Foto bij Hoofdstuk 7

Hij had zijn uitleg niet eens af kunnen maken. Ik voelde me een respectloze vandaal, maar zodra hij begon over die plek, kon ik niks anders doen dan opstaan en wegrennen. ‘Die plek’ verwees naar een bos dat zich niet zo ver hiervandaan bevond. Het had geen speciale naam, het was gewoon een bos als een ander… Of toch niet helemaal. Er was geen echte uitgesproken (of neergeschreven) regel, maar iedereen met gezond verstand wist dat je beter buiten dat bos bleef. Het was gevaarlijk.
Je kwam er nooit levend uit.
Er waren een aantal geruchten over het bos. Wat maakte een doodnormaal bos nu zo gevaarlijk? Het eerste gerucht was ‘magie’. Men beweerde dat al het kwade (en dus ook de kracht die ons gezichtsvermogen stal) zich in dat bos bevond. Om ons nog wat meer ellende te bezorgen, vermoordde die ‘kwade geest’ iedereen die ook maar iets te dicht bij kwam. Ik kon niet meteen zeggen of dit de waarheid was of een zielig verzinsel. Mijn oordeel was ook niet echt objectief, ik geloofde niet in magische krachten, elfjes en tovenaars - of wat dan ook.
De tweede verklaring was een moordzuchtige stam van kannibalen. Dit leek mij een veel aannemelijkere conclusie, sinds het dichter aanleunde bij de werkelijkheid dan de ‘kwade kracht’. Maar toch: er leek iets te missen bij deze verklaring, al kon ik niet zeggen wat.
Een paar jaar geleden was er weer een nieuw gerucht uit de grond gestampt. Deze keer was het een soort sekte die de roddels verspreidde. Ze aanbaden het bos. Het Bos - ja, voor hen was het met een hoofdletter, net zoals God - was voor hen het paradijs op aarde. Daarom was er nooit iemand teruggekeerd: er was simpelweg geen reden om terug te komen. Waarom zou je ook, al Het Bos je alles gaf wat je hartje begeerde?
Sukkels.
Het werd hoog tijd dat een verstandig iemand is een wetenschappelijk onderbouwde theorie zou verzinnen. Of niet. Misschien was het onwetende net hetgeen wat ervoor zorgde dat niemand zich in de omgeving van het bos waagde.
En ik ook niet. Ik zou dat bos nog niet ingaan als God zelf het me zou verplichten.
Het begin van Alexanders uitleg had nog redelijk geklonken, maar nu ik in de trein naar huis zat en terugblikte op het gesprek, zag ik in dat hij alleen maar had geprobeerd mijn sympathie te wekken en er zo voor te zorgen dat ik een groepje mensen zou vergezellen op een zelfmoordmissie. Nee, zelfs de beloning van vijftig miljoen liet me koud.
Ik wilde gewoon naar huis.
Ik moest het goed maken met Erin.
En een smoes verzinnen zodat niemand zou denken dat ik me had aangesloten bij Zij Die Liefde Verbannen Hebben. Wat zou ik iedereen wijsmaken? Waarom zou ik in hemelsnaam zomaar naar het Oud Stadhuis gaan? Ging ik koekjes kopen die ik alleen in de supermarkt naast het Oud Stadhuis kon vinden? Of moest ik toch een diepgaandere uitvlucht bedenken?
Voordat ik de tijd kreeg om mijn smoes bij te schroeven, voelde ik hoe mijn gsm in mijn broekzak trilde. Hoewel blind typen goed mogelijk was, waren de meeste gsm’s toch aangepast aan een beperkt zicht. Daarom had ook ik, zelfs met mijn perfecte zicht, een baksteen van een telefoon die duidelijk afgebakende toetsen had en waarbij iedere letter was aangeduid in Braille. Oh ja, en we mochten de irritante spraakassistentie niet vergeten - gelukkig kon je die functie nog uitzetten.
Vermoeid nam ik mijn telefoon op - afleggen zou me enkel verdacht maken. ‘Broer?’ hoorde ik Zet zeggen, nog geen milliseconde nadat ik op het groene telefoontje had gedrukt.
Ik zuchtte diep. ‘Als je iets nodig hebt van de winkel, pech, ik ben al weer op weg naar huis. Te laat.’
‘Dat is het niet,’ zei Zet bijna hopeloos. Hij klonk bezorgd. Ik had hem nog nooit eerder op deze manier bezig gehoord. Wat was er aan de hand? Was er iets… Was iemand gewond? Of nog erger?
Ik verplichtte mezelf om even diep in en uit te ademen en masseerde mijn pandpalm, terwijl ik mijn mobieltje tussen mijn hoofd en mijn schouder geklemd hield. Ik moest tot rust komen. Paniek zou de situatie enkel erger maken. We mochten niet vergeten dat paniek besmettelijk was; als ik eraan toegaf, verkeerde Zet in no time ook in een staat van pure paniek.
‘Wat is er aan de hand?’ vroeg ik toen ik mijn mezelf weer onder controle had. ‘Je klinkt alsof je zonet een geest hebt gezien,’ lachte ik zenuwachtig.
‘Is Erin daar?’
‘Wat?’
‘Is Erin daar, bij jou?’ Waarom vroeg hij dat? Waarom zou Erin bij mij zijn? Ik had hem toch verteld dat het even niet goed ging tussen mij en Erin. Bovendien: waarom was uitgerekend Zet op zoek naar Erin? Ze zagen elkaar zelden en kenden elkaar alleen omdat ze allebei met mij verbonden waren. ‘Jesse, antwoord.’
Ik achtte mezelf niet in staat om te antwoorden. De spanning was voelbaar, al was de vraag niet specifiek beangstigend. Misschien waren zijn ouders ongerust omdat hij laat thuis was en hadden ze daarom naar ons huis gebeld? Om te checken of Erin bij ons zat? Hij had veel vrienden, waarschijnlijk hing hij bij een van hen uit.
‘Jesse, als dit een of andere ziekelijke grap is, laat me dan dit zeggen: het is NIET grappig.’ Zet klonk alsof hij op het punt stond om in tranen uit te barsten. Ik had hem nog nooit op deze manier horen praten. Hij was meestal nonchalant en vrolijk, nooit nam stress bij hem de overhand.
‘Erin… Hij is hier niet.’ Een huivering liep over mijn rug toen ik de woorden uitsprak en ik durfde te wedden dat Zet aan de andere kant van de lijn mentaal instortte. ‘Ik heb hem al een paar dagen niet meer gezien,’ biechtte ik vervolgens op. ‘Hij… We hebben ruzie.’
‘Je bent een klootzak,’ fluisterde Zet en ik hoorde de tranen in zijn stem.
‘Wil…’ De woorden die ik wilde zeggen leken verdampt te zijn in de lucht. Verdwenen, vervlogen tot buiten mijn bereik. ‘Kun je me zeggen wat er is gebeurd, alsjeblieft?’ Zoute tranen brandden achter mijn ogen. Zelfs voor Zet de woorden sprak kon ik zeggen dat het niet veel goeds was. In tegendeel: het was heel erg slecht. Een tragedie. De nieuwste roddel van de buurt, waarschijnlijk met Erin en ik in de hoofdrol.
‘Erin is vermist. Al twee dagen.’ Ik hoorde Zet naar lucht happen. ‘Vandaag hebben ze zijn rugzak gevonden, vlak aan de grens van… Je weet wel… Die plek.’

Reacties (13)

  • Catmint

    Oei.... Er klopt iets niet

    3 jaar geleden
  • SonOfGondor

    Nou, Erin zit flink in de problemen

    3 jaar geleden
  • Lorem

    ... typisch weer iets Romi... Drama starts now!!!

    3 jaar geleden
  • Amren

    Erin, wat ben je aan het doen.

    3 jaar geleden
  • Slughorn

    masseerde mijn pandpalm


    Wat is een pandpalm (': Typfoutje denk ik (;
    Maar wat is er met Erin gebeurd!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen