Foto bij Only mean well

Ik was met Charlie doorgelopen, had Harry de ruimte willen geven in alle rust de envelop open te kunnen maken, maar toen ik Charlie voor de televisie had gezet en even later in de gang spiekte zag ik Harry nergens. Met een frons liep ik de trap op. Ik trof hem aan in onze kamer op het bed. De envelop, nog steeds dicht, rustte in zijn handen alsof hij het bijna niet aan durfde te raken. Hij had zijn haar achter zijn oren gestoken en staarde met een frons naar de brief in zijn handen. Toen hij me binnen hoorde komen keek hij op en glimlachte hij.
‘Hey.’
‘Hey,’ ik ging langzaam naast hem zitten. Het was even stil.
‘Moet je het niet openmaken om te kijken wat er wordt gezegd?’
‘Hm.’
Ik keek naar de man naast me, die ondanks zijn lange postuur nu klein leek, haar wat nu voor zijn gezicht dreigde te vallen en mijn blik die hij sowieso al vermeed. Ik zuchtte zacht en legde een hand op zijn been. Hij was gespannen.
‘Ik ga anders even boodschappen doen met Charlie, oké? Doe rustig aan,’ ik pakte zijn gezicht beet, draaide deze naar me toe en drukte mijn mond op de zijne. Ik probeerde er alles in te zeggen wat niet hardop kon. Hij reageerde eerst zwakjes, ademde toen luid uit en wendde zijn gezicht met gesloten ogen af toen ik me weer terugtrok.

In de supermarkt zelf, met een boodschappenwagen en Charlie erin, omdat hij dat zo graag wilde en het mij ook veel zou schelen. Dan hoefde ik niet steeds om me heen te kijken of hij nog bij me was. Mijn gedachten waren dat in ieder geval niet.
Terwijl Charlie steeds uitbundig en smekend naar snoep en chips probeerde te grijpen, reed ik afwezig door, negeerde zijn smeekbedes en even later zijn woedeaanval omdat hij zijn zin niet kreeg. Ik trok een gezicht en schudde mijn hoofd. ‘Charlie, hier heb ik geen zin in. We gaan nu geen snoep kopen. Er ligt thuis nog wel wat. Ja?’
Hij bleef jammeren toen we bij de kassa kwamen, deed het nog steeds toen ik hem uit de wagen tilde en bleef het doen nadat ik had betaald en we de supermarkt uitliepen.
Tot overmaat van ramp spotte ik meteen een flits aan de overkant van de straat. Ik keek vluchtig opzij en zag Charlie’s grimas op zijn gezicht. Maar ik had mijn handen vol aan boodschappentassen en kon hem niet optillen. Ik werd nerveus, denkend aan de weg naar huis die we nog moesten afleggen, aan hoe we langs de weg met auto’s liepen maar ik Charlie geen hand kon geven, en ook nog aan hoe we te maken kregen met paparazzi.
Ik glimlachte krampachtig naar de fotograaf en liep door. Ik keek voor me uit maar hield vanuit mijn ooghoek Charlie strak in de gaten. Hij was gestopt met jammeren maar keek nog steeds nors en was stil.
Voor zich uitkijken deed hij blijkbaar niet, want toen we bij het rode stoplicht kwamen stond ik stil en had pas twee seconden later door dat Charlie door was gelopen.
‘Charlie!’ Zijn naam verliet mijn keel schel en angstig, ik liet mijn tassen vallen, greep naar voren en zag dat twee andere handen hetzelfde deden. Ze hoorden bij een man die Charlie eerder vast had dan ik en hem nog net op tijd terug de stoep optrok. Een toeterende auto raasde voorbij.
De eieren waren misschien gebroken, de pak melk uit elkaar geknald, mijn hart uit mijn keel gesprongen, maar Charlie stond nog naast me. Ik trilde, haalde haperend adem terwijl ik me op mijn knieën liet vallen en een huilende Charlie in mijn armen nam, die was geschrokken van mijn reactie en de plotselinge auto, en bovendien ook nog (voor zijn gevoel) ruw naar achteren was getrokken.
Met tranen in mijn ogen keek ik over zijn schouder op en zag tot mijn ontsteltenis de fotograaf van net staan. Zijn ogen waren wijd, zijn mond open, en hij haalde een paar keer diep adem. Toen keek hij me aan, en ik zag de verbijstering in zijn ogen. Ik was bijna mijn kind kwijtgeraakt, en hij had hem gered.
‘Mijn god...’ murmelde ik terwijl ik Charlie optilde en naar de man toestapte. Er was een echtpaar geschrokken maar nieuwsgierig blijven staan, waarschijnlijk geattendeerd door mijn gegil en vervolgens de toeterende auto.
‘Dank je... dank je wel,’ zei ik schor terwijl ik de man, die zo rond de dertig leek, omhelsde. Hij voelde mijn trillende lichaam terwijl een eigen onvaste hand zich onwennig op mijn rug legde.
‘Je hebt mijn kind gered,’ murmelde ik verbijsterd terwijl Charlie nog steeds zacht jammerde. Vandaag was geen goede dag voor hem.
Ik voelde opluchting maar tegelijkertijd ook schaamte, omdat ik dit had laten gebeuren. Als de man er niet was geweest was Charlie dood en Harry eeuwig boos.
Tranen sprongen in mijn ogen en ik liet de man abrupt los.
‘Ik...’ Ik haalde diep adem, probeerde mezelf tot rust te manen.
‘Wat is je naam?’
De man aarzelde even. ‘Aiden Smith.’
‘Dank je wel, Aiden,’ zei ik tegen hem en ik legde mijn hand op zijn arm. Hij keek er even naar.
‘Ik ben blij dat ik heb kunnen helpen,’ antwoordde hij alleen. Nerveus zette hij een stap naar achter. Ik keek naar hem.
‘Je bent nieuw in deze wereld, hè?’
Hij glimlachte. ‘Hoe zie je dat?’
Ik glimlachte naar hem. ‘Omdat je nerveus bent en niet weet hoe je moet omgaan met een “bekend”,’ ik haakte twee vingers in de lucht met mijn vrije hand, ‘persoon. Vooral als je eigenlijk tegenover elkaar hoort te staan.’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik laat liever mijn camera vallen dan dat ik iemand laat verongelukken.’
Ik haalde even adem, want zo’n woord daadwerkelijk horen was intens. Ik keek langs hem en zag ook echt een camera op de stoep liggen.
‘Heb je hem echt laten vallen?’
Aiden keek even om. ‘O, ach, ja. Maar het is niet erg.’
‘Geef me je gegevens. Ik stuur je een nieuwe op.’
‘O, dat hoeft niet, hoor...’
‘Jawel. Ik doe het graag.’
Hij grijnsde. ‘Je beseft dat je nu bijdraagt aan het jou lastigvallen?’
Ik glimlachte. ‘Ja, dat doe ik. Maar daar gaat het nu niet om. Het gaat erom dat jij het leven van mijn kind heb gered en ik daar zo, zó dankbaar voor ben.’
Aiden bleef even stil. ‘Goed dan,’ zei hij toen, en hij reikte naar zijn binnenzak. Toen overhandigde hij me zijn visitekaartje.
‘Dank je wel,’ ik knikte naar hem. Hij knikte terug.
‘Zal ik anders even je tassen dragen?’
‘O, god, nee, dat hoeft niet. Het is niet ver meer.’
‘Op z’n minst tot we het kruispunt overgestoken zijn.’
Ik glimlachte zwakjes. ‘Dat zou heel fijn zijn.’
Maar uiteindelijk liep Aiden veel verder met ons mee. De camera, die op de stoep kapot was gevallen had hij wel meegenomen in zijn tas, nu in elke hand een tas, terwijl ik Charlie strak op mijn heup hield. Ik was bijna bang hem los te laten.
Toen waren we bijna bij onze straat en hield ik halt.
‘Dank je wel, Aiden, maar nu is het echt genoeg.’
‘Oké,’ hij haalde zijn schouders op en zette toen de tassen neer, ‘goed dan.’
Hij gaf me nog onwennig een knuffel, aangezien hij eigenlijk nog steeds paparazzi was en ik zijn target. Maar nu even niet.
Nadat hij was weggelopen had ik de tassen opgepakt en Charlie verteld niet aan de kant van de weg te lopen. Dat was mama’s kant.
Door alle heisa was ik bijna Harry en de brief vergeten. Dus toen we het huis weer binnenstapten zette ik Charlie weer, net zoals eerst, voor de televisie en zette de boodschappentassen in de keuken op het aanrecht. Ik kon horen dat er dingen in rinkelden die niet hoorden te rinkelen, maar op dat moment maakte me het niet zoveel uit. Het was toch al te laat.
Ik ging meteen naar de slaapkamer en verwachtte hem daar te zien, maar vond hem niet. Ik liep het hele huis door, niet durvend hem te roepen en hem zo te storen.
Het was al niet meer nodig toen ik het ruim uit de tuin inkeek.
Ik zag alleen een paar benen over de veranda bungelen en herkende ze als die van Harry. Dat hij buiten en dus afwezig was gaan zitten baarde me een beetje zorgen.
Ik deed de tuindeur voorzichtig achter me dicht om Harry niet te laten schrikken. Hij had net zijn telefoon opgehangen, schijnbaar klaar met een intens telefoongesprek, want toen hij opkeek zag ik dat zijn ogen rood waren.
Met een zwaar hart ging ik naast hem zitten. Even zeiden we niets. Ik was zeker niet van plan hem nu te vertellen over het ongeluk wat bijna was gebeurd.
‘Goed nieuws?’ vroeg ik voorzichtig.
Harry staarde vooruit en haalde toen zijn schouders op.
‘Niet?’
Toen zuchtte hij en legde zijn handen, die licht trilden, op de rand om zichzelf een stukje opzij te tillen, zijn been tegen de mijne, zijn voet achter de mijne gehaakt. Ik voelde hem er zacht tegenduwen, zodat onze benen heen en weer wiegden. Ik liet hem.
‘De rechter heeft lucht gekregen van Tristans bezoeken aan de kinderpsycholoog,’ zei Harry toen plotseling zacht, zijn blik nu gericht op het gras voor ons, en ik zag zijn onderlip trillen. Ik legde een hand op zijn rug en wreef zacht op en neer. Verder zei ik niets.
Harry sloot zijn ogen.
‘Het was een brief van mijn advocaat die met de rechter gesproken had. Mijn nieuwe advocaat, een nieuwe rechter, dezelfde advocaat van Caroline.’
‘Uhu.’
Harry draaide met zijn hoofd en liet zijn nek kraken.
‘Schijnbaar was de rechter al geneigd de voogdij mijn kant op te sturen vanwege Caroline’s ontslag en instabiel leven op het moment.’
‘Maar?’ vroeg ik zacht.
‘Het feit dat ik zonder overleg met hem naar de kinderpsycholoog ben gegaan heeft haar niet aangestaan, omdat, als het ging om het beïnvloeden van Tristans emoties en gedachten, goede of slechte bedoeling, dit altijd met de rechter overlegd moest worden. Want voor hetzelfde geld stuur ik hem naar iemand die hem brainwashet dat zijn moeder slecht is en zijn vader perfect.’
‘Ze is bang voor sabotage?’
‘Precies.’
Ik wist even niet wat ik moest zeggen.
‘Waarom zou jij de boel saboteren?’
‘Precies om het verleden, voornamelijk tussen mij en zijn moeder. Het botert al zo lang niet heel goed en we hebben allebei geprobeerd hem voor onszelf te houden. Dat heeft nu Caroline’s tol geëist en nu wordt er ook op mij extra gelet.’
Ik durfde het bijna niet te vragen.
‘Mag Tristan nu wel blijven?’
‘Weet ik niet. Ik word morgenochtend gebeld. Mijn advocaat gaat zijn best doen.’
Weer was het even stil. Ik legde mijn wang tegen zijn bovenarm.
‘Ik weet zeker dat het wel goed komt. Als dat niet nu is, dan wel binnenkort.’
‘Hm.’
‘Ik vind het zo gaaf dat je, ondanks dat je geneigd was op te geven toen ik net weer terug was, er eigenlijk nog steeds mee bezig bent. Dat vind ik zo knap. Het is mentaal gezien echt vernietigend, en toch...’
‘Natuurlijk ben ik er altijd mee bezig, hij is mijn kind,’ ging Harry zwakjes tegen me in. Zijn warme adem blies op mijn hoofd. Ik keek naar hem op.
‘Sommigen hadden het ook echt opgegeven, Harry. En kijk hier nou eens, je bent een nieuwe, betere advocaat gaan zoeken en hebt een nieuwe zaak en een nieuwe rechter geclaimd omdat het, zoals bewezen, niet helemaal eerlijk ging. Dat is echt dapper, hoor!’
Haperende ademhaling. Zijn waterige ogen keken me aan. Ik streek zijn haar uit zijn gezicht.
‘Je hebt niet door hoe goed je wel niet bezig bent geweest de afgelopen maanden, Harry. En was het niet met Tristan, dan was je dat wel met Charlie, met je familie, met iedereen op de toer – ja, echt, want je doet je best – en ook... met mij.’
Harry glimlachte zwakjes. ‘Vind je?’
Ik bloosde. ‘Ja...’
Zijn voorhoofd botste zacht tegen de mijne. ‘Hoe dat zo?’
Ik haalde diep adem. ‘Omdat ik me nog nooit zo geliefd gevoeld heb. Ik word wakker met een lichaam vol met eigen én gegeven liefde en ga ermee naar bed. En door de dag heen zie ik jou, en Charlie, en het wordt alleen maar groter.’
Harry was aan het glimlachen, drukte zijn lippen op elkaar om het geen grijns van oor tot oor te laten worden, zijn twinkelende ogen die over mijn gezicht gleden maar voornamelijk bij mijn eigen bleven hangen. Ik had mijn hand laten zakken en hij bracht de zijne nu naar mijn gezicht. Ik had nog meer willen zeggen, maar zijn vingertoppen streken over mijn wang, zijn duim die over mijn onderlip streek en deze vervolgens zacht omlaag drukte. Ik sloot mijn ogen, leunde in zijn aanraking, voelde mijn hart in mijn keel bonzen.
‘God...’ hoorde ik hem zacht tussen neus en lippen door murmelen, voordat zijn duim verdween, zijn hand in mijn nek gleed en hij me naar zich toetrok. Ik voelde zijn lippen vervolgens op mijn lippen, liefdevol, emotioneel, wanhopig. Hij ademde luid door zijn neus, drukte zijn mond harder tegen de mijne, vlocht zijn lange vingers door mijn haar en toen ik mijn hand voor steun op zijn borst legde voelde ik zijn hart in een rap tempo kloppen.

Reacties (4)

  • Twice

    Oops, lees dit hoofdstuk nu pas, zag het net pas in m'n inbox staan. ;0
    Maar mijn god, wat schrijf je toch zo ontzettend goed en wat kan je die emoties zo ontzettend goed bewoorden/verwoorden!
    M'n hart stond zowat stil toen ik dacht dat Charlie aangereden werd. Echt, wat ben ik die Aiden toch dankbaar!
    Ik hoop echt, maar dan ook echt, zo erg dat Harry de voogdij over Tristan krijgt! Of dat het terug een co-ouderschap wordt, en Harry en Caroline het samen goed kunnen uitvogelen hoe ze dat gaan doen. Als Caroline maar niet de voogdij krijgt..
    Snel verder meid! Ik ben té verslaafd aan dit verhaal om nog heel lang op een stukje te wachten, it's like a drug. (:
    Neejoh grapje, doe lekker rustig aan, maar ik moet wel echt bekennen dat dit zooo'n verslavend verhaal is!

    Xx.

    2 jaar geleden
  • Fermer

    Ik blijf elke keer hetzelfde zeggen, maar wat vind ik dit verhaal tóf!
    Je schrijfstijl is gewoon adembenemend en mocht je ooit overwegen iets uit te gaan geven; ik koop het haha.(doeg)
    Ik baal elke keer weer als het hoofdstuk is afgelopen want ik wil meer van dit geweldige verhaal.

    Ben trouwens heel benieuwd of je ooit iets van RPG hebt gedaan?

    2 jaar geleden
  • VampireMouse

    Wauw zo mooi! Elk hoofdstuk schrijf je me zoveel emotie dat ik het door me hele lijf voel gieren. Heel mooi!!!love it
    Kan niey wachten op het volgende hoofdstuk xx

    3 jaar geleden
  • oomsjes16

    Mooi geschreven!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen