Foto bij 013

Ondertussen werkte ik niet meer, hoewel de hoofdzuster me had verteld dat ik mocht terugkomen als mijn moeder weer beter was. Ze wenste me het allerbeste.
“Mag God bij je staan,” fluisterde ze, en ik knikte. Maar Gods plan kon ik nu niet zien en ik hoopte dat hij mijn gebeden hoorde.

Het was verschrikkelijk om alleen thuis te zijn, en onze inkomsten liepen terug. Mijn vaders bedrijf liep niet meer, en ik vermoedde dat dat was omdat zijn cliënten niet wilden handelen met een dronkenlap. Maar ik wilde die woorden niet uitspreken. Mijn vader was meer dan een gewone dronkenlap, zoals ik ze steeds vaker op straat zag. Hij was mijn vader. Maar het vertrouwen die ik in hem had gehad als kind, was langzaam verdwenen. Ik durfde er niet meer op te rekenen dat alles goed zou komen. Dat hij alles goed zou maken.

Urenlang zat ik aan mijn moeders bed, luisterend naar de woorden die ze schreeuwde in haar slaap. De naam van mijn oudste broer bleef maar terugkomen en elke keer brak mijn hart. Stierf hij opnieuw en opnieuw in haar dromen, zoals in de mijne?
Soms leek ze vredig. Soms sliep ze met een glimlach op haar gezicht en dan stelde ik me voor dat ze over ons droomde, zoals we ooit geweest waren. Een gezin. Vol liefde en warmte en gelach en geluk. Met een toekomst voor ons. Ik zag geen toekomst meer voor ons. Maar wel een toekomst voor mij, en daar schaamde ik me voor. Hoe lang kon ik hier nog blijven?

Ik schreef Leon deze keer de waarheid in een lange brief, wetend dat ik zijn hart zou breken. Alleen kon ik nu de waarheid niet langer meer verbergen. Ik hield van hem en ik weet dat hij intelligent genoeg was om door te hebben dat ik al langer iets voor hem verzweeg. Een paar dagen later kreeg ik een brief van hem terug die ik koesterde. Hij sprak zijn medelijden uit voor mij en zei dat ik sterk was. De man in de loopgraven, de soldaat voor Frankrijk, en mijn oudere broer zei dat ik sterk was. Maar hij was altijd de sterke man geweest. Impliciet vertelde hij me dat het aan mij was, dat voelde ik. Het leek bijna een voorteken van het lot.

Mijn vader kwam soms niet thuis en dan moest ik hem zoeken in de kroegen in de stad. Ik schaamde me en hoopte dat niemand me zag. Onze familie was altijd respectabel geweest, maar nu leek ik de enige die onze reputatie in stand wilde houden. Mijn vader schreeuwde en joelde en hij sloeg me één keer toen hij niet mee wil. Ik deed niets en richtte mijn ogen naar de grond. Niemand deed iets. Wij vergleden in de duisternis en niemand deed iets.

Reacties (4)

  • LilsEvans

    Dit is zo vreselijk naar. Ik ben benieuwd hoelang ze dit nog vol gaat houden. Ze moet daar weg.

    4 jaar geleden
  • Croweater

    Dit verhaal is echt hartverscheurend. Heel knap gedaan, hoe je je kunt inleven en je lezers mee kunt slepen.

    Ja ik ben echt onder de indruk van dit verhaal, sorry als ik in herhaling val.

    5 jaar geleden
  • Heronwhale

    Ik ben het helemaal met Ewijn eens. Waarom?!:(

    5 jaar geleden
  • Helvar

    Poor poor Justine...
    En je hebt gezegd dat ze nog meer ellende over zich heen krijgt? Wat doe je haar aan :C

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen