Foto bij Hoofdstuk 28

Even een waarschuwing vooraf: In dit stukje wordt best wel wat geweld en vooral bedreiging gebruikt. Het volgende stukje is bijna wel 16+ qua geweld, dus als je daar niet tegen kan, raad ik je aan om alleen de samenvattende spoiler te lezen.

Het is een riskante onderneming, de beroeps zullen er waarschijnlijk ook in de buurt zijn. Voor Kay ben ik niet bang, als ik het me goed herinner had hij maar een zes gescoord op zijn privésessie, en aan toneelspelen heeft hij als beroeps niets. Marten lijkt me ook niet echt gevaarlijk. Hij scoorde dan wel een zeven, aan zijn reactie te zien was dat het beste dat hij had. En andere tributen vermoorden was één ding, je districtsgenoot kan op iets meer medelijden reken. Normaal dan. Het is Levi die me zorgen baart. Hij lijkt een intense haat voor me te koesteren en ik zie hem ervoor aan om de hele arena uit te kammen om mij te vinden.
Ik moet dan ook een ironisch gelach onderdrukken als het Kay is die voor me uit de bosjes springt. Maar het lachen vergaat me, als achter me het eenzelfde geluid klinkt. Ik draai me half om en staar geschrokken naar Marten. Hij heeft een duivelse grijns op zijn gezicht en ik weet ineens heel zeker dat ik absoluut niet op een beetje medeleven hoef te rekenen. In zijn hand houdt hij een zilveren zwaard en aan zijn riem hangt nog een zwarte bijl. Ik zit zwaar in de problemen. Mijn kansen zijn met ongeveer honderd procent gezakt.
Kay lacht een zenuwachtige lach. In zijn hand houdt hij een zware speer. Ik probeer kalm te blijven en de situatie positief te bekijken, maar met elke seconde neemt mijn angst toe. Kay komt dichterbij en wenkt naar Marten. Hij probeert ook nog een wreed lachje, dat schromelijk mislukt. Maar Marten grijnst. In twee stappen staat hij achter me en legt hij zijn zwaard in een schijnbaar vloeiende beweging en zonder enige moeite tegen mijn keel. Mijn adem hapert en in een reflex buig ik mijn hoofd achterover. Maar hij staat te dichtbij om te kunnen vluchten voor de scherpe kling, ik sta helemaal tegen hem aan.
Zijn linkerhand grijpt mijn arm en hij lacht in mijn oor. ‘Er zat veel verrassends in de rugzakken bij de Hoorn. Jammer dat je deze niet hebt meegenomen, of niet.’ Hij lacht weer. Ook Kay lacht even, maar draait zich dan om en verdwijnt het bos in.
‘Het is heel simpel, liefje. Je loopt nu mee en geeft ons al je mooie spulletjes. Er bestaat dan een heel, heel klein kansje dat we je laten gaan. Natuurlijk komen we meteen achter je aan, maar probeer het positief te zien. Als je niet meewerkt, haal ik elke keer er een vinger af. We zouden je levend bij Levi brengen, maar een paar vingers meer of minder maakte niet uit.’ Er zit een akelige ondertoon in zijn stem die ik nog nooit gehoord heb. Zijn hand knijpt zo hard in mijn arm dat ik zeker weet dat er blauwe plekken zullen ontstaan. ‘Dus vogeltje, zeg het maar.’ Mijn handen trillen en het lukt niet om ze te laten stoppen. Ik zuig wat lucht naar binnen en dwing mijn benen in beweging te komen. Langzaam zet ik mijn ene voet voor de andere. Marten loopt vlak achter me en het dodelijke ijzer wijkt niet van zijn plek. Heel even schiet de vraag door mijn hoofd of ik Marten niet gewoon kan neersteken en kan verdwijnen, maar dat plan verwerp ik al snel. Hoewel ze me niet doorzocht hebben op wapens, weet ik dat ik Marten niet de baas kan. En trouwens, mijn messen zitten dan wel veilig in hun schedes, ik kan er toch niet onopvallend bijkomen. Mijn situatie begint er behoorlijk beroerd uit te zien. Ik probeer een andere strategie.
‘W-waarom doe je dit Marten?’ De trilling in mijn stem probeer ik er niet eens uit te houden. Ik weet niet of Levi ze verteld heeft van het mes, maar als ik dan toch ‘’onbewapend’’ ben, kan ik de slachtofferrol best eens proberen. Het zwaard drukt alleen nog maar harder tegen mijn nek. Ik voel een warm stroompje bloed naar beneden lopen. Struikelend probeer ik mijn keel uit de buurt van het ijzer te houden, maar Marten wijkt geen centimeter. Een traan welt op in mijn ooghoek. Als hij langs mijn wang naar beneden rolt laat hij een nat spoor achter.
‘A-alsjeblieft.’ Mijn stem breekt. Ik weet niet meer helemaal zeker of ik mijn angst nou speel of dat hij gemeend is. ‘L-laat me g-gaan.’ Marten lacht. Een wrede, kille lach die niet goed bij hem past. Hij houdt stil en draait mijn gezicht naar zich toe.
‘Je begrijpt het niet, vogeltje.’ Zijn stem klinkt mierzoet en zijn ogen glanzen krankzinnig. ‘Als Levi zich zo druk met jou bezig houdt, zal ik de kans hebben hem te vermoorden. We hebben mooie spullen moet je weten. Voor dat guppie uit 4 ben ik niet bang, die zal al weg zijn voordat Levi goed en wel op dreef is. Je bent helaas alleen maar op het verkeerde moment, op de verkeerde plek. Het is niets persoonlijks.’
‘J-je bent gestoord,’ breng ik uit, maar hij grinnikt slechts.
‘Ik verwacht ook niet dat je het begrijpt, vogeltje.’ Hij glimlacht kwaadaardig en strijkt over het blad van zijn wapen. ‘Ik verwacht alleen dat je me de perfecte gelegenheid geeft om van Levi af te komen.’ Hij heft zijn bijl op en legt het blad tegen mijn gezicht. Mijn hart gaat als een bezetene tekeer en ik adem in horten en stoten. De scherpe punt prikt in mijn wang. ‘En mocht Levi nog niet klaar zijn met zijn werk, dan zal ik het voor hem afmaken. Dan mag je voor me zingen, mijn vogeltje.’ En met een ruk trekt hij de bijl weg en hangt hem weer aan zijn riem. De scherpe punt snijdt door mijn huid alsof het water is. Het wapen laat een brandend spoor van pijn achter en ik kan een gepijnigde gil niet onderdrukken. Marten slaat echter zijn vrije linkerhand over mijn mond en drukt dreigend nog iets harder met het zwaard. ‘Dat, mijn vogeltje, bewaren we voor straks.’
De omgeving wijst nu op steeds meer tekenen van water. De grond wordt steeds zompiger tot ik in de verte het water al zie glinsteren. Dan gaan we naar rechts. Na een paar meter komen we uit op een open plek. Levi zit met zijn rug naar ons toe. Als we dichterbij komen lijkt hij ons te horen, want hij draait zich om. Zijn gezicht is zo nietszeggend en leeg als een onbeschreven vel papier, wat hem nog duizend keer angstaanjagender maakt, dan als hij me woest had aangekeken. Ik bal mijn handen tot vuisten om het trillen te laten stoppen. Met trage bewegingen loopt hij op me af. Vlak voor me blijft hij staan, zo dichtbij dat ik zijn adem in mijn gezicht voel. Hij houdt zijn hoofd een beetje schuin.
‘Daar ben je dan. Als een rat in de val.’

Reacties (2)

  • EvilDaughter

    O o, maar welke samenvattende spoiler eigenlijjk, ik zie nergens een

    6 jaar geleden
  • Gunderson

    Oh my fucking God
    Ewwwwww
    Gadverdamme Marten

    En Levi is al even smerig wtf psychopaten

    ..En nu moet je snel verder

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen