Foto bij Hoofdstuk 29

Hij glimlacht. Vanachter zijn rug haalt hij een gemeen gekarteld mes tevoorschijn. Het hele wapen straalt wreedheid uit. Een ongeëvenaarde doodsangst neemt van me bezit terwijl Levi het mes treiterend over mijn gezicht laat glijden.
‘Ik ga hier van genieten.’ Ik heb niet eens door dat Marten me los heeft gelaten. De angst laat me als versteend op mijn plek staan. Zonder waarschuwing haalt Levi ineens naar me uit. Het mes mist me op een haar en ik wankel geschrokken achteruit. Paniek stroomt door me heen en raakt me bijna als een klap in mijn gezicht. Voordat ik zelfs maar kan denken aan een tegenaanval, beukt Levi met zijn volle gewicht tegen me aan. Ik val plat op mijn rug en knal met mijn hoofd tegen een steen. Zwarte vlekken dansen wild voor mijn ogen. Er stroomt iets warms over mijn gezicht, en ik proef de scherpe, metalen smaak van mijn eigen bloed.
Tegen de tijd dat ik me weer kan focussen op Levi, heeft hij mijn armen al tegen de grond gedrukt met zijn voeten, en drukken zijn knieën mijn schouders plat tegen de grond. Ik probeer niets te laten zien van mijn angst voor hem, dat zich als gif door mijn aderen verspreidt.
Levi kijkt me recht aan, een demonische grijns krult om zijn lippen.
‘Zo,’ begint hij. ‘Ik wil dat we elkaar heel goed begrijpen. Ik ga jou een paar vraagjes stellen, en jij vertelt me heel precies wat ik wil weten. Als je het goed doet en de vragen netjes en eerlijk beantwoord, zal er niets gebeuren. Begrepen?’ Er trekt een rilling langs mijn ruggengraat. De angst vertroebelt mijn gedachten en ik spreek mezelf streng toe. Zolang we praten, ben ik nog niet dood. Het helpt niet. Mijn hart springt bijna uit mijn ribbenkast en de doodsangst ketent me vast aan de grond. Neuriënd strijkt Levi met het mes over de ongeschonden huid. Hij kantelt zijn hoofd nieuwsgierig, alsof hij een insect gaan ontleden en nu zit te bedenken waar hij het beste kan beginnen.
‘Heb jij Dave en Josephine vermoord?’ Zijn ogen glanzen. Koortsig. Leeg. Als ik nerveus mijn hoofd schud begint hij te grijnzen.
‘Niet liegen.’ Lachend zet hij het mes in de ongeschonden huid bij mijn arm. De brandende pijn die door mijn arm trekt is tien keer erger dan de snee die Marten maakte. Met een bovenmenselijke inspanning klem ik mijn kaken op elkaar om het niet uit te schreeuwen. Als resultaat is er alleen nog maar meer pijn. Ik houd het niet meer en mijn kaken schieten van elkaar. Ik stoot een bloedstollende schreeuw uit en probeer mezelf paniekerig van het mes te verlossen.
‘Ik heb ze niet vermoord- ik heb ze niet vermoord- ALSJEBLIEFT!’ Ik probeer los te komen en te ontsnappen aan het gruwelijke mes, maar het lukt niet. Hij stopt. Het geluid van mijn stem sterft weg tot een krampachtig gehijg.
Nog steeds die duivelse, zelfvoldane grijns. Achteloos laat hij mijn arm weer vallen en schenkt geen aandacht aan de kreet die ik slaak als hij zijn voet er weer op zet.
‘Weet je het heel zeker? Misschien moet je eens wat beter nadenken.’ Zijn ogen boren zich in de mijne, dwingen me de waarheid te vertellen. Maar het enige wat ik kan doen is mijn woorden, en de waarheid, herhalen.
‘Ik heb ze n-niet vermoord,’ fluister ik verstikt. Ik wil me groot houden maar de tranen verraden me. Zonder iets te zeggen begint hij opnieuw. Hij duwt in een simpele beweging mijn hoofd tegen de grond en haalt onverschillig de huid bij mijn sleutelbeenderen open. De golven van pijn slaan met een verwoestende kracht over me heen. Het lijkt alle kracht uit mijn lichaam te zuigen en er de afschuwelijke pijn voor in de plaats te zetten. Tranen van wanhoop lopen over mijn wangen. Ergens, heel ver weg, vind ik dit een waardeloze manier om dood te gaan. Dan lacht hij en drukt hij nog wat harder. Al mijn gedachten vallen in scherven uit elkaar en lijken me daarna van binnenuit open te halen. Als strepen van witheet vuur waardoor mijn ledematen verkrampen en de vlammen me verslinden.
Ik slaak een ijselijke gil waarvan ik zelf niet in staat ben hem af te breken. Maar deze keer stopt hij niet. Hij laat het mes meedogenloos dwars door mijn huid glijden. De pijn is afgrijselijk. Ik gil tot ik niet meer kan gillen omdat mijn stem het vele geluid niet aankan. Elk besef van tijd heb ik verloren. Misschien duurde de marteling maar een paar minuten, misschien een paar uur. Alles is gevuld met die diepe, intense pijn en de radeloze wanhoop.
En dan houdt het op. Ik heb geen tranen meer over om te verspillen. Mijn lichaam voelt gebroken. Mijn ogen rusten op een niet bestaand punt in de verte en ontwijken Levi, maar ik hoor zijn wrede lach als hij mijn arm voor mijn ogen houdt. ‘Helaas kan ik je dit niet laten zien, maar je arm is ook prachtig. Kan je lezen wat er staat, liefje?’ Ontzet kijk ik naar mijn onderarm, die rood is van het bloed. Maar desondanks zijn de woorden die diep in mijn huid gekerfd zijn, duidelijk te lezen. ‘’IK MAG NIET LIEGEN’’. Hij wil nog iets zeggen, maar in plaats van de kille, zacht gefluisterde woorden schreeuwt hij. Hij valt van me af en grijpt naar zijn been, waar nu een zwarte bijl in steekt. Hij schreeuwt nog eens en rukt het ding eruit.
Hoewel ik maar enkele seconden heb om te begrijpen wat er gebeurd, krabbel ik zo snel mogelijk overeind. Een klein vonkje hoop laait weer op. Ik maak een klein, piepend geluidje, als er een felle pijnsteek door mijn verminkte arm schiet. Trillend zoek ik met de moed der wanhoop naar mijn mes. Bij elke ademhaling schiet er een pijnsteek door mijn borst, en mijn arm brandt en schrijnt. Ik klem mijn vingers stevig om het gevest van mijn mes om het trillen te stoppen.
Marten is al te dichtbij. Hij zwaait agressief met zijn zwaard en valt in volle vaart aan. Ik heb nog net genoeg reactievermogen om weg te draaien maar het zwaard schampt mijn heup. Een verlammende pijn schiet door mijn lichaam. Ik struikel naar achteren en laat mijn mes vallen. Snikkend grijp ik naar de plek waar het zwaard me geraakt heeft. Ontzet staar ik naar het dieprode bloed dat langs mijn been druipt. Mijn keel voelt rauw en prikt van al het geluid. Marten grijnst, denkend dat hij alles al gewonnen heeft. Hij loopt zelfverzekerd op me af. Paniek overvalt me en ik wankel naar achteren, ineenkrimpend bij een nieuwe pijnscheut. Een riem, die onhandig om zijn middel hangt, gespt hij los. Zijn zwaard laat hij achteloos op de grond vallen en hij pakt mijn arm. Een nieuwe gil is al uit mijn mond als hij zonder medelijden mijn linkerarm vastgrijpt en zijn greep daar grijnzend extra verstevigd. Hij brengt zijn gezicht heel dichtbij het mijne. Vol afgrijzen zie ik Levi’s mes in zijn hand flitsen. Angstig wil ik wegduiken, maar hij houdt me vast.
‘En nu mijn vogeltje, nu mag je voor me zingen.’ En terwijl hij dit zegt boort hij zijn nagels diep in mijn gepijnigde arm. Een puur sadistische glimlach rust op zijn lippen. Hij verdient de voldoening om me te horen schreeuwen niet. Ik bijt op mijn kiezen en dwing mezelf hem aan te kijken.
‘Loop naar de hel!’ En ik steek Josephine’s mes in zijn bovenbeen. Geschokt staart hij me aan. Zijn greep verslapt. Huiverig deins ik achteruit, buiten slagbereik. Hij zet een halve stap naar voren en dan verscheurt zijn luide schreeuw de lucht. Hij valt. Trillend kijk ik naar hem terwijl hij in het gras kreunt. Dan lijkt het alsof mijn gedachten zich uitschakelen. Zelfs de kloppende pijn van mijn heup verbleekt. Ik pak mijn andere mes weer op uit het, met mijn bloed besmeurde, gras en steek het in de schede. Ook Martens zwaard en riem pak ik op. Zonder ook maar iets van afschuw of schuld te voelen loop ik naar hem toe. Levi die op de grond ligt te jammeren negeer ik volledig.
Marten trekt het mes met een gepijnigde blik uit zijn been. Kil kijk ik op hem neer. Hij haalt woest naar me uit maar ik ontwijk hem gemakkelijk, nu de pijn zichzelf heeft uitgeschakeld. Met een onbewogen gezicht geeft ik hem met mijn goede been een trap, waardoor hij van me vandaan valt. Het mes pak ik op uit het gras en steek ik gedachteloos in mijn schede. De andere twee wapens houd ik in mijn hand. Mijn arm klopt en steekt. Een dof bonzend gevoel heeft zich door mijn hele borst verspreid. Zonder om te kijken verlaat ik de open plek. Een gevoelloos masker houdt mijn emoties voor heel Panem verborgen. Het bloed van mijn arm druipt van mijn vingers op de grond. Scherpe lijnen van pijn doen me vermoeden dat mijn borst er niet veel beter uitziet. Op mijn gezicht zitten bloedspetters. Al mijn wapens zijn rood bevlekt. Ik doe er niets aan. Mijn angst is weg. Deze keer loop ik niet zacht en voorzichtig door de Arena. Nu loop ik door de Arena alsof hij van mij is.


Levi martelt haar met een mes, en wil weten wie Dave en Josephine heeft vermoord, en verdenkt haar. Zij heeft het niet gedaan, zoals ze ook zegt, maar Levi gelooft haar niet. Na een tijdje vind Marten tijd voor zijn plan, en gooit hij een bijl in het been van Levi. Waarna hij zelf probeert Lucy te vermoorden, maar daar is zij het niet mee eens. Ze vecht terug, met het laatste beetje kracht dat ze nog in zich heeft. Ze wint, en verlaat de open plek zo snel mogelijk. Ze neemt het zwaard van Marten mee, omdat dat nog wel van pas kan komen.


Hier is de samenvattende spoiler, voor de mensen die liever niet alles lezen.

Reacties (1)

  • EvilDaughter

    Gedvdukvwelubfrjywegiygedjybwefiygjfeywewf! Kut Levi en Marten.
    Go Lucy! Go girll!

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen