Foto bij 18 • De strijd die hem voor eeuwig tekende

Het enorme monster hief zijn blauwe kop en gromde. Het gegrom was een geluid dat Thranduil lang bij zou blijven. Zijn lage bas liet de grond onder zijn voeten doen schudden. De Elfenkoning voelde hoe zijn hartslag te keer ging toen ogen zo groot als keien, woest op hem neerkeken. De bruingrijze ogen deden hem denken aan een grimmige lucht op een koude, bittere winternacht en hij rilde. Ademen deed pijn, misschien kwam het doordat hij een ontzettend lange afstand had afgelegd, of misschien was het de angst voor het leven van zijn vrouw die in zijn longen leek dwars te zitten. Hij klemde zijn hand nog strakker om het koude ijzer van zijn zwaard en zette zich schrap. Met een luide schreeuw rende hij op het wezen af en zette zich in het gevecht. Met elke keer dat zijn zwaard de huid van de draak raakte, gleed er een overweldigende golf van spanning door zijn lichaam. Of het bloed op de vloer van de grot aan hem toebehoorde of van de woeste draak waarmee hij vocht, ontging hem. De pijn die hij de hele reis had gevoeld, leek te zijn verdwenen. Blauw vuur afkomstig van de Frostdrake verlichtte de grot, toen het beest zijn kop naar de hemel hief en zijn adem uitblies. Thranduil bleef geschrokken staan, het was hem eerder nog niet doorgedrongen dat hij het opnam tegen een mannetje, dat maakte hem meer zenuwachtig, aangezien de mannetjes sterker waren dan de wijfjes. Toen de draak zijn kop liet zakken, sprong Thranduil voor hem weg, want direct daarop werd hij achtervolgd door een zee van vuur die de grot omhulde van blauw licht. Het was een onmogelijke taak om het alleen op te nemen tegen een vuurspuwend monster, maar de Koning gaf niet op. Elke seconde dat hij zijn hoop verloor, dacht hij aan zijn vrouw en hief dan opnieuw zijn zwaard. Het leek alsof het gevecht uren duurde. De draak, die behoorlijk lenig was ondanks zijn logge lichaam, gleed over de rotsen heen tussen de enorme pilaren door. Hij zwaaide zijn lange staart tegen de pilaren aan en brak ze, zodat de stukken rots rond Thranduils oren vlogen en hij dekking moest zoeken achter een groot rotsblok. Hijgend keek hij om naar de draak. Het monster leek hem haast op te wachten en maakte absoluut geen aanstalten om zelf het gevecht voort te zetten. Uitdagend sloeg hij met zijn staart op de grond, waardoor de grot luid rommelde. Thranduil klemde zijn hand om zijn zwaard, ademde een keer diep in en sprong vanachter de rots vandaan. Hij hief zijn zwaard hoog boven zijn hoofd, maar het moment dat hij op de draak wilde afstormen, zag hij iets dat zijn hart haast deed stoppen. Niet ver van hem af zag hij een schaduw op de vloer van de grot verschijnen, flikkerend in het licht dat de Draak uitblies. Het was een lichaamsdeel dat hij zag liggen, een arm dat uit een mouw stak. Thranduil verstijfde om beter te kijken, maar het spoor van leven was alweer verdwenen toen de draak zijn bek had gesloten. Thranduil had beter moeten weten dan zijn ogen van het enorme beest af te wenden, want voor hij het wist was hij gevangen in een aanval. Het vuur dat het gruwelijke beest uit zijn mond spuwde, raakte Thranduil als een slordige zweepslag in zijn gezicht. Thranduil had opzij gedoken maar het was te laat. Zijn gezicht brandde nog erger dan het verlangen om het beest te vermoorden. Maar hoe erg de pijn ook in zijn gezicht sneed, er was geen kans dat hij het gevecht zou opgeven. Thranduil greep naar zijn zwaard en liet het beeld van zijn vrouw zijn lichaam overnemen, alles had hij voor haar over. Hij stormde op het beest af, ontweek lenig de stralen vuur die het beest op hem afschoot en sloeg zijn zwaard langs de strot van het beest. Zijn zilveren zwaard glansde rood door het vele bloed van het monster, maar zelfs dat leek het wezen niet te stoppen. Het beest liet zijn kop met een klap op de rotsige grond vallen, vlak naast Thranduil. De rotsen leken te breken onder het enorme gewicht en Thranduil dook opzij, zijn zwaard nog steeds tussen zijn handen. Het beest hief zijn woeste kop opnieuw, wierp een duivelse blik naar de Koning en als Thranduil niet beter had geweten, had hij gedacht dat het beest zelfs naar hem grijnsde. De Frostdrake opende zijn enorme bek ik een oorverdovend gekrijs, speerachtige tanden kwamen bloot te liggen en een reptielachtige tong sidderde heen en weer. Thranduil nam opnieuw grip op zijn zwaard en stormde op het beest af. Vlak voor de draak nam hij een sprong en stak zijn zwaard recht door zijn monsterlijke kop heen. Hij klemde zich om het zwaard heen en drukte het dieper zijn schedel heen. Een ijzingwekkend gebrul weerklonk uit de bek van de draak en maakte op nieuw de grot aan het trillen. Stalactieten kletterde vanaf het plafon naar beneden en spatte uit elkaar op de grond. De Frostdrake liet met een klap zijn kop op de grond vallen en bleef liggen. Tijd verstreek. Bloed sijpelde uit de wond en liep over de rotsgrond heen. Hijgend bleef Thranduil zitten, hij durfde niet te bewegen, bang dat wanneer hij dat zou doen, het beest weer tot leven zou komen. Het feit dat hij had gewonnen, drong nog niet tot hem door. Het enige dat hij wel voelde, was de pijn aan zijn gezicht. Thranduil gleed van de draak af, maar had de energie niet om zijn zwaard mee te trekken. Hij keek de grot rond en moest weer even wennen aan de duisternis. Zijn benen trilde en zijn lichaam beefde. Zijn energie leek compleet te zijn opgeslokt door het zware gevecht. Hij strompelde naar de plek waar hij de arm had zien verschijnen en zakte door zijn knieën. Daar op de grond lag enkel een afgescheurd stuk stof. Hij pakte het op met trillende handen en voelde de stof tussen zijn vingers. Tranen prikten in zijn ogen toen een herinnering in hem opkwam; de laatste keer dat hij zijn vrouw vaarwel had gekust en zijn handen over de zachte stof van haar jurk hadden gegleden. Wanhoop overspoelde zijn lichaam en drukte alle hoop uit hem weg. Hij staarde naar de vloer en ontdekte een glanzend juweel dat onder het stuk stof had gelegen. Teder pakte hij het van de grond en staarde naar de witte juwelen, de schitterende stenen die hij zo goed herkende. Thranduil klemde de ketting in zijn hand en drukte het tegen zich aan. Zijn hand trilde nog erger dan ooit en hij voelde zich misselijk en ziek. Tranen ontsnapten uit zijn ogen en dropen over zijn wang. De pijn in zijn hart was het enige dat hij nog voelde, samen met de angst van het verlies van zijn grote liefde.

Reacties (3)

  • Croweater

    Witte stenen uit de lonely mountain? Komen ze daar echt vandaan?
    Mooi hoofdstuk!

    4 jaar geleden
  • Heronwhale

    HOE DURF JE! HOE KUN JE HIER STOPPEN. SCHRIJF INMIDDELIJK VERSDR ZODAT ER IEMAND LANGSKOMT DIE HEM TROOST...en die mij troost(huil)

    4 jaar geleden
  • EvilDaughter

    :((huil)

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here