De vrouw hielp hem om Jayson zachtjes neer te leggen op de felgekleurde kussens in een van de caravans. Zamir checkte zijn pols nog eens en haalde opgelucht adem toen hij nog een hartslag voelde. Hou nog even vol, Avelaith. Hulp is onderweg. Hij hoopte dat deze Erith iets van geneeskunde afwist.
En terwijl hij dat zei opende de zigeuner die zonet hulp was gaan halen de stoffen lap die de caravan afsloot, maar hij kwam zelf niet binnen. In plaats daarvan wandelde een jonge vrouw binnen, die niet veel ouder kon zijn dan Zamir. Ze droeg een lange zwarte rok met een A-lijn en een smal bovenstukje in dezelfde kleur, dat afgewerkt was met kant. Haar donkere ogen bleven even op hem rusten, maar dwaalden vervolgens af naar de gewonde man op de kussens.
“Wie zijn dit?” vroeg ze aan de andere vrouw zonder haar blik van Jayson af te wenden. Haar stem klonk koel en bijna ongeïnteresseerd.
“Ik ben Zamir en dit is prins Jayson Avelaith, broer van koning Darrian” ratelde hij de vertrouwde introductie af. “Hij is gewond geraakt in een gevecht aan Fort Segar en hij heeft dringend iemand nodig die iets aan zijn wonden kan doen. Jij bent Erith, neem ik aan?” antwoordde hij, hoewel de vraag niet aan hem gericht was. Ze zweeg en richtte haar blik nu op de man die haar aangesproken had. Hoe zo’n warme ogen zo’n koude konden uitstralen was een raadsel. Zamir werd er ongemakkelijk van.
“Dus, kan je hem helpen?” Het meisje bukte zich en bestudeerde de man voor zich. Voorzichtig stroopte ze de bebloede kleren van zijn bovenlichaam af om een afschuwelijke wond bloot te leggen. Zamir trok zijn neus op en probeerde zijn aandacht op iets anders te richten. Ze hief een zijn linkerarm op om zijn zijkant te bekijken en legde hem daarna voorzichtig terug neer.
“Ik denk niet dat er vitale organen geraakt zijn, de wond is niet diep genoeg. Hij is enkel wat suf door het bloedverlies.” antwoordde ze droogjes.
“Suf? Juffrouw, hij is half dood!” riep Zamir uit, verbouwereerd door haar rustige reactie. “Wat als zijn wond gaat ontsteken?”
“Dan sterft hij.” zei ze op dezelfde kalme toon, alsof het haar helemaal niet kon deren.
“Maar je kan hem helpen, toch?”
“Dat kan ik, maar waarom zou ik?” vroeg ze terwijl ze haar lange zwarte lokken over haar schouder zwaaide.
“Omdat hij de broer van de koning is?” gromde Zamir geïrriteerd. Was het zoveel gevraagd om een man in nood te helpen zonder vragen te stellen? Erith liet een luide lach horen voor ze hem antwoordde.
“Wat een reden! Hij is de broer van de koning… En wat heeft de broer van de koning dan ooit gedaan om mijn hulp te verdienen? Moet ik hem respecteren om het feit dat hij van blauwe bloede is?”
“Nee, je moet hem respecteren omdat hij zonet heeft gestreden om mensen als jij te beschermen.” snauwde Zamir terug. Hij haatte het wanneer mensen met dit soort vooroordelen aankwamen. Hij had ze vaker gehoord, en begreep waarom mensen dat soort dingen konden denken, maar zelf had hij niets dan respect voor Jayson en zijn familie. Misschien was het omdat hij zelf in het wereldje was opgegroeid.
“Mij beschermen? Als jongetjes strijden is dit enkel en alleen om machtsvertoon. Als je vriend ervoor kiest om te vechten is het niet verwonderlijk dat hij een schram of twee krijgt en dat is al zeker niet mijn probleem. Ik heb nooit gevraagd om bescherming, zeker niet als mijn dappere beschermers het slagveld ontvluchten zodra het hen te moeilijk wordt.” Een klap in Zamirs gezicht. Ja, hij was gevlucht. Nee, hij had er geen spijt van. Niet als er een kans was dat Jayson het zou overleven.
“Ze werden aangevallen, Erith, door Sedoren.” zei de andere vrouw. Dit deed haar opkijken met een blik die eventjes verbaasd was, maar snel terug stoïcijns werd.
“Door Sedoren? Op de dag van de wapenstilstand?” vroeg ze ongelovig. “Wat heeft dat dan uitgelokt?”
Zamir haalde zijn schouders op. “Ik weet het nog niet. Ik wil het Jayson vragen zodra hij ontwaakt, maar daarvoor moet hij natuurlijk eerst genezen.” Erith leek te aarzelen terwijl ze naar de felgekleurde kussens bleef staren. Ze kruiste haar armen en zuchtte verslagen.
“Ik zal mijn best doen om hem te helpen, maar ik kan niets beloven. Jij moet buiten wachten.” Zamir knikte en vroeg niet waarom. Hij had nu haar hulp en was niet van plan die opnieuw kwijt te spelen door te protesteren tegen haar eisen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen