Foto bij 17 • Het monster in de berg

Het deed Thranduil pijn, met hoeveel vastberadenheid en kracht hij zijn wit weggetrokken handen ferm om het zwaard had gewrongen. Het voorheen koele ijzer leek haast te branden in de huid van zijn vingers die verlangde om zijn vrouw in veiligheid te brengen. Zijn voeten renden zo hard als hij het kon opbrengen. De lucht die zijn longen in schoot, brandde in zijn keel en hij kon zijn longen haast voelen schreeuwen om lucht. Hij was op weg naar de bergen, de bestemming waar hij hoopte zijn vrouw weer te vinden en het gevecht te eindigen. Hij moest er niet aan denken dat ze niet meer in leven was en dat hij zijn mannen in de steek had gelaten om met haar levenloze lichaam terug te keren. Thranduil verbeet de pijn die kwam opdoen bij die gedachte en richtte zijn aandacht op de omgeving. Ergens zou hij een spoor vinden die hem regelrecht naar zijn vrouw zou leiden en het monster die haar had meegenomen. De bloedlust en honger naar wraak groeide in hem, hij zou niet stoppen totdat hij terug had wat aan hem toebehoorde.
Nu Thranduil volledig voorbij de boomgrens was en niks hem meer beschermde tegen de felle zon, wendde hij zijn blik naar de grond, hopend op een spoor dat hem tot een snellere oplossing zou zetten. Het grijze landschap om hem heen was de zelfde kleur als zijn gemoed, maar toen hij op de sombere grond een glinstering zag, begon er een plotse vlam van nieuwe hoop te brandden. Het lag ver van hem vandaan, naast de ingang van een enorme grot, maar toch was de schittering zo fel dat hij het haast kon aanraken. Een hittegolf gleed door hem heen toen hij bedacht dat hij dichterbij zijn vrouw was gekomen. Hij rende er zo snel naartoe als zijn voeten hem konden dragen en hield zijn ogen gefixeerd op de glinstering, bang dat wanneer hij ook maar een enkele keer zou knipperen, deze zou verdwijnen. Hij naderde het glanzende voorwerp en knielde ernaast neer op de grond. Hij pakte het voorwerp met trillende vingers van de grond en veegde het beetje viezigheid er vanaf. Het was een ring met een prachtige helderwitte edelsteen erop, de ring van zijn vrouw. Even staarde hij er roerloos naar, verzonken in zijn eigen gedachten en nachtmerries. Toen perste hij zijn lippen op elkaar en sloot de ring op in zijn vuist. Vastberaden ging hij weer staan en staarde de monding van de grot in. Het was er pikkedonker en Thranduil was zeker dat hij geen hand voor ogen zou kunnen zien daarbinnen. Zijn eigen leven zou op het spel staan, wie weet wat er zich daarbinnen schuil hield. Hij trok zijn zwaard uit zijn schede en zette de eerste stap binnen het hel hol.
Het geschuifel van zijn eigen voetstappen over de vloer van de grot weerklonk om hem heen en zijn gehijg leek haast wel een echo te worden. Hier en daar klonk het gedrup van de gesmolten sneeuw dat de grot was binnengegleden en via druipstenen in een poeltje belandde. Bij een van de poeltjes nam hij een slok van het ijskoude water. Zijn ogen waren dusdanig gewend aan de duisternis, dat hij al aardig kon zien in de grot, al moest hij toegeven dat een fakkel wel van pas zou komen. Thranduil liep weer door en volgde de lange, donkere tunnel naar een enorme open plek. Door scheuren in de opening van de grot, was het hier meer verlicht dan in de tunnel en waren overal duidelijke stukken rots en steen te zien. Hij spitsten zijn oren toen hij plotseling geschuifel hoorde en het niet afkomstig was van zijn eigen voeten. Hij bleef stokstijf stil staan en luisterde. Het geschuifel klonk haast overal om hem heen, al vertrouwde hij er zelf op dat de echo's hem dat lieten denken. Een schok ging door hem heen toen er plotseling een laag gegrom klonk. Daar, in de schaduw, leek iets te bewegen. Woede overmeesterde Thranduil toen hij een lange, geschubde staart vanachter een grote stalagmiet zag verdwijnen. 'Verberg je niet langer jij lafaard! Geef mij mijn vrouw terug!' bulderde de koning, waarna zijn stem gevaarlijk hard door de grot heen echode. Zijn bevel had echter opgeleverd waar hij naar vroeg. Vanuit de schaduw kwam een bek te voorschijn, met tanden zo groot als de punt van een speer en zijn schubben zo blauw als de eerste lentelucht. Zijn ogen, zo goud als de kelken in zijn koninkrijk, keken neer op de blonde elfenkoning. Thranduil kon zijn ogen niet geloven, hij had veel draken gezien, maar nog nooit een Frost Drake die zo was geëvolueerd dat hij zeker wel twintig keer groter was dan die mormels die zijn vallei aan het vernietigen waren. Thranduil had al nooit een mannelijke
Frost Drake gezien, het enige dat hij over hen wist, was dat dit geslacht wel de kracht had om vuur te spuwen, blauw vuur dat alles om hen heen kon vernietigen. Dat was hem verteld door de mensen.
Thranduil sloot beide handen om het handvat van zijn zwaard en hief deze hoog boven zijn hoofd. 'Jij en je nageslacht zullen boeten voor het leed van mijn volk! Het bloed van jouw nageslacht zal de grond bevlekken tot aan het verschrikkelijke oord waar je vandaan komt. Dit eindigt hier.'

Reacties (1)

  • EvilDaughter

    Dit is echt een verschrikkelijke cliffhanger, al moet ik zeggen dat het plaatje er super cool uitziet:X
    Please ga snel verder, en laat mij, anderen waarschijnlijk ook, niet wachten op het volgende hoofdstuk
    Kudo:)

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here