Foto bij Hoofdstuk 3

Hoewel de maan bijna iedere nacht aan de hemel stond, was dit de enige keer dat het hemellichaam mijn aandacht trok. Kijkend naar de maan, dacht ik aan de ogen van mijn vrienden en de gelijkenis met de satelliet. Hoe langer ik naar de maan staarde, hoe meer ik de bol zag veranderen in het oog van iedereen die ik kende. Misschien kon ik de vergelijking zelfs nog een beetje verder trekken. Niet alleen waren zowel de ogen als de maan rond, maar ook slaagden ze er beide niet in om te schitteren. De maan weerkaatste enkel het licht van de zon, en misschien gold hetzelfde ook een beetje voor mijn geliefden.
Een paar duistere wolken, die waarschijnlijk enkel donker leken door de duisternis van de nacht en overdag misschien als prachtig witte suikerspinnen aan de hemel hadden gestaan, schoven voor de maan en blokkeerden het enige licht dat ik had. De koude van de nacht hield me gevangen in zijn greep en zorgde ervoor dat ik ongecontroleerd begon te klappertanden. Ik had dit liever overdag gedaan, maar ik had geen keuze. Overdag liep iedereen vrolijk in het rond; 's nachts was het enige moment waarop ik ongestoord te werk kon gaan.
De duisternis stond me niet aan. Terwijl mijn ogen langzaam gewend raakten aan het donker, besefte ik waarom ik precies een hekel had aan het eindeloze zwart. De manier waarop ik nu liep - om me heen tastend, hopend dat ik niet over mijn eigen voeten struikelde en nog steeds rechtdoor ging - was dagelijkse kost voor een blinde. En ik wilde me niet blind voelen. Niet voor een seconde. Niet nu.
Rillend stapte ik verder, tot ik aankwam op een klein pleintje midden in de stad. Ik stapelde de takken die ik had verzameld in het bos op elkaar, nam wat papier en focuste me vervolgens op de aansteker in mijn hand. Langzaam ontstond er een kleine vlam die heen en weer bewoog door een zacht briesje dat kouder aanvoelde dan het waarschijnlijk was.
Ik stak een stuk papier aan, legde het op de twijgjes en wachtte geduldig tot het vuur aanwakkerde, terwijl ik het voor de wind probeerde te beschermen en het afbakende met een aantal stenen, zodat het vuur zich niet verder kon verspreiden. Na een aantal minuten, die eerder een aantal uur leken, had het vuurtje zijn hoogtepunt bereikt en ritste ik mijn rugzak open, om er vervolgens de brief uit te halen.
Sinds ik hem had gesproken over deze brief, had Erin geen enkel woord tegen me gezegd. Op school negeerde hij me, op enkele botte opmerkingen na. Ik snapte niet waarom hij me ontweek. Dit was kinderachtig. Dit was niet de Erin die ik doorheen de jaren had leren kennen. Waarom maakte hij zo'n drama over een simpele brief? Hij wist toch goed genoeg dat ik me niet bij Zij Die Liefde Verbannen Hebben zou aansluiten. Dus... Waarom? Ik had het hem willen vragen, maar toen ik dat deed, liep hij gewoon verder. Typisch. Erin was niet vaak boos, maar als hij het was, dan was het niet zomaar een briesje dat voorbij waaide, het was een heuse orkaan die me weken bleef achtervolgen.
Mijn naam leek in vlammen op te gaan nog voor de brief ook maar in aanraking was gekomen met het vuur. Mijn handen jeukten om de enveloppe kapot te scheuren en de inhoud in me op te nemen. Ik verachtte deze brief, en Zij Die Liefde Verbannen Hebben, maar ik was nieuwsgierig. Ik kon de brief nog altijd verbranden, toch? Zelfs nadat ik de inhoud had gelezen. Maar dat zou Erin me nooit vergeven, aangezien hij wel duidelijk genoeg had gemaakt hoe graag hij wilde dat ik me ontdeed van dit monster verkleed als brief voordat de inhoud mijn ogen bereikte.
Ik kan het nog steeds verzwijgen.
Die gedachte kwam zo plots dat ik verstijfde. Ik was een open boek, geen geheimen voor mij. Dus waarom dreef deze brief me tot het uiterste? Of was het mijn nieuwsgierigheid die ervoor zorgde dat ik mezelf steeds meer verloor in waanzin?
'Verdomme!' riep ik, terwijl ik woedend naar de brief in mijn handen staarde. Het vuur knetterde en leek te willen zeggen hoe ik me voelde: woedend, radeloos, en misschien ook wel een beetje depressief. Of nee, depressief was overdreven, gewoon droevig, omdat ik steeds meer begon te geloven dat mijn leven geen doel had in deze wereld. Deze brief zou me misschien een uitweg kunnen bieden, maar ik werd haast gedwongen om hem ongeopend in het vuur te gooien, met spijt in het hart.
Met een trillende hand bracht ik de brief naar het vuur, dat opeens groots en machtig leek, terwijl het in werkelijkheid slechts een nietig vuurtje was dat zo gedoofd kon worden als een sterke windvlaag op kwam zetten. Ik bracht mijn andere hand naar mijn mond, beet op mijn nagels - een oude, zeer slechte gewoonte die steeds opnieuw opdook wanneer mijn zenuwen de controle overnamen - en wachtte geduldig tot het vuur de brief op zou slokken in de vlammen.
Dat gebeurde niet.
Voordat ik de brief in de razende vlammen kon werpen, trok het geluid van klapperende vleugels mijn aandacht. Een vleermuis, even zwart als de nacht, schoot over mijn hoofd en als ik me niet op tijd gebukt had, was het dier tegen me aan geknald. Geschrokken door het beest, staarde ik opnieuw naar de maan, die de contouren van de vleermuis accentueerde, terwijl hij tussen een stel wolken verdween.
Afgeleid bracht ik de hand met de brief iets dichter bij het vuur, dat in mijn oren knetterde, maar net voor de enveloppe vuur vatte en mijn naam in as op zou gaan, werd er een hand op de mijne gelegd en kon ik me plots niet meer bewegen.

Reacties (13)

  • Catmint

    Spannend, echt waar!

    3 jaar geleden
  • SonOfGondor

    Ik zat het hele hoofdstuk zo van: niet verbranden! En dan dit...

    3 jaar geleden
  • Lorem

    Oh mijn god... o.o

    3 jaar geleden
  • Amren

    Ergens heb ik het gevoel dat iemand is van Zij Die De Liefde Verbannen Hebben, maar aan de andere kant.. Dan komen ze wel heel snel al fysiek in het verhaal voor. Hmm...

    3 jaar geleden
  • Slughorn

    Ik ben even opnieuw begonnen met lezen.
    En hoewel ik sommige stukken nog ken van de eerste keer.
    Het geeft me dezelfde kriebels. Echt goed geschreven ^^

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen