Foto bij O53 | Fuin


Toen Arnubên Gandalfs vertrekken binnen wandelde, stond de Tovenaar over de palantír heen gebogen. Deze liet niet blijken dat hij Arnubên had opgemerkt, tot hij sprak.
'Ik vroeg me al af waarom Kali gedurende de reis naar Gondor zo kalm bleef. Ik herinnerde me pas net dat ze de palantír zag bij de Orthanc. Misschien herkende ze de kijksteen en diens eigenschappen en hoopt ze ermee een bericht te zenden naar haar meester.'
Arnubên begreep slechts weinig van wat Gandalf bedoelde, al wist hij natuurlijk wel wat een palantír was. In de tijd dat de Dúnedain nog over Midden Aarde regeerden, spraken de Koningen van Noord en Oost via deze stenen met elkaar.
'Kali is veilig opgeborgen, Mithrandir. Uw spreuken houden haar nog even binnen. En zelfs als ze erin zou slagen de kamer uit te raken, zou het dan niet haar eerste reflex zijn te ontsnappen, in plaats van in het streng bewaakte paleis te zoeken naar een palantír?'
'Wat als Sauron weet dat slechts twee hobbits de Ring met zich meedragen, en zich vermoedelijk al in Mordor bevinden? Mijn beste Dunadan, het zou catastrofaal zijn. Elke ork zou gewaarschuwd zijn voor Frodo en Sams komst en de queeste zal falen. Het Oog kijkt al op ons neer en het zal niet lang duren vooraleer zijn dienaar een kans krijgt te ontsnappen. Er zit niets anders op dan de kijksteen te vernietigen.'
Gandalf vouwde stoffen lappen om de glazen bol heen en borg deze weg in zijn mantel. Daarna gleden zijn ogen over Arnubên, die nog steeds bij de deur stond.
'Was er iets dat je me moest vertellen, Arnubên?' De Dunadan knikte en stapte naar voren. Hij had het boek in zijn beide handen en bood het Gandalf aan. 'Hij is het.'
'Wat bedoel je, Arnubên?'
'Hij is de vader van Andúnë Gurthang.' Gandalf nam het boek over en opende het. Op een van de bladzijden stond een prent van de man, met ernstige donkerblauwe ogen. Op zijn donkere haren stond de gevleugelde kroon van Gondor en aan zijn zij hing het zwaard waarmee hij de heksenkoning ooit bijna mee vermoordde.
'Eärnur is kinderloos gestorven', zei Gandalf, hoewel zijn stem niet klonk alsof hij de Dunadan betwijfelde.
'Hij is nooit getrouwd', verbeterde Arnubên, 'slechts twee wisten van het bestaan van het kind. Araval en Eärnurs raadsman. Vlak voor Eärnur naar Minas Morgul trok, vertelde hij hen dat het maanmeisje zijn erfgenaam was, en de sleutel.'
Gandalf was lang stil en staarde naar de prent in het boek. 'Nilûphêr. Natuurlijk. Nu zie ik de overeenkomsten. Hoe komt het dat niemand ooit wist dat Andúnë deels Dúnadan was?' Gandalf legde het boek op tafel en nam plaats op de stoel.
'En jullie zochten jaren naar Nilûphêr. Waarom? Waarom dacht Eärnur dat ze belangrijk kon zijn? Ze is niet het eerste kind dat geboren is met het bloed van Elendil en het Elfenras in haar aderen, noch zal ze de laatste zijn.' Arnubên keek de tovenaar niet aan.
'We hoopten dat ze de sleutel zou zijn die ons terug kon leiden naar Númenor. Ons thuisland. En toen we er na al die jaren achter kwamen dat ze de naam droeg van het rijk waar onze koningen ooit heersten...'
De Tovenaar staarde hem lang aan, zijn uitdrukking onleesbaar.
'Vele jaren geleden is Númenor in de zee verzonken. Hoe zou Andúnë dat lot kunnen terugdraaien? Soms is een naam slechts een naam en de woorden van een stervend man maar wind.' Hij klapte het boek toe terwijl hij zijn rug strekte. Hij leunde met zijn voorhoofd tegen zijn hand.
'Aragorn is een kind van Elendil, en vele Dúnedain gingen hem voor. Ook Elrond en zijn kinderen zijn nauw verwant met de lijn van de Dúnedain. Waarom wilde Sauron Andúnë? Waarom is zij belangrijk?'
Arnubên bleef hem dat antwoord schuldig. Gandalf zuchtte.
'Hier moet ik over nadenken. Stuur een bericht naar Aragorn en een naar Elrond, met de informatie die je me net hebt verteld. Misschien kunnen zij ons helpen.'
Met die woorden verdween de Tovenaar en liet hij Arnubên achter. Deze nam een veer van de tafel en begon de berichten te schrijven. Het was lange tijd zo stil dat hij schrok toen er wolvengehuil tegen de muren echode. Daarna keerde de stilte terug. De Dunadan zuchtte. Inktvlekken maakten het bericht onleesbaar. Hij rolde het op en nam een nieuw vel. Nog voordat hij de punt in de inkt kon doppen, klonk er een oorverdovend gekrijs.
Arnubên sprong op en liep de gang in, zijn hand op zijn zwaard. Door het raam zag hij in de schemer een zwarte gedaante naar de stad vliegen. Als verstijfd bleef hij staan.
Het was pas toen het wezen een tweede kreet slaakte, hij terug bij zinnen kwam en schreeuwde.
'Nazgûl!'

Nilûphêr = Moon maiden

Reacties (3)

  • Glorfindel

    nonono! die zag ik niet aankomen! oke dunadain vermoede ik wel vaag maar de kinderloze koning?
    snel verder please?!

    3 jaar geleden
  • Schack

    WACHT EENS EVEN. IK HAD GEWOON GELIJK. IK BEN ZO TROTS OP MEZELF.

    3 jaar geleden
  • Croweater

    Nazgûl! Ö
    Ben benieuwd of Andunë nu gaat ontsnappen. Ik word steeds nieuwsgieriger naar de reden dat Sauron zoveel interesse in haar heeft. Ben benieuwd of dat iets te maken heeft met Numenor.^^

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen