Foto bij Hoofdstuk 38

Alsof Fíli het inderdaad in zijn eentje niet aankon, pakte iemand haar andere arm vast.
‘’Ik neem haar wel mee,’’ klonk de warme stem van Iram. Rhodíq hing tegen hem aan, maar probeerde met haar voeten steun op de grond te vinden. Het was alsof iets haar tegenhield om alle controle weg te geven.
Ze durfde niet om te kijken. Hoewel ze dondersgoed wist dat degenen achter haar haar ook wel zagen als ze niet omkeek. Pas toen de deur achter hen dichtsloeg, durfde ze opgelucht adem te halen. Tegelijkertijd was ze zich al bewust van de indruk die ze had achtergelaten.
‘’Ben ik lomp?’’ vroeg Rhodíq, terwijl ze bovenaan de trap van de grote zaal ging zitten.
Iram kwam naast haar zitten en keek haar verbaasd aan. ‘’Vanavond was je niet de handigste nee,’’ zei hij met een scheve grijns. ‘’Je drinkt niet vaak, neem ik aan.’’
Rhodíq schudde haar hoofd. ‘’Ik bedoelde hoe ik eruit zie. Ben ik lomp gebouwd? Dik?’’
Het leek alsof Iram er even over na moest denken. Uiteindelijk schudde hij zijn hoofd. ‘’Ik vind van niet.’’
Alsof hij haar een beter antwoord kon geven, staarde Rhodíq langs de trap naar beneden.
‘’Thorin vind van wel,’’ bracht ze uit. Ze besefte heel goed dat ze dit helemaal niet had willen vertellen. Niemand hoefde te weten hoe erg ze tegen hem opkeek. En toch voelde het goed om het tegen iemand te zeggen.
“Ik zou ook niet de vriendelijkste zijn als mijn neven midden in de nacht met hun… met hun vrienden in mijn huis stonden.”
Rhodíq keek verbaasd naar hem om toen ze de lichte twijfeling in zijn stem hoorde. Ze vermoedde dat het geen toeval was dat Iram net wegkeek.
“Laten we zo maar eens gaan.” Nog steeds zonder haar aan te kijken, stond hij op.
Rhodíq keek vol ontzag naar de trap voor haar.
“Waar wacht je nog op?” Iram stond al een paar treden lager toen hij zich omdraaide. Rhodíq kwam overeind. Ze wankelde even. Toen draaide ze zich om, zodat ze zich aan de traptreden boven haar vast kon houden. Net alsof het een ladder was. Ze was zo duizelig dat ze bang was om naar beneden te vallen als ze het op een andere manier probeerde.
“Kom nu maar.” Nadat ze stuntelig een paar meter naar beneden geklommen was, omvatte Irams arm haar middel. Hij draaide haar om. Zijn gezicht was vlak bij dat van haar. Er stond een lichte grijns op.
Rhodíq legde haar handen op zijn schouders. Haar ogen schoten naar de ruimte om hen heen alsof ze een uitweg zocht. Hij was veel te dichtbij. Dit was niet wat ze wilde.
Iram zette plotseling een stap achteruit. Hij pakte haar bij haar onderarmen vast en begon naar beneden te lopen. Zwijgend volgde Rhodíq hem. Zodra ze beneden waren, liep ze weer naast Iram. Ze legde haar hoofd op zijn schouder en betrapte zich erop dat ze wenste dat hij iemand anders was.
“Ga je het vanaf hier vinden?”
Rhodíq had maar vaag gemerkt dat ze de herberg binnen kwamen. Nu stonden ze voor de deur van haar kamer. Voorzichtig liet ze Irams schouder los en knikte. Iram grijnsde lichtjes.
“Welterusten, ik neem aan dat we je morgenmiddag wel weer ergens zien.”
Toen Rhodíq op haar rug in bed neerplofte, draaide de kamer om haar heen. Ze keek naar het bed van Emora, maar omdat het donker was kon ze niet onderscheiden of die thuis was.

Reacties (3)

  • Kauwgomjunky

    Super snel verder xX

    5 jaar geleden
  • Croweater

    Het loopt vast bijzonder met je hoofd op iemands schouder. De komende hoofdstukken zal ze wel uitermate knorrig zijn door haar kater. :')

    6 jaar geleden
  • EvilDaughter

    Handig om dronken te zijn

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen