze wist dat de jongen ook kil kon zijn. Hij kon doden. O ja, natuurlijk was ze bang geweest toen hij Bart had aangevallen. Maar toch... Het voelde anders, al kon ze niet zeggen hoe. Plots besefte ze dat ze alleen verder liep en ze draaide zich om. Max was stil blijven staan en trilde helemaal. Hij zeeg in elkaar op de grond en begon ongecontroleerd te snikken. Melissa liep op hem toe en ging naast hem zitten, ze legde haar arm om zijn schouder en zei: "Het komt allemaal wel goed Max." Maar hij sloeg haar arm weg. "Nee het komt allemaal niet goed, Mel! Ik heb hem vermoord! En wat deden we toen? We liepen gewoon weg! We hadden hem op zijn minst kunnen begraven." Melissa wist niet wat ze moest doen. Toen haalde Max diep adem en stond op. "Ik ga terug." "Wat, waarom!?" riep Melissa uit. "Ik kan hem daar zo niet laten liggen als voer voor de wilde dieren." "Maar wat als hij je vermoordt? Zag je zijn ogen dan niet?" "Hij was zichzelf niet, net als ik, en... Wacht eens, hij is toch dood, dat heb je toch wel gecontroleerd?" "Nou ja, nee, ja... Hij zag er dood uit." "Wat!? Meen je dat nou?" Max draaide zich om en liep de weg terug die ze gekomen waren. Toen hij weer op de plek van het gevecht kwam, liep hij naar de plaats waar Bart zou moeten liggen. Hij vond hem niet. Hij bleef nog even zoeken maar gaf toen op en draaide zich om naar Melissa die ook was komen aanlopen. "Hij is weg", zei hij verbijsterd. "Dat kan niet, hij moet hier liggen en.." Melissa stopte midden in een zin toen ze bij de plaats kwam waar Bart had moeten liggen. De kinderen keken elkaar aan, de ene angstig, de andere opgelucht. "We moeten hem zoeken," zei Max. "Ben je gek geworden? Ik wil niet dat dit opnieuw gebeurt. Ik wil niet dat je iets overkomt, Max." Max was eigenlijk kwaad op haar, maar toen hij de bezorgdheid in haar stem hoorde smolt zijn woede als sneeuw voor de zon. Verdomme, hoe deed ze het toch? Was ze een heks dat ze hem telkens weer wist te betoveren. "Laten we er een nachtje over slapen, het wordt toch te donker om naar sporen te zoeken." Melissa staarde naar de grond. Max legde zijn hand op haar schouder. "Je hoeft je echt geen zorgen te maken, ik laat het heus geen tweede keer gebeuren." Melissa richtte haar hoofd op en hij zag haar ogen blinken. Wat waren ze mooi. "Het spijt me", bracht ze uit. Max nam haar in zijn armen en ze begon te snikken.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen