Foto bij Hoofdstuk 16

Als Paris dood is,’ begon Pim, die behendig over een omgevallen boom sprong, ‘wie is dan de nieuwe waterleider?’
‘Die is er niet,’ antwoordde Noël toonloos. ‘Meestal gaat de selectie van een nieuwe bosleider vrij vlot. Als er genoeg mensen dit bos binnen stappen, duurt het maximum een jaar voordat een nieuwe leider wordt gekozen. Of… Dat is toch de bedoeling. De Heilige Wateren, die een nieuwe waterleider moeten kiezen, zijn extreem kritisch. Dit bos zit al drie jaar zonder waterleider, en ik durf niet eens te gokken hoeveel mensen hun leven hebben gelaten bij de zoektocht.’
‘Zoektocht?’ zei Stevey dromerig. Ze leek er niet echt bij te zijn met haar gedachten, starend naar de hemel.
‘De zoektocht naar een nieuwe waterleider. De overige bosleiders “offeren” mensen aan de Heilige Wateren. Of ja, offeren is het verkeerde woord. Ze dumpen kandidaat waterleiders in de Heilige Wateren. Maar het probleem is; als de Heilige Wateren je niet goedkeuren, verdrink je. Ik denk dat de meeste mensen die zich in dit gebied wagen op die manier aan het eind van hun leven komen. Boris en Neminis offeren zowat iedere mens die ze tegenkomen. Dus wees op je hoede, tenzij je de verdrinkingsdood wilt sterven.’
‘Oh,’ zei Stevey, al leek het niet of het helemaal tot haar doordrong wat er zonet gezegd was.
Na Noëls uitleg spookte er slechts één vraag door mijn hoofd: was Erin ook op deze manier om het leven gekomen? Of had hij zichzelf op de een of andere manier kunnen redden? Ik hoopte met heel mijn hart dat hij ondertussen het bos verlaten had. Ik hoopte dat ik hem nog een keertje kon zien, of hem kon redden van de gruwelen van dit bos. Maar… Wie weet, misschien was mijn undercover reddingsactie tevergeefs en zou ik niet meer dan een levenloos, half ontbonden lichaam aantreffen aan de oevers van de Heilige Wateren – wat dat ook mogen zijn.
‘Als je ooit Boris tegen het lijf loopt,’ zei Noël vervolgens, ‘weet dan dat je hem beter behandelt als een dier. Zeker in een gevecht. Hij is sterk, maar niet tactisch. Je beste kans in een gevecht is om hem te zien als een wild dier dat je aanvalt, niet als een persoon. Neminis is een ander paar mouwen; hij gaat altijd berekend te werk. In een rechtstreeks gevecht hebben jullie geen enkele kans tegen hem. Maar, gelukkig is het lot ons goed gezind; Neminis is niet de persoon om een gevecht te starten. Hij heeft een hekel aan geweld.’
‘Oké.’ Ik was niet in staat om meer te zeggen. Het hele gebeuren over de Heilige Wateren had me deels verlamd. Ik wilde er niet aan denken, maar ik kon het niet van me afzetten. Erin, wat zou hij gedacht hebben als hij voelde hoe de adem uit zijn longen werd geperst door de overweldigende waterdruk? Wat zou zijn laatste gedachte geweest zijn?
Het was allemaal mijn schuld.
Ik schudde mijn hoofd, keek even naar mijn schoenen en zag toen dat ons groepje gestopt was. De maan stond ondertussen hoog aan de hemel en Noël zei dat het nodig tijd was om een slaapplek te zoeken. Ze stelde voor om hier te blijven, wat best opvallend was, zo vlak bij een enorm meer.
Het meer dat zich op ongeveer twintig meter van mijn voeten bevond was gigantisch en een tikkeltje vreemd. Langs de ene kant werd het water langzaam dieper, terwijl grote rotsen de afbakening vormden langs onze kant van het meer. Ik kon het niet met zekerheid zeggen, maar ik vermoedde dat het water stijl naar beneden ging zodra ik over de rotsen zou kijken om het waterpeil te kunnen meten.
‘Blijf uit de buurt van het water,’ waarschuwde Noël. ‘Er zitten daar dingen die je liever niet ziet.’
Pim grijnsde. ‘Bang van een beetje water?’ zei hij uitdagend en ik kon het niet helpen maar ik haatte hem opslag nog meer dan voordien. Die jongen kon ook echt niks goed doen. En nee, het was geen mannelijke rivaliteit, hij was gewoon een idioot.
Pim naderde de grote rotsen die de grens vormde met het meer en keek over de rand. ‘Het ziet eruit als een normaal meer. Hebben jullie geen zin om even te zwemmen?’
‘Met jou?’ zei Stevey met een hoge stem. ‘Vergeet het, pervert.’
Pim maakte een grommend geluidje, hurkte neer bij de rotsen en stak zijn hand uit naar het water. Zijn vinger raakte het wateroppervlak, wat hem aanmoedigde om heel zijn hand in het water te stoppen. ‘Het water is lekker warm,’ zei hij met een zachte stem.
‘Stel je niet aan en kom uit het water, Pim,’ gromde Noël. Haar gezicht verstrakte en alleen al dat bezorgde me koude rillingen. ‘Dit is mijn laatste waarschuwing. Als ik mezelf nog een keer moet herhalen, gebruik ik geweld. Het water is gevaarlijk,’ siste ze.
En op dat moment, alsof Noël even in de toekomst had gekeken en het gevaar had zien aankomen, werd Pim in het water getrokken en verdween hij in het meer.
‘Shit!’ tierde Noël, terwijl ze zich naar de rotsen haastte. Ze stak haar handen voor zich uit en balde ze tot vuisten. Daarna hees ze haar handen in de lucht, alsof ze iets zwaar op moest heffen. En of ze dat moest… Een paar seconden later bengelde Pim in de lucht, samen met een afzichtelijk monster dat zich aan hem vastklampte. Of nee, het was geen afzichtelijk monster. Het was een zeemeerman, maar niet het soort waarover je las in sprookjes.
Hij zag eruit als een vis, geen bos weelderige haren of een egale huid; enkel blauwgroene, slijmerige schubben, die op sommige plekken iets donkerder waren dan op andere. Zijn ogen waren ook een opmerkelijk iets; ze zagen er niet uit als doodse vissenogen, maar hadden even weinig weg van mensenogen. Het waren twee zwarte bollen, omrand met een dun, fel, blauw lijntje. Zijn neus was klein en ingedrukt, zijn oren hadden meer weg van schelpen dan van de oren die wij kenden. En zijn mond… Die was twee keer zo breed als een menselijke mond, gevuld met een rij vlijmscherpe tanden.
Maar zelfs nadat ik ieder detail van deze zeemeerman had gezien en had beslist dat hij wel een zeemonster moest zijn, kon ik zijn menselijke vormen niet vergeten.
Noël sleepte de zeemeerman en Pim naar het land. Ze bevrijdde Pim uit haar greep, maar de zeemeerman bleef gevangen in haar onzichtbare handen. Zijn kieuwen gingen hevig op en neer. Hij was als een vis op het droge; hij stikte.
‘Genoeg, Noël. Je vermoordt hem.’
‘Is dat niet de bedoeling dan?’ kaatste ze bits terug. ‘Zo hebben we geen last meer van dit mormel; één levensgevaar minder. Hij probeerde Pim te vermoorden, vergeet dat niet.’
Zijn ruige staart zwaaide hevig heen en weer in een poging zichzelf te bevrijden. Zijn ogen puilden uit, nog even en hij zou definitief stikken in de lucht.
‘Noël, als je hem vermoordt, stap ik op.’ Ik had geen tijd om met een nuttig argument te komen. De tijd drong, als ik nu niks deed, zou hij stikken. En hoeveel hij ook op een vis mocht lijken, er was ook een menselijk deel aan hem. Zijn angst, bijvoorbeeld, die was zo menselijk dat ik hem tot in mijn hart voelde. En ik zwoer dat ik geen enkel mens zou laten sterven, niet wanneer ik het kon voorkomen.
‘Best,’ siste ze. Ze verslapte haar greep en meneer Vis viel met een slijmerige plof in het zand.
Vlug beende ik naar hem toe, waarna ik hem naar het water sleurde. Hoewel hij ongeveer even groot was als een volwassen man, woog hij opvallend weinig. Zodra ik hem over de rotsen heen had geheven, legde ik hem voorzichtig in het water. Ik had hem op dat moment lost kunnen laten – sterker nog: ik had hem op dat moment los moeten laten –, maar er was iets in zijn blik dat ervoor zorgde dat ik hem niet zomaar weg kon laten zinken in het water.
Voor een heel kort moment ontmoetten onze blikken elkaar, en toen trok hij me met zich mee in het water. Het gebeurde zo snel dat ik me op de bodem van het meer bevond nog voor ik doorhad dat ik überhaupt het water in was gesleurd. Ik verzette me hevig en probeerde me uit zijn greep te worstelen, maar zijn verstikkende knuffel was even sterk als Noëls onzichtbare handen.
Pure doodsangst overwon me toen hij begon te zwemmen, mijn lichaam nog steeds in zijn armen geklemd. Hij bewoog zich weg van de rotsen naar de diepste dieptes van het meer en het enige wat ik kon denken was dat ik op dit moment al ver buiten het bereik van Noëls reuzenhanden was.
Ik zou de verdrinkingsdood sterven.

Reacties (5)

  • SonOfGondor

    Wat als hij de waterleider wordt?

    3 jaar geleden
  • LilsEvans

    Ze had Pim moeten laten sterven. Ik zweer het je, die dude is voor niks goed. Ben wel benieuwd wat de Meerminman en mosseljongen whoop met Jesse wil... En was dat wat die dude met Tobio heeft gedaan? Hem offeren aan de wateren? Maar Tobio is vast nog niet dood, dus wordt die dan de nieuwe waterkoning? Hij lijkt mij niet bepaald de beste koning ooit tbh...

    3 jaar geleden
  • Altaria

    O no! Dit kan je niet maken! Ga door!!!

    3 jaar geleden
  • Grace

    OMG WAAROM? Hij heeft net zijn leven gered???
    Wat is Pim toch een idioooot

    3 jaar geleden
  • racetrack

    Hoe durf je! Een cliffhanger.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen