Foto bij Hoofdstuk 31

Hier is weer een nieuw stukje ^^
Hebben jullie ook vakantie?

Een eenzame traan loopt over mijn wang naar beneden. Hij drupt op de grond en verdwijnt uit het zicht. De wereld kantelt. Mijn hoofd raakt het zachte mos, dat me terug laat denken aan district 11. Nog een traan sijpelt door de dikke muur die ik vanbinnen heb opgebouwd. Die bedoeld is om me van Panem af te schermen, niets te laten zien. Een masker. Nog een traan glipt erdoorheen. En nog een. En nog honderd. Ik krul mezelf op, zo klein mogelijk. Sla mijn andere arm om me heen. Zo blijf ik liggen. Kleine snikkende geluidjes blijken het enige waar ik toe in staat ben. Ik voel me zo ontzettend klein. Ik tegenover de wereld. En de wereld is zo groot en gemeen. Ik ben niet zo heroïsch. Krampachtig krul ik mezelf nog verder op. Wel ontzettend klein. Waardeloos ook. Gewond en alleen. Het maakt niet uit wat ik doe, het gaat toch wel weer een keer fout.
‘Raikon,’ een klein gefluisterd woordje. ‘Raikon, waar ben je nou,’ een snik. ‘Help me.’ Ik grijp mijn shirt steviger vast. De woorden klinken verstikt en schor.
‘Ik heb je nodig.’
Ik blijf de woorden herhalen, steeds opnieuw en opnieuw, alsof het mijn enige houvast op de wereld is.
‘Lucy?’ De gedempte stem dringt door mijn imperium heen. Hij klinkt wanhopig, als iemand die de hoop eigenlijk al opgegeven heeft.
‘Lucy!’ de stem klinkt nu wat harder. Ten einde raad zelfs. Ik vraag me af wie die persoon is en waarom hij haar roept. Mij roept. Er klinkt weer geluid. Zo hard en onverwacht dat de vogels in de bomen verschrikt wegvliegen. Ik open mijn ogen. Bladeren kleven aan mijn gezicht. De schreeuw had zo radeloos geklonken dat hij zelfs door mijn ellende heen kwam. Mijn hartslag versnelt. Een gedaante loopt mijn gezichtsveld in. Een jongen, niet zo lang. Zwart haar, een slanke bouw. Het duurt even voordat ik hem herken. Maar als ik dat doe, verlangt elke cel in mijn lichaam ernaar om op te springen en naar hem toe te rennen. Maar ik kan het niet. Alles voelt loodzwaar aan, zelfs knipperen is al zwaar. Ik raap al mijn wilskracht bij elkaar. Dwing mijn lippen zijn naam te vormen.
Mijn stem is te zacht. Ik probeer het nog eens, maar het geluid komt niet verder dan de boom naast me. De tranen lopen ongecontroleerd over mijn wangen. Hij is zo dichtbij. Maar hij ziet me niet. Een waterige waas vertroebelt mijn gezichtsveld. Schokkerige haal ik adem. En dan gil ik zijn naam. Met alle kracht die ik kan vinden.
En dat was het. Grote zwarte vlekken dansen voor mijn ogen. De wereld draait weer. Zacht kermend sluit ik mijn ogen. Bladeren knisperen. Iemand rent naar me toe. Ik hoor hoe hij verschrikt ademhaalt.
‘O god,’ fluistert een vertrouwde stem radeloos. ‘O god. Luce, kun je me horen? Lucy?’ Met elk woord stijgt zijn stem een octaaf. Ik wil hem gerust stellen, vertellen dat het wel goed komt, maar mijn lichaam weigert dienst.
‘Wordt wakker. Doe je ogen open. Alsjeblieft. Wat- wat is er met je gebeurt?’ Het klinkt wanhopig. Een hand grijpt de mijne vast. ‘Niet doodgaan, alsjeblieft, niet doodgaan!’ Ik doe mijn best om naar de stem te luisteren, mijn ogen te openen. Maar het zwarte niets omhult me als een dikke deken en trekt me mee. Bladeren knisperen. Twee armen pakken me voorzichtig vast en trekken me op schoot, wiegen me zachtjes heen en weer. Een warme hand strijkt over mijn gezicht, veegt de haren de aan mijn voorhoofd plakken weg.
‘Niet doodgaan, niet doodgaan!’ De stem blijft het herhalen, schor en verstikt. ‘Alsjeblieft niet doodgaan,’ een warme druppel landt op mijn wang. Het duurt even voordat ik besef dat het een traan is. Ik hoor iemand snikken.
‘Alsjeblieft niet.’ De druppel trekt een nat spoor over mijn gezicht. De hand veegt hem weg, maar stopt halverwege de beweging. Een vol afschuw vervuld geluid, rolt door het bos. De hand begint te trillen.
‘R-rustig maar. Ik ben er nu. Er zal je niets meer overkomen. Je bent veilig.’

Reacties (1)

  • EvilDaughter

    Raikon!
    Althans dat denk ik, je weet maar nooit hoe het gaat bij jou;)

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen