Foto bij Hoofdstuk 2

'Geschreven?' herhaalde Zet teleurgesteld. Ik wist niet precies wat hij verwacht had, maar ik durfde te wedden dat hij had gehoopt op een schokkende inhoud die hij daarna als een sappige roddel kon verspreiden. 'Is niet iedere brief... geschreven?'
Het vertrouwde Brailleschrift dat normaal gezien gebruikt werd bij alle brieven was vervangen door donkerblauwe letters die geschreven waren met een vulpen. Het was niet zo dat ik verslaafd was aan het Brailleschrift, dat zeker niet. Ik tilde zwaar aan die sierlijke letters omdat ik wist dat enkel kinderen nog konden zien en dit was duidelijk niet door een kind neergepend.
'Handgeschreven,' corrigeerde ik mezelf vlug. 'Geen Braille.'
'Met de hand?' zei Zet, die verward fronste en met omlaag gekrulde mondhoeken een stap naar achter zette. 'Maar...' Zets kwartje leek eindelijk te vallen. 'Er is niemand die een brief kan schrijven, want alle volwassenen zijn blind. Misschien is het een flauwe grap. Ziet het geschrift er ordelijk uit?'
'Te ordelijk,' zei ik, terwijl ik de enveloppe op tafel legde met een lelijk gezicht, alsof het ding een of ander gif bevatte.
'Zij Die Liefde Verbannen Hebben?' opperde Zet dan maar. 'Zij Die Liefde Verbannen Hebben' was een veel te lange naam - een kortere benaming verzinnen was immers te veel gevraagd - voor een groepje emotieloze volwassenen die ieder meer weg hadden van een psychopaat dan van een mens. Maar één feit veranderde nooit: we hadden ze nodig om deze wereld te leiden, want hoewel onze wereld perfect aangepast was aan onze blindheid, waren lang niet alle dingen mogelijk wanneer je geen steek voor ogen zag.
'Nee,' zei ik voordat Zet verder uit kon weiden over het onderwerp. 'Maar het maakt niks uit, ik heb geen zin in zo'n brief.'
'Doe 'm open,' zei Zet plots. 'Ik wil weten wat erin staat. Misschien nodigen ze je uit voor een kopje thee.'
Als Zij Die Liefde Verbannen Hebben daadwerkelijk de afzender was van deze brief, dan zat ik met een gigantisch probleem. Waarschijnlijk gingen ze ervan uit dat ik net zoals hen was - iemand die niet lief kon hebben. Ergens kon ik ze wel begrijpen. Ik bleef een jongen van negentien die nog steeds kon zien, in tegenstelling tot mijn leeftijdsgenoten.
'Misschien kan ik wel echt niet verliefd worden,' mompelde ik binnensmonds.
'Wat?'
'Oh, niks.' Ik staarde naar de brief die als een constante bedreiging op tafel lag en me haast uitdaagde om hem in stukken te scheuren. 'Zet, ik denk dat ik naar Erin ga,' zei ik. 'Ik moet hem echt even spreken.'
Voordat Zet ook maar kon reageren, stond ik al op de stoep en rende ik door de straten, met tranen die achter mijn oogleden brandden, al kon ik niet zeggen waarom ik me opeens zo depressief voelde.

