Foto bij Hoofdstuk 43

Ik ben inderdaad zo handig geweest om een hoofdstuk dubbel te posten. Hoofdstuk 42 stond niet op Q, alleen in mijn word document, dit hoofdstuk 43 stond dus al goed, maar dezelfde tekst stond bij Q ook in 42
Anyway, ik heb het aangepast. Dit hoofstuk hebben jullie dus al een keer gelezen, maar voor het nieuwe kan je een pagina terug gaan en 42 lezen.
Ik ben erg handig bezig :')

Niet lang nadat hij was uitgegeten, vertrok de tovenaar uit de herberg. Hij vertelde niemand waar hij heen ging. Niet dat het Rhodíq verwonderde, waarschijnlijk had niemand iets met zijn zaken te maken. En waarschijnlijk was dat ook wat haar zo nieuwsgierig maakte. Door de opmerking van Kíli, kon ze het vermoeden dat het iets met de ork en ‘Cérog’ te maken had niet wegstoppen.
Toen de tovenaar vertrokken was, was Kíli teruggegaan naar de tafel van Iram en Emora.
Tijd om nieuwe wijn te brengen, dus.
“Willen jullie nog wat?” vroeg Rhodíq nonchalant, terwijl ze langsliep. Ze keek naar Kíli, die zijn glas aanreikte. “Ken je die tovenaar goed?” voeg ze, terwijl haar vingers zich om het glas sloten.
Kíli trok lichtjes zijn wenkbrauwen op. “Hoezo?”
“Omdat je meteen op hem af rende zodra je hem zag,” grinnikte Iram. “Je zou er bijna wat van gaan denken.”
Kíli keek hem aan, trok zijn wenkbrauwen op en grijnsde. Daarna keek hij weer naar Rhodíq.
“Hij heeft ons in het verleden veel geholpen en hij is bij onze grootste reis en oorlog betrokken geweest. Op sommige plaatsen wordt zijn komst als een slecht teken beschouwd, heb ik gehoord. Maar ik denk dat het nog een veel slechter teken zou zijn als hij er niet was in tijden van nood.”
“Zijn we in tijden van nood, dan?” vroeg Emora geschrokken, terwijl Rhodíq ook haar mond opende om te antwoorden. “Waarom vertelt niemand mij wat er aan de hand is?”
“Als ik het wist, zou ik het je vertellen.” Rhodíq keek verwachtingsvol naar Kíli. Blijkbaar voelde die zich niet geroepen om hen iets te vertellen.
“Krijg ik nog wijn?”
Rhodíq zette zijn lege glas weer voor hem neer. “Ik bedenk me net dat ik dringend wat anders moet doen.”
“Wat dan?” vroeg Kíli met opgetrokken wenkbrauwen.
Rhodíq haalde haar schouders op en keek rond. “Iets wat net zo lang duurt tot jij bedacht hebt dat je ons wel kunt vertellen wat er aan de hand is.”
“Dan kan je lang wachten!” Kíli verhief zijn stem, terwijl ze wegliep. Opnieuw haalde Rhodíq haar schouders op, zonder om te kijken. Ze liep naar de bar en ging naast Sedi staan. De grootste drukte begon inmiddels weg te ebben.
“Sedi?” vroeg ze, terwijl ze keek hoe een groep de deur verliet.
Sedi reageerde niet. Blijkbaar had hij al zijn aandacht nodig om in een pan met soep te roeren.
“Sedi?” herhaalde Rhodíq iets luider.
“Ja.” Op het moment dat Sedi naar haar omkeek, haalde Rhodíq haar schouders op.
“Niets, laat maar.”
Er vormde zich even een lichte frons op Sedi’s gezicht, die nauwelijks een frons te noemen was. Toen ging hij weer verder met het roeren in de soep.
“O, Sedi!” riep Rhodíq uit, alsof ze zich plotseling iets herinnerde.
Sedi keek opnieuw om.
“Niets, laat maar.” Rhodíq maakte een wegwuivend gebaar en grijnsde. “Ik moet mijn tijd even verdoen tot Kíli besloten heeft dat wat hij weet mij iets aangaat.”
“Wat nou als hij dat niet besluit?” suggereerde Sedi voorzichtig.
“Dan zit je nog wel even met mij opgescheept,” grinnikte Rhodíq. “Maar niet getreurd, Bombur en Bofur zijn er ook nog.” Uit haar ooghoeken zag ze dat de twee broers naar hen toe kwamen. “Bofur?”
“Ja?” Bofur glimlachte en keek haar vragend aan.
“Nee, laat maar.”

Reacties (1)

  • EvilDaughter

    Is dit niet hetzelfde hoofdstuk als het vorige hoofdstuk??

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen