Home > Stories > Wedstrijd Stories > Het nieuwe thuis

Het nieuwe thuis

Door: Shouto
Onderdeel van: Wedstrijd Stories
Laatst bijgewerkt: 1 jaar geleden
Geactiveerd op: 1 jaar geleden

Foto bij Het nieuwe thuis

breed | medium | small

Toen ik vijf jaar terug voor de tv had gezeten en de vluchtelingencrisis hevig werd bediscussieerd, had ik me afzijdig gehouden. Mijn mening was simpel geweest: neutraal. Met alle onverdraagzaamheid tegenover de ‘indringers’ durfde ik niet pro-vluchtelingen te zijn. Maar hé, het was beter dan een mening die om de haverklap omsloeg. Je kende het wel; bij de foto van een verdronken kind vond men het opeens onmenselijk wat er met de vluchtelingen gebeurde, maar de volgende dag waren het opnieuw ondankbare schepsels die meer weg hadden van beesten dan van mensen.

Ik wenste dat ik op dat moment wel voor de vluchtelingen was geweest. Nu mijn voeten voor de ene helft bezet waren met eelt en waarbij de huid was afgeschraapt bij de andere helft voelde ik de wanhoop die de vluchtelingen op dat moment hadden gevoeld. En de angst, de angst was onvergetelijk. Het gevoel was met een beitel in mijn geheugen gekrast, om daar eeuwig te blijven staan.

Ouders? Welk Europees kind kon nog over zulke luxe spreken? Ik had enkel mijn oom, die er al even slecht aan toe was als de volwassenen die achter waren gebleven in ons kleine België. Zijn been was van zijn lichaam gerukt, hij mocht van geluk spreken dat hij – in tegenstelling tot een heleboel minder gelukkige zielen – zich op dat moment in de buurt van een ziekenhuis had bevonden, anders stond ik hier nu helemaal alleen.

Doordat hij nog aan zijn nieuwe prothese moest wennen en dus ook op krukken liep, ging bewegen moeizaam. We mochten van geluk spreken dat gewonden en kinderen voorrang kregen, anders stonden we nog steeds aan te schuiven bij het hek dan een letterlijke omheining vormde tegen niets minder dan mensen. Dit was geen menselijkheid meer. Degene die het hek rond de grens hadden gezet, konden ons onmogelijk zien als mensen. Nee, we waren dieren, niets meer dan dat.

Een harde knal trok mijn aandacht en uit reflex keek ik achterom. Mijn oom legde zijn hand om mijn hoofd en dwong me om terug vooruit te kijken, al had hij niet snel genoeg gereageerd. Ik zag het lichaam dat op de grond viel; een blanke vrouw met een krijsende, eveneens blanke baby in haar armen. Afgeslacht als een dier. Een waarschuwingsschot dat niet langer alleen maar een waarschuwing was.

Dit leek de omgekeerde wereld wel, een keerpunt in de geschiedenis.

De mannen die de grens bewaakte, tierden woorden die ik niet kon verstaan. Een andere knal vulde mijn oren – en nog meer getier. Ik durfde niet achterom te kijken. Ik had in mijn korte leven al genoeg lijken gezien; mensen die gevallen waren en onder de schoenzolen van de grote menigte geplet werden, bommen die een ziekenhuis omver bliezen, kogels die een brein uit elkaar deden spatten, een allesvernietigende brand, een biologisch wapen dat mensen een treffende, niet behandelbare ziekte bezorgde… Ik had alle vormen van de dood gezien; en meer dan dat.

‘Je hoeft zulke dingen niet te zien,’ fluisterde mijn oom, maar zijn gebroken stem leek iets anders te willen zeggen. Kijk goed, onthoud dit, zodat hun zielen niet verloren zullen gaan in de anonimiteit van het dodentol.

‘Misschien,’ zei ik terug. Mijn oom en ik wandelden uit het groepje mensen dat het hek had mogen passeren. We waren gedurende een honderdtal meter bij hen gebleven, maar zowel mijn oom als ik voelden aan dat we hen enkel ophielden. Ze mochten dan wel uit hetzelfde continent komen; ze kwamen niet per se uit hetzelfde land, en de verbondenheid was ver te zoeken. De momenten waarop ik een andere Belg tegenkwam, waren zeldzaam. En als het dan toch gebeurde dat ik er eentje tegen het lijf liep, kwam het gesprek niet verder dan een oppervlakkige ‘Hé, jij bent ook een Belg!’ – en dan moest het nog een Vlaming zijn ook.

Nadat mijn oom en ik even hadden uitgerust op een bankje, starend naar de stroom van vluchtelingen die hetzelfde lot deelden als wij, stonden we terug op en begaven we ons naar het centrum dat was aangegeven met lompe pijlen en een simpele Engelse tekst.

De zon was al ver onder de horizon gezakt en de nacht sloot ons in. De maan weerkaatste geen enkele zonnestraal onze richting uit. Het was een duistere nacht, enkel verlicht door de lantaarnpalen die eenzaam langs de weg stonden; zo dicht bij een andere lantaarnpaal, maar niet in staat om dichterbij te komen.

Een groepje Irakezen naderde ons met vuile blikken. Ik wist wat ze dachten. Ga toch terug naar je eigen land, val toch gewoon dood. Ga iemand anders job stelen, profiteer niet zomaar van onze goedheid. Zo hadden Belgen in de tijd ook gedacht, misschien. Zij hadden makkelijk praten; zij hadden nog een huis om naar terug te keren. Sterker nog: waarschijnlijk waren ze nu ook op weg naar huis.

Huis, wat een prachtig woord was dat. Nadat de oorlog was begonnen, had ik een heel andere visie gekregen over het woord ‘huis’. Huis was zowel de plek waar je woonde, de mensen waarom je gaf als het land dat je dicht aan het hart lag. Ik zou alles geven om terug naar het oude België te kunnen gaan (hoe verdraaid ons politiek systeem ook was). Ik zou letterlijk een moord kunnen plegen voor een chocoladereep, of een lekker vettige friet met een ongezond grote portie mayonaise.

En over eten gesproken. Ik wist nog goed hoe de vluchtelingen vijf jaar geleden bestempeld werden als ondankbaar omdat ze ons eten niet aannamen. Maar eerlijk? De dingen die ik hier voorgeschoteld kreeg, had ik nog nooit eerder gezien – en misschien maar beter ook. Het is niet simpel, om opeens in een ander land terecht te komen, met andere gewoontes en een andere taal. Ik wist niet eens welke taal hier gesproken werd, laat staan dat ik er iets van verstond.

En ja, dan kwamen mensen – die een warm, gezellig thuis hadden en zich geen zorgen moesten maken over het feit dat hun familie op dit moment wel dood kon zijn – zeggen dat je je moest aanpassen, anders kon je oprotten.

Oneerlijk, hè?

Blank was het nieuwe zwart. Progressief was het nieuwe conservatief. Jezelf redden was de nieuwe vorm van solidariteit. Schelden was het nieuwe complimenteren. Mensen waren de nieuwste beesten.

Toen ik opnieuw een Irakees jongerengroepje passeerde, kreeg ik een leeg colablikje naar mijn hoofd gegooid. ‘Go home,’ zei hij met Engels dat zo behaard was dat het door had kunnen gaan voor een gorilla.

Die avond dacht ik terug aan de jonge Irakezen die vrolijk op weg waren naar huis, zorgeloos. ‘Ga naar huis.’ Zo makkelijk gezegd, maar zo moeilijk te vatten wanneer je niet langer een huis had om naar terug te keren.

Maar hé, ik was op weg naar mijn nieuwe huis, dat ergens in de toekomst op me lag te wachten.

Geen idee of ik het zou halen.

Maar waarschijnlijk niet, want net op het moment dat er een verdrietige glimlach op mijn gezicht speelde bij de gedachte aan ‘thuis’ kleurde de hemel rood en leek de wereld uit elkaar te spatten, al was het vermoedelijk niet de wereld, maar mijn lichaam dat in duizend stukjes uit elkaar viel, op weg naar een nieuw thuis dat ik nooit zou bereiken.

Kudo Door naar het volgende hoofdstuk

Reacties

  1. Rubin
    Rubin 1 jaar geleden

    Ik vind het ook heel mooi dat je er iets actueel in hebt verwerkt. Mensen zouden beter moeten nadenken over wat ze zeggen. Pas als ze het zelf meemaken, beseffen ze het.

  2. Puellae
    Puellae 1 jaar geleden


    "Degene die het hek rond de grens hadden gezet,"
    Degene geef je meervoud aan met 'hadden', en aangezien ze waarschijnlijk menselijk zijn, behoort er degeneN te staan.

    "De mannen die de grens bewaakte, tierden"
    Mannen is meervoud dus bewaakteN.


    Dat was het, of ik moet iets over het hoofd gezien hebben.

    Groetjes

  3. Puellae
    Puellae 1 jaar geleden

    Ik moet eerlijk bekennen dat ik een aantal foutjes tegenkwam, en qua schrijfstijl het niet uitzonderlijk goed vind.

    Maar ik vind het echt heel knap hoe je de actualiteit zo hebt kunnen weerspiegelen en ook echt tot nadenken aanzet. Ik vind het hierdoor gewoon een heel mooi stuk.

  4. Wormjet
    Wormjet 1 jaar geleden

    Wauw, heel mooi zoals je ook iets actueels eraan hebt toegevoegd (:

Details

0

AL

1207

84 (0)