Erin was niet alleen mijn beste vriend, maar ook mijn adviseur in gevallen van nood. Hoewel hij zacht en verlegen was van karakter, kon hij toch enorm hard uit de hoek komen wanneer hij zijn mening gaf - of wanneer ik me aanstelde. Hij was een jaar jonger dan ik en had opvallend wit haar en doffe, grijze ogen zoals de rest, al waren die van hem iets donkerder. Af en toe dacht ik zelfs dat zijn ogen leven uitstraalden. Ze waren zo anders. Nog steeds blind, maar toch leek het alsof ze alles konden zien - ze keken dwars door me heen.
Nu ik op zijn bed plaats had genomen en hij tegenover me zat in zijn bureaustoel, die hij voor de gelegenheid had omgedraaid, keek ik opnieuw recht in zijn ogen. Hij was net zo blind als iedereen, hield ik mezelf keer op keer voor. Hoe fel zijn ogen ook mochten schitteren, ze waren nog steeds twee nutteloze bollen.
'Waarom ben je opeens hierheen gekomen?' vroeg Erin, die zijn armen over elkaar plooide. Hij was zeker tien centimeter kleiner dan ik en toch slaagde hij erin lichtelijk intimiderend over te komen. 'Niet dat ik je bezoekje niet waardeer, maar het is niets voor jou, zomaar binnenvallen.'
'Is het erg?'
'Wat?'
'Blind zijn?'
Erins harde houding verzachte en hij glimlachte zoals alleen hij dat kon. Ik kende hem slechts twee jaar en hij was al blind voordat ik hem tegen het lijf liep, maar zijn glimlach had vanaf het eerste moment mijn aandacht getrokken. Ik had eerst niet gesnapt hoe iemand die blind was zo zorgeloos en oprecht kon lachen. Zijn glimlach was heerlijk, haast betoverend. Jammer dat ik de enige was die hem kon zien. 'Vertel het alsjeblief niet door, maar ik vind dat de wereld mooi is op deze manier. Blind.'
'Hoezo?'
'We hebben allemaal blind vertrouwen in elkaar nu, is het niet? Als je naar de supermarkt gaat, is iedereen blind. Je zou dus gemakkelijk iets kunnen stelen - de kassiersters zien het toch niet. Heb jij ooit iemand zien stelen?'
'Nee,' gaf ik toe.
'Blindheid haalt het beste in ons naar boven. Niemand kan elkaar nog veroordelen. De wereld is een stuk vrediger op deze manier. Geen oorlogen - hoe kun je ook een oorlog voeren wanneer je niks kunt zien? Geen onderscheid. Een goede economie. Geen auto's die uren in de file staan en de lucht vervuilen... Ik vind de wereld echt heel erg mooi zoals ie nu is.'
'Inderdaad,' beaamde ik. 'Maar dat vroeg ik niet. Hoe ervaar je het? Ik bedoel, het blind zijn zelf?'
'Je wordt al heel je leven voorbereid op het verliezen van je zicht,' fluisterde Erin. 'Iedereen weet perfect hoe hij of zij moet overleven zonder te kunnen zien. Als je een levendige fantasie hebt, overleef je het wel. De leegte is niet alleen een verlies, maar ook een winst; je kunt een ruimte creëren in je hoofd op basis van de dingen die je voelt. Dat is ook best mooi, op zich.'
De eeuwige optimist, dacht ik bij mezelf, een tikkeltje jaloers. Ik vond het altijd fascinerend hoe mensen erin slaagde om positief te blijven denken in de moeilijkste periodes van hun leven met een depressie die op de loer lag, maar dat was niet voor mij weggelegd. Ik was een realist, ik kon de situatie niet rooskleuriger zien dan ze was. En de situatie was dat er een eeuwige leegte op me te wachten stond, en om eerlijk te zijn beviel het idee me niet bepaald.
'Erin...' begon ik. 'Ik heb een brief gekregen.' Ik vertelde Erin alles, van de kleinste irritatie tot de grootste zorgen. Ik had geen reden om iets voor hem achter te houden. En toch, zelfs nu ik de aanzet had gegeven, vroeg ik me af of ik er wel over moest beginnen. 'Hij is geschreven. Handgeschreven.' Zodra die woorden mijn mond hadden verlaten, werd Erins blik ijskoud, hoewel de zon in zijn ogen op een beeldschone wijze weerkaatst werd. Op dat moment besefte ik voor het eerst dat de ogen niet de poorten tot de ziel waren. Nee, in tegenstelling. Een gezichtsuitdrukking werd niet getekend door ogen alleen - zeker als die ogen niks konden zien.
'Heb je hem geopend?'
'Ik denk eraan hem te verbranden.'
'Doe dat,' zei Erin met een stem die zo oppervlakkig klonk dat ik razendsnel van het bed sprong en hem geschokt aankeek. Was dit Erin, de jongen die altijd vol passie wist te spreken? 'Want wat mijn ogen niet weten te zeggen, maakt mijn tong wel goed', was dat niet zijn eeuwige motto? Dus, waarom klonk hij nu zo vlak, zo kleurloos?
'Erin...' begon ik, maar toen hij niet opkeek, staakte ik mijn zin en slenterde ik naar de deuropening, terwijl ik een laatste blik in zijn richting wierp en nog net een glimp opving van de traan die in zijn ooghoek bengelde en zijn vrolijke gezicht ontsierde.

Reacties (17)

  • Catmint

    Best interessant dit! En Erin heeft wel gelijk in a way.

    3 jaar geleden
  • Nifflerina

    Wat Erin zei over de wereld die beter is als iedereen blind zou zijn, daar zit eigenlijk wel wat in. Stof om over na te denken!

    En jeetje, wat een sterke reactie op die brief. Ik ben benieuwd wat er in staat.

    3 jaar geleden
  • SonOfGondor

    Wat staat er toch in die brief?

    3 jaar geleden
  • Lorem

    Ik houd van de sfeer in dit hoofdstuk.:)Het is echt fijn.

    3 jaar geleden
  • Amren

    Ik vraag me af of Erin toevallig niet meer weet over die brief - omdat hij opeens zo raar reageert.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen