Foto bij Hoofdstuk 13

Wel, dat escaleerde snel…
Ik dook opzij toen de onbekende jongen de aanval op Noël inzette en knalde per ongeluk tegen Pim aan. Geloof me, als ik geweten had dat hij er had gestaan, was ik de andere kant op gesprongen. Hij grijnsde breed toen hij me in zijn armen hield, klaar om weer een seksueel getinte opmerking te maken, maar gelukkig was Stevey daar; mijn reddende engel. ‘Een woord, en ik sla je dood,’ waarschuwde ze.
Pim sloot zijn mond, glimlachte onschuldig en liet me los, waardoor ik met een knal op de grond belandde en het perfecte uitzicht had op Noëls gevecht. De jongen was snel en lanceerde een heleboel aanvallen; allemaal van een andere kant. Hoewel Noël duidelijk gewond was, raakte de jongen haar met geen vinger aan. Op dat moment was het glashelder: hij maakte ook gebruik van magie.
Noël probeerde haar grote hand op te roepen, maar was te druk bezig met zichzelf afschermen van de aanvallen van de jongen. Hij was vliegensvlug, zo snel dat je hem niet eens kon zien bewegen. Hij was niets meer dan een schim die door de lucht bewoog. Een ding was duidelijk: zo’n aanval kon hij gewoon niet lang volhouden. Daarom zette hij alles op alles. Als Noël het nog een paar seconden volhield, zou ze kunnen winnen.
Net toen ik tot die conclusie was gekomen, minderde de jongen vaart. Zijn aanvallen werden duidelijker; ik zag een soort groene bal die heen en weer stuiterde tussen de bomen en Noël keer op keer raakte. Nu ze zijn tactiek had doorzien, kon Noël de bal makkelijk blokkeren. Nee, het was niet gewoon blokkeren: de bal spatte volledig uit elkaar en de overgebleven stofdeeltjes vermengde zich met de lucht.
De jongen, die vlak voor Noël tot stilstand kwam, keek haar verdwaasd aan. ‘Hoe…’
Noël stak haar hand in de lucht en op dat moment werd een speer, die gemaakt leek te zijn uit een regenboog van kleuren, zichtbaar. Zonder ook maar één seconde te twijfelen, wierp ze de speer in de richting van de jongen, die hem nog net op tijd kon ontwijken.
Zijn woede leek weer aangewakkerd te zijn. Zijn ogen glommen vol waanzin en hij stormde op Noël af. De grootste vergissing die hij ooit zou maken, want Noël had alweer een magische speer in haar hand en vanaf deze afstand was het onmogelijk dat ze zou missen. Ik dacht dat zijn lot bezegeld was, ik dacht dat hij zou sterven, wat hij ook zou doen. Maar wat er gebeurde, had ik nooit kunnen voorspellen.
Een derde persoon verscheen op het slagveld, zo plots dat ik twee keer moest knipperen voordat ik durfde te bevestigen dat hij er ook werkelijk stond. De nieuwe partij in het gevecht legde zijn hand op de grond en voordat ik het zelf doorhad, schoten er boomwortels uit de grond die Noëls speer klem zetten voordat hij zijn doel kon treffen.
‘Ongelofelijk,’ hoorde ik Stevey ademloos zeggen.
Noël leek al even veel onder de indruk door de jongen die opeens verschenen was. Ze zette een stap achteruit, en nog een, en nog geen. Toen ze zich op een veilige afstand bevond, staarde ze naar de jongen en zei ze met een verbaasde stem: ‘Neminis.’ Ik ging er maar van uit dat het zijn naam was: Neminis, de jongen met de planten.
Neminis knikte even in Noëls richting, waarna zijn wortels haar speer braken zoals slangen te werk zouden gaan bij het wurgen van hun prooi. Vervolgens kronkelden de planten rond Noëls aanvaller en voor ik ook maar drie keer kon knipperen, verdwenen beide jongens in de grond, terwijl Noëls aanvaller hevig protesteerde en luidkeels tierde: ‘Laat me los! We kunnen haar niet laten gaan!’ Na die zin was de wanhoop in zijn stem te horen, enkel zijn hoofd was nog zichtbaar, de rest van zijn lichaam was al weggezakt in de bodem, alsof ze zich bevonden in een plas drijfzand. ‘ZE HEEFT PARIS VERMOORD!’ schreeuwde hij met zijn laatste adem. En toen was hij weg. Helemaal foetsie.

‘En wat had dat te betekenen?’ vroeg Pim.
‘Wie waren die jongens?’ vroeg Stevey.
‘Wie is Paris in godsnaam?’ vuurde ik af. Het kon me niet schelen wie die twee jongens waren. Noëls aanvaller zag er niet uit als een leugenaar. Hoe je het ook draaide of keerde: Noël had iemand vermoord – of die jongen was er toch op z’n minst heilig van overtuigd dat ze een dood op haar geweten had.
‘Ik veronderstel dat jullie wel toe zijn aan een uitleg,’ zei Noël met een geforceerde glimlach. Ieder detail van haar gezicht schreeuwde dat ze er tegenop zag om deze uitleg te starten. Ze wilde niet dat wij iets te weten kwamen. Of ze schaamde zich gewoon voor wat ze gedaan had. Of – en dat was misschien nog wel haar grootste zorg – ze was bang om ons vertrouwen te verliezen.
‘Dat heb je goed geraden,’ zei Pim, wiens blik steenhard werd.
‘Drie jaar eerder ben ik hier naartoe gekomen op een soort missie, samen met drie anderen. De helft van onze groep was blind. Twee van ons lieten al heel snel het leven; de twee die geen steek voor ogen zagen. Ik bleef alleen achter met mijn mannelijke collega, Neminis, net zoals ik is hij een heks. Hij is de reden dat ik mijn zicht verloren heb.’
Oh nee, een oude liefde… Dit kwam niet goed. Het feit dat hij overduidelijk nog kon zien, betekende dat hij niets meer dan vriendschap – misschien zelfs minder dan dat – voor haar voelde. Het leven was hard, zoveel stond vast.
‘Los daarvan is er nog een ander verhaal. Dit bos was vroeger pure chaos, totdat er iemand kwam die de leiding nam. Wie, waar of hoe is onbekend. Maar dus, na een aantal jaar besloot de leider van dit bos dat hij de last niet langer alleen kon dragen. De Heilige Wateren kwamen met een idee opzetten; zij zouden iemand selecteren die hem zou kunnen helpen bij het leiden van dit bos. Zo kwam er Paris, de waterleider. De originele leider van het bos verdween en Paris besloot dat het tijd werd om een nieuwe hulp aan te stellen. Hij vroeg de dieren en de planten voor hulp en daardoor ontstonden er twee nieuwe leiders: de dieren- en de plantenleider.’
‘Maar daar eindigde het niet,’ herinnerde ik haar toen Noël stilviel.
‘Hoewel de planten- en de dierenleider sterk waren, konden ze niet vergeleken worden met Paris. De dierenleider werd al snel vermoord door iemand die zijn kansen wilde wagen in het bos. Op dat moment besloot Paris selectiever te zijn. Hij zou niet “zomaar” iemand aanstellen, dus beval hij de dieren om kritisch te zijn bij het zoeken van een nieuwe bosleider. En toen kwam er Boris, het joch dat me zonet aanviel uit het niets.’
‘En Neminis,’ zei Stevey, die wild met haar stok zwaaide en zo per ongeluk – of niet zo per ongeluk – Pims neus raakte. ‘Waar kwam hij opeens vandaan?’
‘De plantenleider liet een jaar nadat Boris was aangesteld als dierenmeester het leven. Toen Neminis en ik in dit bos terecht kwamen, waren de planten volop op zoek naar een vervanging. We verloren elkaar uit het oog en voordat ik het wist, was mijn partner gevangen genomen in een soort vlies. Hoeveel magie ik er ook op af stuurde, niets hielp. Ik dacht dat hij ten dode was opgeschreven, maar later zag ik dat het net het tegenovergestelde was; hij was springlevend, en de nieuwe plantenleider.’
‘En dan is er Paris nog,’ zei ik, terwijl ik mijn armen over elkaar sloeg. ‘Hoe sta jij in verband met zijn dood?’
‘Ik was moederziel alleen.’ Noël lachte bitter. ‘Ik wilde hier zo snel mogelijk weg, maar ik stuitte op Paris, die me verzocht om te vertrekken – wat ik dus ook van plan was. Op dat moment was ik nog maar een dag blind, het was eng om oog in oog te staan met de machtigste leider van dit bos. Ik wist dat Paris ook een heks was en dat zijn krachten waren versterkt door de Heilige Wateren. Ik wist dat ik niet van hem kon winnen, dus ik besloot dat ik maar beter zijn bevel kon volgen.’
‘Maar…’ onderbrak Stevey haar, maar Noël nam al snel terug het woord.
‘Hebben jullie enig idee hoe oud dit bos is?’
‘312 jaar,’ zei Pim. Toen we hem met een vreemde blik aankeken, haalde hij een schouder op. ‘Zo’n nutteloze dingen weet ik dus wel.’
‘De waterleider werd aangesteld toen het bos vijftig jaar bestond,’ lichtte Noël ons in. ‘Paris was meer dan 250 jaar oud. Met magie kun je je jeugd voor een hele tijd vasthouden, zo ben ik bijvoorbeeld al 43…’ Mijn mond viel een beetje open. Ik had altijd gedacht dat Noël de jongste was van het stel, zeventien, misschien achttien, zeker niet ouder dan fucking veertig jaar… ‘Maar er is ook een limiet,’ vervolgde ze. ‘Hij was aan het einde van zijn leven. En ik was gewoon op het verkeerde moment op de verkeerde plek. Paris viel dood neer, zijn lichaam had de limiet bereikt, en toevallig stond ik nog steeds tegenover hem toen Boris aankwam. Sinds die dag denkt Boris dat ik zijn grote voorbeeld vermoord heb.’
‘Maar dat is niet waar.’ Het was een normale, mededelende zin, maar in mijn hoofd had het geklonken als een vraag. Er leek nog steeds een puzzelstukje te ontbreken. Haar verhaal leek incompleet. Maar het bleef een feit dat ik niet kon zeggen wat er nu net onjuist was, en daarom werd ik haast gedwongen om Noël het voordeel van de twijfel te geven.

Reacties (7)

  • SonOfGondor

    Wat een verhaal, zeg. Maar er klopt idd iets niet...

    Je hebt hier wel duidelijk overnagedacht! Ik vind het een interessant verhaal tot nu toe

    3 jaar geleden
  • Amren

    Arme Noël, niet-wederzijdse verliefdheid, autch. Ik ben heel benieuwd naar wat Noël nog meer te vertellen heeft.

    3 jaar geleden
  • LilsEvans

    Best wel hard. Normaal als je verliefd bent op iemand die jou niet leuk vindt, kan je dat verbergen en in stilte verwerken, maar omdat je in deze wereld blind wordt, wordt je nu als een loner en mislukking ten toon gesteld wat het nog vele malen erger maakt :/

    3 jaar geleden
  • Croweater

    Oog in oog met iemand staan als je blind bent... interesting. Ik denk dat er ook wel meer achter zit.

    3 jaar geleden
  • Slughorn

    Hmmm er klopt iets niet. Ben het met Jesse eens!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen