Foto bij Hoofdstuk 40

Wieeww We zijn al bij hoofdstuk 40*O*

‘Ik…’ Dit was een stuk moeilijker dan verwacht.
‘Heeft iemand je pijn gedaan?’
‘Ja,’ wist ik eruit te krijgen. Hij is natuurlijk niet gek, hij weet wat de Hongerspelen zijn. En wat erin gebeurd. Ik kan hem niet sparen voor de harde werkelijkheid. ‘Ja, iemand heeft mij heel erg pijn gedaan.’ Bevestig ik. Hij blijft even stil.
‘Mag ik het zien?’ Die vraag had ik niet verwacht. Zwijgend steek ik mijn arm uit, en laat hem mijn herstellende wonden zien. Mijn kruiden hebben goed geholpen, waardoor de meeste wonden nu dicht en druk bezig zijn met genezen. Het doet ook veel minder pijn. Nathan doet verder niets. Hij kijkt alleen maar. Na een tijdje trek ik mijn arm weer terug.
‘Ik ga weer. Dag, Nathan.’ Ondanks dat hij niet bevestigd heeft dat dat ook daadwerkelijk zijn naam is, spreek ik hem daar wel mee aan. Ik zwaai even naar hem en laat me dan uit de boom glijden. In het gebladerte blijft het stil, maar ik weet zeker dat zijn ogen me nog steeds zullen volgen.
Mijn benen voelen zwaarder aan dan normaal, merk ik balend op. Het eerste stukje was het geen probleem, maar nu begint het lange rennen van daarnet toch wel zijn tol te eisen. Ik gok dat ik nu al zo’n twintig minuten aan het lopen ben, proberend Raikon weer terug te vinden. De angst dat hij het niet gehaald heeft blijft als een klamme mist om me heen hangen. Ik loop zo zacht ik kan, voor het geval dat de schutter dichtbij is. Eloise, of dat kind uit 12. Maar van beiden vind ik het niet realistisch dat ze zo iets beroeps-achtigs zouden bedenken.
Bijna ontglipt ze me.
Ze zit zo stil dat ik haar bijna niet had gezien.
Maar ze verraad zichzelf door het zachte geluid dat ze maakt, een liedje dat ze zingt. Een glanzende zilveren boog ligt naast haar te glimmen in het gras. Onwillekeurig kijk ik ernaar. Ik zou het nooit onder haar neus kunnen vandaan kunnen stelen, de enige manier om het voorwerp te pakken te krijgen, is door haar vorige eigenaresse te vermoorden. In koelen bloede. Zo ben ik echt niet, maar ik wil die boog wel echt heel graag hebben.
Maar iemand anders is me voor. Ik hoor het terugslaan van een pijlpees, waarna het meisje tegenover me in het gras in elkaar zakt. Een zilveren pijl lijkt op te bloeien vanuit haar borstkas. Er klinkt een kanon. Mijn hart bokt als een razende en ik moet al mijn zelfbeheersing erop aanspreken om me niet te bewegen. Als Eloise –de enige andere tribuut met een boog- me ziet, ben ik er geweest. Als ik beweeg verraad ik mijn positie, zonder dat ik weet waar zij zelf is. Ondanks mijn luid bonkende hart, moet ik geduldig en doodstil blijven wachten.
En dat wachten loont.
Ze doet het heel stil, maar ik zie haar even verderop uit de boom glijden, haar eigen boog in haar linkerhand, met de andere klimt ze naar beneden. Eenmaal beneden legt ze meteen weer een nieuwe pijl schietklaar. Ik baal, beseffend dat dat net mijn kans was, nu ze nog niet kon schieten. Eloise loopt naar de dode tribuut toe en bekijkt haar met een kille interesse. Dan ziet ze de tweede boog, die ze oppakt. Dat gaat me toch echt te ver. Eén boog is nog tot daar aan toe, een tweede is taboe. Jammer dan, die is voor mij. Ik trek mijn mes uit mijn schede, richt even, en gooi. En voel me vervolgens enorm schuldig. Maar nu kan ik niet meer terug. Ik ben net uit mijn onzichtbare schuilplaats, als ik zie dat het mes haar mist. Op het laatste moment heeft ze een stap opzij gezet, en haar groene ogen kijken me venijnig aan. Dit gaat lekker. Ik had gewoon moeten wachten tot mijn mes doel trof! Dat mes ben ik dus kwijt. Te laat besef ik dat ik niet de enige ben die op afstand kan doden, de pijl die langs mijn hoofd suist, maakt heel veel duidelijk. Ik voel de koude lucht langs mijn gezicht, als die zich verplaatst voor de pijl, die me op een haartje na mist. Geschrokken kijk ik achterom, naar de het zilveren wapen dat nu trillend uit de boom naast me steekt. Onmiddellijk weer alert vestig ik mijn ogen weer op Eloise, zodat ik nog net op tijd de tweede pijl zie, die ze op mij gericht, wegschiet. Ik heb geen tijd voor een gemompelde vloek, terwijl ik zo snel mogelijk wegduik. Maar ik ben niet snel genoeg, de pijl raakt mijn wang net iets naast mijn jukbeen, waar het een grote, diepe jaap maakt. Er stroomt iets over mijn wang naar beneden, als ik het aanraak zijn mijn vingers rood. Ik proef de scherpe, metalige smaak van mijn eigen bloed. Ik wankel en probeer de volgende pijl in de gaten te houden, wat minder goed lukt dan ik wil. Hij mist me nog maar ternauwernood, en de volgende is alweer onderweg. Met een vloek duik ik weg achter een dikke boom, die me genoeg dekking geeft om niet geraakt te worden. Dat kind schiet bijna net zo goed als ik, waar heeft ze dat vandaan? Mijn ademhaling gaat snel en gejaagd en mijn hart bonkt in mijn keel.
Ik spit mijn oren en adem zachtjes door mijn neus in. Ik hoor niets. Ik hoop dat ze nog op dezelfde plek als eerst staat, als ik haar kwijtraak nu, ben ik dood. Ik trek mijn zwaard, zodat ik het glanzende metaal als spiegel kan gebruiken.
Er klinkt een heldere KLENG, en tegelijk daarmee voel ik een scherpe schok in mijn zwaardarm. Een nieuwe pijl, ligt aan mijn voeten, nu die is afketst op het staal van mijn zwaard. Snel pak ik hem op, en duw ik hem in mijn laars. Die is ze kwijt. Ik haal diep adem, verman mij, waarna ik zo snel mogelijk tevoorschijn kom en naar een boom dichterbij ren. De adrenaline giert door mij een, terwijl ik zwaar ademend door mijn neus met mijn rug tegen de boom sta. Heel even, dan haal ik diep adem en trek mijn volgende sprintje. Deze keer hoor ik hem, waardoor ik tijdig weg kan duiken, en het mezelf toesta om één boom verder te rennen dan ik in eerste instantie had gepland.
Fout.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen