Foto bij Hoofdstuk 6

De gespannen sfeer die tussen ons in hing, kon enkel beschreven worden als ijzig. Ik zat tegenover de onbekende jongen met een zicht dat perfect in orde was, en hij zat tegenover mij. We hadden gerust een gezellig gesprek kunnen voeren, maar ik schaamde me zo diep dat ik liever de rest van de dag zweeg. Bovendien zag de vreemdeling er niet meteen uit alsof hij naar hier was gekomen om gezellig een gesprek te voeren met een idioot.
Dus bleef het stil.
Ik hoorde de wijzers van de klok tikken en keek met slaperige ogen naar het uurwerk. Iedere seconde leek zeker vijf tellen te duren, al was dat natuurlijk mijn verbeelding die op hol sloeg. Als er een ding was waar ik een hekel aan had, dan was het wel wachten. Mijn zenuwen knaagden aan me en het irriteerde me dat ik niet gewoon meteen kreeg te horen wat nu eigenlijk de bedoeling was van die brief.
‘Het is oneerlijk,’ zei de jongen opeens, terwijl hij vermoeid door zijn donkere haren ging met zijn linkerhand.
Ik wilde net zeggen dat ik het helemaal met hem eens was - ik had niet vier uur in de trein gezeten om nog eens een paar uur te moeten wachten -, toen ik besefte dat hij het helemaal niet had over het wachten. Hij was bezig over iets anders, al kon ik niet meteen zeggen wat. ‘Huh?’ zei ik verward. ‘Wat?’
‘Het is oneerlijk dat een idioot als jij wel nog kan zien, terwijl mijn vrienden, die veel meer kans hadden om van enig belang te zijn voor deze wereld, hun zicht gewoon verloren hebben.’
‘Noem je me nu nutteloos?’ zei ik, niet helemaal zeker of ik nu moest schreeuwen, of toch eerder wenen.
‘Eigenlijk wel. Ik hoop dat ze ooit een manier vinden om jouw zicht te geven aan iemand die het wel verdient.’ En de prijs voor klootzak van het jaar gaat naar… Irritante jongen met het zwarte haar, die denkt dat hij meer waard is dan iemand anders.
‘Pardon?’ zei ik met een hoog stemmetje.
‘Je hebt me wel gehoord,’ bromde hij. ‘Ik snap gewoon niet dat mensen zoals jij nog steeds kunnen zien. Jullie zouden degene moeten zijn die hun zicht verliezen. Niet de mensen die voor hun toekomst vechten, mensen die ook serieus iets doen… Het enige wat jij kunt, is andere mensen slaan met een deur.’
Ik kon echt wel meer dan alleen maar mensen slaan met een deur. Mensen slaan met mijn handen, bijvoorbeeld.
‘Ik…’ begon ik, maar op dat moment werd de deur open gezwaaid en ik kon alleen op mijn lippen bijten en kijken naar degene die in de deuropening stond. Het was een keurig geklede man, in kostuum en al. Hij zag eruit als iemand met veel aanzien.
En hij kon zien.
‘Alexander Olympus,’ zei de schijnheilige jongen met een stem die de hoogte inschoot, alsof hij zonet zijn ultieme idool zag verschijnen.
‘Jesse Winters,’ zei de man, Alexander blijkbaar, ‘kun je even meekomen?’
Met benen die stijf waren door het urenlange zitten volgde ik Alexander. In plaats van keurig te wachten tot ik was bij gebeend, versnelde hij zijn pas, waardoor ik haast moest hardlopen om hem niet uit het oog te verliezen. Voordat ik het wist, bevond ik me hijgend in zijn kantoor en zette ik me met een zucht tegenover hem neer. Heel even dacht ik aan de jongen die achter was gebleven, ik hoopte dat hij nog een paar uur langer moest blijven zitten, zeker nadat ik terugdacht aan de jaloerse blik die hij in mijn richting had geworpen toen Alexander mijn naam had gesproken.
‘Je bent negentien, toch?’ zei Alexander, die met zijn pen op de tafel tikte. Het getik had volgens mij geen nut. Misschien spande hij samen met irritante jongen uit de wachtzaal en probeerde hij gewoon op mijn zenuwen te werken. Daar was iedereen vandaag erg goed in.
‘Ja, ik ben vorige maand negentien geworden.’
‘Denk je vaak over de toekomst?’
‘De toekomst?’ herhaalde ik vragend, alsof ik de betekenis van het woord vergeten was.
‘Ja, wat wil je bereiken in de toekomst? Wat studeer je? Wat wil je later worden?’ Zijn blik verzachtte toen hij fluisterde: ‘En wat als je blind wordt?’
‘Ik studeer biomedische wetenschappen.’ Ik negeerde de laatste vraag opzettelijk. Ik had geen zin om na te denken over de naderende blindheid. Ik probeerde mezelf altijd te overtuigen dat blind zijn niet zo erg was. Soms zei ik zelfs dat ik maar beter meteen blind kon worden, dan zou ik tenminste niet meer opvallen tussen de grijze kudde blinden.
‘Zware studie. Lukt het een beetje met de studies?’
‘Ik ben een harde werker,’ zei ik. ‘En ik heb geen hobby’s, veel vrije tijd die ik kan opvullen met studeren. Bovendien is het handig. Dat ik nog kan zien, bedoel ik. Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat studeren moeilijker wordt wanneer je blind bent.’
‘Waarschijnlijk wel.’
Een ongemakkelijke stilte zorgde ervoor dat ik nerveus heen en weer bewoog op mijn stoel.
‘Heb je het gehoord?’ zei Alexander opeens. ‘Er komen steeds meer en meer meldingen van jonge kinderen die hun zicht verliezen.’ Hij zette zijn hand onder zijn kin en keek me afwachtend aan. Toen ik niks zei, vervolgde hij: ‘Echt jong, vier, misschien vijf jaar. Ze zeggen dat het gaat om moeder- of vaderliefde. Je kent het wel. We hebben allemaal wel eens gezegd dat we met mama of papa willen trouwen. Blijkbaar ziet het virus dat nu ook al als een geldige vorm van liefde. Ik maak me zorgen. Als we niet snel iets doen…’ Ik begreep niet waar hij naartoe wilde. Wat had ik met heel dit verhaal te maken? ‘Ik…’ probeerde hij verder te gaan. Hij zette zijn bril recht, keek me met zijn donkerblauwe ogen aan en zei vervolgens: ‘Ik heb een zoon van twee.’
Iets leek niet helemaal te kloppen… Zij Die Liefde Verbannen Hebben voelen geen liefde - logisch. Dus hoe slaagde hij er dan in om een zoon te verwekken? Wilde ik het eigenlijk wel weten?
‘Je hoeft niet per se een vrouw te hebben om een kind te krijgen,’ zei Alexander alsof hij mijn gedachten kon lezen. Nu ik wat beter naar hem keek, zou hij zo familie kunnen zijn van de irritante jongen in de wachtzaal. Ze hadden allebei sprekende, strenge ogen, een perfect gelaat en donkere haren.
‘Waarom ben ik hier? Ik… Laat me duidelijk zijn: ik heb geen intentie om…’
‘Je hoeft geen lid te worden van ons exclusieve groepje,’ glimlachte Alexander. Hoewel zijn ogen hard als steen waren, was zijn glimlach verrassend licht en puur. ‘Ik heb je ergens anders voor nodig. We hebben een plan. Een plan om ervoor te zorgen dat niemand ooit nog zijn zicht zal verliezen.’

Reacties (17)

  • Nifflerina

    Aha, het is dus een virus! Dat kan je natuurlijk oplossen.
    Ik ben echt benieuwd wat het plan is.

    3 jaar geleden
  • SonOfGondor

    Hmm, en daar hebben ze hem bij nodig? Interessant. Dit verhaal is anders dan ik had verwacht

    3 jaar geleden
  • Lorem

    En toen werd het verhaal erg interessant.

    3 jaar geleden
  • Amren

    ‘Eigenlijk wel. Ik hoop dat ze ooit een manier vinden om jouw zicht te geven aan iemand die het wel verdient.’
    Jesse had hem nog een keer moeten slaan met een deur, enkel dat die zwartharige fuckface is.

    3 jaar geleden
  • LilsEvans

    Ik ga Jesse leuker en leuker vinden ghehehe. Hij is echt een nice hoofdpersonage met zijn heerlijk sarcastische gedachtes ^^

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen