Foto bij Hoofdstuk 1

Zet staarde me aan met een grijns die zomaar van de duivel zelf kon zijn. Hij ontblootte zijn tanden, beet op zijn tong en tikte afwachtend met zijn lelijke stok op de salontafel. Iedere blinde had een stok en ze waren allemaal anders. Krom of kaarsrecht, zwart of alle kleuren van de regenboog, kort of lang; voor ieder wat wils. Ik had er enorm veel moeite mee om te snappen waarom iedere stok er anders uitzag. Het was niet zo dat veel mensen het ding konden zien.
'Haal eens een koekje voor me, Jesse,' beval Zet, nog steeds ritmisch tikkend met zijn enorm modieuze herkenningstok. 'Degene die mama deze middag gemaakt heeft.'
'Doe het zelf,' snauwde ik bruut, terwijl ik onderuit zakte in de zetel met extra veel lawaai, zodat Zet zeker wist dat ik me de volgende uren als een luiaard zou gedragen en me maximum een paar millimeter zou verplaatsen. 'Jouw benen zijn jonger dan de mijne.' Het was niet zo dat ik mijn broertje niet wilde helpen, maar... Nee, oké, dat was het eigenlijk wel. Ik wilde hem niet helpen, want ik was lui en dat kind moest maar eens leren om zelfstandig te wezen.
'Heb wat respect voor je gehandicapte broer,' zei hij met een gezicht dat goud waard was. Hij voelde hoe hij in een hoekje gedreven werd, want ik zou niet meer naar zijn pijpen dansen. Ik was het zat om altijd klaar te staan voor mijn blinde familie. Als ik blind was geweest, zouden ze me nooit vragen om alle klusjes te doen. Het was niet alleen Zet die liever lui dan moe was, maar ook mijn moeder die me constant vroeg om te helpen in het huishouden - want als ik het deed, ging het toch zoveel sneller - en zelfs mijn vader kon me geen tien minuten met rust laten. 'Jesse, doe dit, want je kunt nog zien', 'Jesse, doe dat met die mooie ogen van je', zo ging het. Altijd.
Ik was van nature vrij behulpzaam, dus meestal deed ik wel wat er van me verwacht werd. De laatste dagen begon iedereen echter op mijn zenuwen te werken. Ik was negentien en ik kon nog steeds zien. Dat betekende dat ik nog nooit mijn hart had verloren aan een meisje - of een jongen, we mochten natuurlijk niks uitsluiten. Hoelang zou het nog duren voor die allesvernietigende liefde toe zou slaan? Hoelang nog voor ik enkel een verblindend witte leegte zou zien? In de tijd die ik nog had, moest ik profiteren van mijn ogen. Ik moest de dingen doen nu ik ze nog kon doen. Serieus, ik had echt wel wat beters te doen dan de liefdadigheidsinstelling van de buurt te spelen.
'Mijn gehandicapte broer? Wat ga je in godsnaam doen wanneer ik niets meer zie, Zet? Ga je dan het kindje van de buren om hulp vragen, of ga je eindelijk je luie gat uit de zetel heffen en zelfstandig worden?'
'Sorry,' fluisterde Zet, die bang in de kussens wegzakte, onverwacht. Op dat moment had ik medelijden met hem. Zet kon irritanter zijn dan een mug die rond je hoofd zoemde net wanneer je wilde gaan slapen, maar hij had ook zijn goede momenten - soms. 'Ik vergeet soms gewoon dat jij ook... Je weet wel.' Ik vond het vreemd dat er een bepaald taboe lag op het woord 'blind'. Iedereen zou blind worden, het woord uit onze vocabulaire schrappen zou daar echt niks aan veranderen. Misschien dacht men gewoon dat het gevoelig lag om over blindheid te spreken. Of men wilde gewoon niet steeds opnieuw geconfronteerd worden met de machteloosheid van de mens.
'Geeft niks, ik vergeet het ook. Soms.' Maar wanneer je dan helemaal alleen aankwam in de klas, omdat je als enige de mogelijkheid had om een 'echt' boek te lezen, herinnerde je je al snel dat alle anderen getroffen waren door liefde, met blindheid als gevolg.
Zet trok de deken over zich heen en hulde zichzelf in een soort cocon. Hoewel hij een grote mond durfde op te zetten, mocht ik niet vergeten dat hij nog maar twaalf was. Twaalf en blind. Hij had altijd gezegd dat hij zeker niet voor mij verliefd zou worden. Ik had ermee gelachen - het was ook een belachelijke weddenschap geweest. Natuurlijk had ik niet verwacht dat ik de weddenschap zou winnen, ik was immers zeven jaar ouder. Toen Zet vorig jaar plots niets meer kon zien en me wenend in elkaar sloeg omdat hij zijn frustraties ergens kwijt moest, kon ik niks anders doen dan doelloos voor me uit staren, terwijl ik mezelf afvroeg hoe het mogelijk was dat zo'n jong joch gestraft werd voor zoiets natuurlijks.
'Zet, ik zal een koekje voor je halen,' zei ik zoet - ik was echt veel te goed voor deze wereld.
Moeizaam rolde ik uit de zetel en liep ik als een zombie die iets te veel gesnoven had naar de keuken, waar ik een koekje uit de schaal nam. Daarna besloot ik om ook meteen de post uit te halen, dan had ik dat op z'n minst al achter de rug. Toen ik op de terugweg naar de woonkamer de brieven inspecteerde, zag ik dat er enkel rekeningen tussen zaten, die ik met een zucht op de tafel legde zodat mijn ouders ze niet over het hoofd zouden zien - niet dat ze überhaupt konden zien.
Alleen de laatste brief van het stapeltje was aan mij gericht. Ik staarde een hele tijd naar de enveloppe. Iets aan deze brief was vreemd - simpelweg absurd -, al kon ik niet meteen zeggen wat. Het lag voor de hand, het was overduidelijk, maar ik zag het niet.
'Jesse, waar blijft mijn koekje?' vroeg Zet op de achtergrond.
Ik slaagde er niet in om mijn mond open te trekken. Opeens zat er een brok in mijn keel. Eindelijk zag ik wat er precies zo vreemd was aan deze brief. Een rilling kroop over mijn rug en liet een ijskoude afdruk achter, terwijl mijn ogen bijna uit mijn kassen puilden van verbazing.
'Jesse?' zei Zet nogmaals. Ik hoorde hoe de zetel kraakte onder zijn gewicht en hij hij mijn richting uitliep. Zijn stok tikte. Mijn adem stokte. 'Wat is er, Jesse? Je mag niet zwijgen. Dat is echt heel lelijk. Ik ben bang, weet je. Want ik kan niks zien.'
'Het is een brief,' zei ik zo kalm mogelijk, maar vanbinnen brak de paniek uit.
'Een brief?' herhaalde Zet. 'Is het zo erg?'
Ik knikte langzaam, besefte toen dat Zet het niet kon zien en zei langzaam en overwogen: 'Ja.' Ik knipperde een aantal keer met mijn ogen om er zeker van te zijn dat ik me het niet inbeeldde. Maar nee, de sierlijke letters stonden er nog steeds. 'Zet, deze brief is geschreven,' perste ik er uiteindelijk uit.

Reacties (16)

  • Nifflerina

    Ik ben echt benieuwd naar de rest van het verhaal.
    Dit is ongelofelijk goed geschreven.

    3 jaar geleden
  • BethGoes

    Dit is echt héél mooi geschreven!(H)

    3 jaar geleden
  • SonOfGondor

    Nou, dit maakt me erg nieuwsgierig

    3 jaar geleden
  • Amren

    Het eerste hoofdstuk begint echt geweldig. Ik ben heel benieuwd naar wat er in die brief staat.

    3 jaar geleden
  • LilsEvans

    Wauw meteen spanning met zoiets simpels als een geschreven brief. Geweldig ^^

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen