Foto bij Hoofdstuk 33

Ik wil jullie echt even bedanken! Ik heb al een heel tijdje niets meer geplaatst, en ik ben echt heel blij met jullie! Ik hoop dat jullie dit stukje leuk vinden ^^
Enjoy!

Winter kijkt me verrast aan, waarna er een maniakale grijns over haar gezicht glijdt.
‘Kijk eens wie we hier hebben.’ Haar minachtende stem maakt geen enkele indruk. Ik besef hoe ik eruit moet zien. Bleek, bebloed en gewond. Het moet eruit zien alsof ik er veel erger aan toe ben, dan waarheid is. Ze lacht. Ik ook. De achtergrond valt weg, de licht kloppende pijn in mijn heup ook. Ik bevind me in dezelfde roes als eerder, bij Levi. Ik ben geen beroeps, maar sommige mensen vragen er gewoon om. Met een grijns trek ik mijn zwaard en neem in mijn andere hand een mes.
‘Je hebt wat van me te goed.’ Winters grijns hapert en ze fronst haar wenkbrauwen. Ook Raikon begrijpt me niet.
‘Lu, wat bedoel-‘ Ik val aan. Terwijl ik naar voren duik, gooi ik mijn mes in haar richting. De angst op haar gezicht is niet te maskeren als ze verschrikt het mes ontwijkt, dat zonder schade aan te richten in de bosjes valt. Ze houdt nog net op tijd haar mes omhoog, zodat mijn zwaard haar mist. Ze raakt uit evenwicht en moet een gedwongen stap naar achteren doen. Maar ze herpakt zich snel. Met een kreet valt ze uit, waarbij ik mijn zwaard ophef zodat ik het mes uit zijn baan duw.
‘Mis,’ grijns ik. Ze gromt en valt opnieuw aan. Razendsnelle slagen volgen elkaar op. Zij is van jongs af aan getraind voor gevechten en brute kracht. Ik heb leren overleven met precisie en snelheid. Het is maar de vraag of hier een duidelijke winnaar uit zal komen. Achter Winter komt Raikon naar voren rennen. Maar voor hij iets kan doen, draait Winter zich om en geeft hem met haar vuist een klap tegen zijn slaap. Verward wankelt hij naar achteren, mompelt iets en zakt tegen een boomstam ineen.
Winter grijnst triomfantelijk naar Raikon, terwijl ik uithaal. Ze ziet het mes wel, maar duikt net niet op tijd weg. Een rode streep ontsiert haar kaak. Ze schreeuwt en kijkt me razend aan.
‘Is dat het beste dat je kan, Winter?’ Prevelt Raikon achter me. Winters ogen vernauwen zich, terwijl ze scherp door haar neus inademt. Dan lacht ze.
‘Nee.’
Een flits schiet voor mijn ogen langs, waarna een scherpe pijn iets onder mijn oog volgt. In een reflex gooi ik mezelf naar achteren, om een nieuwe slag van het scherpe staal te ontwijken. Met een klap kom ik tegen een boom aan, die ik stevig vastgrijp op niet te vallen. Iets warms loopt over mijn wang. De zoveelste verwonding. Hijgend kom ik overeind, ontwijk Winter haar volgende slag en kijk Raikon cynisch aan.
‘Je moest het vragen, hè?’ Hij lacht zwakjes terwijl ik me op de grond laat vallen en ook Winter onderuit trap. We staan allebei gelijk weer op, draaien om elkaar heen. Afwachtend wie de eerste zet doet. De ongetemde haat in haar ogen maakt geen enkele indruk, ik kijk net zo terug. Achter me klinkt een zwaar onheilspellend geruis, gepaard met een laag, hard gerommel. Mijn aandacht verslapt en ik frons mijn wenkbrauwen. Ik mis Winters grijns en haar plotselinge armbeweging, die het zwaard uit mijn vingers slaat. Ik slaak een kreet en wankel naar achteren. Het wapen vliegt een stukje door de lucht en komt enkele meters van me vandaan in het gras neer. Met kracht vliegt Winter op me af, duwt me op de grond, weg van het zwaard.
Ik kreun zacht als haar knie onzacht in aanraking komt met mijn heup. Haar mes bevindt zich om enkele centimeters van mijn keel, wordt alleen maar tegen gehouden door mijn arm die de hare blokt. Maar Winter is in het voordeel. Ze zet al haar gewicht achter het mes, verkleint de afstand tussen huid en staal langzaam maar zeker.
‘Ga. Nou. Dood!’ sist ze. Het klamme zweet breekt me uit als het metaal mijn keel raakt. Ik zie hoe ze haar ogen openspert, haar lippen zich vormen tot een triomfantelijke grijns. Achter haar vormt zich een schaduw. Ik lach.
‘Sorry, maar ik heb geen plannen om dood te gaan vandaag.’ Dan wordt ze door Raikon van me afgetrokken. Moeizaam klim ik overeind, zoekend naar mijn zwaard. Maar voor ik een poging kan doen het wapen weer te pakken, schreeuwt er iemand.
Raikon. Met grote ogen kijkt hij naar iets dat zich achter me bevind. Ook Winter fronst en draait zich om. Wantrouwig doe ik hetzelfde en heb maar heel even de tijd de muur van water te zien, voordat deze ons overspoelt. De zachte warmte van eerder is weg, het water heeft nu een ijzige temperatuur, wat de situatie alleen maar nog gevaarlijker maakt. De stroom is enorm sterk en voor ik het weet ben ik de houvast van de grond kwijt. Als een lappenpop speelt het water met me, terwijl ik me tevergeefs naar het oppervlak probeer te worstelen. Maar ik wordt meegesleurd in de onderstroom, tot ik niet meer weet wat boven of onder is. Het donderende geraas klinkt onderwater zelfs harder, als een constant gebrul van een gevaarlijk beest. Mijn longen beginnen te branden vanwege het gebrek aan zuurstof, en paniek overspoelt me als het tot me doordringt dat ik niet naar boven kan komen. De stroom is gewoon te sterk. Mijn armen en benen verzuren nu al, ik kan niets beginnen tegen de verwoestende kracht van het water.

Reacties (2)

  • bloemenkroon

    Ooh water. Waarom mag gij ons niet?

    5 jaar geleden
  • EvilDaughter

    Neeeee!
    Dat stomme water!!
    :(

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen