Foto bij Het silhouet van de kerstboom

Hij was niet bang voor de kerstboom. Nee, hoe vaak hij ook naar de versierde dennenboom staarde, hij was niet bang voor de flikkerende lichtjes, de glinsterende kerstballen of de kleurrijke slingers. En toch... Hoe langer hij oog in oog stond met de kerstboom, hoe banger hij werd. Zijn angst viel niet echt te verklaren, deels omdat er geen angst was voor de boom. Niet voor de boom, in ieder geval.
Hij vroeg zich af of er misschien iemand schuil ging achter de boom. Misschien pulseerde er wel een gevaarlijke kracht tussen de takken van de boom - een geest, bijvoorbeeld.
Hij had zijn moeder al eens eerder aangesproken over zijn diep gewortelde angst voor de boom - maar niet echt de boom, natuurlijk. Zij had het een van zijn kinderlijke fantasietjes genoemd. 'Kinderen verzinnen de gekste dingen tegenwoordig,' had hij zijn moeder later die dag tegen zijn oma horen zeggen. Waarschijnlijk had ze gelijk. Het was gewoon zijn brein dat op hol sloeg. Welk kind was er nu ook bang voor de kerstboom?
Dagen passeerden en er kwamen steeds meer cadeaus onder de kerstboom te liggen. Dat kalmeerde hem enigszins. De vreugde en de nieuwsgierigheid die hij ervoer wanneer hij de pakjes zag, zorgden ervoor dat zijn angst naar de achtergrond werd verbannen.
Maar nu, 24 december, elf uur, waren alle pakjes verdwenen en staarde de kerstboom hem met een uitdagende blik aan. De kale ruimte onder de kerstboom bezorgde hem de kriebels. Het leek wel alsof de boom de pakjes had verslonden en nu van plan was om hetzelfde te doen met iedereen in dit huis.
Zijn moeder, die naast hem zat, gaf hem een kleine tik tegen zijn achterhoofd. 'Waar zit je met je gedachten?' vroeg ze met een hoge, typische moederstem. 'Tante Maria heeft je al zeker vijf keer gevraagd hoe het op school gaat.' Over zijn schouder loerde ze naar de kerstboom. 'Ik dacht dat je over die absurde angst heen was. Je bent twaalf, ik begrijp dat sommige dingen nog steeds eng zijn, maar het is gewoon een kerstboom. Je hebt nog nooit eerder problemen gehad met de boom.'
Hij negeerde de opmerking van zijn moeder over de boom en beantwoordde Maria's vraag keurig. Hij vertelde haar dat het middelbaar heel wat anders was dan de lagere school, maar dat hij wel al een heleboel vrienden had gemaakt - en dat hij zelfs een oogje had op een bepaald, heel mooi meisje. Praten met zijn familie deed hem deugd. Zo slaagde hij er even in om de boom te vergeten. Hij kon zijn gedachten verzetten, al was het maar voor heel even. Hoewel hij niet van familiefeestjes hield, moest hij toegeven dat dit feest toch een uitzondering was - zeker omdat er lekker eten aanwezig was. Hij had ervan genoten en vond het oprecht jammer doen iedereen weer naar huis vertrok en hun gezinnetje als enige achterbleef.
Zijn blik werd als een magneet aangetrokken tot de boom.
'Gelukkig kerstfeest!' zei zijn zus plots, terwijl ze hem in zijn rug aanviel met een knuffel. 'Het is twaalf uur gepasseerd, het is kerstmis!' Ze glimlachte breed en geeuwde vervolgens. Hoewel ze de oudste van de twee kinderen was, ging ze over het algemeen eerder naar bed dan haar kleine broertje - hij vermoedde dat ze gewoon heel erg veel van slapen hield, aangezien ze meestal ook niet voor de middag uit haar bed kwam, tenzij er een of andere verplichting op haar wachtte.
'Gelukkig kerstfeest,' antwoordde hij zacht.
'Slaap wel,' zei ze vervolgend. 'Want ik ben moe.' Ze draaide zich om en liep de trap op. Hijzelf besloot haar te volgen, omdat hij wist dat hij anders toch alleen maar onrustig naar de kerstboom zou kunnen staren. Voordat hij de trap op holde, wierp hij nog een laatste blik op de kerstboom, die een dreigende figuur leek nu alle lichtjes gedoofd waren.

Hij werd wakker in een plas van zijn eigen zweet. Het was niet zo dat hij een enge nachtmerrie had gehad, maar een onheilspellend gevoel had zich in zijn borstkas genesteld en liet hem niet meer los. Nadat hij tien minuten om de tien seconden van slaaphouding veranderd was, keek hij vermoeid naar de flikkerende cijfers van zijn wekker, die aangaven dat het net vier uur was gepasseerd.
Zijn maag gromde. Hij had honger. En bovenop die honger had hij ook nog eens een droge keel. Ach, bleek dat hij geen keuze had... Hij zwierde de lakens van zich af en haastte zich naar de keuken, waar hij zichzelf een glas water inschonk en vlug een boterham maakte. Vanaf de keuken had hij een prachtig uitzicht op de kerstboom. Hij voelde hoe zijn hart sneller begon te kloppen. Werd hij nu paranoia? Door een stomme kerstboom? Hij stootte een zenuwachtig lachje uit en werkte zijn boterham vliegensvlug naar binnen.
De kerstboom, die zich in zijn ooghoek bevond, leek steeds dichterbij te komen. De angst die zich meester maakte van zijn lichaam nam de controle over en zorgde ervoor dat hij alle lichten van het gelijkvloers aandeed zodat het huis gehuld werd in kunstmatig licht. Hij wist niet meteen of hij zich veiliger moest voelen nu alle lichten aan waren; als de kerstboom een bloeddorstige geest bleek te zijn, zou het licht hem niet stoppen.
Hij wreef zijn zweterige handen over elkaar. Het was de bedoeling dat hij even wat ging eten en drinken en daarna terug naar boven zou gaan, maar nu hij vlak voor de kerstboom stond, durfde hij zijn rug niet naar het ding toe te keren. Er was maar één ding enger dan een moordlustige kracht, en dat was een moordlustige kracht in je rug.
Dus, wat moest hij nu doen? Hij kon hier moeilijk de hele nacht blijven zitten, starend naar de kerstboom. Maar zich omkeren en naar boven rennen was ook geen optie. Moest hij schreeuwen om hulp? Maar wat dan? Zijn gezin zou waarschijnlijk woedend zijn omdat hij een drama maakte rond iets stoms als schrik hebben voor een onschuldige kerstboom.
Het silhouet van de kerstboom leek voor zijn ogen te dansen en hij had het gevoel dat hij moest overgeven. Even leek de wereld rondom hem te stoppen met draaien en daarna... voelde hij zich opnieuw perfect op zijn gemak. Hij had geen idee wat ervoor had gezorgd dat de angst uit zijn lichaam was gevloeid, maar opeens had hij het gevoel dat hij nergens meer bang voor hoefde te zijn.
Met een spottende lach wees hij naar de kerstboom, terwijl zijn ogen haast uit zijn kassen puilden. 'Hoe...' zei hij ademloos. Het was zo grappig, hij was bang geweest voor een stomme boom. Bomen vielen geen mensen aan, bomen stonden daar maar gewoon.
Al het gevaar was geweken.
Of... Dat dacht hij.
Achter zich hoorde hij plots een pan op de grond vallen. Met een ruk draaide hij zich om, om daar een onbekende man te zien staan. Even keken ze elkaar geschrokken aan, daarna begon de man te grinniken. Hij fronste en deed een stap achteruit. Hij voelde kriebelende takken van de kerstboom in zijn rug en hij zou durven zweren dat het de fleurige boom was die een mes tegen zijn hals drukte en zijn keel genadeloos opensneed.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen