Foto bij 71 • Hondsdolheid




Toen Eleanor maandag ochtend bij het ontbijt aan kwam, was Hermione de eerste die haar tegemoet kwam lopen. Aan haar gezicht was duidelijk te zien dat ze woedend was. ‘Waar was je! Ik maakte me zorgen! Je rende gisteren zomaar weg en ik heb je overal lopen zoeken. Toen je niet kwam opdagen bij het avondeten ben ik nog naar de kelder toegelopen, maar niemand wist waar je was.’
Eleanor begreep haar frustratie wel. Ze was compleet vergeten dat ze met Hermione in gesprek was geweest toen ze was weggerend. Ze keek Hermione verontschuldigend aan. ‘Ik had ontzettend last van mijn buik en was daarom ook niet bij het avondeten gekomen,’ loog ze en keek Hermione peinzend aan. Weer een leugen, dacht ze, het kosten haar hedendaags niet eens meer veel moeite.
Hermione keek haar onderzoekend aan. ‘Oh,’ zie ze uiteindelijk, ‘maar dat is geen excuus om mij onwetend achter te laten! Doe dat nooit meer!’
Eleanor grinnikte en knikte. ‘Beloofd.’
‘Voel je je nu wel weer beter?’ vroeg ze toen.
Eleanor knikte en nam plaats aan tafel. ‘Trouwens, de informatie over mijn ouders, het is een dood spoor. Ik heb alle boeken bekeken in de verboden sectie en het enige wat eruit kwam was berichten over dat mijn ouders vermist waren. Niets dat we niet al wisten.’
Hermione slaakte een geërgerde zucht. ‘Hoe kan er nou niks te vinden zijn? Ik snap er echt niks van hoor, Ella. Ze doen net alsof ze nooit bestaan hebben.’
Plotseling werd hun gesprek verstoord door een hoop geroezemoes en gegil aan de Gryffindor tafel. Eleanor en Hermione keken om en zagen een paar zevendejaars leerlingen –waaronder Leanne- naar de deur toe rennen een donkerharige meisje omhelzen.
‘Is dat Katie?’ vroeg Eleanor verbaasd en stond op. ‘Ze is eindelijk terug!’ Meer leerlingen maakte baan naar het groepje meiden die hun vriendin omhelsden en ook Ron en Harry kwam aangerend. Eleanor en Hermione rende achter ze aan.
‘Katie, je bent terug!’ zei Harry opgelucht, hij had een van zijn beste Chasers al een paar maanden gemist.
‘Min of meer,’ grinnikte Katie. ‘Ik ben nog niet helemaal fit genoeg om te gaan spelen, maar ik ben er en daar gaat het om.’ Ze zwaaide naar een paar andere leerlingen die binnen kwamen lopen en opgewekt haar kant op keken.
‘Kun je je iets herinneren van die middag, Katie?’ vroeg Harry toen plotseling.
Eleanor kon zich die middag nog precies herinneren. Het was een besneeuwde dag in oktober toen Katie vervloekt werd. Ze kon Leannes geschreeuw nog horen, het ging door merg en been en opnieuw kwam één zin op in haar hoofd; Hogwarts is niet veilig meer. Sinds die tijd had Katy in het ziekenhuis gelegen om te herstellen.
Katie schudde haar hoofd. ‘Helemaal niets, het is zo raar. Ik weet alleen nog dat ik naar de wc ging, daarna werd alles blank.’ Niet veel later werd het gesprek beëindigd door Leanne, die Katy bij Harry wegtrok en meesleurde naar de andere zevende jaars.
Eleanor keek Harry nieuwsgierig aan. ‘Denk je nog steeds dat het Draco is?’ vroeg ze hem en hij knikte vastberaden. ‘Ik weet het zeker! Ik heb bewijs zelfs, min of meer.’
Eleanor keek hem bedenkelijk aan. ‘Misschien moet je het loslaten, Harry. Er gebeuren soms onverklaarbare dingen zonder reden en soms zijn de mensen daarvan de dupe waarvan je dat het minst verwacht.’ Ze staarde dromerig vooruit. Hoe kon Harry zich zo zorgen maken om wat Draco allemaal uitspookt en niet zien dat zij eigenlijk hulp nodig had? Niet dat dat mogelijk was. Misschien moest ze minder hopen op hulp en zich concentreren op wat belangrijk was, hun levens.
Harry trok verbaasd een wenkbrauw op. ‘Wat?’
Eleanor haalde haar schouders op en glimlachte schaapachtig. ‘Niks, laat maar.’ Ze draaide zich om en liep terug naar de Hufflepuff tafel, waar ze op datzelfde moment Draco de kamer binnen zag lopen. Hij stopte direct en keek haar aan. Zijn ogen gleden over haar lichaam heen, maar niet zoals ze hem dat vaker had zien doen. De wolk van opschepperigheid en superioriteit leek rondom hem te zijn verdwenen. Het beeld klopte niet. Waar was die trotsheid heen gegaan? En die blik in zijn ogen verwarde haar nog het meest. Eleanor fronste en keek hem aan, maar er kwam geen reactie. Ze draaide zich van hem weg en ging aan de tafel zitten. Verder was er nog niemand uit haar jaar aanwezig. Zuchtend legde ze haar handen voor zich op tafel en keek ernaar. Ze voelde zich net een koe met al die brandplekken op haar hand. De afdruk van de ketting was duidelijk te zien, alsof ze was gebrandmerkt voor de slacht. Zo voelde het wel een beetje. Het was niet zo lastig om de wonden rond haar nek te verbergen, aangezien ze toch altijd haar bloesje hoog opgeknoopt had, maar bij haar handen was het moeilijker. Ze had geprobeerd om het weg te werken met make-up, maar ook dit werkte niet uitstekend.
Ze keek op en toen ze Jenna aan zag komen lopen, sloot ze snel haar handen. Ze sprak maar weinig bij het ontbijt, niet omdat ze niets te vertellen had, maar omdat ze bang was iets eruit te gooien dat niet gezegd mag worden. Blijkbaar had Jenna dit ook door. ‘Je bent zo stil de laatste tijd, Ella,’ zei Jenna, terwijl ze hopeloos haar azijn in wijn probeerde te veranderen tijdens de Charms les.
Eleanor zwaaide met haar staf over de beker azijn, maar er gebeurde niets en dat terwijl het een half uur geleden wel lukte met water. ‘Oh,’ antwoordde ze droog.
‘Dat bedoel ik dus,’ mopperde Jenna en legde haar staf neer. ‘Ik wil dat je met me praat. Er is iets mis, ik voel het.’
Eleanor keek haar aan en zuchtte. ‘Ik weet dat je je zorgen maakt, dat heb ik zelf ook wel door, maar het is niet nodig. Ik ben wat stiller de laatste tijd omdat ik veel aan mijn hoofd heb, dat is alles. Met Draco tijdens Defence en alles en dan het mysterie van mijn ouders. Het zit me allemaal gewoon niet zo lekker, maar het is niks ernstigs.’
Jenna keek haar doordringend aan. ‘Nee,’ zie ze toen, ‘ik geloof je gewoon niet. En dat terwijl dit een erg logisch verhaal is.’
Eleanor slaakte een geïrriteerde zucht. ‘Jen, dat is alles. Er is verder niets.’
‘Dus als ik Draco nog een keer op zijn neus sla voor je, dan ga je weer normaal doen?’
Eleanor lachte en schudde haar hoofd. ‘Ik denk het niet,’ antwoordde ze, ‘het heeft tijd nodig.’ Toen ze weer opzij keek naar haar vriendin, zag ze dat Jenna haar doordringend aankeek. ‘Oh, kom hier aansteller!’ zei ze lachend en omarmde haar vriendin. ‘Je maakt je te veel zorgen.’ Maar het was juist dat, dat zorgde dat Eleanor weer moed kreeg. Jenna’s zorgen, George’s preek, Hermiones woede uitbarsting; alles duidde op zorgen. Het herinnerde haar eraan waar ze voor vocht. Het herinnerde haar aan de ernst van de zaak en de zoektocht waar ze mee bezig was. Ze moest er achter komen hoe haar moeder van de ketting af was gekomen en het enige dat ze kon doen, was wachten op de vakantie, zodat ze actie kon ondernemen. Ondertussen moest ze alles doen om aan informatie te komen, er moest vast iets verstopt liggen in de school, net als de steen der wijze in het eerste jaar en de geheime kamer in de tweede. Het kon niet dat er niks te vinden was.
‘Lukt het, dames?’ vroeg Professor Flitwick toen hij bij hun tafeltje kwam. Eleanor pakte haar staf weer en probeerde de spreuk nog een keer uit op het glas azijn. Deze keer, tot haar grote verrassing, lukte het haar wel en veranderde de gele drab in rode wijn. Eleanor juichte een keer en gaf Jenna een high-five. Professor Flitwick klapte enthousiast in zijn handen en liep weer door naar het volgende tafeltje.
‘Hé, Ella,’ Jenna keek haar met opgetrokken wenkbrauwen aan. ‘We hebben liters azijn in de kelder. Zin om vanavond een wijntje te doen?’
Eleanor begon hard te lachen en knikte instemmend. ‘Zolang jij je in houdt wel!’

Toen de middag was aangebroken, liep Eleanor met Luna de schoolgronden op voor hun Care of Magical Creatures les van Hagrid. Ook hij was weer verheugd om haar weer te zien. ‘Je mot echt weer ’n keer langslopen, Eleanor,’ zie hij vrolijk en Eleanor knikte. ‘Maar goed,’ ging hij verder en richtte zich nu op de hele klas. ‘We gaan ‘n korte quiz doen en daarna ga ‘k jullie alles vertellen wat d’r over draken te weten val.’
Er klonk enthousiast geroep vanuit de groep. Eleanor zelf was ook benieuwd naar deze les. Ze wist dat Hagrid in het eerste jaar een draakje genaamd Norbert verborgen had gehouden en dat hij een hoop wist over draken. ‘Mar ‘k ga die les nie’ geven, dat gaat Charlie hier doen.’
Hagrid stapte opzij en liet Charlie Weasley, Rons oudere broer, erlangs.
‘Charlie?’ zei Eleanor verbaasd en glimlachte. ‘Wat doe jij hier?’ Eleanor kon het eigenlijk niet geloven, ze had hem niet meer verwacht te zien tot volgend jaar. Ze drong zich tussen de leerlingen door en gaf de jongen drie zoenen op zijn wang. ‘Hoe is het met je?’
‘Prima, Prima. Ik ben op doorreis, morgen vertrek ik weer naar Roemenië, maar voor die tijd had ik even de tijd om mijn familie te bezoeken.’
‘Gezellig! Ik ben benieuwd wat je ons gaat leren vandaag.’ Ze liep weer terug naar Luna en ging naast haar staan.
Charlie sloeg zijn handen bij elkaar en keek de groep rond. ‘Wie kan er wat draken opnoemen.’
Eleanor keek glunderend om naar Hagrid en stak haar hand op. ‘Norwegian Ridgeback!’
Hagrid klapte in zijn handen en stak zijn duim naar haar op.
Charlie knikte instemmend. ‘Heel goed! En nog meer?’ Meer draken werden opgenoemd en vervolgens ging Charlie nog vertellen welke zeldzame draken hij was tegen gekomen op zijn vele reizen. Iedereen luisterden met onverdeelde aandacht tot het lesuur voorbij was. Eleanor en Luna bleven nog even om wat met Charlie bij te praten totdat hij terug zou gaan naar de school om Ron en Ginny gedag te zeggen.
‘Dat was een leuke les Hagird, goed geregeld,’ prijsde Eleanor hem toe. Hagrid, die naar zijn huisje liep om zijn hond Fang los te laten, glimlachte dankbaar. ‘Dankjewel, Eleanor. En Luna, jij wist ook heel wat draken te benoemen.’
Luna glimlachte enthousiast. ‘Dankjewel, Hagid,’ zei ze opgewekt.
Hagrid opende de deur van zijn huisje en de enorme, zwarte bloedhond kwam naar buiten gesprongen en zei vrolijk kwispelend zijn baasje gedag. ‘Ja-ja, ’t is al goed, Fang. Ga maar naar de meiden toe.’
Fang draaide zijn logge kop om naar Eleanor en Luna, waardoor zijn uitgezakte wangen heen en weer slingerde onder zijn bek. Hij kwispelde wild met zijn staart en leek uitermate vrolijk de meiden te zien. Eleanor, die zeker wist dat als ze zou blijven staan, Fang haar omver zou lopen, knielde neer in het gras en strekte haar armen uit. ‘Kom maar Fang!’ zei ze enthousiast, maar de hond bewoog niet. Hij stopte met kwispelen en liet zijn kop zakken. De haren op zijn rug gingen overeind staan en hij strekte zijn hals.
Eleanor trok een wenkbrauw op. ‘Fangie, ik ben het. Eleanor.’
Fang draaide zijn hele lichaam haar kant op en begon te grommen. Hij trok zijn lip op en liet zijn tanden zien. Eleanor ging geschrokken staan en staarde de hond aan. Dit was abnormaal gedrag voor Fang, ver van normaal zelfs. ‘Fang?’
Plotseling begon hij luid te blaffen. Klodders kwijl vlogen door de lucht heen. Zijn staart stak rechtop de lucht in en hij trok zijn lip zo ver op dat zijn tandvlees te zien was. Even deed hij haar herinneren aan de weerwolf uit het bos en er gleed een rilling over haar rug. ‘Hagrid!’ riep Eleanor angstig en deinsde achteruit. Fang zette zich af in het gras en vloog met een noodvaart op haar af. Eleanor hief beschermend haar handen op en keek met grote ogen toe hoe de woeste hond op haar af dook.
'Petrifius Totalus!'
Met een plof stortte de hond op de grond, compleet verlamd. Eleanor viel achterover in het gras en staarde naar Fangs openstaande bek. Ze had nooit verwacht dat ze ooit zo bang zou zijn voor een hond en zeker niet voor Fang. Haar hart bonsde in haar keel toen ze overeind krabbelde, drong even tot haar door dat ze op het gras had gelegen en keek schichtig om naar waar ze haar handen in het gras had gezet. Twee handafdrukken van verdord gras stonden tussen al het groen en Eleanor rilde. Planten waren nergens meer veilig voor haar. Eleanor wierp een blik op Fang. En de dieren?
Ze keek opzij naar Hagrid, die zijn paraplu liet zakken en bedroefd neer keek op zijn huisdier. 'Wat gebeurde er?' vroeg hij, terwijl hij naar Fang toeliep en naast hem neer knielde in het gras. Eleanor wist niks uit de brengen. Ze staarde naar het bevroren dier, dat haar al die jaren vrolijk had begroet op het schoolterrein wanneer ze langs kwam lopen, vrolijk kwispelend en blaffend. De plotselinge woede die in hem was ontstaan was onverklaarbaar en absoluut bizar.
'I- Ik-,' hakkelde ze en keek Hagrid verontschuldigend aan. 'Ik weet niet wat er gebeurde. Het spijt me zo, Hagrid.' Eleanor wist heel goed wat dit betekende. Honden die zomaar mensen aanvielen, zouden in slaap worden gebracht. Schuldgevoelens borrelde in haar op. Fang was de grootste goedzak die ze kende, hij zou nog geen vlieg kwaad doen, waarom werd hij dan zo plotseling woest op haar? Een enkele angstige gedachte schoot door haar hoofd; was het haar schuld? Zou dit weer een effect zijn van de ketting? Ze vreesde het ergste.
'Ik begrijp 't niet. Fang kent jou, hij zou je nooit kwaad doen,' ratelde Hagrid onbegrijpend en pinkte een traantje weg. Eleanor beet peinzend op haar lip, ze vond het moeilijk Hagrid zo te zien. 'Hagrid, ik zal niets zeggen. En Luna ook niet, toch Luna?'
Ze keek opzij naar het blonde meisje die haar hoofd vastberaden schudde. 'Zeer zeker niet. Zijn leven is te kostbaar.'
Eleanor keek Hagrid aan en legde een hand op zijn schouder. 'Fang is een goed beest. Wat hem ook tot dit gedreven had, hij verdient het niet om ervoor te sterven.' Ze knielde neer naast Hagrid en keek hem aan, zijn wangen rood van de spanning en zijn ogen nat van de tranen. 'Neem hem mee naar binnen, tover hem terug naar hoe hij was. Luna en ik lopen terug naar het kasteel en we vergeten het gewoon.'
Hagrid knikte en stond op. 'En wat als je terug komt? En dit weer gebeurt?'
'Dat zien we dan wel weer. Het komt goed Hagrid, breng hem maar naar binnen.' Ze keek toe hoe de gigantische man de verlamde hond met gemak van de grond tilde en naar het huisje droeg. Luna kwam naast haar staan en staarde naar de deur die achter Hagrid sloot. 'Dat was bizar. Arme Fang, ik vraag me af wat er in hem om ging.'
Eleanor knikte. 'Ik ook, Luna, ik ook.' Eleanor draaide zich om en liep met een hoofd vol gedachten weer terug naar het kasteel.

Reacties (3)

  • Altaria

    Fang, ruikt de ketting wedden? Hij is te lief om haar zomaar aan te vallen!

    4 jaar geleden
  • Mouli

    Waarschijnlijk snappen mensen nu wel waarom ik bang ben voor honden, ze kunnenje plotseling aanvallen:P
    Die ketting blijft vreemd, alsof alles waar ella van houdt, dieren, planten en die dromen zich tegen haar keert ...

    4 jaar geleden
  • EvilDaughter

    Vreemd.....

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen