De pijn was afschuwelijk, maar wat nog erger was, was het tumult rondom hem. Strijdlustige kreten, strijders die naar adem hapten en het ontmoeten van ijzer en huid. Jayson Avelaith lag stilletjes op het slagveld, te luisteren naar alles om hem heen, aangezien dat alles was wat hij nog kon doen. Zijn vrienden die tevergeefs om hulp schreeuwden en naast hem neervielen… Ze hadden onverwachts aangevallen, niemand had het kunnen voorzien. Een dag die normaal een van vrede was, werd nu gebruikt om opnieuw te beginnen met hetgene waarvan ze vierden dat het voorbij was. 300 jaar, zolang had de vrede geduurd, maar het moment waarop Jayson de manier zag waarop zijn zogezegde vriend naderde, wist hij dat die voorbij was. Terwijl hij daar lag en hij zijn bloed en ook zijn leven voelde wegsijpelen, terwijl hij naar de grijze hemel keek en de dood rond hem heen hoorde, riep iemand plots zijn naam. Hij kende die stem. Dat was de stem van Zamir. Met zijn laatste krachten wist hij te glimlachen en zijn ogen te sluiten. Wat een geluk dat hij mocht sterven samen met zijn beste vriend.

Zamir knielde neer naast de hevig bloedende man, die enkele minuten geleden nog dapper zijn vaderland aan het verdedigen was. Zijn eigen hart had eventjes stilgestaan toen hij dat zwaard in het vlees van zijn beste vriend zag verdwijnen, om vervolgens dubbel zo snel en agressief opnieuw te beginnen met slaan. Het werd moeilijk om zich te concentreren op het gevecht terwijl de gedachte dat Jayson misschien dood was door zijn bewustzijn flitste. Hij werd bijna zelf neergestoken, maar wist met een klap van zijn schild in zijn ene hand de balans van zijn vijand te breken en hem neer te steken met zijn zwaard in de andere hand. Vervolgens liep hij zo snel hij kon naar waar zijn vriend ineen was gezakt. Hij sprong over de lichamen op de grond, struikelde enkele keren bijna en deed zijn best om andere vechtende soldaten te ontwijken.
“Jayson!” riep hij luid in de hoop een reactie te krijgen van het bewegingsloze lichaam daar in de modder.
“Verdomme, Avelaith, het is ook altijd wat met jou!” vloekte hij bij zichzelf.
“Maar het is wel nooit saai met mij in de buurt, of wel soms, Kasad?” hoorde hij hem bijna antwoorden, met die kwajongensgrijns van hem die alle meisjes thuis in Stormforge deed wegsmelten. Zamir greep zijn pols vast en haalde opgelucht adem toen hij nog leven merkte. Het geluid van een zwaard achter hem alarmeerde de geknielde man, die zich omdraaide en een aanval blokkeerde met zijn schild. Hij stak zijn been uit en tackelde zijn belager, die bijna op hem terecht kwam, maar die hij nog net op tijd weg wist te duwen. De man probeerde nog recht te krabbelen, maar daarvoor was het al te laat. Zamir liet zijn zwaard zakken op zijn keel en richtte vervolgens zijn aandacht weer op Jayson, wiens handen zachtjes trilden. Hij keek om zich heen, naar de eindeloze zee van vijanden die werden tegengehouden door een beperkt aantal van zijn bondgenoten. De strijd was al verloren, besefte hij tot zijn grote afschuw. Als hij hier bleef zou hij sterven samen met Jayson en de rest van de soldaten. Als hij vluchtte liet hij iedereen achter… Dat kon hij niet maken. Jayson had te veel voor hem gedaan, hij kon hem nu niet laten sterven. Hij gooide zijn wapen en schild weg en nam Jayson vast bij zijn schouders. Met een reusachtige krachtinspanning probeerde hij hem overeind te krijgen, hem op te tillen, hem weg te slepen, … Het maakte niet uit hoe, hij moest hier gewoon weg. Zamir begon te prullen aan Jaysons wapenuitrusting. Hij smeet zijn helm aan de kant en deed hetzelfde met zijn bebloede borstplaat en maliënkolder. Voorzichtig nam hij zijn schouders vast en hees hij de gespierde man met enige moeite over zijn schouder. Nadat hij op een of andere manier erin was geslaagd recht te staan met het gewicht op zijn schouders, wierp hij nog een laatste blik op het slagveld. Op zijn vrienden die net zo goed als hij wisten dat ze geen kans maakten, maar toch bleven vechten. Even kreeg hij een hol gevoel in zijn buik, maar dat schudde hij snel van zich af.
Hij was niet laf. Nee, hij was verstandig.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen